Tijdschrift

voor transformatie

Nummer 1 Herfst 2006

 

Bij de voorkant: Luìsa Berreto – beelden en gedichten tussen licht en duisternis.

Portugezen zijn een dichterlijk volk. Dat klinkt door de dansende taal heen met zijn vele mooie klinkers, dat zie je in de veelal in mooie lichte tinten opgeschilderde huizen, die in liggen tussen groenbegroeide heuvels. Daarnaast de strenge ingetogenheid die katholicisme en tempelierendom in het volk hebben afgedrukt, reden waarom veel van die mooie klanken in de spraak weer worden ingeslikt. Een mediterraan volk, met veel heimwee naar het vervlogen Atlantis, wat in de volksmuziek de fado nog sterk doorklinkt.
Een eendere stemming kom je tegen in de schilderingen en veelal op muziek gezette gedichten van Luìsa Barreto. Zonovergoten, soms haast kinderlijke luchtigheid met een diepe melancholische ondertoon. Sterke kleurcontrasten die de stemming extra verdiepen. En veelal een zoeken naar geest in en door de natuur heen. Zo is zij gekomen tot haar zoeken en waarnemen van elementwezens. Wat onder andere zijn weerslag heeft gehad in het boek met cd ‘Pelo caminho das fadas’ (1) (Op de weg van de feeën). Tijdens een vertelling van verhalen, die zij met marionetten en decor uitvoert, hangen meestal kind en volwassene aan haar bezwerende lippen. De betovering houdt pas op na de voorstelling. Het is deze betovering die Luìsa tot een mooie representant van het moderne Portugal maakt.
Ze is al geruime tijd verbonden met de vrije school impuls die er uitgaat van Harpa, bij Alhandra, zo’n 25 km ten noorden van Lissabon. Daarnaast is ze zelfstandig scheppend kunstenaar in haar woonplaats Fontenelas aan de kust.

1. Uitgegeven bij Centro Lusitano de Unificação Cultural, Lissabon 1997. Zie www.centrolusitano.org.

Wezens in de nacht

Heilige elfen in de nacht
Van diep donker blauw
Scherpgetekende vleugels
In een zuivere stilte
Wezens in de nacht
Van geborduurd zwart
In de ruimte en sporen
Omsluiten me in diepe stilte.

Omsluiten me in diepe stilte
Zich steeds verder uitbreidend
Geheimen van de nacht
Bezoeken me tevergeefs . . .
In de nacht fonkelt opnieuw
De vochtige wijnberg
Wat danst er de nacht
In de oplevende woonstedes.

Een tijdloze ruimte
Een standplaats van tijd
Wordt aan de nacht teruggegeven
Een overeenstemmende droom
Dit alles zo mooi
Nachtelijk bewaakt,
Terwijl ik niet slaap
En verder groei . . .




Amélia e o Anão (Améla en de Dwerg'

Amélia dançava (Amélia danst)
Na noite dançava (De nacht danst)
Nem via o Anão (Nergens een spoor van de Dwerg)
Que ria e troçava (Die lacht van spot)

A noite era funda (De nacht wordt opgericht)
De lua banhada (Uit het badende maanlicht)
E Amélia, sonhando, (En Amélia droomt)
Dançava encantada (Terwijl ze betoverd danst)

Bem pode o Anão (Heel goed kan de Dwerg)
Ser mau e troçar (Slecht en spottend zijn,)
Que Amélia, na noite (Wat alleen Amélia, ‘s nachts)
Só sabe é amar (Weet en acht.)



O meu Elf (Mijn Elf)

Oh! Elfo de olhar dourado (O! Elf met je blik van goud)
Em bosques de solidão (In wouden van eenzaamheid)
Oh! Verde, verde encantado (O! Groene, groene betovering)
Oh! Minha alma-veado (O! Mijn der zieleweg)
Eu sou daqui (Daar verbleef ik)
Mas tu não! (Maar jij niet!)

Que gruta verde habitaste? (In wat voor groene grot woon je?)
Que segredos me dizias? (Welke geheimen vertel je me?)
Desde sempre tu me olhaste (Waar vanuit je me altijd liet rondkijken)
No siléncio me falaste (In de stilte die tot me spreekt)
E estando eu triste sorrias (En uit je verblijfplaats me triest toelacht)

E ainda vives em mim (En ook nog leeft in mij)
E assim me levas a ver (En neemt me zo op om te zien)
Como o verde não tem fim (Hoe het groen niet opziet tegen het einde)
Como ao fundo do jardim (Hoe aan de wortels van de tuin)
Tudo começa a viver . . . (Alles begint te leven . . .)


Bij haar nieuwe boek ‘Het blauw zo dichtbij’ (in voorbereiding):

Avé,- Terra (Avé Aarde

cheia de graça (vol van genade)
quem dentro passa (wat passeert er U vanbinnen)
que lhe oiço canto? (wat hoor ik aan U zingen?)

Ave-Terra (Avé Aarde)
cheia de encanto (vol van betovering)
quem dentro encerra (wat ontsluit zich)
que eu amo tanto? (dat ik zo lief heb?)

Ave-Terra (Avé Aarde)
santa, (heilig,)
Maria, (Maria,)
nó na garganta (knoop in de keel)
tanta alegria (zo vol van vreugde)

Ave-Terra (Avé Aarde)
misteriosa (is geheimzinnig)
banida, erra, (verbannen, dwalend)
e é tão formosão (en toch zo mooi)

Ave-Terra, (Avé Aarde)
escondida, chora (heimelijk, treurend)
por nós espera (omwille van onze hoop)
a toda a hora (op ieder uur)

Ave,-Terra, (Avé Aarde)
nocturna e escura (nachtelijk en duister)
luz que se enterrão (het licht dat zich begraaft)
Quem a procura? (Wat moet er bestreefd worden?)

Ave-Terra (Avé Aarde)
nem sei falar (niet kan ik spreken)
o nó se cerra (de knoop trekt zich aan)
por tanto amar (door zoveel liefde)

Ave-Terra (Avé Aarde)
nua mãe-fada (onze moederfee)
sei que sou tua (weet dat ik U toebehoor)
não sei mais nada (nietig als ik ben
)


Terug naar Sampo home