|
Bij de voorkant: Luìsa
Berreto – beelden en gedichten tussen licht en duisternis.
Portugezen zijn een dichterlijk
volk. Dat klinkt door de dansende taal heen met zijn vele mooie klinkers,
dat zie je in de veelal in mooie lichte tinten opgeschilderde huizen,
die in liggen tussen groenbegroeide heuvels. Daarnaast de strenge ingetogenheid
die katholicisme en tempelierendom in het volk hebben afgedrukt, reden
waarom veel van die mooie klanken in de spraak weer worden ingeslikt.
Een mediterraan volk, met veel heimwee naar het vervlogen Atlantis, wat
in de volksmuziek de fado nog sterk doorklinkt.
Een eendere stemming kom je tegen in de schilderingen en veelal op muziek
gezette gedichten van Luìsa Barreto. Zonovergoten, soms haast kinderlijke
luchtigheid met een diepe melancholische ondertoon. Sterke kleurcontrasten
die de stemming extra verdiepen. En veelal een zoeken naar geest in en
door de natuur heen. Zo is zij gekomen tot haar zoeken en waarnemen van
elementwezens. Wat onder andere zijn weerslag heeft gehad in het boek
met cd ‘Pelo caminho das fadas’ (1)
(Op de weg van de feeën). Tijdens een vertelling van verhalen, die
zij met marionetten en decor uitvoert, hangen meestal kind en volwassene
aan haar bezwerende lippen. De betovering houdt pas op na de voorstelling.
Het is deze betovering die Luìsa tot een mooie representant van
het moderne Portugal maakt.
Ze is al geruime tijd verbonden met de vrije school impuls die er uitgaat
van Harpa, bij Alhandra, zo’n 25 km ten noorden van Lissabon. Daarnaast
is ze zelfstandig scheppend kunstenaar in haar woonplaats Fontenelas aan
de kust.
1. Uitgegeven bij Centro Lusitano
de Unificação Cultural, Lissabon 1997. Zie www.centrolusitano.org.

Wezens in de nacht
Heilige elfen in de nacht
Van diep donker blauw
Scherpgetekende vleugels
In een zuivere stilte
Wezens in de nacht
Van geborduurd zwart
In de ruimte en sporen
Omsluiten me in diepe stilte.
Omsluiten me in diepe stilte
Zich steeds verder uitbreidend
Geheimen van de nacht
Bezoeken me tevergeefs . . .
In de nacht fonkelt opnieuw
De vochtige wijnberg
Wat danst er de nacht
In de oplevende woonstedes.
Een tijdloze ruimte
Een standplaats van tijd
Wordt aan de nacht teruggegeven
Een overeenstemmende droom
Dit alles zo mooi
Nachtelijk bewaakt,
Terwijl ik niet slaap
En verder groei . . .
Amélia e o Anão (Améla en de Dwerg'
Amélia dançava
(Amélia danst)
Na noite dançava (De
nacht danst)
Nem via o Anão (Nergens
een spoor van de Dwerg)
Que ria e troçava (Die
lacht van spot)
A noite era funda
(De nacht wordt opgericht)
De lua banhada (Uit het
badende maanlicht)
E Amélia, sonhando, (En
Amélia droomt)
Dançava encantada (Terwijl
ze betoverd danst)
Bem pode o Anão (Heel
goed kan de Dwerg)
Ser mau e troçar (Slecht
en spottend zijn,)
Que Amélia, na noite (Wat
alleen Amélia, ‘s nachts)
Só sabe é amar (Weet
en acht.)

O meu Elf (Mijn
Elf)
Oh! Elfo de olhar dourado (O!
Elf met je blik van goud)
Em bosques de solidão (In
wouden van eenzaamheid)
Oh! Verde, verde encantado (O!
Groene, groene betovering)
Oh! Minha alma-veado (O!
Mijn der zieleweg)
Eu sou daqui (Daar verbleef
ik)
Mas tu não! (Maar
jij niet!)
Que gruta verde habitaste?
(In wat voor groene grot
woon je?)
Que segredos me dizias? (Welke
geheimen vertel je me?)
Desde sempre tu me olhaste (Waar
vanuit je me altijd liet rondkijken)
No siléncio me falaste (In
de stilte die tot me spreekt)
E estando eu triste sorrias (En
uit je verblijfplaats me triest toelacht)
E ainda vives em mim (En
ook nog leeft in mij)
E assim me levas a ver (En
neemt me zo op om te zien)
Como o verde não tem fim (Hoe
het groen niet opziet tegen het einde)
Como ao fundo do jardim (Hoe
aan de wortels van de tuin)
Tudo começa a viver . . . (Alles
begint te leven . . .)

Bij haar nieuwe
boek ‘Het blauw zo dichtbij’ (in
voorbereiding):
Avé,- Terra
(Avé Aarde
cheia de graça (vol
van genade)
quem dentro passa (wat
passeert er U vanbinnen)
que lhe oiço canto? (wat
hoor ik aan U zingen?)
Ave-Terra (Avé Aarde)
cheia de encanto (vol van
betovering)
quem dentro encerra (wat
ontsluit zich)
que eu amo tanto? (dat
ik zo lief heb?)
Ave-Terra (Avé Aarde)
santa, (heilig,)
Maria, (Maria,)
nó na garganta (knoop
in de keel)
tanta alegria (zo vol van
vreugde)
Ave-Terra (Avé Aarde)
misteriosa (is geheimzinnig)
banida, erra, (verbannen,
dwalend)
e é tão formosão (en
toch zo mooi)
Ave-Terra, (Avé
Aarde)
escondida, chora (heimelijk,
treurend)
por nós espera (omwille
van onze hoop)
a toda a hora (op ieder
uur)
Ave,-Terra, (Avé
Aarde)
nocturna e escura (nachtelijk
en duister)
luz que se enterrão (het
licht dat zich begraaft)
Quem a procura? (Wat moet
er bestreefd worden?)
Ave-Terra (Avé Aarde)
nem sei falar (niet kan
ik spreken)
o nó se cerra (de
knoop trekt zich aan)
por tanto amar (door zoveel
liefde)
Ave-Terra (Avé Aarde)
nua mãe-fada (onze
moederfee)
sei que sou tua (weet dat
ik U toebehoor)
não sei mais nada (nietig
als ik ben)

Terug naar Sampo
home
|