Tijdschrift

voor transformatie

Nummer 1 Herfst 2006

 

Ideeën over iedere eeuw terugkerende herhalingspatronen in de golfslag van de (kunst-)geschiedenis vanaf de Renaissance

door Marc van Delft

Marc schreef enige tijd geleden een boekje over de tijd van het leven van Steiner (1861-1925), over de fin de siècle, de Bel epoque en de Steiner-generatie (mensen, geboren rond 1860 en werkzaam tussen 1880 en 1915/-25.) Het was hem en anderen daarbij opgevallen dat de tijd tussen ca. 1880 – 1915/-25 een ongekende bloeiperiode was voor de kunst en de cultuur en dat dit tijdperk precies samenviel met de periode waarin Steiner leefde en werkte. Opvallend is de enorme rijkdom, creativiteit en originaliteit van dit tijdperk, en bovendien het spirituele gehalte van veel kunst- en cultuurvormen.. Het gaat om stromingen zoals de Laat-Romantiek, Impressionisme, Expressionisme, Folklorisme, Primitivisme, Jugendstil, Symbolisme, Russische Balletmuziek, sprookjesboekillustratiekunst, verder: Pointilisme, Kubisme, etc. Ook in de wetenschap vinden we een compilatie van grote genieën, reeds in de tijd vóór de 1e wereldoorlog.
Hij heeft ondertussen weer een nieuw idee of vermoeden gekregen over wetmatigheden die in de geschiedenis werken.

Drievoudige wetmatigheden per eeuw

Het lijkt er wel op of er bepaalde zich herhalende wetmatigheden zijn per eeuw. De tijd rond 1500, 1600, 1800 en 1900 (alleen rond 1700 kan ik dat niet echt evident ontdekken, hierop ga ik verderop in) zijn perioden van grote culturele bloei, bruisende nieuwe ideeën en ontwikkelingen, spirituele (en religieuze of mystieke) impulsen, progressieve ontwikkelingen etc.
-Rond 1500: De tijd van Leonardo, Rafaël en Michelangelo.
-Rond 1600: Christian Rosenkreuz en de ‘Geestelijke bruiloft’; in Italië: De grote madrigalisten (Gesualdo, Marenzio, Monteverdi), de Venetiaanse school van Meerkorigheid (Gabrieli) en Gabrieli’s schitterende kopercanzona’s, de vroege opera (Monteverdi – Orfeo, 1607); in Engeland: De bloei van de tijd van Elisabeth de Grote, de Engelse Madrigalisten zoals Weelkes, Byrd e.v.a. en de grootste toneelschrijver aller tijden: Shakespeare (!!!).
-Rond 1800: De Franse revolutie en Napoleon die de republiek en de wetboe-ken voor gelijke rechten brengt. De tijd van Goethe, Schiller, Novalis, Mozart, Haydn, Beethoven, de Weense Klassieken dus, de Duitse idealisten (Fichte, Hegel, Schelling e.a.) de grote Duitse romantische schilders zoals Caspar David Friedrich, Schinkel, en natuurlijk Turner, en ook ontwikkelt Hahnemann in die tijd de Klassieke Homeopathie ! Kortom, het is de spirituele impuls waar Steiner in zijn Antroposofie op aansluit. (Fichte bedacht de term Antroposofie)
-Rond 1900: Steiner, Débussy, Horta, Jugendstil, Symbolisme, Impressionis-me, Expressionisme, Laat-romantiek, Folklorisme, het ontstaan van de Theosofie en de Antroposofie, Couperus, Van Eeden, de 80ers, Gaudi, Ravel, Strawinsky’s vroege balletten, het Ballet Russe, Diaghilew etc.
Ik heb toen bedacht: Men kan een eeuw in 3 delen van 3 x 331/3 jaar (tijdsduur van het leven van Christus) verdelen ofwel 3 generaties.
Een nieuwe eeuw begint niet rond een jaar –00, maar tussen –10 en –20, en wel begon bijvoorbeeld de 20e eeuw na de 1e wereldoorlog, de 19e eeuw begon na het verslaan van Napoleon en het Weens congres, 1814/1815, de 18e eeuw, de eeuw van de ‘Verlichting’ begon na de dood van Lodewijk de 14e in 1715, de 17e eeuw begon wellicht met het begin van de 30-jarige oorlog in 1618 en de 16e eeuw begon in 1517, met de 95 thesen van Luther op de kerkdeur te Wittenberg. Zie het aanhangsel en mijn boekje over de kunstgeschiedenis met onder ander citaten uit ‘Sesam Wereldgeschiedenis‘ die dit bevestigen.
Als men nu zegt: een nieuwe eeuw begint meestal tussen –10 en –20, dan begint bet 2e deel tussen –45 en –55, en het 3e deel van een eeuw tussen –80 en –90 (ongeveer!). Bijvoorbeeld 1815 – 1848 – 1882 – 1914 – 1945 – 1985 etc. Hypothetisch zouden er dan in elke eeuw 3 fasen kunnen zijn, wat misschien niet in elke eeuw lijkt op te gaan, maar wel vaker lijkt voor te komen.
Nu heb ik dan ontdekt dat de ‘1e‘ helft van een aantal eeuwen, de tijd tussen ca. -10 / -20 en -50 een tijd van rampen en stagnatie lijken te zijn, waarbij de nieuwe ontwikkelingen worden tegengehouden door oorlogen of dictaturen. Een tijd van conservatisme of terugval, een grote aanval van het boze op eventuele nieuwe en belangrijke ontwikkelingen, waarbij in een aantal gevallen een spirituele impuls, zoals die van de Rozenkruisers rond 1600 (1615) en van de Antroposofie (1900 - I914 & -25) van rond en na 1900 de kop in werd gedrukt. Dit was duidelijk voor de tijd van de rampzalige en alverwoestende 30-jarige oorlog, 1618-’48 die de ontluikende Rozenkruisers-beweging (1615) in de kiem smoorde, en de eerste en tweede wereldoorlog (1914 - ‘45) die de ontluikende Antroposofische beweging (1900 – ‘25) teniet deed. Steiner wees ook op deze overeenkomst. De jaartallen zijn frappant: 1618-’48 en 1914-’45.
Hetzelfde deed zich in een andere vorm echter voor in de 19e eeuw. De idealistische, bruisende impuls van de Franse revolutie en de wetboeken van Napoleon die hij in heel Europa wilde invoeren werden door de conserva-tieve Metternichperiode na het Weens congres van 1814 de kop ingedrukt, en tot de revolutie van 1848 heersten conservatieve koningen en regimes weer in Europa. Iedere vorm van republicanisme e.d. werd door censuur en geheime politie onderdrukt. In de kunst reageerde men door zich in het kleine en intieme terug te trekken. In 1815 begint dan ook de kleinburgerlijke en benepen ‘Biedermeier’-tijd. In dezelfde tijd begint zich ook ‘het realisme’ (later Naturalisme) te ontwikkelen, op te vatten in dit verband als een vorm van duister Materialisme in de kunst (bv. de School van Barbizon en later de Haagse School: Roelofs, Maris e.a.). De 2e helft van een eeuw tussen -45/-50 en -75/-90 lijkt vaak meer een periode van herstel, ontspanning, en voorbe-reiding op de bruisende periode te zijn die vaak na –75/- 85 aanbreekt .
Zo’n 2e periode begint bijvoorbeeld in de 17e eeuw in 1648, na de Vrede van Münster, het einde van de 30-jarige oorlog, in de 19e eeuw na de revolutie en de 2e republiek van 1848. In de 20e eeuw in 1945, na het einde van de 2e wereldoorlog, of misschien ook: 1953, de dood van Stalin . . .
In 2 eeuwen kan men het aanbreken van de derde periode, een hoopvolle en bruisende periode van gistende nieuwe ideeën en impulsen in hetzelfde jaar aanwijzen: In de 18e eeuw in 1789 met de Franse revolutie (ook valt rond die tijd het begin van de (Pre-)romantiek in de literatuur en de schilderkunst), in de 20e eeuw: 1989, de val van de muur, het einde van de communistische dictatuur en het einde van de angst voor een mogelijke atoombomaanval van de Russen . . . Het aantreden van Gorbatsjow met zijn hoopvolle Glasnost en Perestrojka in 1985 gaf al dadelijk een kentering aan. Ook de Franse Revolutie wordt door een dergelijke gebeurtenis voorafgegaan: Door de Amerikaanse revolutie in 1783!
In de 19e eeuw begint de 3e periode ook tussen ‘80 en ‘90, denk ik. De Nieuwe Gids introduceert in 1880 een nieuw élan in de romantische literatuur met ‘de 80ers’, zoals Willem Kloos, Frederik van Eeden, Herman Gorter etc. De late Van Gogh, de Jugendstil ontstaan rond 1890. Rimsky’s ‘Sheherazade’, Fauré’s Requiem zijn ook uit de 80er jaren, en bepaalde werken van Nietzsche etc. Het Impressionisme in de schilderkunst stamt uit 1872, en in de muziek begint het in de ‘90er jaren met de prélude ‘l’après midi’ van Débussy.
Het lijkt er dus op dat in een aantal gevallen deze ritmen in verschillende eeuwen te vinden zijn.
Waar ik het niet kan vinden is rond 1700. Ik kan hier bij mijn weten niet evident een grote (en spirituele) bloeiperiode ontdekken . . . De grote bloeiperiode lijkt daar eerder een generatie later plaats te vinden, namelijk tussen 1715 en –50, de Laat-Barok-periode van Bach, Händel, Vivaldi en Rameau. Het lijkt wel alsof hier alles 1/3 eeuw verschoven is naar later (zie verderop). Alhoewel de Barok tot ca. 1750 voortduurt begint de nieuwe tijd toch ook hier rond 1720, met de preklassieke symfonieën van Sammartini en de Rococo / preklassieke muziek van Stamitz, de zonen van Bach en de Mannheimers ed.
Een lijst van de genieën geboren rond de Steinertijd, rond 1860 behelst hier figuren als: Steiner, Mahler, Débussy, Gaudi, Horta, Couperus, Van Eeden, Mucha, Van Gogh, Sibelius, R. Strauss, Puccini, Ravèl, Van der Velde, Carlos Schwabe, Klimt, Tiffany etc.
Steiner zegt dat de spirituele bewegingen van rond 1600 en 1900, de Rozenkruisers en de Antroposofie door (door de boze machten bewerkstellig-de) oorlogen teniet werden gedaan, de 30-jarige oorlog en de 1e en 2e wereld-oorlog. Tijdens beide oorlogen werd de cultuur en de steden van Midden-Europa, van Duitsland, waar de spirituele impuls ontstond, totaal vernietigd. Na de 30-jarige oorlog was de Duitse bevolking bijvoorbeeld afgenomen van 22 naar 10 miljoen zielen!
Tot nu toe heb ik het vraagstuk van de tijd rond I700 en in hoeverre hier nog sprake is van een bloeiperiode nog niet behandeld aangezien dit niet zo’n evidente bloeiperiode lijkt te zijn, maar gaandeweg ben ik tot een vermoeden gekomen hoe men deze tijd zou kunnen duiden.

De schijnbare leemte in de 18e eeuw

Kijken we wat betreft de Muziekgeschiede-nis naar de tijd rond 1700, dan zien we dat de directe voorlopers van de Bach-generatie al rond 1700 het muzikale idioom van de Laat-Barok creëren, waar Bach en zijn generatie Barokgrootheden op voort-borduren. De componist die het eigenlijke Laat-Barok idioom creëert is Arcangelo Corelli, met zijn triosonates. Hij leefde 1653-1713, dus een echte ‘eeuwwisselingscomponist’, evenals Guiseppe Torelli: 1658-1709, deze creëerde het Laat-Barok concerttype. Henry Purcell schreef zijn befaamde en zeer ontroerende opera ‘Dido en Aeneas’ evenzeer in een ‘fin de siècle tijd‘, namelijk: 1689. Purcell leefde van 1658-1695, dus geboren rond –60! De directe voorlopers van Bach zijn bv. Buxtehude: 1637-1707, Krieger, 1649-I725, Kuhnau, 1660-1722, Zachow, 1663-1712, Pachelbel, 1653-1706. Men zou dus kunnen zeggen: Rond het fin de siècle van 1700 ‘bruist’ het van een vorm van Barokmuziek die stevig op weg is naar grote hoogten te stijgen, maar de eigenlijke hoogtepunten (en eindpunten) vallen dan iets later, en wel: Bach’s ‘Toccata in D mineur’: ca. 1709; Händel, ‘Watermusic’: ca. 1717; Bach, de ‘Brandenburgse concerten‘ : 1721, ‘Das Wohltemperierte Klavier I’: 1722, de ‘Johannespassion’: 1724, ‘De 4 Jaargetijden’ van Vivaldi: 1725; Bach, de ‘Matthëuspassion’:1727 of 1729; In 1739: ‘Saul’ en ‘Israel in Egypt’ van Händel en ‘Dardanus’ van Rameau; Händel’s ‘Messiah’: 1742.

Gevel van Barok kerk


Na 1720 hadden Bach en Händel echter geregeld te kampen met de verandering van smaak en miskenning voor hun Laat-Barok idioom. Händel moest met zijn Barokopera’s stoppen na ‘The Beggars Opera’ uit 1728, en zich toeleggen op oratoria (concessie aan de populaire smaak), Bach werd in zijn tijd (na 1720) helemaal niet serieus genomen, als ‘geleerd’ en ‘conservatief’ af gedaan terwijl zijn zoons die in de Rococostijl componeerden veel meer succes hadden! Ondanks de tegenwerking van de ‘tijdgeest’ ging Bach (en zijn Mede-Laat-Barok-collega’s) [evenals Vaughan Williams of Sjostakowitsj in de 20e eeuw] met hun Laat-Romantische symfonieën ongestoord door met het componeren van die muziek die zij als de enig juiste zagen omdat zij als vrucht van een spirituele en geïnspireerde bloeiperiode was ontstaan die zij wilden voortzetten.
Op het vraagstuk van waarin het spirituele en de bloei van de kunst, cultuur en muziek van rond 1700 zou kunnen zijn gelegen (al kwam dit in de Laat-Barok muziek wat later pas helemaal tot zijn recht . . . ) zou men kunnen vermoeden dat de stroming van het Piëtisme waaruit J. S. Bach voortkwam, misschien de spirituele beweging van rond 1700 was die Bach inspireerde tot zijn ongekend hoogstaande, religieuze en diepzinnige werken zoals de Matthëuspassion. In de encyclopedie staat over het Piëtisme: ‘Geloofsrichting in het Protestantisme, die zich in de 17e eeuw ontwikkelde als reactie op de verstarde kerkelijke orthodoxie en zich kenmerkte door een streven naar praktische ‘bevindelijke’ vroomheid en voortgaande reformatie, gepaard aan wereldverachting .‘ (wellicht beter aan te duiden als ‘mystiek’ . . . )
Verder wordt Halle (de geboorteplaats van Händel) genoemd als het middelpunt van een extreem Piëtisme. In dezelfde streek woonde Bach! Men kan dan de spirituele stroming van het Piëtisme van rond 1700 zien als de stroom die uiteindelijk leidt tot een van de hoogtepunten van de wereldmuziek-literatuur: De religieuze muziek van J. S. Bach . . .
Men zou dan de nuchter-pragmatische en antispirituele en anti-religieuze, op de ’wetenschap’ gerichte stroming van de ‘Verlichting’ als de conservatief-duistere en alle spiritualiteit en artistieke bevlogenheid teniet doende antistroming van de tijd van 1720-‘50 kunnen zien, die de opkomst van de Rococo, de lichtzinnigheid, de luchtigheid, de oppervlakkigheid in de nieuwe muziek van het preklassieke tijdperk bewerkstelligt. Daardoor worden de diepreligieuze en diepdoorvoelde kerkelijke meesterwerken van Bach in zijn tijd niet begrepen en een eeuw lang vergeten. Al Bach’s muziek is geschreven ter meerdere glorie Gods. Soli Deo Gloria ! Deze diepdoorleefde religiositeit, die we ook bij sommige andere Laat-Barok componisten vinden, maakt plaats voor simpele, vrolijke deuntjes, en vulgaire volkse humor. We zien hier een overeenkomst met de 20e eeuw:
Vlak voor de eerste wereldoorlog vinden we ‘het tijdperk van de mysteriedrama’s’, bijvoorbeeld de 4 mysteriedrama’s van Steiner (1910-13), Débussy (Le Martyre de St. Sebastien) en Bartók (Hertog Blauwbaards burcht), beiden uit 1911. In het Symbolisme vinden we veel mystieke en theosofische thema’s. Skriabin probeerde in zijn ‘Poèm l’Extase’ en in ‘Universe’ (postuum werk) bv. de ultieme religieuze extase te bereiken. Die religiositeit vinden we al vanaf Fauré’s Requiem en Wagners Parsifal, die het toneel tot tempel wilde omvormen. Steiners eerste Goetheanum moest de ideale omhulling van het mysteriedrama worden. De Goetheanum-impuls komt dus helemaal voort uit deze ‘mysteriedrama-impuls’ van de tijd rond 1900!
Na de 1e wereldoorlog krijgen we ‘de nieuwe zakelijkheid’, en men moet niks meer weten van ‘mysteriedrama’s‘. In 1922/’23 wordt Steiner’s mysterietempel, het 1e Goetheanum verbrand. Nuchterheid en zakelijkheid voeren de boventoon. Harde zakelijkheid bij Bordewijk, bv. een novelle over ‘autoraces‘, en in de muziek van de ‘Groupe des Six’ vinden we dezelfde oppervlakkige lol als in de muziek van de Rococo en de Pre-klassieken: ‘Musique pour tous les jours’ roept Cocteau. ‘Weg met Débussy’s mystieke pedaaleffecten, we moeten een alledaagse muziek’. We krijgen de ‘lolmuziek’ van de late Satie, Strawinsky, Milhaud, Poulenc, Ibert, Francaix, etc. We kunnen daarin een overeenkomst zien tussen de diepe religiositeit van Débussy’s ‘Martyre’, Fauré’s Requiem, de theosofische Extases van Skriabin, en Bach’s Mattheüs-passion, tegenover de vrolijke en oppervlakkige luchtigheid van Poulenc en de late Satie en de Rococomuziek uit de 18e eeuw.

Art déco gebouw


Ook in de Barokarchitectuur worden rond 1700 en in de 1e helft van de 18e eeuw enige meesterwerken gemaakt, zoals de Trevi-fonteinen in Rome, het overweldigende Klooster Melk, de Barokbouwwerken van Balthasar Neumann (onder andere de Residentie te Würzburg), de Karlskirche te Wenen, de St. Paul’s Cathedral in Londen, de kerk van de benedictijnenabdij in Weltenburg (met de overweldigende koepel van binnen!), de ongelooflijk mooie bibliotheek in de Hofburg te Wenen, de belvédère in Wenen, de Zwinger te Dresden, de Barokgevels van de grote markt te Brussel, etc.

Duitsland als bakermat?

Opmerkelijk is het feit dat juist iedere keer in Duitsland ofwel Midden Europa rond een eeuwwisseling een mystieke, spirituele beweging op gang komt, die vervolgens in de erop volgende periode, tussen –10 en –20 weer teniet wordt gedaan. Rond 1600 waren dat de Rozenkruisers, rond 1700 de Piëtisten en Bach’s religieuze muziek, rond 1800 de Duitse Idealisten, Fichte, Schelling, Goethe (en de homeopathie van Hahnemann), rond 1900: Steiner en de Antroposofie. Zij werden achtereenvolgens door de 30-jarige oorlog, de Franse en Engelse materialistische Verlichtingsbeweging, de Metternich-dictatuur en door de 1e en 2e wereldoorlog en de dictaturen van Hitler, Lenin, Stalin, Franco, e.a. tegengehouden van verdere ontplooiing.
Men kan zich nu afvragen in hoeverre zich op dit moment in Duitsland of Midden Europa nog een nieuwe spirituele beweging aan het ontplooien is. Opmerkelijk is het dat in Duitsland ‘Die Grünen’ een belangrijke partij zijn !
De tijdperken rond een eeuwwisseling lijken dan ook wel meestal heel spirituele tijdperken te zijn, iedere keer weer.

Op dit moment is dat dan misschien meer de ‘New Age Beweging’, maar ook dáár is zo’n enorme pluriformiteit, dat er van alles mogelijk is, zowel in goede als in minder goede zin zodat we op dit moment er nog geen oordeel over kunnen vormen. Ik zou zeggen dat de goede, hoopvolle spirituele impulsen behalve bij de op dit moment zeer kleine antroposofische beweging te vinden is bij de milieubeweging, de Groenen, Greenpeace, milieudefensie, natuurmonumenten, het Wereld Natuur Fonds, de ecologische beweging, alle milieu-actiegroepen, de anti-globalisten, bij Amnesty International, misschien ook de groen-linkse partijen, in de Reform- en natuurvoedingsbeweging, bij de alternatieve geneeswijzen, de klassieke homeopaten, acupuncturisten, etc. en verder bij astrologen, alternatieve therapeuten, aurareaders, reïncarnatie-therapeuten, tijdschriften als ‘Onkruid’, Jonas, Driegonaal, Frontier magazine e.d. Binnen de antroposofische beweging vinden we het tijdschrift ‘Bruisvat’, wat volgeschreven wordt door mensen uit de generatie geboren rond 1960, wat erop zou kunnen wijzen dat ook hier bruisende nieuwe ideeën geboren worden. De geniale geschriften van Nicolaas de Jong (vooral ‘Wetenschap Anders’) zijn veelbelovend en wijzen erop dat in deze tijd bruisende spirituele ideeën leven!

Misschien komt de lezer naar aanleiding van dit artikel nog op goede ideeën en voorbeelden die ik dan gaarne zou willen vernemen!

Marc van Delft is componist en fenomenoloog in Den Haag, en geeft cursussen over fenomenologische tijdverschijnselen met voorbeelden uit de muziek- en cultuurgeschiedenis, zie www.marcvandelft.nl/menu9.html.
Contact: tel. 070-3459306, email: meimvandeIft@cs.com. Zie zijn website www.marcvandelft.nl.
Meer informatie omtrent Marc’s visie op de kunst- en cultuurgeschiedenis: www.marcvandelft.nl/menu21.html.

Terug naar Sampo home