|
Uit: Bruisvat 7, voorjaar-zomer
2002
Bij
de komst van de Euro
Het mondiale misbruik van geldschepping
door Patrick Steensma
Met de komst van de Euro zijn
de landen van de Europese Monetaire Unie definitief overgestapt op het
geldsysteem dat ten grondslag ligt aan de Amerikaanse Dollar en het Britse
Pond. Het betreft hier een geldsysteem dat gedurende de laatste eeuwen
een steeds dominantere rol is gaan spelen, met als gevolg het toe-eigenen
van steeds meer politieke en economische macht in de handen van het internationale
bankwezen. Privé-ondernemingen dus, die een monopolie op geldschepping
bezitten en zich grotendeels kunnen onttrekken aan democratische controle.
Bij deze een summier overzicht van de geschiedenis en verder een analyse
van de achtergronden van het moderne geldstelsel.
De Bank van Amsterdam
Geld is van origine een rekeneenheid om de basis van de economie, de ruilhandel,
te bemiddelen en de waarde van de te verhandelen goederen uit te drukken.
In het geldsysteem van het Romeinse Rijk (RR) lag het recht van munt slaan
en uitgifte exclusief bij de staat. De strikte vuistregel die hierbij
werd gehanteerd, was dat de uitgifte werd beperkt totdat de waarde steeg
tot boven de waarde van het metaal zelf. Opmerkelijk is dat vanaf de tijd
van Julius Caesar tot de val van het RR de waardeverhouding (de ratio)
van goud:zilver constant 1:12 was gebleven. Vanaf de val van het RR tot
in de 17e eeuw kwam het recht van munt slaan en uitgifte bij de vorsten
van het westelijk deel van Europa terecht, alsook het zelf bepalen van
de ratio. Door hun onderlinge strijd op dat gebied leidde dit veelal tot
waardevervalsing en werden velen hier de dupe van.
Geleidelijk deed het papiergeld haar intrede. In Nederland was één
van de eerste vormen van papiergeld de kartonnen dollar, in 1572 uitgegeven
door de Stad Leiden. In 1609 voltrok zich een ingrijpende verandering
door de stichting van de Bank van Amsterdam (BvA), een privé-onderneming.
Haar organisatievorm en werkwijze vormt eigenlijk de basis waar het huidige
westerse banksysteem uit is voortgekomen. Het systeem dat de BvA hanteerde
was dat het elke soort zilveren munt in ontvangst nam en krediet gaf voor
alleen zijn puur metalen inhoud. Het werd dan (om)-gewaardeerd op basis
van de munt van de bank, deze betaalde daarnaar uit en mensen konden hun
geld eventueel in de vorm van guldens of dukaten als krediet bij de BvA
laten staan (deposito’s). Dit systeem had aantrekkelijke voordelen,
en uit vele windstreken van de wereld kwamen munten en ladingen zilver
naar Holland. Zo ontstond het tot dan toe onbekende fenomeen van de marktwerking
van de waarde voor edele metalen, hetgeen het in omloop brengen van een
steeds meer toenemende hoeveelheid geld teweegbracht, dat weer een enorme
inflatie veroorzaakte. Een gevolg was dat metaal i.p.v. geld de rekeneenheid
voor de waarde werd. Zo zijn de "gouden en zilveren standaard"
ontstaan; een vastgestelde waarde van een munt in goud/zilver. Zolang
het door de wet geregeld werd bepaalde het aantal munten van een geldeenheid
de prijzen, maar na de 17e eeuw vormde de wet geen onderdeel meer van
de waardering. Het instituut geld brokkelde af qua betekenis, doordat
de regering de controle over geld was ontnomen, hetgeen altijd gezien
werd als een essentieel onderdeel van soevereiniteit en een waarborg voor
een rechtvaardige verdeling van de welvaart.
Amsterdam 18e eeuw
Na het einde van de Tachtigjarige
Oorlog in 1648 werd het vrije munt slaan losgelaten en gingen aangewezen
munten (guldens) als wettig betaalmiddel door, hetgeen de enorme door
het vrije munt slaan veroorzaakte prijsstijgingen weer corrigeerde. De
BvA was enigermate aan banden gelegd. In 1795 trof een plunderende Franse
koning echter een lege en insolvabele bank aan, doordat de BvA in het
geheim de goud - en zilverstaven had uitgeleend die aan haar cliënten
toebehoorden. De ‘burgermeesters’ van de BvA werden meinedig
verklaard en de stad Amsterdam werd ‘onteerd’. In 1816 werd
de opvolger De Nederlandse Bank (DNB) opgericht, gebaseerd op de statuten
en werkwijze van de Bank of England (1), een privé-onderneming.
Engeland
Tijdens de 17e-eeuwse oorlogen
tussen Holland en Engeland raakten de Engelsen zo onder de indruk van
de werkbare vormen die de Hollanders hanteerden, dat ze hen van A tot
Z zijn gaan kopiëren. Zo werd het land in 1653 ook (tijdelijk) een
Republiek en pakte het in 1666 het systeem van vrije munt slaan op. Door
de onvoldoende aanvoer van goud en zilver om munten te slaan en de onvoldoende
binnenkomende belastinggelden, werden er nieuwe wegen gezocht voor het
invullen van het geldsysteem. In 1688 werd Willem III (nb prins van Oranje)
de troon van Engeland beloofd als hij de heersende bankiers het recht
gaf om geld uit te geven. Zijn twijfel hierover werd weggenomen doordat
hij tegen 8 % rente zoveel mocht lenen als hij wilde en de bankbiljetten
het opschrift kregen "The Bank of England - redeemable (inwisselbaar
tegen) in Gold or Silvercoins".
Zodoende werd in 1694 de Bank of England (BoE) gesticht, die op haar beurt
weer een voorbeeld werd voor de banken op het continent. Het brein hierachter
was William Paterson; een vooraanstaand bankier. Hij stemde er in toe
de koning te voorzien van goud uit zijn eigen bankreserve, en papiergeld,
om zodoende de enige bankier te worden van de Engelse schatkist. Zodoende
werd de BoE een privé-onderneming. (2) Een opmerkelijke bepaling
in het oprichtingsstatuut was "The Bank hath benefit on the interest
on all monies which it creates out of nothing". Mede hierdoor kon
de regering haar activiteiten financieren door op deze wijze geld te lenen,
i.p.v. het uitoefenen van haar recht om het zelf uit te geven. En zo werd
het fenomeen ‘staatsschuld’ geïnstitutionaliseerd. (3)
Ook de toenmalige handelswijzen van banken en goudsmeden droegen bij aan
het ontstaan van het huidige banksysteem. Mensen stortten vaak hun goud
bij hen, tegen afgifte van een wissel. Iemand anders die van hen leende
kreeg ook een wissel. Zo waren er twee wissels met één partij
goud die dat dekte. Doordat ze lang circuleerden en er uitgerekend kon
worden hoe vaak cliënten terug kwamen om hun wissels in te ruilen
tegen goud, werd het systeem steeds verfijnder. Zo werden er steeds meer
wissels uitgeschreven met steeds minder goud als feitelijke dekking. Deze
wissels werden een wettig betaalmiddel en vermeerderden zo het totale
geld in omloop. De goudsmeden en banken kregen wel de nodige problemen.
Zo werden ze regelmatig in paniekgolven bestormd door mensen die hun papiergeld
wilden ‘verzilveren’, wanneer het gerucht (weer eens) de ronde
ging dat banken of goudsmeden niet genoeg zilver of goud hadden om mensen
te kunnen uitbetalen. Het verstrekken van leningen werd dan gestopt, uitstaande
leningen werden opgevraagd, en velen gingen zo failliet. In het verloop
van de 18e, 19e eeuw waren dergelijke crises schering en inslag.
De Rothschilds
Eind 18e, begin 19e eeuw, groeide
de bankiersfamilie Rothschild uit tot een trendsetter in de internationale
bankierswereld. Stamvader Mayer Anselm Rothschild aan het woord : "Geef
mij het recht van een land het geld uit te geven en het maakt me niet
uit wie de wetten maakt." In London was het zoon Nathan, die naar
eigen zeggen, door de oorlog met Napoleon zijn vermogen 2500 keer heeft
kunnen vermeerderen naar 50 miljoen pond, terwijl de totale geldhoeveelheid
in Engeland £ 35 miljoen bedroeg. Hij deed dit door veel van de
leningen aan de Engelse regering op te kopen alsook die van de staatsschulden
van andere Europese landen. Hij realiseerde dit door met een fractie aan
dekkingsreserve grote hoeveelheden geld uit te lenen (lees: te creëren).
Hij kreeg zo het persoonlijke vertrouwen van de Britse regering door ze
van hun schuldenprobleem te ‘verlossen’. Aan de Rothschilds
hebben wij het te danken dat er sindsdien sprake is van een structurele
samenwerking tussen (lees: uitbesteding van geldschepping door) regeringen
en (aan) bankiershuizen. (4)
De Verenigde Staten
In de toenmalige Amerikaanse
koloniën mochten sommige staten van Engeland hun eigen geld uitgeven.
In 1764 werd hen dit op instigatie van de Engelse bankiers verboden, waardoor
zij van hen geld zouden moeten lenen. Dit leverde de nodige tegenstand
op en was een hoofdoorzaak van de onafhankelijkheidsoorlog. Ook in de
VS was er in de 18e eeuw regelmatig sprake van eendere paniekaanvallen
zoals in Engeland, met alle economische malaise van dien. Door de ervaringen
hiermee beschouwden de Founding Fathers van de Amerikaanse staat vooral
het papiergeld (5) als een kwaadaardig element. Daarom is uitgebreid stilgestaan
bij het te hanteren geldsysteem, dat werd vastgelegd in de Constitution.
Deze kende aan het Congres de bevoegdheid toe om geld uit te geven en
de waarde ervan te regelen. (6) Tevens mocht er alleen muntgeld uitgegeven
worden, werd dit het enige wettige betaalmiddel voor het betalen van schulden
(7) en werd de dollar de rekeneenheid. (8) Binnen een jaar na het inwerking
treden van de Constitution waren de problemen met geld verdwenen, en in
de jaren daarna groeide de voorspoed snel in de daarbij aangesloten staten.
De eerste minister van Financiën, Alexander Hamilton, was echter
sterk op handen van de bankiers uit Engeland, en wel vnl. die van het
bankiershuis Rothschild. Hij kreeg er een wet doorheen waardoor het recht
van gelduitgifte weer teruggegeven werd aan de zojuist verslagen vijand.
(9) Het behelsde het oprichten van The Bank of the United States, een
privé-onderneming, die als enige het recht kreeg om geld uit te
geven (10) Andrew Jackson, die door zijn gezonde geldsysteem de staatsschuld
tot nul reduceerde, was een felle tegenstander van deze wet en in 1828
verlengde hij deze wet - die de licentie voor dezelfde bank zou verlengen
– niet. (11) Zijn opvolgers weer wel.
Toen Lincoln president werd was hij op zoek naar financiering van de burgeroorlog.
De internationale bankiers wilden 20-30 % rente vangen, dus dat weigerde
hij. Derhalve creëerde hij een wet waarmee hij bepaalde ‘United
States Notes’ - zogeheten ‘Greenbacks’ - in het leven
riep, zonder dat er tegenover de uitgifte een schuld of rente stond. Zo
financierde hij de oorlog. De internationale bankiers waren helemaal in
paniek, aangezien hun positie op het spel stond. Ondanks heftige protesten
van Lincoln werd er in 1863 weer een wet aangenomen, waardoor het recht
van uitgifte weer bij een privé-onderneming terecht kwam. Rood
aangelopen riep hij uit dat hij de daarmee samenhangende bankiers wilde
bestrijden en mede hierom is hij vermoord. (12)
Er bleef in de V.S. strijd omtrent de zeggenschap over de geldschepping.
Een belangrijke slag voor de bankiers werd geslagen naar aanleiding van
de (gemanipuleerde) financiële crisis van 1907. Deze toonde zogenaamd
aan dat een centrale bank broodnodig was. (13) Zo kon in 1913 de Federal
Reserve (FR) er doorheen gedrukt worden. De naam doet het niet vermoeden,
maar de FR is een volledig private onderneming, gerund door 12 private
banken. Deze bank is vooral uitgekiend door Paul Warburg, van de bank
Kuhn, Loeb &Co, voortgekomen uit het bankiershuis Rothschild. Dit
deed hij in samenwerking met bankiers van o.a. JP Morgan en Rockefeller.
(14) Congreslid McFadden, voorzitter van de bank commissie, kwam achter
de frauduleuze inslag en heeft alle betrokkenen bij de onderneming van
de FR diefstal en valsmunterij ten laste gelegd. (15) Een van zijn opvolgers,
Wright Patman, concludeerde dat de FR een ongecontroleerde, onafhankelijke
schaduwregering was die de monetaire macht uitoefent die aan het Congres
toebehoort. (16)
Federal Reserve Note 1934: “Will Pay to the Bearer on Demand”
Strikt formeel genomen is
het regelen van de gelduitgifte en waardering van geld volgens de Constitution
door het Congres niet delegeerbaar, en is zelfs nergens bepaald dat het
‘bankpapier van de FR’ wettig betaalmiddel is (i.c dus ook
niet voor het voldoen van schulden aan de staat waarin je leeft; zie de
voetnoten 6-8). In de praktijk hebben de FR banken echter de bevoegdheid
om de staatsdrukkerij in te gaan en daar voor b.v. 2/3 penny een $ 50.000-biljet
te laten drukken, waarmee ze in de schatkamer een staatsobligatie kopen.
Deze zetten ze om in $ 50.000 cash (terwijl aan hen nog wel de rente daarvan
betaald moet blijven worden) en potten dit geld vervolgens op als dekking
om er nog eens $ 1.500.000,- mee uit te lenen tegen 6 % jaarlijkse rente.
(17)
John F. Kennedy (1917-1963)
De laatste president die wat
aan de FR wilde doen was JF Kennedy. Hij had een Executive Order (18)
in het leven geroepen waardoor hij ‘United States Notes’ in
circulatie kon brengen - weer zonder schuld en rente - i.p.v. de ‘Federal
Reserve Notes’. Zo had hij 350 miljoen aan $ 5-dollar biljetten
(zie afbeelding hieronder) in omloop gebracht. Wellicht is dit een van
de redenen geweest voor zijn moord. De dag na de moord werd Lyndon Johnson
President, en op die dag herriep hij deze Executive Order.
In
1971 hief Nixon de dekking (en daarmee de inwisselbaarheid) door goud
van schulden (NB ook buitenlandse) in dollars en, vervolgens voor bankpapier
compleet op, waardoor de banken de handen nog meer vrij kregen. (19) De
jaren daarna liet de rest van de wereld ook de gouddekking vallen. (20)
Internationale bankiers
De internationale bankiers zijn zich de laatste twee eeuwen steeds meer
gaan focussen op internationale economisch politieke doeleinden. Andere
economieën werden zo te veroveren gebieden om hun geldsysteem naartoe
te exporteren, als een middel voor wereldheerschappij. Quigley doet hun
plannen helder uit de doeken: "…the powers of financial capitalism…
had another far reaching aim, nothing less than to create a world system
of financial control in private hands able to dominate the political system
of each country and the economy of the world as a whole. This system was
to be controlled in a feudalist fashion by the central banks of the world
acting in concert, by secret agreements arrived at in frequent private
meetings and conferences". (21) Onderzoek wijst uit dat dit zelfs
zover ging dat Amerikaanse bankiers Lenin en Trotsky hebben gefinancierd
en 80 % van de opbouw van de Sowjet Unie gebeurd is met de hulp van Amerikaanse
banken en bedrijven. Ook is bekend dat Hitler door Amerikaanse banken
werd gefinancierd (w.o. de Union Banking Corporation) en gesteund (o.a.
Chase Bank). (22)
Na WO II zijn de internationale banken tevens de geldscheppers van de
Wereldbank en het IMF geworden. (23) Door het opleggen van hun beleid
(Structurele Aanpassings Programma’s) hebben vooral vanaf eind jaren
‘70, de internationale banken ervoor gezorgd dat meer dan 100 ontwikkelingslanden
met enorme schuldenlasten (n.b. in hun nep-dollars) werden opgezadeld
met alle gevolgen van dien. (24) Tevens werden in de jaren ’80 grote
delen van de schulden van grote bedrijven en commerciële banken in
ontwikkelingslanden uitgewist en omgezet in officiële staatsschulden.
De ineenstorting van het communisme opende weer nieuwe mogelijkheden in
de jaren ’90.
Staatsschuld
De huidige situatie is dat
banken geld mogen scheppen uit het niets en ingelegde gelden de facto
multipliceren. Voor een lening hoeven ze slechts 3 % van het uitgeleende
bedrag te dekken. Er hoeft nauwelijks nog maar één geldbiljet
gedrukt te worden; 95% van het geld is inmiddels giraal. De goudstandaard
zorgde nog enigszins voor een dekking van het geld in circulatie, maar
sinds het loslaten ervan is de weg vrij voor ongelimiteerde geldschepperij.
Op bankpapier is deze belofte in de vorm van een opschrift daarmee tevens
verdwenen - op de EURO staat ook niets - en worden valuta’s steeds
meer een abstractie. Continue stijging van de geldhoeveelheid is inherent
aan dit systeem en daarmee een belangrijke oorzaak van inflatie, zodat
er weer meer geleend moet worden. De banken houden de inflatie op een
‘beschaafd’ peil zodat het vertrouwen in hun geldstelsel gehandhaafd
blijft. Eigenlijk vormen de regeringen met hun financieringsbehoeften
(is hetzelfde als die van bedrijven) de grondslag en de garantie / vertrouwensbasis
van de internationale kapitaalmarkt. De handel in staatsobligaties en
schatkistpapier, met een dagelijkse omzet van honderden miljarden dollars,
staat als het ware in hart van het stelsel.
De EMU-landen hebben zich nu een maximale nationale schuldquote (25) van
60 % ten doel gesteld. De schuldquote van b.v. de VS ligt nu boven de
85 %; haar staatsschuld is $ 6 triljoen. (26) Opgeteld was de schuldquote
van alle landen in de wereld in 1994 76 % ! In concreto gaat dit geldsysteem
er vanuit dat belastingbetalers opdraaien voor de uitgaven van regeringen,
alsook hun leningen. Deze staatsleningen zijn zo de beloften van de belastingbetalers
om te betalen, verzekerd door een eerste retentierecht op al de onroerende
en roerende goederen van een land en het nationale inkomen. Zo worden
beloften van regeringen omgezet in betalingsverplichtingen door private
personen. (27) Het is dan ook geen toeval dat gelijktijdig met het ontstaan
van de FR het inkomstenbelastingstelsel in de VS werd ingevoerd. (28)
Zo fungeert dit - en andere (overmatige) belastingen - als de melkkoe
van dergelijke geldsystemen.
De DNB is door de wijziging van de Bankwet in 1998 formeel geheel onafhankelijk
geworden van de staat. Deze wijziging was noodzakelijk opdat de DNB toe
kon treden tot het stelsel van de Europese Centrale Banken. Feitelijk,
en gezien het bovenstaande, betekent het de volledige overdracht aan de
Europese Centrale Bank van het soevereine recht van de EMU-landen om zelf
de gelduitgifte te regelen. Artikel 104 van het Verdrag van Maastricht
1992 bepaalt daarnaast ondubbelzinnig: "De centrale bank is in het
geheel niet gehouden om de regering van krediet te voorzien, de centrale
bank kan niet gedwongen worden zulk een krediet te verschaffen".
(29) Daardoor moeten regeringen primair via de reguliere banken zorgen
voor financiering. Dit én de soevereiniteitsoverdracht betekent
formeel een complete uitsluiting voor een land om schuldloos zijn eigen
economie met zijn eigen geld te voorzien en zelf de geldhoeveelheid en
waarde te regelen, b.v. à la Lincoln (feitelijk is de ECB zo een
kopie geworden van de Federal Reserve). Zo zijn de staatsschuld en het
belastingstelsel, aangedreven door een constante inflatie, bij uitstek
middelen ter effectuering van arbeidsdwang, in handen van internationale
bankiers. De Euro lijkt zo op het eerste gezicht een kostenbesparing en
een welkome telg in een hoogst intelligent financieel systeem, maar nader
bekeken eerder een verdere bezegeling van malafide praktijken in een geldsysteem
met valsmunterij als basis.
Mogelijkheden
Begrijpelijk wordt het zo
dat de voorgestelde monetaire hervormingen uit de 19e en 20ste eeuw er
telkens op neer kwamen dat het instituut van staatsschuld - gepraktiseerd
zoals boven beschreven - losgelaten moet worden en niet meer moet worden
erkend. (30) Hiermee zou b.v. tevens het grootste probleem van de ontwikkelingslanden
kunnen worden opgelost. Idealiter zou de opname in de Grondwet zijn van
een geldsysteem dat door de volksvertegenwoordiging geregeld wordt - eventueel
erdoor gedelegeerd, maar wel onder haar controle blijvend - qua waarde
(geen absurde marktwerking of inflatie) en circulatiehoeveelheid, waarbij
banken hun geldscheppende functie wordt ontnomen. De regering kan dan
de volksvertegenwoordiging verzoeken haar van geld te voorzien voor het
lopende begrotingsjaar. (29) Tevens dient het belastingstelsel te worden
herzien (verlaagd) en te worden toegesneden op de noodzakelijke uitgaven
voor de regering. (31) Zo komt er meer geld bij de mensen en bedrijven
zelf terecht waardoor ze meer invloed uit kunnen oefenen op financieringsvraagstukken
in de maatschappij.
Een zeer treffend voorbeeld van hoe er een geheel andere stroom op gang
komt en mensen hun eigen creativiteit weer kunnen aanwenden is het "Wära-project".
(32) Dit project werd in oktober 1929 in Duitsland gestart en betrof een
ruil-vereniging met het ruilmiddel "Wära", opgericht ter
bestrijding van afzetstagnatie en werkeloosheid. Na 2 jaar waren er meer
dan 1000 bedrijven bij aangesloten, een zeer brede kring betreffend. (33)
In dit systeem was een maandelijkse waardeafname van 1% opgenomen. Dit
was ingebouwd als waarborg voor een rappe omloopsnelheid en het indammen
van oppotneigingen. Indien dit n.l. niet wordt ondervangen dan kan dat
crises veroorzaken. Wat dat betreft zit de logica hem hierin dat geld
in wezen de reflectie is van de produktiemogelijkheden op een gegeven
moment. Deze zijn eindig of beperkt, en dit betekent dat het geld van
dat gegeven moment eindig is in waarde. Dit houdt ook in dat geld telkens
opnieuw geschapen moet worden op basis van de produktiemogelijkheden van
een gegeven moment. Het is wenselijk dat dit tot uitdrukking komt in het
geldsysteem. Het huidige geldsysteem brengt deze verfijning niet tot uitdrukking.
In de laatste wordt geld als een factor op zichzelf beschouwd, is dan
i.c. een produkt, met een oneindige houdbaarheid, en wordt het zelfs een
produktiemiddel i.p.v. een weergave van de produktie- mogelijkheden (n.b.
geld is in wezen de boekhouder van de economie). (34)
De dorpen Schwanenkirchen, Hengersberg en Schöllnach waren in herfst
1930 (toen de wereld zich midden in de deflatiecrisis bevond) zelfs compleet
overgestapt op de Wära, zodat de werkeloosheid was verdwenen en de
afzet op een structureel gezond peil bleef. De Wära ging ter ziele
doordat de Duitse Minister van Financiën het als verboden verklaarde,
zodat de crisis terugkeerde en de werkeloosheid weer onophoudelijk steeg.
(35) Intussen waaide het echter wel over naar andere landen.
In Wörgl (Oostenrijk) werd in 1932 door de Burgemeester een dergelijk
initiatief gestart met het aldaar genaamde "Freigeld", vanwege
de behoefte om er bepaalde projecten te realiseren, wat echter onmogelijk
werd gemaakt door de hoge schuld van de gemeente vanwege de er heersende
werkeloosheid. (36) Met dit Freigeld konden mensen ook hun lokale belastingen
betalen en werden er lonen mee uitbetaald. Zo ging naast de Oostenrijkse
Schilling dit Freigeld lopen en begonnen andere omliggende dorpen het
te accepteren en zelf ook toe te passen. Een jaar later wilden 170 andere
plaatsen het ook gaan implementeren, maar al snel daarna werd het verboden
verklaard doordat volgens de wet het recht van gelduitgifte exclusief
aan de Centrale Bank toebehoorde. Gevolg was dat ook daar de crisis weer
terugkeerde.
In de VS had de toen der tijd welbekende prof. Irving Fischer een zeer
lovend artikel geschreven, wat in meer dan 100 landelijke dagbladen verscheen,
over hoe dit de nog heersende gevolgen van de crisis van 1929 zou oplossen.
Een hoop steden zijn het toe gaan passen (37), evenwel was de toegepaste
waardevermindering veel te hoog ingezet (elke week 2% i.p.v. 1% per maand),
waardoor het niet zoals in Wörgl werkte. (38) Het verloor hierdoor
zijn aantrekkingskracht en het vertrouwen van de mensen en vervolgens
verklaarde Roosevelt het als verboden a.d.h.v. zijn New Deal. (39) Ook
de toenmalige Franse Minister-President E. Daladier was erg onder de indruk
toen hij het in 1934 ter plekke in Wörgl is gaan aanschouwen. Hij
kwam tot de opmerkelijke uitspraak dat "… dit systeem er voor
kan zorgen dat de beweging van 1789 in economisch opzicht weer opgepakt
kan worden". (40)
Andere dergelijke uitwerkingen zijn ook denkbaar, zoals LETS-systemen.
(41) Een in Argentinië bestaande vorm ervan is de ‘Crédito’,
inmiddels papiergeld geworden, die de leefomstandigheden van nu (20.07.02)
al 7 miljoen mensen heeft verbeterd, en onderdeel is van het mondiale
steeds succesvollere ruilnetwerk ‘Red Global del Trueque’.
(42)
De ‘Constitution’ van de VS kan verder zeker nog als voorbeeld
dienen, met dien verstande dat uitsluitend muntgeld als wettig betaalmiddel
niet hoeft en tegenwoordig niet meer praktisch is; de principes van het
systeem zelf zijn dat echter wel. Ook een gouddekking hoeft niet omdat
er betere vormen te vinden zijn die een reëlere vertrouwensbasis
bieden. (43) De ‘concrete abstractie’ zit hem hier in dat
zolang mensen immers de circulerende valuta vertrouwen door het simpelweg
te accepteren als een wettig betaalmiddel, het hierdoor zijn ervoor uitgedachte
waarde krijgt en de ‘legitimering’ wordt bekrachtigt (zoals
ook werd beaamd door iemand van de FR(44)). Het scheppen van een betere
vertrouwensbasis dan het huidige corrupte systeem is, zo bezien, eigenlijk
een eenvoudige zaak.
Noten
1. Meyers Lexikon, 1927, pag. 1443/4. Voor deze historie: History of
Monetary Systems, Alexander del Mar.
2. En is dat tot op de dag van vandaag. De aandelen verdeling is 50 %
bij de staat, echter zijn dit certificaten, dwz aandelen zonder zeggenschap.
De andere 50 % zijn in handen van banken. Het is echter verboden in het
Engelse parlement vragen te stellen over The Bank of England. Zie de website
van de British Association on Monetary Reform.
3. De staatsschuld van het VK was op 03-2001 £ 381 miljard. Het
VK betaalt jaarlijks veel aan afbetalingen, zodat de schuldquote (=het
(fictieve) dekkingspercentage door het BBP van de staatsschuld) relatief
erg laag is: 39,5 %.
4. Zie voor het relaas over Engeland: The Grip of Death, Michael Rowbotham.
5. Zie het zeer basale betoog van Founding Father Roger Sherman in: Caveat
against Injustice: or, an Enquiry into the evil consequences of a fluctuating
medium of exchange. Ook Andrew Jackson op 5-12 1836: "It is apparent
from the whole context of the Constitution …, that it was the purpose
of the Convention (of the Constitution) to establish a currency consisiting
of the precious metals. These were adopted by a permanent rule excluding
the use of a perishable medium of exchange … as tender for debts,
or the still more (en zelfs in toenemende mate) pernicious expedient (het
verderfelijke hulpmiddel) of paper currency. Ook Thomas Jefferson was
hier fel tegen. The Miracle on Main Street, F. Tupper Saussy.
6. Constitution Artikel 1, sectie 8, lid 5.
7. Constitution Artikel 1, sectie 10, lid 1 : "No State shall …;
make anything but gold and silver coin a tender in payment of debts".
Zo ook : 12 United States Code 152: "The terms ‘lawful money’
and ‘lawful money of the United States’ shall be construed
to mean gold or silver coin of the United States". En The Coinage
Act 1792, die specifiek verklaart dat goud en zilver "money of the
United States" is.
8. 31 United States Code 371: The money of account of the United States
shall be expressed in dollars or units.
9. Na opzij gezet te zijn kreeg hij spijt en kwam tot de conclusie dat
"…our treasury ought to raise a circulation of its own …it
will be easy to enlarge without hazard to credit". Fourth Reich of
the Rich, Des Griffin.
10. Deze was vrijwel identiek aan zijn voorloper, die afgeschaft werd
in 1781 en nagenoeg een kopie was van The Bank of England. T. Jefferson
was fel tegen: "The incorporation of a bank and the powers assumed
by this Bill have not… been delegated to the US by the Constitution".
11. Tegen de bankiers zij hij: "You are a den of vipers. I intend
to rout you out and by the Eternal God, I will" , "If the people
only understood the rank injustice of our money and banking system there
would be a revolution before morning….some of the powers and priviliges
possessed by the existing bank are unauthorized by the Constitution…but
if they (Congres) have the power to regulate the currency: it was conferred
to be exercised by themselves, and not to be transferred to a (private)
corporation". Fourth Reich of the Rich, Des Griffin
12. De moordenaar, J.W. Booth, had banden met de internationale bankiers.
This One Mad Act, I.Forrester.
13. JP Morgan lokte dit uit; Tragedy and Hope, Caroll Quigley, p. 72.
14. De latere Chase Manhattan is een fusie van de Rockefellers Chase Bank
en de Manhattan Bank van Warburg.
15. McFadden op 10.06.1932: "The truth is the FR Board has usurped
the Government of the US. It controls everything here and it controls
all our foreign relations. It makes and breaks governments at will".
Twee weken hierna was hij dood: zgn. een hartaanval. The Federal Reserve
Hoax, door Wickliffe B. Vennard Sr. Ook J.M. Keynes, die de staatsschuld-boom
in een mooi daglicht theoretiseerde, had dit door: "…there’s
no subtler means of overturning society than to debauch (het verderf van)
the currency". Grip of Death, M. Rowbotham.
16. Fourth Reich of the Rich, Des Griffin en The Trillion Dollar Conspiracy,
Gary Allen. Ook in de jaren 30-50 hebben congresleden geprobeerd om de
FR op te heffen. In 1980 probeerde Ron Paul, congreslid uit Texas, het
nog.
17. Zie Brüder des Schattens, Heinz Pfeiffer, blz. 97 e.v..
18. Executive Order No. 11110. Zie www.nite.com
19. Hiermee verbrak hij de afspraken van Bretton Woods.
20. Zie met name Gold vs Paper, Anthony Sutton.
21. Caroll Quigley, Tragedy and Hope, pag 324.
22. Wall Street and the Bolshevik Revolution en America’s Secret
Establishment, Anthony Sutton.
23. De Amerikaanse delegatie dicteerde (bij de totstandkoming van de WB/IMF)
een systeem dat de gehele last bij de schuldenaar legde. Citaat van de
Canadian Committe on Monetary Reform in Sustainable Economics, 1997. De
Paris Club is binnen het IMF de voornaamste beleidsbepaler en degene die
het meeste geld uitleent. De leden : VK, VS, Canada, België, Frankrijk,
Duitsland, Nederland, Italië, Zweden, Japan, Zwitserland; www.bartleby.com.
24. The Globalization of Poverty, M. Chossudovsky. Ook mijn artikel in
Bruisvat nr. 2: "De macht van Medusa".
25. De staatsschuld van Nederland in 2002 is f 387 miljard, de schuldquote
is zo 50 %; in ‘97 was deze 70 %.
26. Zie www.publicdebt.com. In 1914 was de staatsschuld $3 miljard. In
1994 ging $ 296,3 miljard (meer dan 20 % van de totale overheidsuitgaven)
naar het afbetalen van rente van de staatsschuld. Alien Agenda, Jim Marrs.
27. De institutionele beleggers (zoals verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen
en banken) zijn voor het overgrote deel eigenaar van de staatsleningen,
niet de burgers.
28. Vooral door toedoen van N. Aldrich, spreekbuis van J.P. Morgan. In
de VS droegen in 1980 bedrijven 13,8 % bij aan de belasting, in 1992 was
dit 8,3 %: burgers betalen het meest. The Globalization of Poverty, M.
Chossudosky.
29. Door hun statuten waren de centrale banken al niet meer in staat de
economie van geld te voorzien, ibid.
30. De Zweedse econoom B. Bjorset kwam meer dan 2000 uitgewerkte ontwerpen
tegen die dit allen als gemeenschap-pelijk thema hadden. The Grip of Death,
M. Rowbotham.
31. B.v. de NLG 7 miljard overschot in 2000. Greenspan adviseerde (natuurlijk)
om het te gebruiken voor de afbetaling van de staatsschuld. Het aan banden
leggen van het ongelimiteerde geregel van de overheid en de staat als
ondernemer hangen hier onlosmakelijk mee samen, maar voeren hier te ver.
32. Dit hele initiatief is gebaseerd op het door Silvio Gesell (1862-1930)
uitgewerkte gedachtengoed, hetgeen is neergelegd in zijn boek: The Natural
Economic Order. Zie voor dit uit te printen boek: www.systemfehler.de/en/neo/gesell.htm
33. Dit varieerde van bakkerijen tot melkbedrijven, restaurants, fietswinkels,
kappers, meubelwinkels etc. In alle grote Duitse steden waren er Wära-omruilstations.
34. Hier komt dan een reële vorm van geld-inflatie kijken. Het overgrote
deel van de huidige vormen van inflatie heeft echter een hele andere oorzaak:
dit komt omdat het huidige stelsel barst van de mogelijkheden om een positie
te verwerven waardoor je anderen voor je kunt laten werken. Dit werkt
prijsopdrijvend (zie b.v. het fenomeen van particulier eigendom van onroerende
goederen, alsook vaak de te hoge rente).
35. Toen Gesell in 1919 Min. van Financiën van de deelstaat Beieren
werd en hij de president van de Reichsbank inlichtte over zijn voorstellen
was de regering binnen 1 week gevallen.
36. Daardoor kwamen er nl. geen lokale belastingen binnen.
37. Dat varieerde van steden als Knoxville tot Chicago en New Haven etc..
Zie "Stamp Scrip" en het dagboek van I. Fischer.
38. De waarde nam dan te snel af waardoor de balans tussen geproduceerde
goederen en geldhoeveelheid, in de richting van de goederen doorsloeg.
De biljetten moesten zo sneller omlopen als dat het mogelijk was om de
goederen te produceren. Zie voor de Wära en Wörgl: www.geldreform.de.
Andere monetaire hervormers: www.themoneymasters.com (VS) en www.monetaryreform.on.ca
(Can)
39. Opvallend is dat J.M. Keynes - in wezen de bedenker van de staatsschuld-financiering
en de New Deal - van mening was dat de achter het gestempelde (i.c. het
Freigeld) geld liggende gedachte gezond is. Ook zegt hij : "I believe
that the future will learn more from the spirit of Gesell than that of
Marx". Zie zijn boek ‘General Theory of Employment, Interest
and Money’ als hij Silvio Gesell behandelt.
40. Ook zei hij dat als de stad waar hij woonde in dergelijke problemen
terecht zou komen hij dit systeem zou willen proberen. E. Daladier, Wirtschaftsleben
und Freigeld, pag. 12.
41. Local Exchange Trading System. In A’dam heet het gehanteerde
ruilmiddel "Noppes". In Nederland zijn er zo’n 300 LETS-systemen,
zie www.strohalm.nl. Stichting Strohalm streeft het realiseren van alternatieve
geldsystemen na.
42. Zie artikel op www.strohalm.nl
43. Dit is natuurlijk een heikel punt in monetaire hervormingen. Velen
willen een volledige dekking van het circulerende geld. Maar als het b.v.
door goud gedekt zou worden dan zit je weer met het probleem van marktwerking.
Geld moet daar buiten vallen, omdat het zelf ook niets waard is, dus waarom
zou je het moeten dekken. Geld is de boekhouder van de economie, de rekeneenheid.
De waarde moet daarvan uit geregeld worden. Het is logischer om van de
dekking van het systeem zelf te spreken, en die zit al in de goederen
en diensten die zijn geleverd en zullen word h.v. de indeling in de begrippen
koopgeld, leengeld en schenkgeld. Dit voert hier echter te ver en heeft
nog een uit te werken artikel nodig. Zie ook het geld-artikel in Bruisvat
Nr. 2 van E. Bakker, zie tevens : www.orifiel.org
44. "What…makes these instruments (‘currency’,
t.w. paper money and coins, en ‘deposits’) acceptable at face
value ? Mainly, it is the confidence people have that they will be able
to exchange such money for real goods and services…": Modern
Money Mechanics, D. Nichols, van FR Bank of Chicago. Over vertrouwen wekken
gesproken is het overigens een opvallend cynisch detail dat alle figuren
op de bankbiljetten van de FR, t.w. Washington ($1), Lincoln ($5), Jackson
($20), Grant ($50) en Franklin ($100) volkomen tegen het FR-systeem waren,
behalve zoals gezegd Hamilton ($10).
Uit: Bruisvat No. 7.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|