|
Uit: Bruisvat 3, winter 2000
De Maan-dans (rond een Saturnus-Jupiterconjunctie)
door Patrick Steensma
Net zoals de zonsverduistering
van 11 augustus 1999, was 28 Mei 2000 een dag om niet ongemerkt voorbij
te laten gaan. Als het KNMI b.v. sjoege zou hebben van de werkingen
aan de sterrenhemel, dan had ze wellicht de intensiteit van de storm van
die dag kunnen voorspellen. Op de Noordzee was het windkracht 12, en door
de storm van die dag zijn er zelfs 4 mensen overleden. In Amsterdam was
het van ongeveer 11.00 tot zo’n 17.00 stormen geblazen. Het Vondelpark
was afgezet door de politie, en na vijven lagen er op de A2 van Amsterdam
naar Maastricht afgewaaide takken op de vluchtstrook. Oorzaak : een conjunctie
van Saturnus en Jupiter. Naar het voornemen, zoals uiteengezet in het
stukje “Gedrang op de hemelberg” in Bruisvat No. 2, heeft
er op 28 mei jl. ‘een maan-dans’ plaatsgevonden. N.M. de Jong
heeft zich hierop gestort en heeft zo middels zijn toondichterlijke kwaliteiten
met een modern esoterische en inspirerende “kosmic-pop”, weer
een extra dimensie toegevoegd aan zijn oeuvre. Hieronder een verslag met
nadere beschouwingen.
Intro
Een conjunctie van Saturnus
en Jupiter vind 1 keer in de 20 jaar plaats, en eens in de 60 jaar in
hetzelfde teken (met een max. van 3 keer). Het effect hiervan behelst
een grote cultuurimpuls. Ten tijde van het ter aarde komen van de Anthroposophie
was er ook één. Nu vond hij plaats in de overgang van de
Ram naar de Stier, en liep nagenoeg evenwijdig met de ster Algol in Perseus.(1)
De grote conjunctie viel in de Stier. Dit teken hangt samen met de levensether-krachten
-het aards-gevormde- en met de Woordzin: “Het Woord dat vlees is
geworden”. De eerste conjunctie in de Stier vond plaats omstreeks
1879: het begin van Michael’s tijdperk. Nu zo’n 120 jaar later,
na een pittige uitwerking van de conjunctie omstreeks 1939, is dit de
derde keer.
Een conjunctie behelst de samenstand van 2 planeten, waardoor ze elkaar
wederzijds versterken in hun krachtwerkingen. Doordat zij vanuit hetzelfde
“punt” en teken in de dierenriem werken, is deze puntigheid
te beschouwen als een kracht die als vermogen uitstroomt van het Ik-gebied:
d.w.z. vrijkomende talenten. Zo ligt de impulskracht er o.a. in dat men
er ‘mee aan de slag móet gaan’. Om duidelijk te krijgen
waarmee men in casu dan aan de slag kan gaan worden hier eerst de planeten
nader bezien.
Saturnus gaat in 29½ jaar door de dierenriem heen - hetgeen in
jaren uitgedrukt het aantal dagen zijn die de maan nodig heeft om van
nieuwe tot volle maan te komen. Gezien vanuit de mensheids-evolutie, zijn
in de eerste planetaire fase, de zgn. ‘Saturnus-fase’, het
fysieke lichaam (’t skelet) – en daarmee de kiemen de aanleg
voor de zintuigen – aangelegd.(2) In deze kiemen ligt ook het hoogste
verborgen wat de mens ooit zal kunnen bereiken: de Geestmens, dat geestelijk
lid waarmee zij/hij de krachten van ontwikkeling in zichzelf en in de
dingen kan leren herkennen en tot ontplooiïng helpen brengen, huizend
in het gebied van God de Vader. Met zijn huid omsluit het warmte, vocht
en lucht. Onze botten lijken ook op onze huid, het omsluit n.l. het meest
innige van ons wezen: de bloedvorming in het merg. Daardoor kan men zijn
Ik-ontwikkeling aflopen, dat wordt neergeschreven in ons geheugen, gedragen
door onze milt, met zijn pendant de zgn. 1000-bladige (eigenlijk 8-bladige)
kruin-lotusbloem, aangelegd door Saturnus. Op adembenemende wijze is het
schenkende gebaar van omsluiting ervaarbaar in een bewolkte indigoblauwe
hemel, waardoor de overige kleuren in de verschijnselen meer naar voren
en meer tot hun recht komen.
Jupiter draait in bijna 12 jaar om de zon heen, en maakt elf dansende
lussen naar de aarde toe. Hiermee maakt hij de volle maansperioden - maanden
- tot jaarritme. Hij heeft een bewustmakende, c.q. lichtbrengende werking
in de ziel. Jupiter staat voor de tweede planetaire fase, die van de Oude
Zon, waarin onze levenslichamen binnen de fysieke kiemen werden toegevoegd.
Verwoven in deze kiemen ligt, uit het gebied van De Zoon, dat wat tot
omvorming van onze levenslichamen leidt: de Levensgeest, t.w. bewust inlevende
inspiratieve krachten. In zijn lichtuitstralende helderheid is de kracht
van het denken terug te vinden, met zijn synthetiserende samenhangende
werking - de 2-bladige neuswortel-lotusbloem is dan ook aangelegd door
Jupiter. Zo heeft dit op ons incarnerende pad naar de aarde toe via Saturnus
en vervolgens Jupiter, het gevolg dat we hierdoor neigen onze meegebrachte
idealen vanuit een zinvolle geestelijke binding op aarde te willen verwezenlijken.
Deze ompolende en bindende werking van onze ideeën op aarde, voltrekken
we innerlijk met behulp van ons -door Jupiter aangelegde- leverproces.
Net zoals in de natuur veel bomen voor het eerst tot zaad- of vruchtvorming
komen omstreeks het elfde jaar, toont deze wetmatigheid zich in grote
ideeën en/of idealen, die door een wordings- en toetsings-proces
van zo’n 11/12 jaar moeten gaan, alvorens ze gepaste concrete vormen
kunnen aannemen op aarde.
De maan danst in 29½ dag ( een vollemaansperiode) om de aarde heen,
eigenlijk 4 weken, plus 1½ dag waarin de maan vanuit de aarde niet
zichtbaar is. De maan heeft ons verstand en daarmee de hersenen aangelegd.
Zo maken de hersenen de gedachten-wezens(3), die omhoogkomen vanuit de
orgaanprocessen, en de van buiten komende indrukken, tot voorstelling.
De maan is zodoende de spiegel, de poort naar de ziel. Zo ook vormt de
maan voor de Goden het geestelijk oog om op aarde waar te nemen (de farao’s
in Egypte beschouwden de maan als het oog van Osiris). Ook staat het voor
de derde planetaire fase, toen de zielelichamen werden ingewoven in de
mens, met als kiem de ontwikkeling van het Geestzelf: het beeldende lichaamsvrije
levende denken. Het behelst tevens “het lijk van de aarde”
en is in de 5de Lemurische tijd uit de aarde getreden, (het overschot
aan) de verhardende -en groeikrachten van de aarde met zich meenemend.
De maan heeft ook gezorgd voor de aanleg van de geslachtscellen (i.s.m.
de Schorpioen) en de vierbladige stuit-lotusbloem. Nu is dit een opmerkelijke
lotus. Het is het waarnemings- en tevens scheppend orgaan op een grensgebied
van ons leven en onze ziel, waarmee we ons met de uit de aarde stromende
levenskrachten kunnen verbinden, die de Kundalini- of Levensboomkrachten
(de paradijselijke Boom des Levens) worden genoemd. Hiertoe krijgen we
niet zomaar toegang, en ze zijn dan ook voor ons huidige bewustzijn verborgen
gehouden, omdat we er makkelijk misbruik van kunnen maken.(4) Door een
zeer gerichte scholing en oefening kan men de Kundalinislang oprichten
en zo de, vanuit de aarde opkomende, levenskrachten langs het ruggemerg
omhoog leren sturen en zo bewust leren beheersen. Het zijn in wezen drie
slangen: de witte (luciferisch-diabolische), de zwarte (ahrimanisch-satanische)
en de middenhoudende transparant-rose (Christus-kracht). Het midden houden
we door niet in zelfzucht (Luci) of hebzucht (Arie) te vervallen. De kruinlotus
zal zich dan ook weer kunnen openen.
N.a.v. de zonsverduistering van 11 augustus 1999 hebben we een werkbijeenkomst
gehouden waarbij er d.m.v. een ritmisch gedicht, gebaseerd op de horoscoop
ten tijde van die zonsverduistering, gepoogd werd om aan de werking van
de ‘Koning der Verschrikking’(5) een door de aarde heen transformerende
juist weer vergeestelijkende, werking toe te voegen.(6) Dit ritmische
gedicht was zo opgesteld dat de in de 9 aardlagen huizende “tegenkrachten”
middels het met hun aardlaag samenhangende ritme deze vergeestelijkende
inslag mee kregen. De afgelopen conjunctie van 28 mei was nu aanleiding
voor ‘een maansdans’. Het in de vorige alinea beoelde ritmische
gedicht en de maansdans, zijn manieren om direct met ‘Moeder Aarde’
een zinvolle relatie aan te gaan, vanuit de kosmische werkingen (in de
vorm van klanken), die door de activiteit van de hogere engelen op aarde
uitwerken. De relatie met ‘Moeder Aarde’ kan o.a. worden aangegrepen,
doordat men bewuster probeert om te gaan met maat en ritme. Deze twee
behelzen krachten die het fysieke direct vormgeven. Ritme is een water-element
(is levendig, bruisend) en maat een aarde-element (stelt grenzen). Interval
en melodie hebben respektievelijk met licht/lucht en warmte(vuur) te maken.
Door hun samenwerking verbindt het kosmische zich met het aardse, dat
door haar ritmische levensverrichtingen de kosmische klanken verdicht
tot substanties -God de Vader met Moeder Aarde- : een oerfenomeen dus.
Zo is Stonehenge een specifieke plek waar de kosmische instroom van klank
en licht door maat en ritme wordt ingevangen en zo in de vier windrichtingen,
op hun ieder specifieke wijze, landschapsvormend werkt. Vandaar dat het
ook als inwijdingsplaats voor de werkingen vanuit de kosmos fungeerde.
Daar wij zelf in onze fysieke verschijningsvorm als rondlopende “individuele
moeders aarde” zijn te beschouwen, behelzen bovenbedoelde manieren
om die relatie aan te gaan tevens dat men zo in die gebieden van maat
en ritme in zichzelf kan duiken, d.w.z. de gebieden van de geest (Ik -
fysieke lichaam) en leven (etherlichaam). Daar huizen onze idealen en
onze mogelijkheden om vanuit het doen aan onze deugden te werken. Door
ons hierin innerlijk te scholen openen deze gebieden zich. Zo genereren
deugdvermogens morele ether-paden, waardoor de andere “tweelinghelften”
van de lotusbloemen zich openen en aanwendbaar worden. (7) Vanuit een
verantwoorde ‘wit-magische’ toepassing komen hier b.v. deugden
als onbaatzuchtigheid, grootmoedigheid dat tot liefde kan worden en waarachtig
medelijden dat kan worden tot vrijheid, om de hoek kijken. Zo kunnen wij
ons ontwikkelen tot geesten van vrijheid (i.d.z.v. de mogelijkheid tot
lichaamsvrije keuzes, Geestzelf) en liefde, (in de zin van deugdzame daden;
een deugdwerking is in Levensgeest omgevormd etherlichaam, zo handelend
vanuit de ander, is in Geestmens omgevormd fysiek lichaam).
Op naar de maansdans
De maan heeft in vier kwartieren
van elk 7 dagen verschillende werkingen. De eerste is die van nieuwe maan,
waardoor deze langzaam aan de hemel verschijnt, de tweede van eerste kwartier
naar volle maan, de derde van volle maan tot het laatste kwartier, en
de vierde van laatste kwartier tot duistere maan, waar deze te dicht bij
de zon staat om te kunnen worden gezien. Elk kwartier duurt zo’n
zeven dagen, en elke dag werkt er een andere planeet door de maan, te
traceren in de weekdagen: maandag - de maan zelf, dinsdag- Mars (Martedi),
woensdag- Mercurius (Mercredi), donderdag-Jupiter (Jeudi), vrijdag-Venus
(Vendredi), Zaterdag-Saturnus (Saturday) en zondag-de zon. In elk kwartier
werkt deze op een andere manier uit, en werken ook de planeten op een
andere wijze door haar heen:
I. In het eerste kwartier geeft zij de impuls door die met de samenstand
van de zon is binnen gekomen in haar sfeer, en zodoende het aardbereik.
Dan kunnen we haar werk met onze aan te scherpen zintuigen in de buitenwereld
vermoeden en leren waarnemen.
II. Hier werkt dat van het eerste verder in de levenswerelden, en kunnen
wij die werkingen ervaren door de levensprocessen - middels de levenszin.
III. In het derde kunnen we haar werkzaamheid in ons ervaren door onze
innerlijke bewegingen heen; d.w.z. de levenswerkingen waar deze grenzen
aan onze zielsmatige bewustzijnsprocessen. Dit kunnen we het beste door
onze bewegingszin leren waarnemen.
IV. In dit kwartier is de impuls geheel uitgevormd en komt in de aardse
en onze innerlijke vormen tot verschijning in zijn ware wezen. We kunnen
deze leren waarnemen met en door onze orgaanprocessen heen. Dat is dat
gebied waar de ziel en ons leven zich inbedt in de fysieke organen - zeg
maar de planeetwerkingen in ons.
Deze werkingen, samenhangend met de Kundalini-kracht en de drie maansgodinnen,
Luna, Diana en Hekate, zijn in de muziek verwerkt. Bij elke Godin liggen
er ook de nodige “gevaren” op de loer, waar men zich bewust
van kan worden (zie schema). Ook is erin verwerkt hoe de verschillende
element-rijken, w.o. de 9 aardlagen, en erin werkzame element-wezens van
hoog tot laag, zijn waar te nemen door in die gebieden gericht te doen.
Tevens biedt het mogelijkheden om met onze eigen Engel -die werkzaam is
binnen de maansfeer- in contact te komen, en uiteindelijk zelfs met Yahweh,
dé Maans-Eloha.(8)
De planeten gaan in deze maten en tempo’s om de aarde heen. De planeten
zijn ook heersers over bepaalde dierenriem sterrentekens. Bij de daarbij
behorende huizen, die over de werkingen van het etherische gaan, horen
de specifieke ritmen.(9)
De maansdans zelf
De gang van zaken was als
volgt. Er waren twee groepen. Eén buitenste ring, met muziek die
een weerslag is van de uit de kosmos komende klanken en specifieke boodschappen,
samenhangend met de planeten en de bijzondere nuanceverschillen van het
1e, 2e, 3e en 4e kwartier. Totaal dus 7x4= 28 strofes muziek. Zij verbeelden
de maan en de zon die om de aarde heen bewegen, samen vertrekkend uit
het Oosten, en zij dansten eurythmiserend tijdens het zingen op de bij
de specifieke planeet behorende maat en ritme. Elke strofe werd zo’n
drie keer gezongen. De andere groep stond in het midden met muziek die
een antwoord behelsde op dat wat hen in elk van de 28 strofes door de
maan werd toegezongen. De eerste keer lieten de mensen in het midden de
muziek van de buitenste ring eerst in zijn geheel -zonder te antwoorden-
op zich inwerken, om de opgedane ervaringen helder te krijgen. De zon
en maan starten telkens van een andere positie, die conform hun gang om
de aarde heen was. Hierna volgde een tweede ronde waarin de mensen van
de buitenste ring weer de binnenste ring toezongen, maar nu zongen de
mensen in het midden telkens ook hun antwoord daarop. Tevens probeerden
de mensen in het midden zich in hun antwoorden in te leven door eurythmiserend
op het toegezongene te bewegen Vervolgens nam ieder een planeetwerking
in samenhang met de maan in een specifiek kwartier en boetseerde dat gebaar
uit. Zo was ikzelf in de buitenste ring, de zon vertegenwoordigend, en
had strofe D.7 (de laatste uit het vierde kwartier) genomen. Deze strofe
gaat over Pan, de Koning van de aarde, in wiens aardrijk de komst van
een verwachte nieuwe sterrenkracht subtiel meer en meer nadert, en aan
de verwezenlijking waarvan hij zijn bijdrage levert (zie de eerste strofe).
Een “buitenste ring-collega” nam strofe B.2, eentje waarin
de verdichtende kwaliteit van Mars helpt om impulsen die via de maan komen
op aarde te krijgen (zie de onderstaande strofe).
Alle uitgeboetseerde gebaren in klei werden dan, in de derde meer rituele
ronde, chronologisch middels zang en eurythmische dans op hun specifieke
plek in een bepaald kwartier neergezet. Wat gedurende de gehele bijeenkomst
verder opviel was tijdens het bezig zijn met de muziek en dans, dat de
natuur buiten zich behoorlijk roerde, en het leek er sterk op dat er vanuit
de natuur ook gereageerd werd op onze activiteiten. Deze gewaarwording
zal door het feit dat wij eigenlijk vanuit onze gedachten, gevoelens en
daden in een sterke interactie staan met de natuur, en de onderhavige
natuurverwante activiteit versterkt zijn. Evenwel was het opmerkelijk
dat toen wij omstreeks 17.00 klaar waren het buiten ook rustig(er) werd.
Iedereen was aan het einde dan ook uitgeput, maar velen hadden wel een
voldaan gevoel. Zelf ervoer ik een sterke verbondenheid met de natuur
en het was net alsof de hele ruimte gevuld was met natuurwezens.
Mercuriusdans
Onderwijl wordt hard gewerkt
aan de dansen voor de andere planeten. Die voor Mercurius is al zo goed
als af. Binnenkort worden verdere verdiepingsdagen gehouden om de maansdans
ons meer eigen te maken. Het lijkt er ook op, de kwaliteiten van de planeten
bezien, dat nu de Geestmens-krachten, die door Pluto’s afzijdigheid
tijdens de zonsverduistering van 11 augustus 1999 beschermd werden, gedoseerd
beschikbaar zullen worden. Jupiter heeft zoals gezegd zo’n 11 jaar
nodig om dingen op aarde te krijgen. De jaren omstreeks 2011 zijn zo de
moeite waard om naar uit te kijken.(10) Ahriman zijn tijd zit er dan in
ieder geval op.
De maansdans is op zichzelf belangrijk, omdat al die andere planeten erdoorheen
werken. Interessant is het tevens om nader te onderzoeken hoe men op deze
wijze een relatie met Jahwe kan leggen. Belangrijk is het zeker, gezien
het feit dat Jahwe de liefdesimpuls uitgegoten heeft in de natuur en de
geslachtsgemeenschap. Planetendansen liggen op het vlak van én
transformerend bezig zijn met de natuur (de elementen-wezens, in o.a.
de 9 aardlagen) en met onze Levensboomkrachten (zich o.a. uitend in onze
libido-krachten), die verankerd liggen in ons ether- en fysiek lichaam.
Dat dit een naar de toekomst wijzende aangelegenheid is, kan men zich
voorstellen als men bedenkt dat omstreeks het jaar 6100 de maan weer bij
de aarde zal komen.(11) Dat zal me een “klap” zijn. Wellicht
dat dergelijke bezigheden ertoe kunnen bijdragen om de mensheid hier op
voor te bereiden en dit op te vangen. Daar Yahweh’s “huis”
op de maan staat zal hij dan een andere taak op zich nemen. Wellicht zal
hij dan samen met de andere Elohim en de mens de nieuwe dierenriem gaan
vormen voor de volgende planetaire fase, de “Jupiter-fase”,
oftewel die van het Nieuwe Jerusalem, – Yah – Ru – Salem,
een “nieuwe” plek van vrede van Yah (het Ik).
Noten
1. Zie ook mijn vorige artikel in Bruisvat 2, "De macht van Medusa".
2. De mensheidsevolutie speelt zich af in 7 planetaire fasen. De eerste
is Saturnus (aanleg fysieke lichaam; warmte-element), de tweede is de
Zonne-fase (aanleg etherlichaam; licht/lucht-element), de derde is de
Maan-fase (aanleg astraallichaam, water-element), de vierde is de Aarde-fase
(aanleg van het IK; aarde element). De 3 toekomstige zijn de (5de) Jupiter-fase
(ontwikkeling Geestzelf-Manas), de 6de de Venus-fase (ontwikkeling Levensgeest-Buddhi)
en de 7de de Vulcanus-fase (ontwikkeling Geestmens-Atma). Zie Wetenschap
Anders, door N.M. de Jong, Hfst. 6.3.B.4, RUNE-uitgeverij en Wetenschap
van de geheimen der Ziel, Rudolf Steiner.
3. Aan alle verschijnselen liggen levende geestelijke wezens ten grondslag,
ook wel elementen-wezens genaamd.
4. Zoals gebeurde in Atlantis, leidend tot de overstromingen en ondergang
van dit continent; misbruik van ons Ik-vuur in Lemurië leidde tot
vuurcatastrofes die het continent deed verdwijnen en de dinosauriërs
uitroeide.
5. Een term gebruikt door Nostradamus in curie 10, kwatrijn 42.
6. Zie het artikel in Bruisvat No.1: “Fenomenologisch werk rondom
de zonsverduistering”.
7. Onze lotusbloemen bevatten voor de helft bladeren die ons zijn gegeven
door de Goden. Zij behelzen vermogens en talenten. Zodra wij vanuit onze
eigen activiteit de andere helft aan lotusbloembladen hebben ontwikkeld,
zullen de gegeven bladeren zich weer “openen”.
8. Jahwe is één van de 7 Elohim die aangehaald worden in
de eerste zin (In den Beginne...) van het Bijbelboek Genesis.
9. Zie hiervoor en verdere achtergronden: Karmische Astrosofie en Wetenschap
Anders, door N.M. de Jong, RUNE-uitgeverij.
10. De Maya’s en de Azteken hebben voorspeld dat er in de jaren
2011-2013 er een grote cultuuromslag zal plaatsvinden.
11. Zie hoofdstuk 6.3.B.4 e.v. in Wetenschap Anders, door N.M. de Jong.
De mensheid zal zich moeten voorbereiden om de verhardende krachten die
de maan genereert steeds meer te kunnen beheersen.
Uit: Bruisvat No. 3.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|