Tijdschrift

voor transformatie

 

 

 

Uit: Bruisvat 1, najaar 1999

De kleine Apocalypse: op hol geslagen adelaar krijgt het aan de stok met de leeuw
door Patrick Steensma

De gebeurtenissen beschreven in de Apocalyps, de bijbelse Openbaringen zullen komen. Het is alleen de vraag hoe ze zullen verlopen - zoals de goden willen of de tegenkrachten? In dit verband is er een overvloed aan verschijnselen in deze eeuw die duiden op een zich met een noodgang voortwoekerende materialistische cultuur, hetgeen weer nodig is voor onze ontwikkeling tot geesten van vrije wil en liefde. Voortbordurend op zijn vorige artikel in Bruisvat is Patrick Steensma’s focus er nu meer op gericht om wat dat betreft enige helderheid te scheppen voor deze tijd.
Achtergronden van de kleine cycli
Door het plaatsen van Apokalyptische gebeurtenissen in bepaalde jaartallen kan men bepaalde passages beter onderzoeken(1), evenals het gebruik van getallen zelf. Zo hebben de zegels, de bazuinen en de schalen van toorn naast de grote cycli(2), tevens kleinere cycli van ongeveer 150 jaar. Dit is begonnen na Christus’ daad op Golgotha. Vanuit deze benadering vindt in de periode van de vierde zegel het jaar 666 plaats. In Openbaringen 6: 8 staat dit beschreven als “... een vaal paard; en hij die daarop gezeten was, zijn naam was de dood,...”. De dood komt nu naast de mens lopen.

Johannes ziet daar voor het eerst de werking van Sorat opkomen. Deze is in de 7e eeuw te herkennen achter het wetenschapsstreven van de Academie van Gondhishapur in Perzië. In dit verband zijn de constante cycli van 666 jaar voor de bewust aan de hand van de Apokalypse levende mens van groot belang. (3)

In de eerste vier zegels komen elke keer paarden voor; de eerste is een wit paard. Het witte paard staat voor de vergeestelijkte intelligentie, het verheffen tot wijsheid, tot spiritualiteit, dat de mens zal weten te bereiken. Het was Odysseus die als eerste zich van de intelligentie kon bedienen en zodoende kon los komen van de Goden en hun invloed. Dit is prachtig verbeeld in het paard van Troje, dat hij als list bedacht om na ruim 10 jaar belegering de stad Troje erdoor te laten vallen.(4) De paardennatuur zelf staat voor de intelligentie.(5) Hieronder valt tevens het intellectuele verstand, het-alleen-maar-verstand, hetgeen het aller-zelfstandigste is en daardoor het middel is waardoor de mens tot vrijheid kan komen, maar geen doel op zich is. Dit is tevens hét terrein van Ahriman, die probeert het menselijke intellect helemaal aan de zijne te binden, teneinde de mens uit zijn aarde-evolutie te halen.

Zo is het opkomen van het materialisme in de bazuinen terug te vinden, zoals in de 4e bazuin, door het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus eigenlijk een derde van de mensheid “geestelijk gedood” werd, dat wil zeggen ophield een geheel geestelijke ontwikkeling te gaan. Ook de sprinkhanenplaag, de 5e bazuin, is een weerzinwekkende gebeurtenis die weergeeft dat er een zeer groot aantal Ik-loze mensen op aarde verschijnen, hetgeen ook nog in onze tijd het geval is. De helderziende blik neemt ze waar als “etherische sprinkhanen met een mensengezicht”. Deze ik-loze mensen krijgen dus een ether- en astraallichaam, alleen worden ze innerlijk uitgerust met een ahrimanisch bewustzijn.(6) De 6e bazuin begon vanaf 1840.(7) En in 1843-’44 heeft Ahriman eigenlijk werkelijk toegeslagen, zoals onder andere blijkt uit de publicaties het Communistisch Manifest (1848) en Das Kapital (1e dl. 1867) van Karl Marx. Steiner spreekt over die tijd als zijnde een culminatie van het materialisme en onze huidige materialistische cultuur in al zijn vormen, is daar een uitvloeisel van (8). Openb. 9:17 e.v. vertelt dan ook over de in die tijd wild uitziende paarden, die kwaad stichten: het abstracte denken.
In 1998 begon de 7e bazuin te klinken. Dit was merkbaar vanaf eind februari tot en met april 1998; het is onder andere af te leiden uit Marko Pogacnik’s beschrijving hoe de aarde-aura toen veranderde. Ook een spiritueel ver ontwikkelde man in mijn persoonlijke omgeving heeft een ervaring op deze datum beschreven.(9) Wat behelst dan eigenlijk die 7e Bazuin, het begin van de periode van de zeven schalen van toorn?(10) De schalen van toorn zijn eigenlijk goddelijke liefde, waardoor het teveel dat aan onwerkbare, schadelijke dingen dat door de mensen is gecreëerd, wordt weggenomen, om weer verdere ontwikkeling mogelijk te maken.

Dat brengt ons op de cycli van zeven jaren. Dit is een andere cyclus; elk hoofdstuk van de Openbaringen beslaat zo bezien telkens 7 jaren.(11) Zo begint hoofdstuk 1 in het jaar 1902; het jaar waarin Steiner in het openbaar de Sofia-wijsheid, de Trooster-mysteriën bracht, als begin van de Openbaring van Christus. Een interessant centraal gebeuren halverwege deze eeuw is het over de drempel gaan van de mensheid, waardoor het uiteenvallen van het denken, voelen en willen op mensheidsniveau en dus ook op individueel niveau, plaatsvond.(12) Omstreeks deze tijd openbaarde zich deze gebeurtenis onder meer in de opkomst van wereldwijde bewegingen als die van ‘sex, drugs en rock ’n roll’, the flower power, de provo’s en De Dolle Mina’s - ‘baas in eigen buik’. Dit is terug te vinden in hoofdstuk 10: “ En ik zag een andere sterke engel (de gehele mensheid representerend neerdalen uit de hemel, gehuld in een wolk (voornamelijk dus een denker), de regenboog (voornamelijk een voeler) boven zijn hoofd, zijn aangezicht als de zon, zijn voeten als zuilen van vuur (voornamelijk een wilsmens), in zijn hand een geopend boekje”(13). Hierdoor wordt de hoofdaard - vaak als eenzijdigheid te karakteriseren - van ieder mens, zoals hij/zij zich in de tot nu doorgemaakte incarnaties heeft ontwikkeld, juist in deze tijd weer zichtbaar. Op het wereldtoneel zijn de vuurvoeters te plaatsen in het Westen, de regenbogers in Europa en de wolkenmensen in het Oosten. Tevens zijn vanuit deze 7-jaarscycli-benadering de hoofdstukken 13 (1986-1993) en 14 (1993-2000) erg actueel. In hoofdstuk 13 wordt beschreven hoe Ahriman uit de zee opstijgt (het beest met tien hoornen en zeven hoofden) en hoe Ahriman alles volbrengt voor het aangezicht van Sorat - hij is tenslotte zijn knecht. Sorat wordt beschreven als het beest dat uit de aarde opstijgt, “en het had twee hoornen als die van een lam en het sprak als een draak; alles waartoe het eerste beest (Ahriman) macht heeft volbrengt het voor diens aangezicht. Het bewerkt, dat de aarde en zij die daarop wonen het eerste beest zullen aanbidden,...”, aldus Openb. 13:11. Ahriman krijgt door Sorat dus extra macht.

Hoofdstuk 14 is onder andere actueel vanwege de uitspraak: “Erkent vol eerbied Gods openbaring. Gekomen is zijn uur, het uur van de crisis”. Voorafgaand aan de crisis - in andere woorden ‘Het Laatste Oordeel’ - is de komst geweest van de etherische Christus, hetgeen gebeurd is na zijn kruisiging in de etherwereld in 1942. (14) Een belangrijke link is hier nog te leggen naar de ‘Kleine Apocalyps’. Steiner zegt dat dit omstreeks deze eeuwwisseling de kop op zal steken. De crisis doelt op rampen(15), chaos en oorlogen - wellicht een derde wereldoorlog zoals zo velen hebben voorspeld.(16) In drie evangeliën (17) is dat terug te vinden. Matheus 24 geeft bijvoorbeeld het nodige weer: “Hongersnoden en aardbevingen zullen er zijn, nu hier, dan daar. Dit alles is het begin der barensweeën.” De afgelopen eeuw bijvoorbeeld is het aantal aardbevingen enorm gestegen.(18)


Een apokalyptische rode draad van de mensheidsevolutie

Ook in de Openbaringen is het oerbeeld van het mensenwezen terug te vinden. Dit oerbeeld is een van de rode draden van de mensheidsevolutie en komt in elk boek van de profeten uit het Oude Testament voor. In Openb. 4:7 e.v. verwoordt Johannes zijn waarneming ervan. Het bestaat uit een adelaar, een leeuw, een stier en een mens/waterman. Het staat voor de vier cherubijnen die aan de aanvang van deze kosmische wordingsronde stonden. Zij riepen er elk twee cherubijnen bij, waardoor de Dierenriem gevormd werd. In de Polaire, Hyperboreïsche en Lemurische tijdperken verdichtten de kwaliteiten van de Dierenriemsterrenbeelden zich dermate op fysiek niveau, dat tijdens Atlantis het fysieke lichaam afgemaakt kon worden.(19) De uitkristallisatie van de vier oerbeelden was een hoofdthema in de eerste vier Atlantische cultuurperioden. Halverwege het Atlantische tijdperk was het fysieke lichaam van de mens zogezegd af, waardoor de scheiding tussen man en vrouw een feit werd. Dit leidde tot het misbruik van de geslachtskrachten, met de catastrofes en de uiteindelijke ondergang van dit continent als gevolg. Resultaat van die uitkristallisatie was dat ieder mens één van de specifieke kwaliteiten van adelaar, leeuw of stier als hoofdaccent in zich uitvormde. Als stier bijvoorbeeld had men een bijzonder sterke geslachtsdrift of eetlust en als adelaar wilde men het liefste niets met de aarde te maken hebben.

De vier oerwezens zijn op verschillende niveaus te onderscheiden qua kwaliteiten en geestelijke vormkrachten. De mens/waterman staat voor het ‘ik’ (in het fysieke lichaam). De adelaar staat voor het vanuit het astrale tot fysieke verschijning komen van het hoofd en met name de fysieke hersenen, want de kracht die onze hersenen vormgeeft en ze in staat stelt om de innerlijke kracht van het zout op te nemen - die de grondslag vormt voor het denken - is dezelfde kracht die werkt en leeft in de bonte veren van de adelaar. Onze gedachten stromen dus net zo voort uit onze hersenen, als de veren dat bij de adelaar doen. Fysiek gezien zijn eigenlijk alle vogels één en al kop, en is de adelaar te zien als dé representant voor de vogelwereld.(20) Het gaat zodoende om gedachten die voortkomen uit de fysieke hersenen en daardoor alleen betrekking hebben op “de ogenblikkelijke gedachten ! ”. Indien de mens alleen de functie van het hoofd zou hebben, dan zouden wij alleen dergelijke gedachten kunnen vormen. Hoe de mens gewoonlijk zelf zijn gedachten vormt is een veel complexer proces omdat hierin ook de herinnering een onderdeel vormt en een innerlijke toetsing aan het hart plaatsvindt.
De leeuw is in zijn fysieke verschijning te zien als één en al borstorgaan, waarin het ritmische systeem van bloedcirculatie en ademhaling huist. Bij de leeuw klopt zijn hartslag omhoog tot aan de muil, waar de adem deze weer terug dringt. Innerlijk is de leeuw helemaal in zijn nopjes als zijn hartslag en ademhaling in volmaakte harmonie zijn. Op zijn beurt is eenzijdig in de koe het stofwisselings-ledematen-systeem geïncarneerd. De koe zit nogal wat te herkauwen en eet elke dag net zoveel als hij aan ontlasting heeft.(20)
Op zieleniveau staat de adelaar voor het denken, huizend in het astrale, want de krachten die op het fysieke zorgen voor de vormgeving van de veren zorgen op het astrale niveau voor de gedachtenvorming. De leeuw staat voor het voelen, waarin het astraallichaam zich spiegelt aan het etherische; deze kwaliteit is het ritmische toegewijd en wil alles wat zich voordoet in weer en wind, in de jaargetijden, in het spel van de zonnestralen, in de kleuren van de luchten, in de werkingen van de sterren, in zich opnemen.

En de stier staat voor de wil, die vertoverd slaapt in onze spieren, c.q. het fysieke lichaam. Op etherisch niveau zijn de vier oerwezens als afdrukken waar te nemen. Het fysieke lichaam drukt zich in het etherlichaam af als de mens, de gewaarwordingsziel drukt zich af als de leeuw, de verstandsziel drukt zich af als de stier en de bewustzijnsziel - en tevens het Geest-Ik-zelf - drukt zich af als de adelaar. Tevens kan een onderscheid gemaakt worden op het wereldtoneel. De adelaar werkt vanuit het Westen, de leeuw heeft zijn ankerpunt in Europa en de stier staat voor het Oosten.(21 & 22) Tevens staat de adelaar voor de laatste planetaire ontwikkeling in de mensheids-evolutie, De Vulcanus-fase. Zo staat de huidige periode in sterrenconstellatie omtrent Pegasos (staand in het sterreteken Waterman, die met het Aquarius-tijdperk (beginnend ongeveer in 3577, en niet al over 300 jaar) te maken heeft: de tijd van de mensheidsbroederschap), het Geestzelf representerend en de weg naar het Nieuwe Jeruzalem, de Jupiter-fase, daarna staat de Dolfijn centraal als weerslag van de Venus-fase waar het inspiratieve bewustzijn zijn culminatie kan vinden.
Het opmerkelijke sinds de aanvang van onze huidige 5e cultuurperiode omstreeks 1417, is dat alledrie de neiging hebben de anderen in betekenisloosheid te doen verzinken, de ander te domineren en hun eigen werking boven die van de anderen te laten prevaleren. Zo is er in de gehele mensheid een onderbewuste stroom waarin de verleiding van alledrie werkt.(23) En alles wat in het onderbewustzijn leeft, leeft juist in de tegenwoordige tijd als uitermate verleidelijk. De zonsverduistering op 11 augustus 1999 heeft dit wellicht nog eens versterkt door het grote vierkant precies in het oerbeeld van de mens; in de leeuw, schorpioen (c.q. adelaar), waterman en stier.(24) Zo leiden te eenzijdig uitgevormde adelaarkwaliteiten tot intellectualisme, een abstract denken wat kan leiden tot het ontbreken van een samenhang met de werkelijkheid. Een ander gevolg is dat bij de mens de drang ontstaat, zich direct met de bovenaardse werelden in verbinding te stellen, die ooit daar was, bij het begin van de aardontwikkeling. De mens krijgt zodoende de drang om uit te wissen wat de mens tot op heden aan wijsheid en zelfstandigheid verworven heeft. Men zou alleen in de onderbewuste wil leven die de goden in de menselijke spier- en zenuwstelsels hebben aangelegd. Daardoor zou men terugkeren tot een primitieve helderziendheid, die al aan het begin van de mensheidsontwikkeling aanwezig was.
Door de adelaarwerkingen in het Westen, zijn daar bepaalde menselijke organisaties erop gegrondvest om deze eenzijdig op te nemen. Juist de Amerikaanse cultuur is door de bijzondere organisatie van haar mensheid aan deze verleiding blootgesteld.

Een eenzijdige stierwerking kan een destructief effect hebben op de beschaving. De huidige techniek is een voortbrengsel van de materialistische wetenschap. De techniek in de huidige westerse mechanistisch-geestloze beschaving staat geheel in het teken van de weegschaal, de meetlat en het getal. Meten, wegen en tellen is het ideaal en enig reële voor de huidige wetenschappers. Dit wordt gevaarlijk indien er vanuit het Oosten een inwijdingswetenschap komt die weet heeft van de geestelijke achtergronden die in de organisatie van het rund leven. Daardoor wordt het mogelijk om het gewogen, gemeten en getelde in een systeem te integreren waarmee al het andere aan beschaving overheerst kan worden. Dit levert enkel en alleen een beschaving op die (nog) meer weegt, telt en meet en al het andere uit de samenleving doet verdwijnen. Met deze wetenschap kunnen bijvoorbeeld machines gemaakt worden die door bepaalde trillingen-bewegingen, die op aarde worden gecreëerd ons gehele planetensysteem kunnen dwingen om hierin mee te bewegen. En gezien het astrale van de stier erop gericht is om het reeds bestaande duur te geven en dit wil vereeuwigen, zal een intense samenwerking tussen de adelaar (abstract denken) en het rund (meten, wegen en tellen) kunnen leiden tot een eindeloze puur mechanistische beschaving, doorat de harmoniserende werking van de leeuw buitenspel wordt gezet.


Ter zake doende passages uit de Bijbel

Om nu verder te focussen op de tegenwoordige doorgeslagen en overheersende adelaar-werking is het nodig de Bijbel nog even te hulp te roepen. Zoals Hosea 8:1 “De bazuin aan uw mond! Als een arend komt het tegen het Huis des Heren! Omdat zij mijn verbond hebben overtreden en tegen mijn wet hebben gerebelleerd”. De arend wordt in de Bijbel voornamelijk beschouwd als een boosdoener, een verwoester, een aardse machthebber. Het wordt beschouwd als een ‘Israël-vijandig wezen’.(25) Dit blijkt onder andere uit in de Bijbel voorkomende personages die direct met de adelaar te maken hebben, en er zelfs (in ieder geval met de werkingen ervan op aarde) mee te vereenzelvigen zijn. In Genesis 10:8 is zijn origine terug te vinden: “ En Kus (26) verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op aarde; hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heren; ...” Verder gaat het: “...daarom zegt men: een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod. En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear”. Nimrod was dus de stichter en koning van het eerste aardse rijk.(27) Hij onderscheidde zichzelf als de geweldige jager voor Jehova. Echter moet het woord voor eerder in een ongunstige zin geïnterpreteerd worden aangezien het afkomstig is van het Hebreeuwse woord “liph•neh”, hetgeen als “tegen” of “in strijd met” betekent.

Nimrod was dus in strijd met Jehova.(28) Vanuit Jesaja 37:37 is vervolgens een link te leggen tussen Nisrok en Nimrod(29), omdat Nisrok de god was in Nineve te Assur(30), hetgeen gebouwd is door Nimrod. De god in Assur heet Nisrok, de adelaar-god. Uit het bovenstaande blijkt dat deze god te vereenzelvigen is met de bijbelse satan, c.q. Ahriman.


Deze tijd

Om helderheid te verkrijgen omtrent de verschijnselen van deze tijd is het nodig de toedracht van de 5e cultuurperiode nader onder de loep te nemen. In de eerste vier cultuurperioden van het Na-Atlantische tijdperk was er een spiegeling van de daaraan voorafgaande 4 tijdperken. In de Indische spiegelt zich het Polaire tijdperk, tot uiting komen in Brahma. In het Perzische spiegelde zich Hyperborea, waarin de scheiding tussen goed en kwaad tot stand werd gebracht door de afscheiding van de zon en de aarde en maan, in de vorm van Ahura Mazdao (Christus) en Ahrimanju. In de 3e periode spiegelde zich Lemurië, de maan ging toen uit de aarde, terug te vinden in de mythe van Osiris (zon), Isis (maan) en Horus (aarde). In de 4e was het Atlantis met al zijn goden zoals Zeus, Apollo, Odin en Thor. Juist in de 5e cultuurperiode spiegelt zich wat dat betreft niets! Dit omdat deze periode er niet voor is om naar het verleden te kijken, maar juist naar de toekomst, waarin de goden weer moeten opstaan en er een hereniging met hen kan plaatsvinden.
In de 5e cultuurperiode zijn er drie evolutiestromen. Die van de gewaarwordingsziel (voor de mensheid als geheel), die van de bewustzijnsziel (impulserend op individueel niveau) en die van de volkszielen met hun specifieke zielsonderdelen. De Fransen staan bijvoorbeeld voor de verstandsziel, de Italianen voor de gewaarwordingsziel en de Engelssprekende volkeren voor de bewustzijnsziel. De evolutiestromen zijn in werkelijkheid niet sec te scheiden maar lopen in elkaar over.

De verdere ontwikkeling van de gewaarwordingsziel is te vinden in de spiegeling van de Egyptische in de huidige 5e cultuuperiode. In Egypte is de liefde voor het fysieke aangelegd, onder andere doordat mensen werden gemummificeerd. Zij konden zo met liefde terugkijken naar hun fysieke lijf en aardse leven. De tegenwoordige voorstellingen van de mens zijn mede gebaseerd op uit die tijd opkomende herinneringen van toen voortgebrachte voorstellingen. Zo is het dat de mens zich nu herinnert dat zijn voorouders diergestalten hadden maar vervolgens vult hij deze, gevoed door de abstracte begrippen en ideeën van de materialistische wetenschap, op een abstracte manier in, zonder zich te realiseren dat het goden waren. Doordat de mens in die periode nog niet helemaal fysiek op aarde was gekomen, moesten de goden zich kleden in diergestalten met dierkoppen, zodat de mensen het konden begrijpen, wetend dat het goden waren.(31) Voorafgaand aan de Babylonische cultuur bestond de oertaal nog, die iedereen sprak.(32) Nu had juist het Babylonische volk de opgave om de levendige geestelijke samenhang van de mens met de geestelijke wereld persoonlijk te maken en ze te integreren in de fysieke wereld. Daarom differentieerde de taal zich naar klimaat, ras en geografische ligging.

De toren van Babel geeft dit symbolisch weer. Deze bouw van die sterrentorens staat ook voor de uitwerking van de sterrenkunde waar de Babyloniërs zich op concentreerden en het toepassen ervan op aarde en mens. Omdat de mens als microkosmos een afbeelding is van de macrokosmos werd door uitwerking van die sterrenwijsheid deze persoonlijk. De mens kon zich gaan bedienen van de maten. In Egypte werd het fysiek gemaakt door de wiskunde en geometrie in de bouw van de piramiden. Wederom het materialisme zorgt ervoor dat men nu voor de maat abstracte maten gebruikt, dat wil zeggen geen concrete, direct aan de mens en aan de verschijnselen in de hemel gerelateerde maten. Het huidige overheersende abstracte denken is dus mede terug te voeren op ontwikkelingsfasen in deze culturen. Het listige alleen met deze spiegelingen is dat zij zich instinctief voordoen.

De impuls voor de bewustzijnsziel behelst het opkomen van de persoonlijkheid, omdat die juist op zichzelf wil staan en uit zijn hulzen wil breken. In Engeland verbond de persoonlijkheidsimpuls van de bewustzijnsziel zich met het daar versterkt zich doen geldende nationalisme, hetgeen tot parlementarisme werd dat steeds meer de politieke kant opslaat. Het paradoxe bij het parlementarisme is dat men aan het gevaar is blootgesteld om tot een compromis te komen, waardoor men datgene dood, wat in de ziel leeft. Dus ze komt voort uit het ten gelde maken van de persoonlijkheid en eindigt met de nivellering, c.q. vernietiging ervan. Hier is de drang naar buiten gericht, naar de mensheid, de hele wereld in, zodat overal de persoonlijkheid opgroeit. In Frankrijk komt juist het op zichzelf gesteld zijn van de persoonlijkheid op. Dit leidt tot de nationale impuls ter emancipatie van de kerk en wordt zo de moederbodem voor de persoonlijkheid. Is dus een impuls naar binnen, naar de mens zelf en deze wil meer de opvoeder van de persoonlijkheid in de ziel worden.

Wat dit betreft ontstonden er drie mogelijkheden in onze tijd. De ene is dat de mens geheel vrij de zee opgaat, op zoek naar de bewustzijnsziel. Of ‘Rome’ wint aan betekenis, doordat het haar lukt het streven van de bewustzijnsziel af te dempen en de mens in slaap te sussen, middels het suggestieve en de mens te verstarren in de verstandsziel. De in de 4e cultuurperiode gerechtvaardigde universele impuls van het christendom middels het katholicisme, waarin alles ingebed was in groepsverbanden, werkt in de 5e cultuurperiode als tegenwerkende kracht. Of men probeert het pendelende streven volledig te doden dat uit de vorige twee komt. Dat doet men doordat men de voortschrijdende impulsen juist ontdoet van zijn kracht en het oude laat werken. Deze stroming is die van de exoterische vrijmetselarij en deze laat de oude wijsheid, als een uitgeperste citroen weer ‘hoogtij’ vieren (33), waardoor de Engelssprekende volkeren door de verkeerde esoterie werden gegrepen en er iets ontstond wat in de slechtste zin lijkt op de ontwikkelingsweg die plaatsvinden moet. Door deze tegenstelling en de steeds sterker wordende tegenstroom van voornamelijk Engelse en Amerikaanse loges, vooral sinds de tweede helft van de 19e eeuw, verwordt het streven naar de drie waarden van de Franse Revolutie - vrijheid, gelijkheid en broederschap, die juist de opgave van de 5e cultuurperiode behelzen - steeds meer tot een chaotische wirwar. Gevolg daarvan is dat het ziele- en geestes-element niet meer werkt, maar alleen het uiterlijke zintuiglijke-fysieke. Dit was te herkennen aan het toen internationaal steeds meer optredende socialisme in al zijn vormen, dat gebaseerd is op een dode, tevens zichzelf dodende wetenschap, en dat alleen doordrongen kan worden door een dode verstandscultuur.


Marx en Engels

Marx en Engels hebben die dode wetenschap in dat socialisme vormgegeven. Het socialisme is in de tang genomen door de materialistische wetenschap, waarin de voortzetting leeft van de onfeilbaarheid van de paus (besloten op het concilie van Konstantinopel in het jaar 869).
De samenhang met de volkszielen-ontwikkeling in de 5e cultuurperiode is onder andere te vinden door een indeling daarvan op het wereldtoneel. De Russen, c.q. Slavische volkeren, kan men beschouwen als het Christusvolk, omdat zij een constant doorwevende werking van Christus hebben in hun denken en voelen. Een Rus zegt dan ook: als ik mij op een juiste manier in mijn ziel beleef, vind ik de Christus. De Midden-Europese volkeren zijn te beschouwen als het Kerkvolk. Kenmerk was de katholieke kerk die dingen voorschreef, waardoor de Christusimpuls steeds meer afstompte en afzwakte. Tevens was deze verantwoordelijk voor het vormgeven van de geestelijke heerschappij van Christus, hetgeen sterk heeft doorgewerkt in de politiek en de reden is voor het ontstaan van het jezuïtisme in Europa. Het loge-volk op zijn beurt aanvaardt wel een algemene God, waardoor het Deïsme (34) hoogtij vierde, maar stelt de (Verlichtings-)vraag of het redelijk/oordeelkundig is tevens de Christus te aanvaarden – het is tevens hun missie om dat begrijpelijk te maken. Het Logevolk heeft zijn oorsprong verder in het Keltendom. De Keltische cultuur stond in het teken van het samenleven in een sociale gemeenschap, maar dan wel in de vorm van beveler en bevolene. Het heeft voor onze tijd een antidemocratische, aristocratische inslag, met het koningselement tot uiting komend in de Arthurlegende. Van deze oude inslag, gepaard gaande met de gezindheid om samenlevingen te organiseren (niet door middel van voorschrijven, maar het gewoon als een orde neer te zetten), dat wil zeggen het geestelijke te organiseren waardoor het tot gewoonte gemaakt wordt, is het restant heden in de huidige VS en het VK te vinden. Dit loge-principe vindt tegenwoordig vooral daar zijn karikatuur in de vrijmetselarij.
Parallel aan de Arthurstroming heeft zich de Graalstroming ontwikkeld. Deze zijn polair want de laatste richt zich juist op het totstandbrengen van de verbinding tussen het intiemste van de menselijke ziel, daar waar juist de bewustzijnsziel ontwaakt, en de geestelijke wereld. (Naar verluidt gingen vele ridders van de ronde tafel ook op zoek naar de Graal, transformeerden tot Graalsridders) Het is het verheffen van het in de zintuiglijke wereld werkzame religieuze in de geestelijke hoogten en het behelst de mysteriën van dood en opstanding. En innerlijk hiermee verwant is het Slavendom, dat dit op instinctieve wijze nastreeft. Deze Graalstroom, voortkomend uit de Christusvolk-stroom werkt als onderstroom sterk door in Europa.(35) En het hieruit voortgekomen Goetheanisme (36) streeft dit dan ook na. En nu is het juist aan het Russische volk als missie overgedragen om het graalswezen als religieus systeem tot aan het 6e cultuurtijdperk zo uit te werken dat het een cultuurelement van de hele aarde kan worden.(37)
Door de evolutiestroom van de gewaarwordingsziel leeft in de moderne mensheid zeer sterk in de instincten, diep in het onderbewuste, dat in het 4e millennium de juiste sociale gedaante van de gehele aardbol te vinden is. Het is een missie van deze cultuurperiode. We staan nu dus aan het begin van de ontwikkeling van het socialisme, telkens geïmpulseerd door de bewustzijnsziel. Hetgeen wat nu steeds optreedt qua mogelijke constituering van allerlei mogelijke naties als nationale staten is juist iets wat de mensheidevolutie tegenwerkt. Want elke natie is dan doordrenkt van centralistische organisatieprincipes op elk vlak. Dit is weer polair aan het Graalstreven, dat als socialistische streven een driegelede samenlevingsvorm als basis heeft. Deze drieheid is voor de hele wereld zo vorm te geven dat het Oosten de geest begrijpelijk maakt, het Midden de ziel en het Westen het lichaam.(38) Dus in plaats van de huidige staatssystemen komen er organisaties die doordrenkt zijn van broederlijkheid, een zieleleven dat zich in een vrij naast elkaar leven kan ontwikkelen en een absolute gedachtevrijheid doordat men ervan bewust is dat ieder zich op zijn eigen manier zich verhoudt tot dezelfde geest.
Het 20e eeuwse socialisme is vooral tiranniek, het wil het liefst al het andere in de samenleving beheersen. Innerlijk is het in werkelijkheid de strijd tegen Ahriman, want die treedt op als men de Christusimpuls uiterlijk naar staatsprincipes organiseert, c.q. dat deze verder gaat dan de broederlijkheid en zijn doel voorbijschiet. De structuren in de vertegenwoordigende democratie zijn voornamelijk zo dat er altijd een paar mensen aan de touwtjes trekken, de anderen worden echter getrokken. Het is het werkzaamste uitbuitingsinstrument van het kapitalisme en is voor de uitbuiters de beste verdediging tegen een opstandig volk. De wijze waarop democratie en socialisme tegenwoordig geproclameerd worden, is dan ook onzin, omdat men het gebruikt als abstracte begrippen en omdat men niet kijkt naar de werkelijkheid die erachter ligt.(39) Dit laatste gebeurt tegenwoordig niet, vandaar ook dat de Amerikaanse chaos in Europa post kan vatten met alle catastrofale gevolgen van dien.
Als tegenstromen van de opgaven van het Oosten, Midden en Westen zijn er drie stromingen te onderscheiden die grote destructieve kracht hennen.(40) De eerste is het Amerikanisme: dat wil van de wereld een puur fysiek bestaan maken met een overdaad aan comfort voor een aangenaam leven. Zie de beschrijving hiervoor van de vuurvoeters, wilsmensen - te plaatsen in het Westen - die doordat ze tot het logevolk behoren als missie hebben het lichaam vanuit de geest begrijpelijk te maken.

Tevens is in adelaaraspecten het Amerikanisme terug te vinden, deze wil zich namelijk niet incarneren en maakt er dan maar een “cruiseschip” van. Deze tegenstroming ontkent niet alleen de geest, maar genereert er zelfs grotere angst voor en verbreekt voor mensen de verbinding met de geest. Dan het katholicisme, en dan voornamelijk het jezuïetendom dat een geloof verspreidt dat zorgt voor de uitholling van de zielekrachten, door welke juist elk individu de verbinding met de geest kan herwinnen; zij behoudt de geestelijke zegening en daarop gebaseerde macht voor zijn eigen priester-schare. Deze stroming is in tegenstelling met wat ‘regenbogers’ willen, met de leeuw-inslag en met de missie van het Midden. De derde is het bolsjewisme, dat de impuls behelst voor een samenleving gebaseerd op puur dierlijk fysiek socialisme; deze stroming is in tegenstelling met dat wat aan bovenzinnelijke inzichten zou kunnen voortkomen uit de rundinslag en behelst tevens een te abstract denkende wolkenmens. Het heeft nauwe samenhang met de doorgeslagen adelaar. Dit is een stroom die steeds weer de kop op zal steken en niet eenvoudig onder controle gekregen zal kunnen worden.
In de ontwikkelingen van de laatste 150 jaar heeft de vrijmetselarij, van vooral de VS en het VK, dus bijzonder huisgehouden.(41) Wat zijn dat dan eigenlijk voor mensen? Zij vallen onder die organisaties die aan de lokroep van de adelaar - ofwel Ahriman - zijn blootgesteld en er behoorlijk door zijn gegrepen. Verder grijpen zij terug op de inhoud van de vroegere voor-christelijke mysteriën (zoals eerder bleek, voornamelijk die van de 3e cultuurperiode). Vroeger waren deze voor ingewijden en leerlingen vervat in tekens, de handgreep(42) en het woord. Deze drie vormen zijn tegenwoordig inhoudsloos en betekenisloos en worden nu misbruikt door loges, zodat zij de oude mysteriën aan het na-apen zijn. Op zoek naar nieuwe inhoud is men begonnen zich met de politiek te bemoeien en ging men Verlichtingsideeën verspreiden. Deze politiek is gebaseerd op hun precieze kennis over de evolutiestromen van de 5e en die van de overgang naar de 6e cultuurperiode en hun grondleer dat de 5e cultuurperiode toebehoort aan de Engelssprekende volkeren en dat aan het einde daarvan alles doordrongen moet zijn van hun cultuur. Dit nieuwe pausdom moet dan een het geheel omvattende configuratie tot stand brengen, werkend vanuit het Westen naar het Oosten. En om dit te realiseren moet het Oosten benut worden door er bepaalde instellingen te creëren en er bepaalde economische, politieke en geestelijke experimenten uit te voeren, dat wil zeggen een bepaalde vorm van economisch samenleven in socialistische wijze in te richten als toekomstexperiment voor de 6e cultuurperiode. Zij weten ook dat de Slavische volken hiertegen in zullen gaan.(43) Ondanks hun soms goede bedoelingen, blijven zij bij het uitgangspunt dat mensen alleen voor hun doelen te winnen zijn door middel van dergelijke genootschappen. En daarom beoefenen ze liefdadigheid en humaniteit. Punt hierbij is dat dit niet meer aan de tijd is, want het zorgt voor afzondering, voor een geestelijke aristocratie. Ook hebben zij kennis van de hypnotiserende kracht en geheime verbindingen van bepaalde tekens(44), waardoor mensen middels suggesties massaal in slaap kunnen worden gesust, ze hun eigen oordeelskracht niet meer kunnen laten gelden en hoe bepaalde situaties gerealiseerd kunnen worden door impulskrachten tegen elkaar op te zetten.
Hier wordt als basisprincipe de Hegeliaanse dialectiek gebruikt. Men schept een probleem (these), men komt met een reactie (antithese), waardoor men als gevolg van de botsing hiertussen het eigenlijk gewilde als oplossing erdoor kan krijgen (synthese). Hiertoe wordt veelal de werking van de pers toegepast: deze kan namelijk alles vervalsen en vertroebelen. Bij verscheidene leden leefde dan ook de wil om die krachten -c.q. evolutiestromen - te benutten voor hun eigen doeleinden. Van de - geheime - doelstellingen en kennis in deze loges zijn lang niet alle daarbij aangesloten mensen op de hoogte. Dit is medeafhankelijk van de inwijdingsgraad. Zo zijn er initiatoren - die zichzelf bijna nooit kenbaar maken - die de boel een bepaalde richting opsturen. Dit wordt op een dermate verhulde manier onder de leden gedaan, zodat deze niet de reikwijdte ervan doorhebben. Zo ontstaan er ‘enen en nullen’, ingewijden en loopjongens.(45)
Als voorbeeld neme men de Eerste Wereldoorlog. Dit is een gebeurtenis die heel kundig is voorbereid door Westerse loges. In de jaren ‘90 van de vorige eeuw werden de daarbij horende mensen onderwezen met landkaarten waarop getekend was hoe Europa door deze wereldoorlog moest veranderen. In het bijzonder sprak men in Engelse loges over een oorlog, die moest komen, die men voorbereidde.(46) Het Testament van Peter de Grote was daarvoor zo’n suggestiemiddel. Het testament zelf is een vervalsing, omdat het helemaal niet door hem is geschreven.(47) Maar politiek is het een realiteit. Inhoudelijk ging het over de wijze hoe Rusland zich in Europa moest gaan expanderen. Peter de Grote heeft zelf veel westerse elementen Rusland binnengebracht, hetgeen door veel Slavische zielen diep wordt gehaat, zodat hij daar een symbool voor was.

De Slavische zielen hadden wel sympathie voor de inhoud van het testament, vanwege de nauwe samenhang van Europa en de Slaven door de Graalstroom en het Goetheanisme, maar geen sympathie met het Westen. Daardoor kon het slavendom gegrepen worden door het bolsjewisme, dat het slavendom in strakke abstracte vormen, in zijn karikatuur, wil neerzetten en het als zijn werktuig wil benutten. En nu was het juist zo dat Franz Ferdinand het in zijn wil had om voor de talrijke Slavische volkeren die in het Oostenrijk-Hongaarse rijk leefden, vormen te scheppen zodat zij tot de ontplooiing konden komen van hun eigen volksziel. Als een gevolg van zijn moord kon het bolsjewisme doorzetten en vanuit de doelstellingen van de loges benut gaan worden. De adelaar is zodoende ook in het Oosten overheersend bezig.


Slot

De adelaar is in vol galop. Niet voor niets heeft de 33ste graad van de Schotse ritus van de Westerse vrijmetselarij de twee-koppige adelaar als symbool. Het is het symbool voor de macht van één leider-cultuur over het Oosten en het Westen, ofwel de hele wereld (het Midden speelt dus geen rol meer); het heeft zelfs één gouden kroon die op beide koppen zit, als symbool voor de keizer van het Oosten en het Westen(48) Dat is zoals uiteengezet de doelstelling van de Westerse loges om de Engelse cultuur tot de wereldcultuur te maken.


Het symbool van de Schotse Rite

Hieraan is te zien dat ze een algemene god aanvaarden, alleen is dat eerder Ahriman dan God de Vader, laat staan Christus. Het is wellicht inherent aan hun missie. De uiteenzetting met de adelaar hoort in ieder geval bij de bewustzijnsziel. Al met al kun je dus zeggen dat de (uiterlijke) voorwaarden aanwezig zijn, in de vorm van zijn tegenwerkingen, waardoor deze cultuurperiode zijn doel kan gaan bereiken. Het is zoals gezegd nodig dat eerst de crisis komt(49), waarna er weer een langere tijd in de zin van de evolutie gewerkt kan worden. De tegenstroom zorgt er wel voor dat de splitsing van het ‘boze en het goede ras’ zich steeds meer voltrekt (zie noot 25). Wat er nu zo langzaam aan het gebeuren is, is zeer intens verwoord door de profeet Esra, in het Apokriefe boek Esra 4 (50), in hoofdstuk 11, het 5e visioen, geheten: het adelaarsvisioen. Vanaf vers 34 ziet hij twee adelaarskoppen die de controle krijgen over de hele aarde en de ene van die twee verslindt de ander, zodat er nog maar één over blijft. Dan komt de leeuw uit het bos en die zorgt ervoor dat de adelaar zijn tijd eindigt in een tumultueuze heerschappij van de laatste adelaarskop over de aarde.

De aartsengel Uriël legt aan Esra het visioen uit; de leeuw is de Messias die een einde maakt aan de overheersing van de adelaar. De leeuw is in verband met deze cultuurperiode en het hier behandelde te zien als de Graalstroom en het Goetheanisme, waaruit een kosmisch Christendom ontwikkeld kan worden, waardoor er weer evenwicht gecreëerd kan worden tussen de adelaar, de leeuw en het rund en het instinctieve plaats kan maken voor bovenzinnelijke inzichten over hoe de mens weer productief-creatief kan worden.


Noten

1. Wat betreft het gebruik van het getal het volgende. In de esoterische stromingen wordt een onderscheid gemaakt tussen de ontwikkeling van rassen en die van de individuele mens. Dit is ook van toepassing op het gebruik ervan in de Apocalyps. Zonder het getal is het überhaupt niet mogelijk om de verbanden in de wereld- en mensheidsevolutie te vinden. Het principe van het getal treedt op op het moment waarop de geestelijke wereld zich openbaart. Met behulp ervan komt men over de drempel, alleen in de geestelijke wereld is het niet werkbaar, omdat de geest leven is en dat is niet te vangen in getallen; zie Rudolf Steiner, GA-nr. 346.
2. Grote cycli: het 6e cultuurtijdperk is het Zegeltijdperk en het 7e is het Bazuinentijdperk.
3. Zie voor Gondishapoer met name Bruisvat3. In Sorat vallen de lust (luciferisch) en de vernietigingsdrang (ahrimanisch) samen. De Kabbalistiek leidt hem als volgt af: 400 - TAW (het lagere-ik) = TA, 200 - RESCH(astraallichaam) = R, 6 - WAW(etherlichaam) = O, 60 - SAMECH (fysieke lichaam) = S, deze op te tellen maakt 666 666 = Sorat; en door het achterstevoren lezen van de eerste letters krijg je SORAT. Elk getal staat dus ook voor een wezensdeel, alleen staan ze dan uitsluitend in dienst van het lagere ik! De tweede keer dat hij van zich deed gelden was omstreeks 1332, daar woedde hij in het denken en voelen van de gefolterde tempelieren. De derde keer ligt omstreeks 1998. Zijn werking is te herkennen in mensen die nu door hem bezeten zijn. En door de zonsverduistering van 11 augustus 1999 (zie de horoscoop van die dag op de laatste pagina van het eerste Bruisvat-nummer) is hij nu letterlijk zelf aanwezig op aarde, werkend vanuit de etherwereld (zie Steiner, GA 104, en Nicolaas de Jong, ‘Esoterisch Christendom tot heden’). Overigens zit er in de cyclus van 666 jaar qua waarneembare werking een afwijking van ongeveer 20 jaar.
4. Beschreven in de ‘Ilias’ van Homeros. Verder ook in zijn reis naar huis in “De Odyssee”.
5. GA 104, 4e voordracht: “...als in onze omgeving de dieren waarvoor de paardennatuur karakteristiek is zouden ontbreken, dan had de mens zich nooit de intelligentie eigen kunnen maken. Men is (en was) zich er diep van bewust dat de verovering van het verstand hiermee samenhangt. De centaur herinnert ons aan een ontwikkelingsniveau waar de mens bovenuit is gegroeid”.
6. Het zijn overigens niet per definitie boze zielen, bijvoorbeeld als het ze lukt het tot een zieleontwikkeling te brengen. Zoniet dan blijven ze op het etherische niveau hangen en vallen ten prooi aan de dierlijke driften, etc.
7. GA 104, 13e voordracht: De bazuinen begonnen in het tijdperk van de kruistochten te klinken. Deze begonnen in 1096.
8. GA 346, 13e voordracht; en zie verderop in dit artikel.
9. Zie ‘Erdsysteme und Christuskraft’, Marko Pogacnik. De genoemde ervaring vond deze op dezelfde dag plaats als waar Pogacnik het over heeft. Deze was zeer intens, duurde een paar uur en vond plaats in Wenen en aan het eind belandde hij plotseling voor een engeltje van hout met een bazuin aan zijn mond.
10. Zie in dit verband hoofdstukken 15 en 16 van de Openbaringen.
11. Zie GA 346, 13e voordracht.
12. Zie GA 346, waarin Steiner de drempeloverschrijding als het belangrijkste verschijnsel van deze tijd kwalificeert.
13. Dit boekje smaakt als honing in de mond, maar maakt het binnenste bitter - Openb. 10: 9-10. Zo is het tot je nemen van het spirituele voedsel dat in dat boek besloten ligt, een aangename aangelegenheid. Echter zodra het op vertering aan komt in de diepere lagen van ons wezen, dan zorgt dit nogal voor de nodige innerlijke complicaties.
14. Zie Jesajah Ben Aharon; ‘Das geistige Ereignis des 20. Jahrhundert - Eine Imagination’; Nicolaas de Jong, ‘Esoterisch Christendom tot heden’; en ‘Rudolf Steiner’s Millennium Prophecies’, van H. Schöffler.
15. GA 96: Door de samenhang van het materialisme en bepaalde aardlagen, zal de aarde harmonischer worden indien de mensheid vrij wordt van de door het materialisme plaatsvinden-de catastrofes.
16. Zie het artikel in Symptomatologische Illustrationen (de rondbrief van Moskau-Basel Verlag), nr. 3, 1998 over het boek ‘Die Entschlüsselung des Nostradamus’ van D. en N. Sima, waarin op wonderbaarlijke wijze de verzen van Nostradamus zijn ontcijferd met de sleutel die hij zelf in een vers geeft. Ongeveer de helft van de verzen blijkt op deze tijd te slaan.
17. Lukas 18, Mattheus 24 en Markus 13.
18. Dit jaar alleen al zijn er nu tot en met 14 augustus 300 geweest, waarvan 105 tussen 3.9 en 5.9 op de schaal van Richter waren. Het aantal aardbevingen variërend van 6.2 tot 8.2 op de schaal van Richter tussen 1906 t/m 1976 bedraagt 1 in de 10 jaar. De relatieve stijging van die laatste aardbevingen tussen 1976 en 1989 is 770% en ten opzichte daar weer van, tussen ‘89 en aug. ‘99, is 360% (nb.: de tienduizenden! net zo heftige naschokken worden nog buiten beschouwing gelaten). Een andere zinsnede uit Matheus 24 is: “En in die tijd zal het teken van de Mensenzoon in de hemel verschijnen. Alle geslachten der aarde zullen zich op de borst slaan en zullen de Mensen-zoon aanschouwen, komend op de hemelse wolken (de etheri-sche Christus) met machtig bewegende kracht en veelvuldige openbaring”.
19. Zie hiervoor o.a. GA 106 en ‘Wetenschap Anders’, door Nicolaas de Jong.
20. Zie GA 230.
21. Vandaar de hindoeïstische verering voor het rund. Zie verder ook GA’s 230 en 101.
22. Zie hiervoor hoofdstuk 5B van Wetenschap Anders, Nicolaas de Jong.
23. Die van de adelaar is: “Lerne mein Wesen Erkennen. Ich gebe dir die Kraft. Im eignen Haupte. Ein Weltenall zu schöp-fen.” Hieruit blijkt ook dat de adelaar de fysieke aardewording niet wilde meemaken. Die van de leeuw is: “Lerne mein Wesen erkennen! Ich gebe dir die Kraft. Im Schein des Luftkreises. Das Weltenall zu verkörpern”. De stier: “Lerne mein Wesen erkennen! Ich gebe dir die Kraft. Waage, Meßlatte und Zahl. Dem Weltenall zu entreißen.”
24. Zie achter op Bruisvat nr. 0
25. Joden in spirituele zin en zoals de Apokalyps het bedoeld (hieronder worden niet de joden als volk bedoeld, waarin mensen als jood zijn geïncarneerd, hoewel individuele joden er dus weer wel onder kunnen vallen) zijn eigenlijk die mensen die de weg van trouw aan de opgave van de mensheid op aarde hebben gekozen. Het zijn die zielen die door de millennia heen de voorbereiding en verwerkelijking van de Christus-impuls dienen. Abraham liet het eerste morgenrood zien van het inzicht in een Ik-God die ver-want was met de Ik-natuur van de mens: Jehova, de wegbereider voor de opname van de Christus-impuls. Zo beschouwd zijn de joden al die vrije in hun ik gegronde mensen, die onder behoud van vrijheid een gemeenschap nastreven. Zie Openb. 3:7 (6e cultuurperiode) voor de tegenstelling tussen: “enigen uit de synagoge van satan, van hen die zich joden noemen maar het niet zijn, maar liegen” en joden opspeelt als zijnde de splitsing van de mensheid in het goede en boze ras, die sinds sorat zijn komst op aarde (zonsverduistering, 11 aug. 1999) definitief is ingezet. Zie ook Het esoterisch Christendom, R. Steiner, WV-C3
26. Kus is verwekt door Cham, een zoon van Noach die hem in zijn naaktheid heeft gezien en het aan zijn broeders is gaan vertellen, waardoor Noach Kanaän -een zoon van Cham- vervloekt.
27. Dat het fysieke direct met de adelaar samenhangt blijkt ook uit Lucas 17:37: “Waar het lichaam is, daar verzamelen zich ook de arenden”. Bedenk daarnaast ook dat een adelaar alleen maar vlees eet.
28. Zie: Insight in the Scriptures, Vol. II, uitgave van Watch-tower and Tract Society of New York. Verder is uit rabbijnse overleveringen afkomstig dat de naam Nimrod afstamt van het Hebreeuwse woord “ma•radh”, hetgeen “rebel” betekent. In dit verband zegt de Babylonische Talmud (Erubin 53a) nog het volgende: “Waarom werd hij dan Nimrod genoemd? Omdat hij de hele wereld opstookte om te rebelleren tegen Zijn (Gods) soevereiniteit. Zie hiervoor Encyclopedia of Biblical Interpretation, door Menaham M. Kasher, Vol. II, 1955, p.70.
29. Deze twee worden ook gelijkgesteld met “Ninurta”: een god van de aarde en van de oorlog. Zie: The Anchor Bible Dictionary, door David Noel Freedman, Doubleday Publishing.
30. Jesaja 37: 37-38: “Dus brak Sanherib, de koning van Assur, op en aanvaardde de terugtocht; en hij bleef te Nineve. Eens, toen hij zich neerboog in de tempel, doodden zijn zonen, Drammelek en Sareser, hem met het zwaard;...”.
31. Psychologisch gezien is dit dan ook de reden waarom het Darwinisme is ontstaan.
32. Tussen het 5e en 6e millennium v. Chr. leefden de Sumeriërs in de gebieden waar later de Babyloniërs en Assyriërs leefden. Zij spraken een oertaal bestaande uit een gemeenschappelijk, geestelijk en levendig gevoel ervoor. Iedereen in Europa, Azië en Afrika sprak deze oertaal (GA 106).
33. De tempelieren hadden de wijsheid uit het oosten in een op die tijd toepasselijke wijze omgevormd. Maar na hun gewelddadige verdwijning van het toneel, bleef alleen dat over wat aan cultuur uit Azië hier heen gebracht was, vrijwel geheel zonder de eigenlijke spirituele inhoud. Wat was het dan wel? De inhoud van de 3e cultuurperiode.
34. Dit staat voor het geloof aan God onder gebruik van de rede en dat deze bestaat als oergrond van de wereld, maar niet ingrijpt en zich niet openbaart. Het Deïsme was in de 17e 18e eeuw het geloof van de Verlichting.
35. Deze driedeling in Christuskerk en Logevolk is niet sec geografisch op te vatten. Alle stromingen in de mensheids-evolutie grijpen in elkaar in, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het Goetheanisme.
36. Naast Goethe worden Hegel, Lessing, Herder, Schiller, Fichte en Schelling als grondleggers hiervan beschouwd. Van de vier fenomenologische stappen is in de Antroposofie de 2e uitgewerkt en behelst de praktische Astrosofie, in de vorm van Astrofonie en Astrognomie mogelijkheden voor uitwerking van de stappen 3 en 4. Zie Wetenschap Anders, door Nicolaas de Jong.
37. GA 185.
38. Zie stuk over het over de drempel gaan van de mensheid; Openb. 10.
39. GA 177.
40. GA 181.
41. Zie GA 173 en onder andere het stuk over 6e bazuin.
42. Zij hadden een soort “Fingerspitzengefühl” voor de geest; GA 353.
43. GA 173, 6e voordracht. Hier ontrafelt Steiner zeer uitputtend de achtergronden van de Eerste Wereldoorlog.
44. Zo staan kromme lijnen voor antipathie; GA 353. Doe er twee aan elkaar en je hebt het MacDonalds-symbool.
45. Daar de top van de vrijmetselarij qua karakter innerlijk nauw verwant is met die van de jezuïeten, zijn de enen in beide stromingen te vinden.
46. Steiner heeft het in GA 173 over in totaal 40 mensen achter de coulissen, die de oorzaak zijn van de Eerste Wereldoorlog.
47. GA 173 en L. Polzer-Hoditz: ‘Der Kampf gegen den Geist und das Testament P. des Großen’, Stuttgart 1922.
48. Vergelijk ‘Internationales Freimauerlexikon’, door Eugen Lennhof en Oskar Posner. Een verschijningsvorm is volgens mij mede te zien in het symbool van MacDonalds, waarin de middelste poot van de M korter is dan de buitenste twee. Als men dan nog een keer goed kijkt kan men er makkelijk een vliegende adelaar in zien. De “MacDonaldization” van de wereld is een Engelssprekende volkerencultuur-’impuls’.
49. Dat Christus het zelf gepland heeft blijkt ook uit Jesaja 46: 10-11: “Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en ik zal mijn welbehagen doen; die uit het oosten een roofvogel (arend) roep, uit een ver land de man van mijn raadsbesluit; Ik heb gesproken, Ik doe het ook komen; Ik heb het ontworpen, Ik breng het ook tot uitvoering.”
50. Uit: ‘The Old Testament Pseudipigrapha’, Vol. I, door James H. Charlesworth, Dale University.

 

Uit: Bruisvat No. 3.

Terug naar Archief

Terug naar Sampo home