|
Uit: Bruisvat 1, najaar 1999
De kleine
Apocalypse: op hol geslagen adelaar krijgt het aan de stok met de leeuw
door Patrick Steensma
De gebeurtenissen beschreven
in de Apocalyps, de bijbelse Openbaringen zullen komen. Het is alleen
de vraag hoe ze zullen verlopen - zoals de goden willen of de tegenkrachten?
In dit verband is er een overvloed aan verschijnselen in deze eeuw die
duiden op een zich met een noodgang voortwoekerende materialistische cultuur,
hetgeen weer nodig is voor onze ontwikkeling tot geesten van vrije wil
en liefde. Voortbordurend op zijn vorige artikel in Bruisvat is Patrick
Steensma’s focus er nu meer op gericht om wat dat betreft enige
helderheid te scheppen voor deze tijd.
Achtergronden van de kleine cycli
Door het plaatsen van Apokalyptische gebeurtenissen in bepaalde jaartallen
kan men bepaalde passages beter onderzoeken(1), evenals het gebruik van
getallen zelf. Zo hebben de zegels, de bazuinen en de schalen van toorn
naast de grote cycli(2), tevens kleinere cycli van ongeveer 150 jaar.
Dit is begonnen na Christus’ daad op Golgotha. Vanuit deze benadering
vindt in de periode van de vierde zegel het jaar 666 plaats. In Openbaringen
6: 8 staat dit beschreven als “... een vaal paard; en hij die daarop
gezeten was, zijn naam was de dood,...”. De dood komt nu naast de
mens lopen.
Johannes ziet daar voor het eerst de werking van Sorat opkomen. Deze is
in de 7e eeuw te herkennen achter het wetenschapsstreven van de Academie
van Gondhishapur in Perzië. In dit verband zijn de constante cycli
van 666 jaar voor de bewust aan de hand van de Apokalypse levende mens
van groot belang. (3)
In de eerste vier zegels komen elke keer paarden voor; de eerste is een
wit paard. Het witte paard staat voor de vergeestelijkte intelligentie,
het verheffen tot wijsheid, tot spiritualiteit, dat de mens zal weten
te bereiken. Het was Odysseus die als eerste zich van de intelligentie
kon bedienen en zodoende kon los komen van de Goden en hun invloed. Dit
is prachtig verbeeld in het paard van Troje, dat hij als list bedacht
om na ruim 10 jaar belegering de stad Troje erdoor te laten vallen.(4)
De paardennatuur zelf staat voor de intelligentie.(5) Hieronder valt tevens
het intellectuele verstand, het-alleen-maar-verstand, hetgeen het aller-zelfstandigste
is en daardoor het middel is waardoor de mens tot vrijheid kan komen,
maar geen doel op zich is. Dit is tevens hét terrein van Ahriman,
die probeert het menselijke intellect helemaal aan de zijne te binden,
teneinde de mens uit zijn aarde-evolutie te halen.
Zo is het opkomen van het materialisme in de bazuinen terug te vinden,
zoals in de 4e bazuin, door het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus
eigenlijk een derde van de mensheid “geestelijk gedood” werd,
dat wil zeggen ophield een geheel geestelijke ontwikkeling te gaan. Ook
de sprinkhanenplaag, de 5e bazuin, is een weerzinwekkende gebeurtenis
die weergeeft dat er een zeer groot aantal Ik-loze mensen op aarde verschijnen,
hetgeen ook nog in onze tijd het geval is. De helderziende blik neemt
ze waar als “etherische sprinkhanen met een mensengezicht”.
Deze ik-loze mensen krijgen dus een ether- en astraallichaam, alleen worden
ze innerlijk uitgerust met een ahrimanisch bewustzijn.(6) De 6e bazuin
begon vanaf 1840.(7) En in 1843-’44 heeft Ahriman eigenlijk werkelijk
toegeslagen, zoals onder andere blijkt uit de publicaties het Communistisch
Manifest (1848) en Das Kapital (1e dl. 1867) van Karl Marx. Steiner spreekt
over die tijd als zijnde een culminatie van het materialisme en onze huidige
materialistische cultuur in al zijn vormen, is daar een uitvloeisel van
(8). Openb. 9:17 e.v. vertelt dan ook over de in die tijd wild uitziende
paarden, die kwaad stichten: het abstracte denken.
In 1998 begon de 7e bazuin te klinken. Dit was merkbaar vanaf eind februari
tot en met april 1998; het is onder andere af te leiden uit Marko Pogacnik’s
beschrijving hoe de aarde-aura toen veranderde. Ook een spiritueel ver
ontwikkelde man in mijn persoonlijke omgeving heeft een ervaring op deze
datum beschreven.(9) Wat behelst dan eigenlijk die 7e Bazuin, het begin
van de periode van de zeven schalen van toorn?(10) De schalen van toorn
zijn eigenlijk goddelijke liefde, waardoor het teveel dat aan onwerkbare,
schadelijke dingen dat door de mensen is gecreëerd, wordt weggenomen,
om weer verdere ontwikkeling mogelijk te maken.
Dat brengt ons op de cycli van zeven jaren. Dit is een andere cyclus;
elk hoofdstuk van de Openbaringen beslaat zo bezien telkens 7 jaren.(11)
Zo begint hoofdstuk 1 in het jaar 1902; het jaar waarin Steiner in het
openbaar de Sofia-wijsheid, de Trooster-mysteriën bracht, als begin
van de Openbaring van Christus. Een interessant centraal gebeuren halverwege
deze eeuw is het over de drempel gaan van de mensheid, waardoor het uiteenvallen
van het denken, voelen en willen op mensheidsniveau en dus ook op individueel
niveau, plaatsvond.(12) Omstreeks deze tijd openbaarde zich deze gebeurtenis
onder meer in de opkomst van wereldwijde bewegingen als die van ‘sex,
drugs en rock ’n roll’, the flower power, de provo’s
en De Dolle Mina’s - ‘baas in eigen buik’. Dit is terug
te vinden in hoofdstuk 10: “ En ik zag een andere sterke engel (de
gehele mensheid representerend neerdalen uit de hemel, gehuld in een wolk
(voornamelijk dus een denker), de regenboog (voornamelijk een voeler)
boven zijn hoofd, zijn aangezicht als de zon, zijn voeten als zuilen van
vuur (voornamelijk een wilsmens), in zijn hand een geopend boekje”(13).
Hierdoor wordt de hoofdaard - vaak als eenzijdigheid te karakteriseren
- van ieder mens, zoals hij/zij zich in de tot nu doorgemaakte incarnaties
heeft ontwikkeld, juist in deze tijd weer zichtbaar. Op het wereldtoneel
zijn de vuurvoeters te plaatsen in het Westen, de regenbogers in Europa
en de wolkenmensen in het Oosten. Tevens zijn vanuit deze 7-jaarscycli-benadering
de hoofdstukken 13 (1986-1993) en 14 (1993-2000) erg actueel. In hoofdstuk
13 wordt beschreven hoe Ahriman uit de zee opstijgt (het beest met tien
hoornen en zeven hoofden) en hoe Ahriman alles volbrengt voor het aangezicht
van Sorat - hij is tenslotte zijn knecht. Sorat wordt beschreven als het
beest dat uit de aarde opstijgt, “en het had twee hoornen als die
van een lam en het sprak als een draak; alles waartoe het eerste beest
(Ahriman) macht heeft volbrengt het voor diens aangezicht. Het bewerkt,
dat de aarde en zij die daarop wonen het eerste beest zullen aanbidden,...”,
aldus Openb. 13:11. Ahriman krijgt door Sorat dus extra macht.
Hoofdstuk 14 is onder andere actueel vanwege de uitspraak: “Erkent
vol eerbied Gods openbaring. Gekomen is zijn uur, het uur van de crisis”.
Voorafgaand aan de crisis - in andere woorden ‘Het Laatste Oordeel’
- is de komst geweest van de etherische Christus, hetgeen gebeurd is na
zijn kruisiging in de etherwereld in 1942. (14) Een belangrijke link is
hier nog te leggen naar de ‘Kleine Apocalyps’. Steiner zegt
dat dit omstreeks deze eeuwwisseling de kop op zal steken. De crisis doelt
op rampen(15), chaos en oorlogen - wellicht een derde wereldoorlog zoals
zo velen hebben voorspeld.(16) In drie evangeliën (17) is dat terug
te vinden. Matheus 24 geeft bijvoorbeeld het nodige weer: “Hongersnoden
en aardbevingen zullen er zijn, nu hier, dan daar. Dit alles is het begin
der barensweeën.” De afgelopen eeuw bijvoorbeeld is het aantal
aardbevingen enorm gestegen.(18)
Een apokalyptische rode draad van de mensheidsevolutie
Ook in de Openbaringen is
het oerbeeld van het mensenwezen terug te vinden. Dit oerbeeld is een
van de rode draden van de mensheidsevolutie en komt in elk boek van de
profeten uit het Oude Testament voor. In Openb. 4:7 e.v. verwoordt Johannes
zijn waarneming ervan. Het bestaat uit een adelaar, een leeuw, een stier
en een mens/waterman. Het staat voor de vier cherubijnen die aan de aanvang
van deze kosmische wordingsronde stonden. Zij riepen er elk twee cherubijnen
bij, waardoor de Dierenriem gevormd werd. In de Polaire, Hyperboreïsche
en Lemurische tijdperken verdichtten de kwaliteiten van de Dierenriemsterrenbeelden
zich dermate op fysiek niveau, dat tijdens Atlantis het fysieke lichaam
afgemaakt kon worden.(19) De uitkristallisatie van de vier oerbeelden
was een hoofdthema in de eerste vier Atlantische cultuurperioden. Halverwege
het Atlantische tijdperk was het fysieke lichaam van de mens zogezegd
af, waardoor de scheiding tussen man en vrouw een feit werd. Dit leidde
tot het misbruik van de geslachtskrachten, met de catastrofes en de uiteindelijke
ondergang van dit continent als gevolg. Resultaat van die uitkristallisatie
was dat ieder mens één van de specifieke kwaliteiten van
adelaar, leeuw of stier als hoofdaccent in zich uitvormde. Als stier bijvoorbeeld
had men een bijzonder sterke geslachtsdrift of eetlust en als adelaar
wilde men het liefste niets met de aarde te maken hebben.
De vier oerwezens zijn op verschillende niveaus te onderscheiden qua kwaliteiten
en geestelijke vormkrachten. De mens/waterman staat voor het ‘ik’
(in het fysieke lichaam). De adelaar staat voor het vanuit het astrale
tot fysieke verschijning komen van het hoofd en met name de fysieke hersenen,
want de kracht die onze hersenen vormgeeft en ze in staat stelt om de
innerlijke kracht van het zout op te nemen - die de grondslag vormt voor
het denken - is dezelfde kracht die werkt en leeft in de bonte veren van
de adelaar. Onze gedachten stromen dus net zo voort uit onze hersenen,
als de veren dat bij de adelaar doen. Fysiek gezien zijn eigenlijk alle
vogels één en al kop, en is de adelaar te zien als dé
representant voor de vogelwereld.(20) Het gaat zodoende om gedachten die
voortkomen uit de fysieke hersenen en daardoor alleen betrekking hebben
op “de ogenblikkelijke gedachten ! ”. Indien de mens alleen
de functie van het hoofd zou hebben, dan zouden wij alleen dergelijke
gedachten kunnen vormen. Hoe de mens gewoonlijk zelf zijn gedachten vormt
is een veel complexer proces omdat hierin ook de herinnering een onderdeel
vormt en een innerlijke toetsing aan het hart plaatsvindt.
De leeuw is in zijn fysieke verschijning te zien als één
en al borstorgaan, waarin het ritmische systeem van bloedcirculatie en
ademhaling huist. Bij de leeuw klopt zijn hartslag omhoog tot aan de muil,
waar de adem deze weer terug dringt. Innerlijk is de leeuw helemaal in
zijn nopjes als zijn hartslag en ademhaling in volmaakte harmonie zijn.
Op zijn beurt is eenzijdig in de koe het stofwisselings-ledematen-systeem
geïncarneerd. De koe zit nogal wat te herkauwen en eet elke dag net
zoveel als hij aan ontlasting heeft.(20)
Op zieleniveau staat de adelaar voor het denken, huizend in het astrale,
want de krachten die op het fysieke zorgen voor de vormgeving van de veren
zorgen op het astrale niveau voor de gedachtenvorming. De leeuw staat
voor het voelen, waarin het astraallichaam zich spiegelt aan het etherische;
deze kwaliteit is het ritmische toegewijd en wil alles wat zich voordoet
in weer en wind, in de jaargetijden, in het spel van de zonnestralen,
in de kleuren van de luchten, in de werkingen van de sterren, in zich
opnemen.
En de stier staat voor de wil, die vertoverd slaapt in onze spieren, c.q.
het fysieke lichaam. Op etherisch niveau zijn de vier oerwezens als afdrukken
waar te nemen. Het fysieke lichaam drukt zich in het etherlichaam af als
de mens, de gewaarwordingsziel drukt zich af als de leeuw, de verstandsziel
drukt zich af als de stier en de bewustzijnsziel - en tevens het Geest-Ik-zelf
- drukt zich af als de adelaar. Tevens kan een onderscheid gemaakt worden
op het wereldtoneel. De adelaar werkt vanuit het Westen, de leeuw heeft
zijn ankerpunt in Europa en de stier staat voor het Oosten.(21 & 22)
Tevens staat de adelaar voor de laatste planetaire ontwikkeling in de
mensheids-evolutie, De Vulcanus-fase. Zo staat de huidige periode in sterrenconstellatie
omtrent Pegasos (staand in het sterreteken Waterman, die met het Aquarius-tijdperk
(beginnend ongeveer in 3577, en niet al over 300 jaar) te maken heeft:
de tijd van de mensheidsbroederschap), het Geestzelf representerend en
de weg naar het Nieuwe Jeruzalem, de Jupiter-fase, daarna staat de Dolfijn
centraal als weerslag van de Venus-fase waar het inspiratieve bewustzijn
zijn culminatie kan vinden.
Het opmerkelijke sinds de aanvang van onze huidige 5e cultuurperiode omstreeks
1417, is dat alledrie de neiging hebben de anderen in betekenisloosheid
te doen verzinken, de ander te domineren en hun eigen werking boven die
van de anderen te laten prevaleren. Zo is er in de gehele mensheid een
onderbewuste stroom waarin de verleiding van alledrie werkt.(23) En alles
wat in het onderbewustzijn leeft, leeft juist in de tegenwoordige tijd
als uitermate verleidelijk. De zonsverduistering op 11 augustus 1999 heeft
dit wellicht nog eens versterkt door het grote vierkant precies in het
oerbeeld van de mens; in de leeuw, schorpioen (c.q. adelaar), waterman
en stier.(24) Zo leiden te eenzijdig uitgevormde adelaarkwaliteiten tot
intellectualisme, een abstract denken wat kan leiden tot het ontbreken
van een samenhang met de werkelijkheid. Een ander gevolg is dat bij de
mens de drang ontstaat, zich direct met de bovenaardse werelden in verbinding
te stellen, die ooit daar was, bij het begin van de aardontwikkeling.
De mens krijgt zodoende de drang om uit te wissen wat de mens tot op heden
aan wijsheid en zelfstandigheid verworven heeft. Men zou alleen in de
onderbewuste wil leven die de goden in de menselijke spier- en zenuwstelsels
hebben aangelegd. Daardoor zou men terugkeren tot een primitieve helderziendheid,
die al aan het begin van de mensheidsontwikkeling aanwezig was.
Door de adelaarwerkingen in het Westen, zijn daar bepaalde menselijke
organisaties erop gegrondvest om deze eenzijdig op te nemen. Juist de
Amerikaanse cultuur is door de bijzondere organisatie van haar mensheid
aan deze verleiding blootgesteld.
Een eenzijdige stierwerking kan een destructief effect hebben op de beschaving.
De huidige techniek is een voortbrengsel van de materialistische wetenschap.
De techniek in de huidige westerse mechanistisch-geestloze beschaving
staat geheel in het teken van de weegschaal, de meetlat en het getal.
Meten, wegen en tellen is het ideaal en enig reële voor de huidige
wetenschappers. Dit wordt gevaarlijk indien er vanuit het Oosten een inwijdingswetenschap
komt die weet heeft van de geestelijke achtergronden die in de organisatie
van het rund leven. Daardoor wordt het mogelijk om het gewogen, gemeten
en getelde in een systeem te integreren waarmee al het andere aan beschaving
overheerst kan worden. Dit levert enkel en alleen een beschaving op die
(nog) meer weegt, telt en meet en al het andere uit de samenleving doet
verdwijnen. Met deze wetenschap kunnen bijvoorbeeld machines gemaakt worden
die door bepaalde trillingen-bewegingen, die op aarde worden gecreëerd
ons gehele planetensysteem kunnen dwingen om hierin mee te bewegen. En
gezien het astrale van de stier erop gericht is om het reeds bestaande
duur te geven en dit wil vereeuwigen, zal een intense samenwerking tussen
de adelaar (abstract denken) en het rund (meten, wegen en tellen) kunnen
leiden tot een eindeloze puur mechanistische beschaving, doorat de harmoniserende
werking van de leeuw buitenspel wordt gezet.
Ter zake doende passages uit de Bijbel
Om nu verder te focussen op
de tegenwoordige doorgeslagen en overheersende adelaar-werking is het
nodig de Bijbel nog even te hulp te roepen. Zoals Hosea 8:1 “De
bazuin aan uw mond! Als een arend komt het tegen het Huis des Heren! Omdat
zij mijn verbond hebben overtreden en tegen mijn wet hebben gerebelleerd”.
De arend wordt in de Bijbel voornamelijk beschouwd als een boosdoener,
een verwoester, een aardse machthebber. Het wordt beschouwd als een ‘Israël-vijandig
wezen’.(25) Dit blijkt onder andere uit in de Bijbel voorkomende
personages die direct met de adelaar te maken hebben, en er zelfs (in
ieder geval met de werkingen ervan op aarde) mee te vereenzelvigen zijn.
In Genesis 10:8 is zijn origine terug te vinden: “ En Kus (26) verwekte
Nimrod; deze was de eerste machthebber op aarde; hij was een geweldig
jager voor het aangezicht des Heren; ...” Verder gaat het: “...daarom
zegt men: een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod.
En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het
land Sinear”. Nimrod was dus de stichter en koning van het eerste
aardse rijk.(27) Hij onderscheidde zichzelf als de geweldige jager voor
Jehova. Echter moet het woord voor eerder in een ongunstige zin geïnterpreteerd
worden aangezien het afkomstig is van het Hebreeuwse woord “liph•neh”,
hetgeen als “tegen” of “in strijd met” betekent.
Nimrod was dus in strijd met Jehova.(28) Vanuit Jesaja 37:37 is vervolgens
een link te leggen tussen Nisrok en Nimrod(29), omdat Nisrok de god was
in Nineve te Assur(30), hetgeen gebouwd is door Nimrod. De god in Assur
heet Nisrok, de adelaar-god. Uit het bovenstaande blijkt dat deze god
te vereenzelvigen is met de bijbelse satan, c.q. Ahriman.
Deze tijd
Om helderheid te verkrijgen
omtrent de verschijnselen van deze tijd is het nodig de toedracht van
de 5e cultuurperiode nader onder de loep te nemen. In de eerste vier cultuurperioden
van het Na-Atlantische tijdperk was er een spiegeling van de daaraan voorafgaande
4 tijdperken. In de Indische spiegelt zich het Polaire tijdperk, tot uiting
komen in Brahma. In het Perzische spiegelde zich Hyperborea, waarin de
scheiding tussen goed en kwaad tot stand werd gebracht door de afscheiding
van de zon en de aarde en maan, in de vorm van Ahura Mazdao (Christus)
en Ahrimanju. In de 3e periode spiegelde zich Lemurië, de maan ging
toen uit de aarde, terug te vinden in de mythe van Osiris (zon), Isis
(maan) en Horus (aarde). In de 4e was het Atlantis met al zijn goden zoals
Zeus, Apollo, Odin en Thor. Juist in de 5e cultuurperiode spiegelt zich
wat dat betreft niets! Dit omdat deze periode er niet voor is om naar
het verleden te kijken, maar juist naar de toekomst, waarin de goden weer
moeten opstaan en er een hereniging met hen kan plaatsvinden.
In de 5e cultuurperiode zijn er drie evolutiestromen. Die van de gewaarwordingsziel
(voor de mensheid als geheel), die van de bewustzijnsziel (impulserend
op individueel niveau) en die van de volkszielen met hun specifieke zielsonderdelen.
De Fransen staan bijvoorbeeld voor de verstandsziel, de Italianen voor
de gewaarwordingsziel en de Engelssprekende volkeren voor de bewustzijnsziel.
De evolutiestromen zijn in werkelijkheid niet sec te scheiden maar lopen
in elkaar over.
De verdere ontwikkeling van de gewaarwordingsziel is te vinden in de spiegeling
van de Egyptische in de huidige 5e cultuuperiode. In Egypte is de liefde
voor het fysieke aangelegd, onder andere doordat mensen werden gemummificeerd.
Zij konden zo met liefde terugkijken naar hun fysieke lijf en aardse leven.
De tegenwoordige voorstellingen van de mens zijn mede gebaseerd op uit
die tijd opkomende herinneringen van toen voortgebrachte voorstellingen.
Zo is het dat de mens zich nu herinnert dat zijn voorouders diergestalten
hadden maar vervolgens vult hij deze, gevoed door de abstracte begrippen
en ideeën van de materialistische wetenschap, op een abstracte manier
in, zonder zich te realiseren dat het goden waren. Doordat de mens in
die periode nog niet helemaal fysiek op aarde was gekomen, moesten de
goden zich kleden in diergestalten met dierkoppen, zodat de mensen het
konden begrijpen, wetend dat het goden waren.(31) Voorafgaand aan de Babylonische
cultuur bestond de oertaal nog, die iedereen sprak.(32) Nu had juist het
Babylonische volk de opgave om de levendige geestelijke samenhang van
de mens met de geestelijke wereld persoonlijk te maken en ze te integreren
in de fysieke wereld. Daarom differentieerde de taal zich naar klimaat,
ras en geografische ligging.
De toren van Babel geeft dit symbolisch weer. Deze bouw van die sterrentorens
staat ook voor de uitwerking van de sterrenkunde waar de Babyloniërs
zich op concentreerden en het toepassen ervan op aarde en mens. Omdat
de mens als microkosmos een afbeelding is van de macrokosmos werd door
uitwerking van die sterrenwijsheid deze persoonlijk. De mens kon zich
gaan bedienen van de maten. In Egypte werd het fysiek gemaakt door de
wiskunde en geometrie in de bouw van de piramiden. Wederom het materialisme
zorgt ervoor dat men nu voor de maat abstracte maten gebruikt, dat wil
zeggen geen concrete, direct aan de mens en aan de verschijnselen in de
hemel gerelateerde maten. Het huidige overheersende abstracte denken is
dus mede terug te voeren op ontwikkelingsfasen in deze culturen. Het listige
alleen met deze spiegelingen is dat zij zich instinctief voordoen.
De impuls voor de bewustzijnsziel behelst het opkomen van de persoonlijkheid,
omdat die juist op zichzelf wil staan en uit zijn hulzen wil breken. In
Engeland verbond de persoonlijkheidsimpuls van de bewustzijnsziel zich
met het daar versterkt zich doen geldende nationalisme, hetgeen tot parlementarisme
werd dat steeds meer de politieke kant opslaat. Het paradoxe bij het parlementarisme
is dat men aan het gevaar is blootgesteld om tot een compromis te komen,
waardoor men datgene dood, wat in de ziel leeft. Dus ze komt voort uit
het ten gelde maken van de persoonlijkheid en eindigt met de nivellering,
c.q. vernietiging ervan. Hier is de drang naar buiten gericht, naar de
mensheid, de hele wereld in, zodat overal de persoonlijkheid opgroeit.
In Frankrijk komt juist het op zichzelf gesteld zijn van de persoonlijkheid
op. Dit leidt tot de nationale impuls ter emancipatie van de kerk en wordt
zo de moederbodem voor de persoonlijkheid. Is dus een impuls naar binnen,
naar de mens zelf en deze wil meer de opvoeder van de persoonlijkheid
in de ziel worden.
Wat dit betreft ontstonden er drie mogelijkheden in onze tijd. De ene
is dat de mens geheel vrij de zee opgaat, op zoek naar de bewustzijnsziel.
Of ‘Rome’ wint aan betekenis, doordat het haar lukt het streven
van de bewustzijnsziel af te dempen en de mens in slaap te sussen, middels
het suggestieve en de mens te verstarren in de verstandsziel. De in de
4e cultuurperiode gerechtvaardigde universele impuls van het christendom
middels het katholicisme, waarin alles ingebed was in groepsverbanden,
werkt in de 5e cultuurperiode als tegenwerkende kracht. Of men probeert
het pendelende streven volledig te doden dat uit de vorige twee komt.
Dat doet men doordat men de voortschrijdende impulsen juist ontdoet van
zijn kracht en het oude laat werken. Deze stroming is die van de exoterische
vrijmetselarij en deze laat de oude wijsheid, als een uitgeperste citroen
weer ‘hoogtij’ vieren (33), waardoor de Engelssprekende volkeren
door de verkeerde esoterie werden gegrepen en er iets ontstond wat in
de slechtste zin lijkt op de ontwikkelingsweg die plaatsvinden moet. Door
deze tegenstelling en de steeds sterker wordende tegenstroom van voornamelijk
Engelse en Amerikaanse loges, vooral sinds de tweede helft van de 19e
eeuw, verwordt het streven naar de drie waarden van de Franse Revolutie
- vrijheid, gelijkheid en broederschap, die juist de opgave van de 5e
cultuurperiode behelzen - steeds meer tot een chaotische wirwar. Gevolg
daarvan is dat het ziele- en geestes-element niet meer werkt, maar alleen
het uiterlijke zintuiglijke-fysieke. Dit was te herkennen aan het toen
internationaal steeds meer optredende socialisme in al zijn vormen, dat
gebaseerd is op een dode, tevens zichzelf dodende wetenschap, en dat alleen
doordrongen kan worden door een dode verstandscultuur.
Marx en Engels
Marx en Engels hebben die
dode wetenschap in dat socialisme vormgegeven. Het socialisme is in de
tang genomen door de materialistische wetenschap, waarin de voortzetting
leeft van de onfeilbaarheid van de paus (besloten op het concilie van
Konstantinopel in het jaar 869).
De samenhang met de volkszielen-ontwikkeling in de 5e cultuurperiode is
onder andere te vinden door een indeling daarvan op het wereldtoneel.
De Russen, c.q. Slavische volkeren, kan men beschouwen als het Christusvolk,
omdat zij een constant doorwevende werking van Christus hebben in hun
denken en voelen. Een Rus zegt dan ook: als ik mij op een juiste manier
in mijn ziel beleef, vind ik de Christus. De Midden-Europese volkeren
zijn te beschouwen als het Kerkvolk. Kenmerk was de katholieke kerk die
dingen voorschreef, waardoor de Christusimpuls steeds meer afstompte en
afzwakte. Tevens was deze verantwoordelijk voor het vormgeven van de geestelijke
heerschappij van Christus, hetgeen sterk heeft doorgewerkt in de politiek
en de reden is voor het ontstaan van het jezuïtisme in Europa. Het
loge-volk op zijn beurt aanvaardt wel een algemene God, waardoor het Deïsme
(34) hoogtij vierde, maar stelt de (Verlichtings-)vraag of het redelijk/oordeelkundig
is tevens de Christus te aanvaarden – het is tevens hun missie om
dat begrijpelijk te maken. Het Logevolk heeft zijn oorsprong verder in
het Keltendom. De Keltische cultuur stond in het teken van het samenleven
in een sociale gemeenschap, maar dan wel in de vorm van beveler en bevolene.
Het heeft voor onze tijd een antidemocratische, aristocratische inslag,
met het koningselement tot uiting komend in de Arthurlegende. Van deze
oude inslag, gepaard gaande met de gezindheid om samenlevingen te organiseren
(niet door middel van voorschrijven, maar het gewoon als een orde neer
te zetten), dat wil zeggen het geestelijke te organiseren waardoor het
tot gewoonte gemaakt wordt, is het restant heden in de huidige VS en het
VK te vinden. Dit loge-principe vindt tegenwoordig vooral daar zijn karikatuur
in de vrijmetselarij.
Parallel aan de Arthurstroming heeft zich de Graalstroming ontwikkeld.
Deze zijn polair want de laatste richt zich juist op het totstandbrengen
van de verbinding tussen het intiemste van de menselijke ziel, daar waar
juist de bewustzijnsziel ontwaakt, en de geestelijke wereld. (Naar verluidt
gingen vele ridders van de ronde tafel ook op zoek naar de Graal, transformeerden
tot Graalsridders) Het is het verheffen van het in de zintuiglijke wereld
werkzame religieuze in de geestelijke hoogten en het behelst de mysteriën
van dood en opstanding. En innerlijk hiermee verwant is het Slavendom,
dat dit op instinctieve wijze nastreeft. Deze Graalstroom, voortkomend
uit de Christusvolk-stroom werkt als onderstroom sterk door in Europa.(35)
En het hieruit voortgekomen Goetheanisme (36) streeft dit dan ook na.
En nu is het juist aan het Russische volk als missie overgedragen om het
graalswezen als religieus systeem tot aan het 6e cultuurtijdperk zo uit
te werken dat het een cultuurelement van de hele aarde kan worden.(37)
Door de evolutiestroom van de gewaarwordingsziel leeft in de moderne mensheid
zeer sterk in de instincten, diep in het onderbewuste, dat in het 4e millennium
de juiste sociale gedaante van de gehele aardbol te vinden is. Het is
een missie van deze cultuurperiode. We staan nu dus aan het begin van
de ontwikkeling van het socialisme, telkens geïmpulseerd door de
bewustzijnsziel. Hetgeen wat nu steeds optreedt qua mogelijke constituering
van allerlei mogelijke naties als nationale staten is juist iets wat de
mensheidevolutie tegenwerkt. Want elke natie is dan doordrenkt van centralistische
organisatieprincipes op elk vlak. Dit is weer polair aan het Graalstreven,
dat als socialistische streven een driegelede samenlevingsvorm als basis
heeft. Deze drieheid is voor de hele wereld zo vorm te geven dat het Oosten
de geest begrijpelijk maakt, het Midden de ziel en het Westen het lichaam.(38)
Dus in plaats van de huidige staatssystemen komen er organisaties die
doordrenkt zijn van broederlijkheid, een zieleleven dat zich in een vrij
naast elkaar leven kan ontwikkelen en een absolute gedachtevrijheid doordat
men ervan bewust is dat ieder zich op zijn eigen manier zich verhoudt
tot dezelfde geest.
Het 20e eeuwse socialisme is vooral tiranniek, het wil het liefst al het
andere in de samenleving beheersen. Innerlijk is het in werkelijkheid
de strijd tegen Ahriman, want die treedt op als men de Christusimpuls
uiterlijk naar staatsprincipes organiseert, c.q. dat deze verder gaat
dan de broederlijkheid en zijn doel voorbijschiet. De structuren in de
vertegenwoordigende democratie zijn voornamelijk zo dat er altijd een
paar mensen aan de touwtjes trekken, de anderen worden echter getrokken.
Het is het werkzaamste uitbuitingsinstrument van het kapitalisme en is
voor de uitbuiters de beste verdediging tegen een opstandig volk. De wijze
waarop democratie en socialisme tegenwoordig geproclameerd worden, is
dan ook onzin, omdat men het gebruikt als abstracte begrippen en omdat
men niet kijkt naar de werkelijkheid die erachter ligt.(39) Dit laatste
gebeurt tegenwoordig niet, vandaar ook dat de Amerikaanse chaos in Europa
post kan vatten met alle catastrofale gevolgen van dien.
Als tegenstromen van de opgaven van het Oosten, Midden en Westen zijn
er drie stromingen te onderscheiden die grote destructieve kracht hennen.(40)
De eerste is het Amerikanisme: dat wil van de wereld een puur fysiek bestaan
maken met een overdaad aan comfort voor een aangenaam leven. Zie de beschrijving
hiervoor van de vuurvoeters, wilsmensen - te plaatsen in het Westen -
die doordat ze tot het logevolk behoren als missie hebben het lichaam
vanuit de geest begrijpelijk te maken.
Tevens is in adelaaraspecten het Amerikanisme terug te vinden, deze wil
zich namelijk niet incarneren en maakt er dan maar een “cruiseschip”
van. Deze tegenstroming ontkent niet alleen de geest, maar genereert er
zelfs grotere angst voor en verbreekt voor mensen de verbinding met de
geest. Dan het katholicisme, en dan voornamelijk het jezuïetendom
dat een geloof verspreidt dat zorgt voor de uitholling van de zielekrachten,
door welke juist elk individu de verbinding met de geest kan herwinnen;
zij behoudt de geestelijke zegening en daarop gebaseerde macht voor zijn
eigen priester-schare. Deze stroming is in tegenstelling met wat ‘regenbogers’
willen, met de leeuw-inslag en met de missie van het Midden. De derde
is het bolsjewisme, dat de impuls behelst voor een samenleving gebaseerd
op puur dierlijk fysiek socialisme; deze stroming is in tegenstelling
met dat wat aan bovenzinnelijke inzichten zou kunnen voortkomen uit de
rundinslag en behelst tevens een te abstract denkende wolkenmens. Het
heeft nauwe samenhang met de doorgeslagen adelaar. Dit is een stroom die
steeds weer de kop op zal steken en niet eenvoudig onder controle gekregen
zal kunnen worden.
In de ontwikkelingen van de laatste 150 jaar heeft de vrijmetselarij,
van vooral de VS en het VK, dus bijzonder huisgehouden.(41) Wat zijn dat
dan eigenlijk voor mensen? Zij vallen onder die organisaties die aan de
lokroep van de adelaar - ofwel Ahriman - zijn blootgesteld en er behoorlijk
door zijn gegrepen. Verder grijpen zij terug op de inhoud van de vroegere
voor-christelijke mysteriën (zoals eerder bleek, voornamelijk die
van de 3e cultuurperiode). Vroeger waren deze voor ingewijden en leerlingen
vervat in tekens, de handgreep(42) en het woord. Deze drie vormen zijn
tegenwoordig inhoudsloos en betekenisloos en worden nu misbruikt door
loges, zodat zij de oude mysteriën aan het na-apen zijn. Op zoek
naar nieuwe inhoud is men begonnen zich met de politiek te bemoeien en
ging men Verlichtingsideeën verspreiden. Deze politiek is gebaseerd
op hun precieze kennis over de evolutiestromen van de 5e en die van de
overgang naar de 6e cultuurperiode en hun grondleer dat de 5e cultuurperiode
toebehoort aan de Engelssprekende volkeren en dat aan het einde daarvan
alles doordrongen moet zijn van hun cultuur. Dit nieuwe pausdom moet dan
een het geheel omvattende configuratie tot stand brengen, werkend vanuit
het Westen naar het Oosten. En om dit te realiseren moet het Oosten benut
worden door er bepaalde instellingen te creëren en er bepaalde economische,
politieke en geestelijke experimenten uit te voeren, dat wil zeggen een
bepaalde vorm van economisch samenleven in socialistische wijze in te
richten als toekomstexperiment voor de 6e cultuurperiode. Zij weten ook
dat de Slavische volken hiertegen in zullen gaan.(43) Ondanks hun soms
goede bedoelingen, blijven zij bij het uitgangspunt dat mensen alleen
voor hun doelen te winnen zijn door middel van dergelijke genootschappen.
En daarom beoefenen ze liefdadigheid en humaniteit. Punt hierbij is dat
dit niet meer aan de tijd is, want het zorgt voor afzondering, voor een
geestelijke aristocratie. Ook hebben zij kennis van de hypnotiserende
kracht en geheime verbindingen van bepaalde tekens(44), waardoor mensen
middels suggesties massaal in slaap kunnen worden gesust, ze hun eigen
oordeelskracht niet meer kunnen laten gelden en hoe bepaalde situaties
gerealiseerd kunnen worden door impulskrachten tegen elkaar op te zetten.
Hier wordt als basisprincipe de Hegeliaanse dialectiek gebruikt. Men schept
een probleem (these), men komt met een reactie (antithese), waardoor men
als gevolg van de botsing hiertussen het eigenlijk gewilde als oplossing
erdoor kan krijgen (synthese). Hiertoe wordt veelal de werking van de
pers toegepast: deze kan namelijk alles vervalsen en vertroebelen. Bij
verscheidene leden leefde dan ook de wil om die krachten -c.q. evolutiestromen
- te benutten voor hun eigen doeleinden. Van de - geheime - doelstellingen
en kennis in deze loges zijn lang niet alle daarbij aangesloten mensen
op de hoogte. Dit is medeafhankelijk van de inwijdingsgraad. Zo zijn er
initiatoren - die zichzelf bijna nooit kenbaar maken - die de boel een
bepaalde richting opsturen. Dit wordt op een dermate verhulde manier onder
de leden gedaan, zodat deze niet de reikwijdte ervan doorhebben. Zo ontstaan
er ‘enen en nullen’, ingewijden en loopjongens.(45)
Als voorbeeld neme men de Eerste Wereldoorlog. Dit is een gebeurtenis
die heel kundig is voorbereid door Westerse loges. In de jaren ‘90
van de vorige eeuw werden de daarbij horende mensen onderwezen met landkaarten
waarop getekend was hoe Europa door deze wereldoorlog moest veranderen.
In het bijzonder sprak men in Engelse loges over een oorlog, die moest
komen, die men voorbereidde.(46) Het Testament van Peter de Grote was
daarvoor zo’n suggestiemiddel. Het testament zelf is een vervalsing,
omdat het helemaal niet door hem is geschreven.(47) Maar politiek is het
een realiteit. Inhoudelijk ging het over de wijze hoe Rusland zich in
Europa moest gaan expanderen. Peter de Grote heeft zelf veel westerse
elementen Rusland binnengebracht, hetgeen door veel Slavische zielen diep
wordt gehaat, zodat hij daar een symbool voor was.
De Slavische zielen hadden wel sympathie voor de inhoud van het testament,
vanwege de nauwe samenhang van Europa en de Slaven door de Graalstroom
en het Goetheanisme, maar geen sympathie met het Westen. Daardoor kon
het slavendom gegrepen worden door het bolsjewisme, dat het slavendom
in strakke abstracte vormen, in zijn karikatuur, wil neerzetten en het
als zijn werktuig wil benutten. En nu was het juist zo dat Franz Ferdinand
het in zijn wil had om voor de talrijke Slavische volkeren die in het
Oostenrijk-Hongaarse rijk leefden, vormen te scheppen zodat zij tot de
ontplooiing konden komen van hun eigen volksziel. Als een gevolg van zijn
moord kon het bolsjewisme doorzetten en vanuit de doelstellingen van de
loges benut gaan worden. De adelaar is zodoende ook in het Oosten overheersend
bezig.
Slot
De adelaar is in vol galop.
Niet voor niets heeft de 33ste graad van de Schotse ritus van de Westerse
vrijmetselarij de twee-koppige adelaar als symbool. Het is het symbool
voor de macht van één leider-cultuur over het Oosten en
het Westen, ofwel de hele wereld (het Midden speelt dus geen rol meer);
het heeft zelfs één gouden kroon die op beide koppen zit,
als symbool voor de keizer van het Oosten en het Westen(48) Dat is zoals
uiteengezet de doelstelling van de Westerse loges om de Engelse cultuur
tot de wereldcultuur te maken.
Het symbool van de Schotse Rite
Hieraan is te zien dat ze
een algemene god aanvaarden, alleen is dat eerder Ahriman dan God de Vader,
laat staan Christus. Het is wellicht inherent aan hun missie. De uiteenzetting
met de adelaar hoort in ieder geval bij de bewustzijnsziel. Al met al
kun je dus zeggen dat de (uiterlijke) voorwaarden aanwezig zijn, in de
vorm van zijn tegenwerkingen, waardoor deze cultuurperiode zijn doel kan
gaan bereiken. Het is zoals gezegd nodig dat eerst de crisis komt(49),
waarna er weer een langere tijd in de zin van de evolutie gewerkt kan
worden. De tegenstroom zorgt er wel voor dat de splitsing van het ‘boze
en het goede ras’ zich steeds meer voltrekt (zie noot 25). Wat er
nu zo langzaam aan het gebeuren is, is zeer intens verwoord door de profeet
Esra, in het Apokriefe boek Esra 4 (50), in hoofdstuk 11, het 5e visioen,
geheten: het adelaarsvisioen. Vanaf vers 34 ziet hij twee adelaarskoppen
die de controle krijgen over de hele aarde en de ene van die twee verslindt
de ander, zodat er nog maar één over blijft. Dan komt de
leeuw uit het bos en die zorgt ervoor dat de adelaar zijn tijd eindigt
in een tumultueuze heerschappij van de laatste adelaarskop over de aarde.
De aartsengel Uriël legt aan Esra het visioen uit; de leeuw is de
Messias die een einde maakt aan de overheersing van de adelaar. De leeuw
is in verband met deze cultuurperiode en het hier behandelde te zien als
de Graalstroom en het Goetheanisme, waaruit een kosmisch Christendom ontwikkeld
kan worden, waardoor er weer evenwicht gecreëerd kan worden tussen
de adelaar, de leeuw en het rund en het instinctieve plaats kan maken
voor bovenzinnelijke inzichten over hoe de mens weer productief-creatief
kan worden.
Noten
1. Wat betreft het
gebruik van het getal het volgende. In de esoterische stromingen wordt
een onderscheid gemaakt tussen de ontwikkeling van rassen en die van de
individuele mens. Dit is ook van toepassing op het gebruik ervan in de
Apocalyps. Zonder het getal is het überhaupt niet mogelijk om de
verbanden in de wereld- en mensheidsevolutie te vinden. Het principe van
het getal treedt op op het moment waarop de geestelijke wereld zich openbaart.
Met behulp ervan komt men over de drempel, alleen in de geestelijke wereld
is het niet werkbaar, omdat de geest leven is en dat is niet te vangen
in getallen; zie Rudolf Steiner, GA-nr. 346.
2. Grote cycli: het 6e cultuurtijdperk is het Zegeltijdperk en het 7e
is het Bazuinentijdperk.
3. Zie voor Gondishapoer met name Bruisvat3. In Sorat vallen de lust (luciferisch)
en de vernietigingsdrang (ahrimanisch) samen. De Kabbalistiek leidt hem
als volgt af: 400 - TAW (het lagere-ik) = TA, 200 - RESCH(astraallichaam)
= R, 6 - WAW(etherlichaam) = O, 60 - SAMECH (fysieke lichaam) = S, deze
op te tellen maakt 666 666 = Sorat; en door het achterstevoren lezen van
de eerste letters krijg je SORAT. Elk getal staat dus ook voor een wezensdeel,
alleen staan ze dan uitsluitend in dienst van het lagere ik! De tweede
keer dat hij van zich deed gelden was omstreeks 1332, daar woedde hij
in het denken en voelen van de gefolterde tempelieren. De derde keer ligt
omstreeks 1998. Zijn werking is te herkennen in mensen die nu door hem
bezeten zijn. En door de zonsverduistering van 11 augustus 1999 (zie de
horoscoop van die dag op de laatste pagina van het eerste Bruisvat-nummer)
is hij nu letterlijk zelf aanwezig op aarde, werkend vanuit de etherwereld
(zie Steiner, GA 104, en Nicolaas de Jong, ‘Esoterisch Christendom
tot heden’). Overigens zit er in de cyclus van 666 jaar qua waarneembare
werking een afwijking van ongeveer 20 jaar.
4. Beschreven in de ‘Ilias’ van Homeros. Verder ook in zijn
reis naar huis in “De Odyssee”.
5. GA 104, 4e voordracht: “...als in onze omgeving de dieren waarvoor
de paardennatuur karakteristiek is zouden ontbreken, dan had de mens zich
nooit de intelligentie eigen kunnen maken. Men is (en was) zich er diep
van bewust dat de verovering van het verstand hiermee samenhangt. De centaur
herinnert ons aan een ontwikkelingsniveau waar de mens bovenuit is gegroeid”.
6. Het zijn overigens niet per definitie boze zielen, bijvoorbeeld als
het ze lukt het tot een zieleontwikkeling te brengen. Zoniet dan blijven
ze op het etherische niveau hangen en vallen ten prooi aan de dierlijke
driften, etc.
7. GA 104, 13e voordracht: De bazuinen begonnen in het tijdperk van de
kruistochten te klinken. Deze begonnen in 1096.
8. GA 346, 13e voordracht; en zie verderop in dit artikel.
9. Zie ‘Erdsysteme und Christuskraft’, Marko Pogacnik. De
genoemde ervaring vond deze op dezelfde dag plaats als waar Pogacnik het
over heeft. Deze was zeer intens, duurde een paar uur en vond plaats in
Wenen en aan het eind belandde hij plotseling voor een engeltje van hout
met een bazuin aan zijn mond.
10. Zie in dit verband hoofdstukken 15 en 16 van de Openbaringen.
11. Zie GA 346, 13e voordracht.
12. Zie GA 346, waarin Steiner de drempeloverschrijding als het belangrijkste
verschijnsel van deze tijd kwalificeert.
13. Dit boekje smaakt als honing in de mond, maar maakt het binnenste
bitter - Openb. 10: 9-10. Zo is het tot je nemen van het spirituele voedsel
dat in dat boek besloten ligt, een aangename aangelegenheid. Echter zodra
het op vertering aan komt in de diepere lagen van ons wezen, dan zorgt
dit nogal voor de nodige innerlijke complicaties.
14. Zie Jesajah Ben Aharon; ‘Das geistige Ereignis des 20. Jahrhundert
- Eine Imagination’; Nicolaas de Jong, ‘Esoterisch Christendom
tot heden’; en ‘Rudolf Steiner’s Millennium Prophecies’,
van H. Schöffler.
15. GA 96: Door de samenhang van het materialisme en bepaalde aardlagen,
zal de aarde harmonischer worden indien de mensheid vrij wordt van de
door het materialisme plaatsvinden-de catastrofes.
16. Zie het artikel in Symptomatologische Illustrationen (de rondbrief
van Moskau-Basel Verlag), nr. 3, 1998 over het boek ‘Die Entschlüsselung
des Nostradamus’ van D. en N. Sima, waarin op wonderbaarlijke wijze
de verzen van Nostradamus zijn ontcijferd met de sleutel die hij zelf
in een vers geeft. Ongeveer de helft van de verzen blijkt op deze tijd
te slaan.
17. Lukas 18, Mattheus 24 en Markus 13.
18. Dit jaar alleen al zijn er nu tot en met 14 augustus 300 geweest,
waarvan 105 tussen 3.9 en 5.9 op de schaal van Richter waren. Het aantal
aardbevingen variërend van 6.2 tot 8.2 op de schaal van Richter tussen
1906 t/m 1976 bedraagt 1 in de 10 jaar. De relatieve stijging van die
laatste aardbevingen tussen 1976 en 1989 is 770% en ten opzichte daar
weer van, tussen ‘89 en aug. ‘99, is 360% (nb.: de tienduizenden!
net zo heftige naschokken worden nog buiten beschouwing gelaten). Een
andere zinsnede uit Matheus 24 is: “En in die tijd zal het teken
van de Mensenzoon in de hemel verschijnen. Alle geslachten der aarde zullen
zich op de borst slaan en zullen de Mensen-zoon aanschouwen, komend op
de hemelse wolken (de etheri-sche Christus) met machtig bewegende kracht
en veelvuldige openbaring”.
19. Zie hiervoor o.a. GA 106 en ‘Wetenschap Anders’, door
Nicolaas de Jong.
20. Zie GA 230.
21. Vandaar de hindoeïstische verering voor het rund. Zie verder
ook GA’s 230 en 101.
22. Zie hiervoor hoofdstuk 5B van Wetenschap Anders, Nicolaas de Jong.
23. Die van de adelaar is: “Lerne mein Wesen Erkennen. Ich gebe
dir die Kraft. Im eignen Haupte. Ein Weltenall zu schöp-fen.”
Hieruit blijkt ook dat de adelaar de fysieke aardewording niet wilde meemaken.
Die van de leeuw is: “Lerne mein Wesen erkennen! Ich gebe dir die
Kraft. Im Schein des Luftkreises. Das Weltenall zu verkörpern”.
De stier: “Lerne mein Wesen erkennen! Ich gebe dir die Kraft. Waage,
Meßlatte und Zahl. Dem Weltenall zu entreißen.”
24. Zie achter op Bruisvat nr. 0
25. Joden in spirituele zin en zoals de Apokalyps het bedoeld (hieronder
worden niet de joden als volk bedoeld, waarin mensen als jood zijn geïncarneerd,
hoewel individuele joden er dus weer wel onder kunnen vallen) zijn eigenlijk
die mensen die de weg van trouw aan de opgave van de mensheid op aarde
hebben gekozen. Het zijn die zielen die door de millennia heen de voorbereiding
en verwerkelijking van de Christus-impuls dienen. Abraham liet het eerste
morgenrood zien van het inzicht in een Ik-God die ver-want was met de
Ik-natuur van de mens: Jehova, de wegbereider voor de opname van de Christus-impuls.
Zo beschouwd zijn de joden al die vrije in hun ik gegronde mensen, die
onder behoud van vrijheid een gemeenschap nastreven. Zie Openb. 3:7 (6e
cultuurperiode) voor de tegenstelling tussen: “enigen uit de synagoge
van satan, van hen die zich joden noemen maar het niet zijn, maar liegen”
en joden opspeelt als zijnde de splitsing van de mensheid in het goede
en boze ras, die sinds sorat zijn komst op aarde (zonsverduistering, 11
aug. 1999) definitief is ingezet. Zie ook Het esoterisch Christendom,
R. Steiner, WV-C3
26. Kus is verwekt door Cham, een zoon van Noach die hem in zijn naaktheid
heeft gezien en het aan zijn broeders is gaan vertellen, waardoor Noach
Kanaän -een zoon van Cham- vervloekt.
27. Dat het fysieke direct met de adelaar samenhangt blijkt ook uit Lucas
17:37: “Waar het lichaam is, daar verzamelen zich ook de arenden”.
Bedenk daarnaast ook dat een adelaar alleen maar vlees eet.
28. Zie: Insight in the Scriptures, Vol. II, uitgave van Watch-tower and
Tract Society of New York. Verder is uit rabbijnse overleveringen afkomstig
dat de naam Nimrod afstamt van het Hebreeuwse woord “ma•radh”,
hetgeen “rebel” betekent. In dit verband zegt de Babylonische
Talmud (Erubin 53a) nog het volgende: “Waarom werd hij dan Nimrod
genoemd? Omdat hij de hele wereld opstookte om te rebelleren tegen Zijn
(Gods) soevereiniteit. Zie hiervoor Encyclopedia of Biblical Interpretation,
door Menaham M. Kasher, Vol. II, 1955, p.70.
29. Deze twee worden ook gelijkgesteld met “Ninurta”: een
god van de aarde en van de oorlog. Zie: The Anchor Bible Dictionary, door
David Noel Freedman, Doubleday Publishing.
30. Jesaja 37: 37-38: “Dus brak Sanherib, de koning van Assur, op
en aanvaardde de terugtocht; en hij bleef te Nineve. Eens, toen hij zich
neerboog in de tempel, doodden zijn zonen, Drammelek en Sareser, hem met
het zwaard;...”.
31. Psychologisch gezien is dit dan ook de reden waarom het Darwinisme
is ontstaan.
32. Tussen het 5e en 6e millennium v. Chr. leefden de Sumeriërs in
de gebieden waar later de Babyloniërs en Assyriërs leefden.
Zij spraken een oertaal bestaande uit een gemeenschappelijk, geestelijk
en levendig gevoel ervoor. Iedereen in Europa, Azië en Afrika sprak
deze oertaal (GA 106).
33. De tempelieren hadden de wijsheid uit het oosten in een op die tijd
toepasselijke wijze omgevormd. Maar na hun gewelddadige verdwijning van
het toneel, bleef alleen dat over wat aan cultuur uit Azië hier heen
gebracht was, vrijwel geheel zonder de eigenlijke spirituele inhoud. Wat
was het dan wel? De inhoud van de 3e cultuurperiode.
34. Dit staat voor het geloof aan God onder gebruik van de rede en dat
deze bestaat als oergrond van de wereld, maar niet ingrijpt en zich niet
openbaart. Het Deïsme was in de 17e 18e eeuw het geloof van de Verlichting.
35. Deze driedeling in Christuskerk en Logevolk is niet sec geografisch
op te vatten. Alle stromingen in de mensheids-evolutie grijpen in elkaar
in, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het Goetheanisme.
36. Naast Goethe worden Hegel, Lessing, Herder, Schiller, Fichte en Schelling
als grondleggers hiervan beschouwd. Van de vier fenomenologische stappen
is in de Antroposofie de 2e uitgewerkt en behelst de praktische Astrosofie,
in de vorm van Astrofonie en Astrognomie mogelijkheden voor uitwerking
van de stappen 3 en 4. Zie Wetenschap Anders, door Nicolaas de Jong.
37. GA 185.
38. Zie stuk over het over de drempel gaan van de mensheid; Openb. 10.
39. GA 177.
40. GA 181.
41. Zie GA 173 en onder andere het stuk over 6e bazuin.
42. Zij hadden een soort “Fingerspitzengefühl” voor de
geest; GA 353.
43. GA 173, 6e voordracht. Hier ontrafelt Steiner zeer uitputtend de achtergronden
van de Eerste Wereldoorlog.
44. Zo staan kromme lijnen voor antipathie; GA 353. Doe er twee aan elkaar
en je hebt het MacDonalds-symbool.
45. Daar de top van de vrijmetselarij qua karakter innerlijk nauw verwant
is met die van de jezuïeten, zijn de enen in beide stromingen te
vinden.
46. Steiner heeft het in GA 173 over in totaal 40 mensen achter de coulissen,
die de oorzaak zijn van de Eerste Wereldoorlog.
47. GA 173 en L. Polzer-Hoditz: ‘Der Kampf gegen den Geist und das
Testament P. des Großen’, Stuttgart 1922.
48. Vergelijk ‘Internationales Freimauerlexikon’, door Eugen
Lennhof en Oskar Posner. Een verschijningsvorm is volgens mij mede te
zien in het symbool van MacDonalds, waarin de middelste poot van de M
korter is dan de buitenste twee. Als men dan nog een keer goed kijkt kan
men er makkelijk een vliegende adelaar in zien. De “MacDonaldization”
van de wereld is een Engelssprekende volkerencultuur-’impuls’.
49. Dat Christus het zelf gepland heeft blijkt ook uit Jesaja 46: 10-11:
“Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog
niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en ik
zal mijn welbehagen doen; die uit het oosten een roofvogel (arend) roep,
uit een ver land de man van mijn raadsbesluit; Ik heb gesproken, Ik doe
het ook komen; Ik heb het ontworpen, Ik breng het ook tot uitvoering.”
50. Uit: ‘The Old Testament Pseudipigrapha’, Vol. I, door
James H. Charlesworth, Dale University.
Uit: Bruisvat No. 3.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|