|
Diverse
aspecten van de wederkomst in de levenswereld
De Etherische Christus
Door Patrick Steensma
In Bruisvat 9 is uitvoerig
gesproken over Christus als zijnde de ‘Ik Ben’. Geschetst
werd hoe hij als geestelijk wezen over lange tijdsperioden een op de Aarde
gerichte ontwikkelingsweg is gegaan, en hoe dit terug te vinden is in
cultuurimpulsen over de hele wereld. Uiteindelijk culmineerde dit bij
zijn incarnatie in een fysiek lichaam bij de Doop in de Jordaan en zijn
uiteindelijke gang door de dood op Golgotha. Aangegeven werd hoezeer deze
hele ontwikkeling samenhangt met het feit dat we ons tegenwoordig als
zelfstandige individuen kunnen beleven. In dit artikel staat de zogenaamde
wederkomst van Christus centraal. Rudolf Steiner hamerde erop dat dit
nooit een fysieke wederkomst kon zijn, maar dat het ging om een wederkomst
in de etherwereld. Hij verwachtte het begin hiervan in de jaren ’30
van de 20e eeuw. Voor de mensheid als geheel, maar zeer zeker ook voor
ieder mens op zich is het van evident belang om te focussen op de kenmerken,
betekenis en consequenties ervan.
Wolken en levenswereld
Voor de wederkomst van Christus
wordt in de bijbel veelvuldig de term "wolken" gebruikt. Zelf
gaf hij ook de wijze waarop aan: "de Mensenzoon..., komend op de
hemelse wolken".(1) De apostel Paulus sprak als een van de eersten
over Christus’ wederkomst in de levenswereld als over een wolkenrijk.(2)
Ook Johannes verhaalt in zijn Openbaring hierover: "Zie, hij komt
met de wolken..." (Apok 1:7). Vanwaar de wolken ? Deze woordkeuze
heeft in eerste instantie te maken met het specifieke taalgebruik waarin
de bijbel zelf is geschreven en dat is onmiskenbaar van esoterische makelij,
en moet dus daarvanuit worden geduid.
Een wolk is te beschouwen
als een aura, i.c. het geestelijk-etherische omhulsel van het fysieke.
De term wordt gebruikt om weer te geven dat men spreekt over de levens
(of:ether-)wereld. De levenswereld is specifiek die wereld op aarde waarin
de werkingen van het scheppende en onderhoudende leven in de vorm zijn
gegrondvest en zich daar afspelen: de seizoenen, groeiprocessen van sterven
en geboren worden, (voortplantings)driften, eten, drinken en andere menselijke
basisbehoeften. Het wordt bevolkt door elementenwezens (gnomen, nimfen
etc.) die de taken uitvoeren. Het is de dichtst bij de aarde zijnde geestelijke
wereld en water is het element waarin het is gegrondvest. Hierin onderscheid
het zich kenmerkend van de minerale wereld (aarde), dierenwereld (licht/lucht)
en mensenwereld (vuur).
Het fysiologische verloop van wolkenvorming en wolken an sich is, naast
een wonderlijk en machtig schouwspel, tevens verhelderend wat zijn wezenskenmerken
betreft. Wat opvalt is dat alle vier de werkingen van de elementen - waaruit
de levenswereld zelf is opgebouwd, dan genoemd ethersoorten of ook vormkrachten-
erin zijn terug te vinden. Door opstijgende warmtewellingen (vuur, warmteëther,
zet processen aan) verdampt water. Een uiting hiervan is ook de wind die
daaromheen zuigt en windvlagen veroorzaakt. In gasvormige toestand (licht/lucht
ether, differentieert) stijgt het op en verdicht zich langzaam aan tot
een bepaalde wolkenvorm (water [gedragen door de lucht] klankether, vormende
beweging). Daarin kan het overgaan tot een vaste toestand (hagel, sneeuw,
vormether) en komt het zo of als regen (water) of mist (gasvormig) weer
op aarde.
Hetgeen waardoor het hele wolkenproces in gang gezet wordt en het verder
begeleidt, openbaart ook een kern-kwaliteit van de levenswereld en dat
is beweging (ritme, denk aan rivieren en zeeën) en tijd. Deze beweging
is b.v. ook weer afhankelijk van het seizoen. Met de woordkeuze in de
hiervoor gekozen citaten "op", "met" en "in"
wordt erop geduid hoe Christus deze wereld van binnenuit en van buitenaf
stuurt en leidt. Dit is ook terug te vinden in de Triniteit van het hogere
Ik (Vader-Zoon-Heilige Geest). Hierin is hij degene die de Zoon-wereld
omvat, waarbij de kwaliteit hoort van de Levensgeest: het door het Ik
omgevormde etherlichaam waarin het Ik met de ziel kan meebewegen, invoelen,
sturen en scheppen in de levenswereld. (3)
Ook kenmerkend voor de openbaring
van Christus in de wolken is dat hij dat doet aan mensen op een puur individuele
wijze. Bij een vriend van me betrof het een ervaring waarbij Christus
hem opnam in de werkingen van een wolk en hem in zijn scheppende activiteit
met goudomrande gebaren, kleuren en kosmische symfonieën liet waarnemen.
Een ander zag hem in de kerk in een wolk en kreeg een zeer intense liefdesbeleving,
waardoor hij daarna in alles en iedereen de liefdeskiem waarnam.
Denken, voelen, willen
Belangrijk is dat de wederkomst samenvalt met een ander wezenlijk gebeuren
voor de mensheid.. Dit betreft het einde van het door de Indiërs
zo genoemde Kali Yuga, het ‘duistere tijdperk’ van 5000 jaar,
waarin het voor de mensen op aarde steeds moeilijker werd om zich in de
werelden van de geest te begeven door een steeds verdergaande afdaling
in en binding aan het fysieke lichaam (als verzelfstandigingsproces).
Dit Kali Yuga liep volgens Rudolf Steiner ten einde in 1899, waardoor
de mensheid als geheel weer over de drempel van de geestelijke wereld
is gegaan. Een concreet gevolg van deze tendens is dat in de loop van
de 20e eeuw de zielefuncties denken, voelen en willen van ieder afzonderlijk
individu ‘losser’ van het fysieke lichaam zijn komen te staan.
Hierdoor kwam in het begin van de 20ste eeuw het levenslichaam los van
het fysieke hoofd, halverwege los van het fysieke hart en eind 20ste,
begin 21ste eeuw is het aan het los komen van het fysieke wilsgebied.(4)
Een gevolg van deze excarnatietendens is dat er tevens een daarop gerichte
opwaartse ontwikkeling in de vorm van inwijdingswegen op deze drie gebieden
mogelijk is geworden. Dit zeer individuele loskomingsproces valt en past
in onze huidige tijd (1413-3577) waarin de ontwikkeling van de bewustzijnsziel
centraal staat. Deze is erop gericht dat ons ik zich bewust wordt van
zichzelf als zijnde een geest in een fysiek lichaam, zodat we daarvanuit
bewustzijn kunnen ontwikkelen over ons zieleleven dat zich afspeelt in
onze beeld- en gedachtenvorming, gevoelens en wilsimpulsen. De bewustzijnsziel
streeft ernaar dingen zelf te ervaren en te beoordelen, en weeft zich
tezamen tussen het komen tot Ik-bewustzijn (vanuit de biografie) en het
bewustzijn dat je afgescheiden bent van de wereld. De bewustzijnsziel
hangt nauw samen met de opkomst van de persoonlijkheid die op zichzelf
wil staan en uit zijn hulzen wil breken: een tendens die toewerkt naar
het verdichten van je gedachten tot je eigen gemaakte idealen en de keus
om daarvanuit je eigen leven vorm te geven.(5)
De uiteenzetting met het kwaad
Rudolf Steiner wees er op
dat alvorens de mens de etherische Christus op de juiste manier kan herkennen,
het nodig is dat de mens eerst de confrontatie moet aangaan met het beest,
dat in 1933 uit de diepten te voorschijn zou komen.(6) Dit heeft de vorm
van het bolsjewisme en nazisme aangenomen. Hier komt een belangrijke paradoxaal
aandoende kwestie naar boven betreffende de dood en het kwaad. In de 4e
cultuurperiode (747 v.Chr-1413) ontwikkelde Christus zijn impuls voor
de mensheid op aarde vanuit de krachten die werken in geboorte en dood.
Door de invloeden van luciferische en ahrimanische wezens mengden zich
ooit de krachten van de dood in de natuur van de mens en de fysiek-zintuigelijke
wereld, hetgeen een afsnijden van de wereld van God de Vader inhield,
die zich laat kenmerken als het leven zelf.(7) Gevolg was o.a. dat de
mens telkens extreme doodsprocessen moest meemaken (geboorte is een sterven
in de geestelijke wereld). Dit legde weliswaar de grondslag voor grotere
vrijheidsmogelijkheden door een sterke mate van ontwikkeling van zelfbewustzijn,
maar zou er steeds meer toe leiden dat het grootste deel van de mensheid
gebonden zou raken aan het leven in een fysiek lichaam. De indaling van
Christus in een fysiek lichaam, op zichzelf al een onvoorstelbaar sterfproces
voor een hoog ontwikkeld geestelijk wezen, en het vervolgens door de dood
heengaan en deze overwinnen, bewerkstelligden de herverbindings-mogelijkheid
met God de Vader voor iedereen.
Kenmerkend voor de huidige bewustzijnsziele-ontwikkeling is dat dit gaat
aan de hand van een stervensproces (het 'stirb und werde' van Goethe),
waardoor de mens zich nu bewust uiteen heeft te zetten met de dood: letterlijk
accepteren dat deze als het ware naast je loopt.(8) Bovendien treedt er
sindsdien een nieuw fenomeen op. Het erkennen dat in ieder de neiging
tot het kwaad schuilt. Dit leefde voordien bij de meeste mensen diep in
het onderbewuste, maar dat raakt nu gaandeweg ‘los’. Het toont
zich in onze tijd als de opgave om de bewuste uiteenzetting met het kwaad
aan te gaan. In deze tijd van de bewustzijnsziel heeft het kwaad dezelfde
betekenis als geboorte en dood voor de 4e cultuurperiode had. Zo ontstaat
de situatie dat de wederkomst van Christus in de levenswereld via de beleving
van en uiteenzetting met het kwaad gaat.(9)
1933-1945
Een gevolg van de aardebindende
werkzaamheid van de tegenmachten was dat de etherlichamen van de mensen
meer en meer dreigden te verharden, hetgeen in het uiterste geval ertoe
zou leiden dat men na de dood niet meer los kan komen van de aardesfeer.
Deze ontwikkeling was reeds rond Christus’ aardewerkzaamheid een
probleem aan het worden, maar begint tegenwoordig in steeds kritischer
fasen terecht te komen. Het Mysterie van Golgotha bewerkstelligde dan
ook dat mensen die de afgelopen 2000 jaar begrip hadden voor de doodoverwinnende
Christus-impuls, sindsdien in hun etherlichaam een nieuwe vitaliteit konden
beleven. Dit werkte als een astrale lichtkracht, hetgeen uitging van de
Heilige Geest, het Geestzelf van Christus, zijn omgevormde astraallichaam.
Dit had niet alleen gevolgen voor henzelf, maar na hun overlijden droegen
zij daardoor direct bij aan de vergeestelijking van de aarde. Steiner
geeft aan dat dit een nieuwe aardeomringende morele ethersfeer voortbracht.(10)
Dit is mede mogelijk geworden door het geëtheriseerde bloed van Christus.
Dat had hij helemaal doordrongen met zijn vurige levendige compassie en
daardoor had het een roze-magenta kleur aangenomen, hetgeen de kleur is
van het etherlichaam. Het vloeide door het Mysterie van Golgotha de aarde
in, en doordrong vervolgens de ethersfeer van de aarde, waardoor Christus
tevens zijn transformerende morele vuurkracht en compassie erin aanbracht.(11)
Dit bloed is de vrije Ik-kracht van een god die onschuldig werd gedood;
het gaf zo mogelijkheden tot omvorming van de etherwereld, waarvanuit
het karma als web van verbindingen in het leven op aarde ‘ingewoven’
wordt. Zo werd vrijheid als kiem gebracht in de dwingende karmawetmatigheden.
De vraag is hier wat dit dan betekent in samenhang met de wederkomst in
de 20e eeuw.
Golgotha (letterlijk: 'Schedelplaats', anno 2003)
De eind jaren ’90 gepubliceerde
helderziende waarnemingen van Jesaiah Ben Aharon hebben nieuw licht geworpen
op Christus' wederkomst. In 1933 krijgt dit een belangrijk nieuw begin
in een 12 jaar durend proces.(12) In deze periode verkeerde tussen dood
en wedergeboorte een kleine groep kiemkrachtige van Christus doordrongen
groep toegewijden van de Michaëlsschool die zich voor de toekomst
van de gehele mensheid ging inzetten.(13) Zij hadden alle -zoals de eerder
in deze paragraaf genoemde- substantie die door-christelijkt was in de
afgelopen 2000 jaar, bij elkaar verzameld. Hierdoor kon Christus zich
gedurende de eerste 6 jaar manifesteren in een nieuwe eigen geschapen
bestaanssfeer in de levenswereld, waarin hij als een vurige gloed die
openbarstte zich in alle richtingen uitbreidde. Zo vormde hij een nieuw
universeel hartecentrum, in de periferie uitstrekkend als een netwerk
van lichtgevende etherische aderen en bloedvaten, met oneindige kiemkracht
en levensactiviteit. De geestelijke observatie hiervan leidt ertoe dat
men zich er innerlijk één mee voelt en merkt dat men meewerkt
aan de geboorte ervan, alsook dat het levenslichaam een instrument wordt
van pulserend licht, dat zijn ritme ontvangt vanuit dit centrum. Al dit
positieve van boven nam echter beneden in het kwade tegenbeeld zijn vorm
aan. Op aarde werd een anti-rijk gevormd, met een demonisch onderaards
geslacht van mensen die zich bewust met het kwaad verbonden. De groep
toegewijden beleefden dit als een steeds verder groeiende kloof, ook binnen
henzelf. Tot hun schrik zagen zij dat de verzamelde morele substantie
waarmee zij tot nu toe gewerkt hadden, niet toereikend was. Vanaf 1939
breidde de duisternis zich snel uit.
Grote groepen zielen, die door de gruwelijkheden van het nazisme en bolsjewisme
in grote innerlijke verwarring door de poort van de dood gingen, kwamen
hen tegemoet. Deze zielen hadden een wanhopige, brandende vraag naar de
menselijke natuur, de toekomst van de mens en zijn bestaan. Het schokkende
dat de groep toegewijden nu ervoer, was dat er juist vanuit de geestelijke
wereld geen enkel antwoord, geen enkele aanwijzing tot hen kwam. De toekomst
lag volledig open. Vanuit deze onwezenlijke stilte en het ongelofelijke
leed dat tot hen kwam, vormde zich bij hen het besef van een torenhoge
verantwoordelijkheid. Dit culmineerde in 1942.
Zij vormden vervolgens vanuit het vuur van hun medegevoel en liefde voor
de mensheid dit om in de vraag hoe de kloof van het gespleten ik tussen
mens en aarde die zich door het kwaad -waarmee zij oog in oog stonden-
in de mensheid vormde, hersteld kon worden. Op dit enorm heikele moment
offerden zij zich op het ‘enige altaar waarvan het vuur de stormen
van het ergste kwaad kan doorstaan’, en werden zo zelf deze vraag.
Uitdrukkelijk geeft Ben Aharon aan dat wat hij vervolgens slechts ten
dele kan zien, eigenlijk nauwelijks te beschrijven valt. Als antwoord
op deze vraag komt Christus en daalt naar de peilloze diepten der aarde
af. Wederom ontstaat een stilte die een eeuwigheid lijkt te duren. Opeens
voltrekt zich daar in diepten iets wat nog het meest lijkt op een ontploffing.
Hier wordt kennelijk geduid op een soort vernieuwde 2e Mysterie van Golgotha,
dat zich voltrokken heeft vanuit de levenswereld. Vermoedelijk gaf Christus
door deze daad, tot in het onderaardse reikende en middenin het kwaad,
tegelijkertijd het menselijke én het goddelijke oerbeeld voor de
verlossing van het kwaad voor de gehele verdere toekomst.
Vanuit de beginselen, inzichten en ervaringen van het landschapswerk,
waaraan diverse mensen van het Bruisvat-team meedoen, is het mogelijk
geworden aspecten van deze onderaardse sferen nader te begrijpen. De onderaarde
wordt bevolkt door 9 regionen van tegenmachten, als spiegeling van de
9 hemelse hierarchieën.(14) Zo is het gebleken dat Christus de 7e
onderaardse laag, Lucifers rijk weerspiegelend, en een deel van de 8ste,
Ahriman’s rijk, heeft getransformeerd. Echter om deze helemaal te
doordringen moet Christus hier wachten totdat Ahriman zijn fysieke incarnatie
gehad heeft -mogelijk voor 2012- en daarmee diens tijd voorbij is. Het
is aan de mensen om zich hier eerst zelf mee uiteen te zetten.
Ben Aharon geeft aan dat in
1945 bovenstaande gebeurtenissen tot een afronding komen. Voor de aarde
kan dit vermoedelijk als belangrijke stap gekarakteriseerd worden richting
omvorming tot nieuwe zon, en kan men dit beschouwen als een ‘aarde-zonnegeboorte’.
De etherwereld, het gehele etherlichaam van de aarde zelf, is zo tot een
stralend etherisch lichaam geworden, van binnen diep verwond, maar tevens
genezend en levenschenkend op zijn gehele kosmische omgeving.(15) Een
duidelijke aanwijzing hiervoor is dat de in de onderaardse lagen gestolde
oeroude kosmische zonnekrachten -b.v. verbeeld in de tegengestelde swastika-
op krachtige wijze naar de oppervlakte worden gebracht als afbrekende
krachten die de materie oplossen: de atoombom. Het is tevens de opmaat
voor de in de toekomst steeds belangrijker wordende uiteenzetting met
het derde kwaad, Sorat. Als wezen is het de Ik-versplinteraar en aardevernietiger,
die zal trachten een door-Ikte vergeestelijking van mens en aarde te voorkomen.
Om Sorat te overwinnen moet Christus de diepst liggende negende onderaardse
sfeer omvormen, hetgeen in de verdere toekomst nog zal gebeuren, …als
hij daarbij hulp krijgt.
Immers, het typerende aan hetgeen uit Ben Aharon's onderzoekingen naar
voren komt, is dat Christus tot en met het Mysterie van Golgotha de mensheid
voorging. Nu is het aan de mens om hem voor te gaan. De verdere ontwikkeling
van Christus is afhankelijk van de mate waarin de mens zich vanuit het
opnemen van de eigen verantwoordelijkheid inzet. De paradox treedt op,
dat wie zijn eigen Ik-activiteit versterkt, daarmee ook Christus in staat
stelt om Sorat (definitief) te overwinnen. Hier zit een groots vrijheids-
en zelfstandigheidsaspect in voor de mens.
Door het Mysterie van Golgotha
was er een ritmiek in gang gezet van 33,3 jaar, overeenkomend met de duur
van het leven van Jezus Christus, waarin nieuwe christelijke impulsen
zich voltrekken. Het jaar 1933 valt in deze ritmiek, waardoor de processen
die de wederkomst op gang hebben gebracht zich middels dit ritme verdiepen.
Zo begeleidde de 2e cyclus van 33,3 jaar (vanaf eind 1966) het eerdergenoemde
loskomen van het levenslichaam van het hartegebied. De 3e cyclus van 33,3
jaar is begonnen in 2000. Dit komt overeen met het proces van loskomen
van het levenslichaam van het wilsgebied. Interessant is om hierbij ook
naar analogie van ‘33-’45 de periode van 12 jaar in het oog
te houden. Hierin zal (de duistere kant van) het amerikanisme, hetgeen
niet alleen de geest ontkent, maar er zelfs grote angst voor genereert
en de verbinding voor mensen met de geest wil verbreken, steeds meer zijn
ware kwade gezicht tonen, zoals Bush c.s. aan het doen zijn.(16) Deze
stroom, die het bolsjewisme en nazisme heeft gevoed (17), bevat mensen
die zich in dienst stellen van de voorbereiding van Ahriman’s incarnatie.(18)
Nieuwe zielenvaardigheden
Christus' wederkomst in de
levenswereld betekent voor de mensheid het opkomen van natuurlijke bovenzinnelijke
ziele-vaardigheden. Dit loopt parallel aan het in de vorige paragraaf
behandelde omdat Steiner specifiek de jaren 1933-1945 noemt wanneer dit
voor het eerst zijn intrede zal doen.(19) Meer en meer mensen zullen steeds
intensere waarnemingen krijgen van het gebeuren van en in hun levenslichaam.
Een voorbeeld van het optreden van deze vaardigheid is dat mensen bij
het verrichten van een bepaalde daad een soort droombeeld in hun ziel
kunnen krijgen waarvan ze weten dat het een in de toekomst uitwerkende
karmische consequentie is van die daad, omdat ons karma in ons levenslichaam
is opgeslagen. Door het toenemende ik-bewustzijn en een daarvanuit versterkte
helderheid aangaande de waarnemingen in het levenslichaam kunnen mensen
komen tot het waarnemen van de etherische Christus. (20)
In nauwe samenhang hiermee staat het feit dat Christus Heer van het Karma
is geworden, zoals eerder aangegeven.(21) Hiermee legde hij de kiem voor
het veranderen van de karmawetten die tot dan toe geheel verbonden waren
met de 10 geboden en het principe ‘oog om oog, tand om tand’.
Het werk van Christus bestond er juist uit om een gouden draadje in elke
draad mee te spinnen, wat inzicht en kiem tot vrijheid geeft, zodat het
daarna door een ieder kan worden ingelost en omgevormd. Tevens behelst
dit het principe ‘het karma moet vereffend worden, ongeacht door
wie’, zoals ook uit de ‘genezingen’ en de lijdensweg
naar voren komt. Hiermee begint het grootse perspectief van het vanuit
liefde, vrijwillig en bewust, op je nemen van karma van anderen als cultuurimpuls
van de toekomst zichtbaar te worden. Dit is een veel vrijere vorm van
karma dan voorheen het geval was.
Daardoor is het bij de ontwikkeling van de nieuwe zielevaardigheden nodig
dat de mens de ontmoeting met zijn ‘kleine wachter’, ieders
dubbelgangerwezen, aangaat. Dit is een geestelijk wezen dat een afspiegeling
is van alles in ons wat nog niet door-Ikt is. (22) De mens heeft daarmee
de keus de verantwoordelijkheid voor zichzelf op zich te nemen. Als men
deze uiteenzetting uit de weg gaat, zal men de ‘grote wachter’,
de Mensenzoon -die het beeld omvat van wat een ieder zelf kan worden in
navolging van Christus- als zijn grootste vijand beschouwen en deze met
nog grotere kracht willen ontwijken, uiteindelijk leidend tot zelfvernietiging.
Doordat de uiteenzetting met de eigen dubbelganger bij aanvang van Christus'
wederkomst niet door voldoende mensen aangegaan is, kon het kwaad zulke
vernietigende vormen aannemen.
Zo komt in deze ontwikkeling van nieuwe zielevaardigheden naar voren dat
het gaat om moraliteit. Gezien de bewustzijnsziele-ontwikkeling betreft
dit dan wel een zelf verworven en ontwikkelde moraliteit. Een wetmatigheid
hierin is dat er 3 stappen nodig zijn in moraliteit om er 1 te doen in
de geestelijke wereld. Een gebeuren waarin zich deze ontwikkeling openbaart
is het constante etherisatie-proces van ons fysieke bloed, hetgeen verder
postvat door het loskomen van het levenslichaam van ons fysieke hoofd
en hart. Ons Ik drijft middels etherkrachten het bloed aan richting het
hart, waarvanuit dan een fijne etherische substantie in de vorm van lichtstralen
naar de hersenen gaat en het aangrijpingspunt voor het lichaamsvrije denken
omgeven: de pijnappelklier. De kleuren van die lichtstralen geven dan
iemands morele gehalte weer.(23) Naast onze eigen stroming loopt in ons
ook die stroming van het (eerder genoemde) geëtheriseerde bloed van
Christus, dat in de levenswereld terecht kwam. Door het ontwikkelen van
moraliteit en begrip voor de morele vuurkracht en diepere geheimen van
Christus is het mogelijk dat de etherisatiestroming van ons bloed steeds
meer kan samenvallen met die van Christus. Dit biedt zodoende een basis
voor verdergaande helderziende waarnemingen van de processen in ons levenslichaam
en zo ook van de etherische Christus.
Naast dit heldere zien bestaat in onze bewustzijnszieletijd een verdergaand
verhelderingsproces uit de methodische stappen die de fenomenologie van
Goethe biedt, die gebaseerd is op de zielefuncties van denken, voelen
en willen.(24) De essentie van deze methodiek is je persoonlijke verhouding
tot die levenswereld en zo tegelikertijd tot Christus te vinden. Hiervanuit
en door de drempelovergang is het mogelijk de zielevaardigheden m.b.t.
de levenswereld te ontwikkelen. Deze vaardigheden kunnen dan naast die
van de helderziendheid, een licht-ether kwaliteit vanuit het etherhoofd,
ook de vorm aannemen van heldervoelen en -horen in de klank-ether, vanuit
het etherhart en van helder willen, dat zich betrekt op de warmte-ether,
vanuit de ethermaag.(25) Een volgende keer komen zaken omtrent deze fenomenologie
aan bod.
Noten:
1. Mattheus 24:30. Ook Lukas 21:27 "En in die tijd zullen zij schouwen
de Zoon des Mensen komend in de wolken met machtig bewegende kracht en
veelvuldige openbaring."
2. Zie de 1e brief aan de Thessalonicenzen Hfst 4:17: "...dan zullen
wij opgenomen worden in het wolkenrijk".
3. Zie Esoterische Appendix.
4. Denk b.v. aan de wereldwijde beweging van sex, drugs and rock 'n roll,
alsook de Dolle Mina's en Provo's.
5. Het bewustzijnszielelichaam wordt kristallijn wanneer je een gedachte
zo helder hebt gekregen, dat die tot ideaal kan worden. Door deze kristalheldere
structuur heen kun je dan de geestelijke realiteit van een ideaalverwezenlijking
waarnemen en dat vervolgens ook gaan doen.
6. Uit een ongepubliceerde voordracht van 20 september 1924.
7. Zie mijn artikel in de vorige Bruisvat. Het gaat hier om de gevolgen
van de eerste (Lemurië, boom van kennis, Lucifer) en de tweede zondeval
(Atlantis, boom des levens, Ahriman).
8. De mens zal dit steeds meer als iets natuurlijks gaan beschouwen en
gaan waarnemen als een intiem vuurproces, een soort omvormingsproces,
dat met de ontwikkeling van de bewustzijnsziel samenhangt, en dat hem
verteert.
9. GA 185. Een belangrijke zingeving van het kwaad in de wereld is dat
het kan dienen om het goede naar een nog hoger plan te ontwikkelen. Zie
ook het Lukas 21:9: "Wanneer gij hoort van oorlog en oproer, laat
u niet verschrikken ! Want dat moet eerst geschieden, maar het doel is
dan nog niet bereikt."
10. GA 112, voordracht van 6 juli 1909.
11. Zie Lukas 12:49: "Vuur ben ik komen werpen op aarde en wat wil
ik anders dan dat het reeds ontbrandt".
12. 'De spirituele gebeurtenis van de 20ste eeuw -een imaginatie', door
Jesaiah Ben Aharon. Tevens is dit een voortzetting en vervulling van Christus'
wederkomst, begonnen aan het einde van de 19e eeuw. Toen nam hij alle
materialistische gedachten in zich op van mensen die door de poort van
de dood waren gegaan (het 'hoogte'punt van de materialistische impuls
vond plaats in 1844; de tijden daarna zijn de gevolgen ervan). GA 152,
voordracht van 02-05 1913.
13. In de 15e eeuw was deze door de aartsengel Michaël gesticht in
de bovenzinnelijke wereld, waarin 1/7e van de mensheid zat. Overigens
zegt Ben Aharon weinig over wie deze groep toegewijden zijn: hij brengt
ze enkel met de Michaelieten in verband.
14. Dit zijn gevallen engelen die zich hebben geofferd voor de mensheidsontwikkeling
en wachten op verlossing en omvorming door de mens. Zie ook het artikel
van Ezrah Bakker over Auschwitz in deze Bruisvat.
15. Deze aardse ‘mensenzon’ was tot op dat moment gescheiden
van zijn lagere ik maar keert zich, doordat Christus zich met het oerwezen
van het kwaad verenigt, binnenste buiten: het draait zich om en omarmt
het verloren deel van zijn ik en wordt weer één kosmisch
lichaam.
16. Het kwaad wil tegenover het goede een 'leger' van het kwaad zetten
(GA 130). Het werkt door via zwart magische broederschappen van oost en
west. Beide hebben ze op eigen wijze als doelstelling om de wederkomst
van Christus in de levenswereld te verdoezelen om het ongemerkt aan de
mensheid voorbij te laten gaan. Zie hierover andere artikelen van mij
in vorige Bruisvat-nummers.
17. Dit is o.a. gegaan door financieringen van Hitler door amerikaanse
bankiers (o.a. Union Bank, NY) en de opbouw van de SU die voor 80 % door
amerikaanse bedrijven tot stand is gekomen. Zie b.v. Anthony Sutton, America's
Secret Establishment, het artikel van A. Nijeboer 'De familie Bush en
Skull & Bones' in Bruisvat nr. 4 en artikelen van mijzelf in vorige
Bruisvat-nummers.
18. De verhalen van een fysieke wederkomst zijn lariekoek, want Christus
incarneert maar 1 keer in een fysiek lichaam. Ze zijn eerder te zien als
Ahriman's voorbereidingswerk om volgelingen te krijgen voor zijn eigen
fysiek incarnatie. Dit betreft een boek als "Holy Blood, Holy Grail"
van Michael Baigent, Henry Lincoln en Richard Leigh, of verhalen van Benjamin
Creme over Christus wederkomst als de Maitreya.
19. Gedurende de komende 2500 jaar kunnen deze vaardigheden ontwikkeld
worden.
20. Een wijze waarop mensen de etherische Christus kunnen waarnemen is
dat hij als een levendige troostbrenger te voorschijn komt op momenten
van het diepste leed.
21. Deze vierde harmonisatie betreft zo die van het Ik. De andere 3 zijn
resp. de harmonisatie van de 12 zintuigen, van de 7 orgaanprocessen en
van de zielefuncties denken, voelen en willen. Zie mijn vorige artikel
in Bruisvat nr. 9.
22. Een samenballing van al onze negatieve en positieve gedachten, gevoelens
en wilsimpulsen. Vormt onze weerstand voor ontwikkeling.
23. GA 130, voordracht van 1.10.1911. In geval van een hoog moreel gehalte
betreffen het lila-violette kleuren, in geval van een laag moreel gehalte
rood-bruine.
24. De fenomenologie betreft een samenhangende methodiek voor ontwikkelingsmogelijkheden
vanuit en via geesteswetenschap, kunst en witte magie. Steiner zei hierover
dat het de bedoeling is dat dit in de 5e cultuurperiode wereldwijd een
cultuurfactor wordt.
25. Helder willen (witte magie) neemt de warmtebewegingen waar die zich
tot in de vorm kunnen manifesteren. Zie voor de ethermaag het artikel
"Mysteriën van Pachamama" van E. Nijeboer in Bruisvat nr.
8.
Uit: Bruisvat No. 10.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|