Tijdschrift

voor transformatie

 

 

 

Diverse aspecten van de wederkomst in de levenswereld
De Etherische Christus

Door Patrick Steensma

In Bruisvat 9 is uitvoerig gesproken over Christus als zijnde de ‘Ik Ben’. Geschetst werd hoe hij als geestelijk wezen over lange tijdsperioden een op de Aarde gerichte ontwikkelingsweg is gegaan, en hoe dit terug te vinden is in cultuurimpulsen over de hele wereld. Uiteindelijk culmineerde dit bij zijn incarnatie in een fysiek lichaam bij de Doop in de Jordaan en zijn uiteindelijke gang door de dood op Golgotha. Aangegeven werd hoezeer deze hele ontwikkeling samenhangt met het feit dat we ons tegenwoordig als zelfstandige individuen kunnen beleven. In dit artikel staat de zogenaamde wederkomst van Christus centraal. Rudolf Steiner hamerde erop dat dit nooit een fysieke wederkomst kon zijn, maar dat het ging om een wederkomst in de etherwereld. Hij verwachtte het begin hiervan in de jaren ’30 van de 20e eeuw. Voor de mensheid als geheel, maar zeer zeker ook voor ieder mens op zich is het van evident belang om te focussen op de kenmerken, betekenis en consequenties ervan.


Wolken en levenswereld

Voor de wederkomst van Christus wordt in de bijbel veelvuldig de term "wolken" gebruikt. Zelf gaf hij ook de wijze waarop aan: "de Mensenzoon..., komend op de hemelse wolken".(1) De apostel Paulus sprak als een van de eersten over Christus’ wederkomst in de levenswereld als over een wolkenrijk.(2) Ook Johannes verhaalt in zijn Openbaring hierover: "Zie, hij komt met de wolken..." (Apok 1:7). Vanwaar de wolken ? Deze woordkeuze heeft in eerste instantie te maken met het specifieke taalgebruik waarin de bijbel zelf is geschreven en dat is onmiskenbaar van esoterische makelij, en moet dus daarvanuit worden geduid.

Een wolk is te beschouwen als een aura, i.c. het geestelijk-etherische omhulsel van het fysieke. De term wordt gebruikt om weer te geven dat men spreekt over de levens (of:ether-)wereld. De levenswereld is specifiek die wereld op aarde waarin de werkingen van het scheppende en onderhoudende leven in de vorm zijn gegrondvest en zich daar afspelen: de seizoenen, groeiprocessen van sterven en geboren worden, (voortplantings)driften, eten, drinken en andere menselijke basisbehoeften. Het wordt bevolkt door elementenwezens (gnomen, nimfen etc.) die de taken uitvoeren. Het is de dichtst bij de aarde zijnde geestelijke wereld en water is het element waarin het is gegrondvest. Hierin onderscheid het zich kenmerkend van de minerale wereld (aarde), dierenwereld (licht/lucht) en mensenwereld (vuur).

Het fysiologische verloop van wolkenvorming en wolken an sich is, naast een wonderlijk en machtig schouwspel, tevens verhelderend wat zijn wezenskenmerken betreft. Wat opvalt is dat alle vier de werkingen van de elementen - waaruit de levenswereld zelf is opgebouwd, dan genoemd ethersoorten of ook vormkrachten- erin zijn terug te vinden. Door opstijgende warmtewellingen (vuur, warmteëther, zet processen aan) verdampt water. Een uiting hiervan is ook de wind die daaromheen zuigt en windvlagen veroorzaakt. In gasvormige toestand (licht/lucht ether, differentieert) stijgt het op en verdicht zich langzaam aan tot een bepaalde wolkenvorm (water [gedragen door de lucht] klankether, vormende beweging). Daarin kan het overgaan tot een vaste toestand (hagel, sneeuw, vormether) en komt het zo of als regen (water) of mist (gasvormig) weer op aarde.
Hetgeen waardoor het hele wolkenproces in gang gezet wordt en het verder begeleidt, openbaart ook een kern-kwaliteit van de levenswereld en dat is beweging (ritme, denk aan rivieren en zeeën) en tijd. Deze beweging is b.v. ook weer afhankelijk van het seizoen. Met de woordkeuze in de hiervoor gekozen citaten "op", "met" en "in" wordt erop geduid hoe Christus deze wereld van binnenuit en van buitenaf stuurt en leidt. Dit is ook terug te vinden in de Triniteit van het hogere Ik (Vader-Zoon-Heilige Geest). Hierin is hij degene die de Zoon-wereld omvat, waarbij de kwaliteit hoort van de Levensgeest: het door het Ik omgevormde etherlichaam waarin het Ik met de ziel kan meebewegen, invoelen, sturen en scheppen in de levenswereld. (3)

Ook kenmerkend voor de openbaring van Christus in de wolken is dat hij dat doet aan mensen op een puur individuele wijze. Bij een vriend van me betrof het een ervaring waarbij Christus hem opnam in de werkingen van een wolk en hem in zijn scheppende activiteit met goudomrande gebaren, kleuren en kosmische symfonieën liet waarnemen. Een ander zag hem in de kerk in een wolk en kreeg een zeer intense liefdesbeleving, waardoor hij daarna in alles en iedereen de liefdeskiem waarnam.
Denken, voelen, willen
Belangrijk is dat de wederkomst samenvalt met een ander wezenlijk gebeuren voor de mensheid.. Dit betreft het einde van het door de Indiërs zo genoemde Kali Yuga, het ‘duistere tijdperk’ van 5000 jaar, waarin het voor de mensen op aarde steeds moeilijker werd om zich in de werelden van de geest te begeven door een steeds verdergaande afdaling in en binding aan het fysieke lichaam (als verzelfstandigingsproces). Dit Kali Yuga liep volgens Rudolf Steiner ten einde in 1899, waardoor de mensheid als geheel weer over de drempel van de geestelijke wereld is gegaan. Een concreet gevolg van deze tendens is dat in de loop van de 20e eeuw de zielefuncties denken, voelen en willen van ieder afzonderlijk individu ‘losser’ van het fysieke lichaam zijn komen te staan. Hierdoor kwam in het begin van de 20ste eeuw het levenslichaam los van het fysieke hoofd, halverwege los van het fysieke hart en eind 20ste, begin 21ste eeuw is het aan het los komen van het fysieke wilsgebied.(4) Een gevolg van deze excarnatietendens is dat er tevens een daarop gerichte opwaartse ontwikkeling in de vorm van inwijdingswegen op deze drie gebieden mogelijk is geworden. Dit zeer individuele loskomingsproces valt en past in onze huidige tijd (1413-3577) waarin de ontwikkeling van de bewustzijnsziel centraal staat. Deze is erop gericht dat ons ik zich bewust wordt van zichzelf als zijnde een geest in een fysiek lichaam, zodat we daarvanuit bewustzijn kunnen ontwikkelen over ons zieleleven dat zich afspeelt in onze beeld- en gedachtenvorming, gevoelens en wilsimpulsen. De bewustzijnsziel streeft ernaar dingen zelf te ervaren en te beoordelen, en weeft zich tezamen tussen het komen tot Ik-bewustzijn (vanuit de biografie) en het bewustzijn dat je afgescheiden bent van de wereld. De bewustzijnsziel hangt nauw samen met de opkomst van de persoonlijkheid die op zichzelf wil staan en uit zijn hulzen wil breken: een tendens die toewerkt naar het verdichten van je gedachten tot je eigen gemaakte idealen en de keus om daarvanuit je eigen leven vorm te geven.(5)


De uiteenzetting met het kwaad

Rudolf Steiner wees er op dat alvorens de mens de etherische Christus op de juiste manier kan herkennen, het nodig is dat de mens eerst de confrontatie moet aangaan met het beest, dat in 1933 uit de diepten te voorschijn zou komen.(6) Dit heeft de vorm van het bolsjewisme en nazisme aangenomen. Hier komt een belangrijke paradoxaal aandoende kwestie naar boven betreffende de dood en het kwaad. In de 4e cultuurperiode (747 v.Chr-1413) ontwikkelde Christus zijn impuls voor de mensheid op aarde vanuit de krachten die werken in geboorte en dood. Door de invloeden van luciferische en ahrimanische wezens mengden zich ooit de krachten van de dood in de natuur van de mens en de fysiek-zintuigelijke wereld, hetgeen een afsnijden van de wereld van God de Vader inhield, die zich laat kenmerken als het leven zelf.(7) Gevolg was o.a. dat de mens telkens extreme doodsprocessen moest meemaken (geboorte is een sterven in de geestelijke wereld). Dit legde weliswaar de grondslag voor grotere vrijheidsmogelijkheden door een sterke mate van ontwikkeling van zelfbewustzijn, maar zou er steeds meer toe leiden dat het grootste deel van de mensheid gebonden zou raken aan het leven in een fysiek lichaam. De indaling van Christus in een fysiek lichaam, op zichzelf al een onvoorstelbaar sterfproces voor een hoog ontwikkeld geestelijk wezen, en het vervolgens door de dood heengaan en deze overwinnen, bewerkstelligden de herverbindings-mogelijkheid met God de Vader voor iedereen.
Kenmerkend voor de huidige bewustzijnsziele-ontwikkeling is dat dit gaat aan de hand van een stervensproces (het 'stirb und werde' van Goethe), waardoor de mens zich nu bewust uiteen heeft te zetten met de dood: letterlijk accepteren dat deze als het ware naast je loopt.(8) Bovendien treedt er sindsdien een nieuw fenomeen op. Het erkennen dat in ieder de neiging tot het kwaad schuilt. Dit leefde voordien bij de meeste mensen diep in het onderbewuste, maar dat raakt nu gaandeweg ‘los’. Het toont zich in onze tijd als de opgave om de bewuste uiteenzetting met het kwaad aan te gaan. In deze tijd van de bewustzijnsziel heeft het kwaad dezelfde betekenis als geboorte en dood voor de 4e cultuurperiode had. Zo ontstaat de situatie dat de wederkomst van Christus in de levenswereld via de beleving van en uiteenzetting met het kwaad gaat.(9)

1933-1945

Een gevolg van de aardebindende werkzaamheid van de tegenmachten was dat de etherlichamen van de mensen meer en meer dreigden te verharden, hetgeen in het uiterste geval ertoe zou leiden dat men na de dood niet meer los kan komen van de aardesfeer. Deze ontwikkeling was reeds rond Christus’ aardewerkzaamheid een probleem aan het worden, maar begint tegenwoordig in steeds kritischer fasen terecht te komen. Het Mysterie van Golgotha bewerkstelligde dan ook dat mensen die de afgelopen 2000 jaar begrip hadden voor de doodoverwinnende Christus-impuls, sindsdien in hun etherlichaam een nieuwe vitaliteit konden beleven. Dit werkte als een astrale lichtkracht, hetgeen uitging van de Heilige Geest, het Geestzelf van Christus, zijn omgevormde astraallichaam. Dit had niet alleen gevolgen voor henzelf, maar na hun overlijden droegen zij daardoor direct bij aan de vergeestelijking van de aarde. Steiner geeft aan dat dit een nieuwe aardeomringende morele ethersfeer voortbracht.(10) Dit is mede mogelijk geworden door het geëtheriseerde bloed van Christus. Dat had hij helemaal doordrongen met zijn vurige levendige compassie en daardoor had het een roze-magenta kleur aangenomen, hetgeen de kleur is van het etherlichaam. Het vloeide door het Mysterie van Golgotha de aarde in, en doordrong vervolgens de ethersfeer van de aarde, waardoor Christus tevens zijn transformerende morele vuurkracht en compassie erin aanbracht.(11) Dit bloed is de vrije Ik-kracht van een god die onschuldig werd gedood; het gaf zo mogelijkheden tot omvorming van de etherwereld, waarvanuit het karma als web van verbindingen in het leven op aarde ‘ingewoven’ wordt. Zo werd vrijheid als kiem gebracht in de dwingende karmawetmatigheden. De vraag is hier wat dit dan betekent in samenhang met de wederkomst in de 20e eeuw.


Golgotha (letterlijk: 'Schedelplaats', anno 2003)

De eind jaren ’90 gepubliceerde helderziende waarnemingen van Jesaiah Ben Aharon hebben nieuw licht geworpen op Christus' wederkomst. In 1933 krijgt dit een belangrijk nieuw begin in een 12 jaar durend proces.(12) In deze periode verkeerde tussen dood en wedergeboorte een kleine groep kiemkrachtige van Christus doordrongen groep toegewijden van de Michaëlsschool die zich voor de toekomst van de gehele mensheid ging inzetten.(13) Zij hadden alle -zoals de eerder in deze paragraaf genoemde- substantie die door-christelijkt was in de afgelopen 2000 jaar, bij elkaar verzameld. Hierdoor kon Christus zich gedurende de eerste 6 jaar manifesteren in een nieuwe eigen geschapen bestaanssfeer in de levenswereld, waarin hij als een vurige gloed die openbarstte zich in alle richtingen uitbreidde. Zo vormde hij een nieuw universeel hartecentrum, in de periferie uitstrekkend als een netwerk van lichtgevende etherische aderen en bloedvaten, met oneindige kiemkracht en levensactiviteit. De geestelijke observatie hiervan leidt ertoe dat men zich er innerlijk één mee voelt en merkt dat men meewerkt aan de geboorte ervan, alsook dat het levenslichaam een instrument wordt van pulserend licht, dat zijn ritme ontvangt vanuit dit centrum. Al dit positieve van boven nam echter beneden in het kwade tegenbeeld zijn vorm aan. Op aarde werd een anti-rijk gevormd, met een demonisch onderaards geslacht van mensen die zich bewust met het kwaad verbonden. De groep toegewijden beleefden dit als een steeds verder groeiende kloof, ook binnen henzelf. Tot hun schrik zagen zij dat de verzamelde morele substantie waarmee zij tot nu toe gewerkt hadden, niet toereikend was. Vanaf 1939 breidde de duisternis zich snel uit.

Grote groepen zielen, die door de gruwelijkheden van het nazisme en bolsjewisme in grote innerlijke verwarring door de poort van de dood gingen, kwamen hen tegemoet. Deze zielen hadden een wanhopige, brandende vraag naar de menselijke natuur, de toekomst van de mens en zijn bestaan. Het schokkende dat de groep toegewijden nu ervoer, was dat er juist vanuit de geestelijke wereld geen enkel antwoord, geen enkele aanwijzing tot hen kwam. De toekomst lag volledig open. Vanuit deze onwezenlijke stilte en het ongelofelijke leed dat tot hen kwam, vormde zich bij hen het besef van een torenhoge verantwoordelijkheid. Dit culmineerde in 1942.
Zij vormden vervolgens vanuit het vuur van hun medegevoel en liefde voor de mensheid dit om in de vraag hoe de kloof van het gespleten ik tussen mens en aarde die zich door het kwaad -waarmee zij oog in oog stonden- in de mensheid vormde, hersteld kon worden. Op dit enorm heikele moment offerden zij zich op het ‘enige altaar waarvan het vuur de stormen van het ergste kwaad kan doorstaan’, en werden zo zelf deze vraag. Uitdrukkelijk geeft Ben Aharon aan dat wat hij vervolgens slechts ten dele kan zien, eigenlijk nauwelijks te beschrijven valt. Als antwoord op deze vraag komt Christus en daalt naar de peilloze diepten der aarde af. Wederom ontstaat een stilte die een eeuwigheid lijkt te duren. Opeens voltrekt zich daar in diepten iets wat nog het meest lijkt op een ontploffing. Hier wordt kennelijk geduid op een soort vernieuwde 2e Mysterie van Golgotha, dat zich voltrokken heeft vanuit de levenswereld. Vermoedelijk gaf Christus door deze daad, tot in het onderaardse reikende en middenin het kwaad, tegelijkertijd het menselijke én het goddelijke oerbeeld voor de verlossing van het kwaad voor de gehele verdere toekomst.
Vanuit de beginselen, inzichten en ervaringen van het landschapswerk, waaraan diverse mensen van het Bruisvat-team meedoen, is het mogelijk geworden aspecten van deze onderaardse sferen nader te begrijpen. De onderaarde wordt bevolkt door 9 regionen van tegenmachten, als spiegeling van de 9 hemelse hierarchieën.(14) Zo is het gebleken dat Christus de 7e onderaardse laag, Lucifers rijk weerspiegelend, en een deel van de 8ste, Ahriman’s rijk, heeft getransformeerd. Echter om deze helemaal te doordringen moet Christus hier wachten totdat Ahriman zijn fysieke incarnatie gehad heeft -mogelijk voor 2012- en daarmee diens tijd voorbij is. Het is aan de mensen om zich hier eerst zelf mee uiteen te zetten.

Ben Aharon geeft aan dat in 1945 bovenstaande gebeurtenissen tot een afronding komen. Voor de aarde kan dit vermoedelijk als belangrijke stap gekarakteriseerd worden richting omvorming tot nieuwe zon, en kan men dit beschouwen als een ‘aarde-zonnegeboorte’. De etherwereld, het gehele etherlichaam van de aarde zelf, is zo tot een stralend etherisch lichaam geworden, van binnen diep verwond, maar tevens genezend en levenschenkend op zijn gehele kosmische omgeving.(15) Een duidelijke aanwijzing hiervoor is dat de in de onderaardse lagen gestolde oeroude kosmische zonnekrachten -b.v. verbeeld in de tegengestelde swastika- op krachtige wijze naar de oppervlakte worden gebracht als afbrekende krachten die de materie oplossen: de atoombom. Het is tevens de opmaat voor de in de toekomst steeds belangrijker wordende uiteenzetting met het derde kwaad, Sorat. Als wezen is het de Ik-versplinteraar en aardevernietiger, die zal trachten een door-Ikte vergeestelijking van mens en aarde te voorkomen. Om Sorat te overwinnen moet Christus de diepst liggende negende onderaardse sfeer omvormen, hetgeen in de verdere toekomst nog zal gebeuren, …als hij daarbij hulp krijgt.
Immers, het typerende aan hetgeen uit Ben Aharon's onderzoekingen naar voren komt, is dat Christus tot en met het Mysterie van Golgotha de mensheid voorging. Nu is het aan de mens om hem voor te gaan. De verdere ontwikkeling van Christus is afhankelijk van de mate waarin de mens zich vanuit het opnemen van de eigen verantwoordelijkheid inzet. De paradox treedt op, dat wie zijn eigen Ik-activiteit versterkt, daarmee ook Christus in staat stelt om Sorat (definitief) te overwinnen. Hier zit een groots vrijheids- en zelfstandigheidsaspect in voor de mens.

Door het Mysterie van Golgotha was er een ritmiek in gang gezet van 33,3 jaar, overeenkomend met de duur van het leven van Jezus Christus, waarin nieuwe christelijke impulsen zich voltrekken. Het jaar 1933 valt in deze ritmiek, waardoor de processen die de wederkomst op gang hebben gebracht zich middels dit ritme verdiepen. Zo begeleidde de 2e cyclus van 33,3 jaar (vanaf eind 1966) het eerdergenoemde loskomen van het levenslichaam van het hartegebied. De 3e cyclus van 33,3 jaar is begonnen in 2000. Dit komt overeen met het proces van loskomen van het levenslichaam van het wilsgebied. Interessant is om hierbij ook naar analogie van ‘33-’45 de periode van 12 jaar in het oog te houden. Hierin zal (de duistere kant van) het amerikanisme, hetgeen niet alleen de geest ontkent, maar er zelfs grote angst voor genereert en de verbinding voor mensen met de geest wil verbreken, steeds meer zijn ware kwade gezicht tonen, zoals Bush c.s. aan het doen zijn.(16) Deze stroom, die het bolsjewisme en nazisme heeft gevoed (17), bevat mensen die zich in dienst stellen van de voorbereiding van Ahriman’s incarnatie.(18)


Nieuwe zielenvaardigheden

Christus' wederkomst in de levenswereld betekent voor de mensheid het opkomen van natuurlijke bovenzinnelijke ziele-vaardigheden. Dit loopt parallel aan het in de vorige paragraaf behandelde omdat Steiner specifiek de jaren 1933-1945 noemt wanneer dit voor het eerst zijn intrede zal doen.(19) Meer en meer mensen zullen steeds intensere waarnemingen krijgen van het gebeuren van en in hun levenslichaam. Een voorbeeld van het optreden van deze vaardigheid is dat mensen bij het verrichten van een bepaalde daad een soort droombeeld in hun ziel kunnen krijgen waarvan ze weten dat het een in de toekomst uitwerkende karmische consequentie is van die daad, omdat ons karma in ons levenslichaam is opgeslagen. Door het toenemende ik-bewustzijn en een daarvanuit versterkte helderheid aangaande de waarnemingen in het levenslichaam kunnen mensen komen tot het waarnemen van de etherische Christus. (20)
In nauwe samenhang hiermee staat het feit dat Christus Heer van het Karma is geworden, zoals eerder aangegeven.(21) Hiermee legde hij de kiem voor het veranderen van de karmawetten die tot dan toe geheel verbonden waren met de 10 geboden en het principe ‘oog om oog, tand om tand’. Het werk van Christus bestond er juist uit om een gouden draadje in elke draad mee te spinnen, wat inzicht en kiem tot vrijheid geeft, zodat het daarna door een ieder kan worden ingelost en omgevormd. Tevens behelst dit het principe ‘het karma moet vereffend worden, ongeacht door wie’, zoals ook uit de ‘genezingen’ en de lijdensweg naar voren komt. Hiermee begint het grootse perspectief van het vanuit liefde, vrijwillig en bewust, op je nemen van karma van anderen als cultuurimpuls van de toekomst zichtbaar te worden. Dit is een veel vrijere vorm van karma dan voorheen het geval was.
Daardoor is het bij de ontwikkeling van de nieuwe zielevaardigheden nodig dat de mens de ontmoeting met zijn ‘kleine wachter’, ieders dubbelgangerwezen, aangaat. Dit is een geestelijk wezen dat een afspiegeling is van alles in ons wat nog niet door-Ikt is. (22) De mens heeft daarmee de keus de verantwoordelijkheid voor zichzelf op zich te nemen. Als men deze uiteenzetting uit de weg gaat, zal men de ‘grote wachter’, de Mensenzoon -die het beeld omvat van wat een ieder zelf kan worden in navolging van Christus- als zijn grootste vijand beschouwen en deze met nog grotere kracht willen ontwijken, uiteindelijk leidend tot zelfvernietiging. Doordat de uiteenzetting met de eigen dubbelganger bij aanvang van Christus' wederkomst niet door voldoende mensen aangegaan is, kon het kwaad zulke vernietigende vormen aannemen.
Zo komt in deze ontwikkeling van nieuwe zielevaardigheden naar voren dat het gaat om moraliteit. Gezien de bewustzijnsziele-ontwikkeling betreft dit dan wel een zelf verworven en ontwikkelde moraliteit. Een wetmatigheid hierin is dat er 3 stappen nodig zijn in moraliteit om er 1 te doen in de geestelijke wereld. Een gebeuren waarin zich deze ontwikkeling openbaart is het constante etherisatie-proces van ons fysieke bloed, hetgeen verder postvat door het loskomen van het levenslichaam van ons fysieke hoofd en hart. Ons Ik drijft middels etherkrachten het bloed aan richting het hart, waarvanuit dan een fijne etherische substantie in de vorm van lichtstralen naar de hersenen gaat en het aangrijpingspunt voor het lichaamsvrije denken omgeven: de pijnappelklier. De kleuren van die lichtstralen geven dan iemands morele gehalte weer.(23) Naast onze eigen stroming loopt in ons ook die stroming van het (eerder genoemde) geëtheriseerde bloed van Christus, dat in de levenswereld terecht kwam. Door het ontwikkelen van moraliteit en begrip voor de morele vuurkracht en diepere geheimen van Christus is het mogelijk dat de etherisatiestroming van ons bloed steeds meer kan samenvallen met die van Christus. Dit biedt zodoende een basis voor verdergaande helderziende waarnemingen van de processen in ons levenslichaam en zo ook van de etherische Christus.
Naast dit heldere zien bestaat in onze bewustzijnszieletijd een verdergaand verhelderingsproces uit de methodische stappen die de fenomenologie van Goethe biedt, die gebaseerd is op de zielefuncties van denken, voelen en willen.(24) De essentie van deze methodiek is je persoonlijke verhouding tot die levenswereld en zo tegelikertijd tot Christus te vinden. Hiervanuit en door de drempelovergang is het mogelijk de zielevaardigheden m.b.t. de levenswereld te ontwikkelen. Deze vaardigheden kunnen dan naast die van de helderziendheid, een licht-ether kwaliteit vanuit het etherhoofd, ook de vorm aannemen van heldervoelen en -horen in de klank-ether, vanuit het etherhart en van helder willen, dat zich betrekt op de warmte-ether, vanuit de ethermaag.(25) Een volgende keer komen zaken omtrent deze fenomenologie aan bod.

 

Noten:

1. Mattheus 24:30. Ook Lukas 21:27 "En in die tijd zullen zij schouwen de Zoon des Mensen komend in de wolken met machtig bewegende kracht en veelvuldige openbaring."
2. Zie de 1e brief aan de Thessalonicenzen Hfst 4:17: "...dan zullen wij opgenomen worden in het wolkenrijk".
3. Zie Esoterische Appendix.
4. Denk b.v. aan de wereldwijde beweging van sex, drugs and rock 'n roll, alsook de Dolle Mina's en Provo's.
5. Het bewustzijnszielelichaam wordt kristallijn wanneer je een gedachte zo helder hebt gekregen, dat die tot ideaal kan worden. Door deze kristalheldere structuur heen kun je dan de geestelijke realiteit van een ideaalverwezenlijking waarnemen en dat vervolgens ook gaan doen.
6. Uit een ongepubliceerde voordracht van 20 september 1924.
7. Zie mijn artikel in de vorige Bruisvat. Het gaat hier om de gevolgen van de eerste (Lemurië, boom van kennis, Lucifer) en de tweede zondeval (Atlantis, boom des levens, Ahriman).
8. De mens zal dit steeds meer als iets natuurlijks gaan beschouwen en gaan waarnemen als een intiem vuurproces, een soort omvormingsproces, dat met de ontwikkeling van de bewustzijnsziel samenhangt, en dat hem verteert.
9. GA 185. Een belangrijke zingeving van het kwaad in de wereld is dat het kan dienen om het goede naar een nog hoger plan te ontwikkelen. Zie ook het Lukas 21:9: "Wanneer gij hoort van oorlog en oproer, laat u niet verschrikken ! Want dat moet eerst geschieden, maar het doel is dan nog niet bereikt."
10. GA 112, voordracht van 6 juli 1909.
11. Zie Lukas 12:49: "Vuur ben ik komen werpen op aarde en wat wil ik anders dan dat het reeds ontbrandt".
12. 'De spirituele gebeurtenis van de 20ste eeuw -een imaginatie', door Jesaiah Ben Aharon. Tevens is dit een voortzetting en vervulling van Christus' wederkomst, begonnen aan het einde van de 19e eeuw. Toen nam hij alle materialistische gedachten in zich op van mensen die door de poort van de dood waren gegaan (het 'hoogte'punt van de materialistische impuls vond plaats in 1844; de tijden daarna zijn de gevolgen ervan). GA 152, voordracht van 02-05 1913.
13. In de 15e eeuw was deze door de aartsengel Michaël gesticht in de bovenzinnelijke wereld, waarin 1/7e van de mensheid zat. Overigens zegt Ben Aharon weinig over wie deze groep toegewijden zijn: hij brengt ze enkel met de Michaelieten in verband.
14. Dit zijn gevallen engelen die zich hebben geofferd voor de mensheidsontwikkeling en wachten op verlossing en omvorming door de mens. Zie ook het artikel van Ezrah Bakker over Auschwitz in deze Bruisvat.
15. Deze aardse ‘mensenzon’ was tot op dat moment gescheiden van zijn lagere ik maar keert zich, doordat Christus zich met het oerwezen van het kwaad verenigt, binnenste buiten: het draait zich om en omarmt het verloren deel van zijn ik en wordt weer één kosmisch lichaam.
16. Het kwaad wil tegenover het goede een 'leger' van het kwaad zetten (GA 130). Het werkt door via zwart magische broederschappen van oost en west. Beide hebben ze op eigen wijze als doelstelling om de wederkomst van Christus in de levenswereld te verdoezelen om het ongemerkt aan de mensheid voorbij te laten gaan. Zie hierover andere artikelen van mij in vorige Bruisvat-nummers.
17. Dit is o.a. gegaan door financieringen van Hitler door amerikaanse bankiers (o.a. Union Bank, NY) en de opbouw van de SU die voor 80 % door amerikaanse bedrijven tot stand is gekomen. Zie b.v. Anthony Sutton, America's Secret Establishment, het artikel van A. Nijeboer 'De familie Bush en Skull & Bones' in Bruisvat nr. 4 en artikelen van mijzelf in vorige Bruisvat-nummers.
18. De verhalen van een fysieke wederkomst zijn lariekoek, want Christus incarneert maar 1 keer in een fysiek lichaam. Ze zijn eerder te zien als Ahriman's voorbereidingswerk om volgelingen te krijgen voor zijn eigen fysiek incarnatie. Dit betreft een boek als "Holy Blood, Holy Grail" van Michael Baigent, Henry Lincoln en Richard Leigh, of verhalen van Benjamin Creme over Christus wederkomst als de Maitreya.
19. Gedurende de komende 2500 jaar kunnen deze vaardigheden ontwikkeld worden.
20. Een wijze waarop mensen de etherische Christus kunnen waarnemen is dat hij als een levendige troostbrenger te voorschijn komt op momenten van het diepste leed.
21. Deze vierde harmonisatie betreft zo die van het Ik. De andere 3 zijn resp. de harmonisatie van de 12 zintuigen, van de 7 orgaanprocessen en van de zielefuncties denken, voelen en willen. Zie mijn vorige artikel in Bruisvat nr. 9.
22. Een samenballing van al onze negatieve en positieve gedachten, gevoelens en wilsimpulsen. Vormt onze weerstand voor ontwikkeling.
23. GA 130, voordracht van 1.10.1911. In geval van een hoog moreel gehalte betreffen het lila-violette kleuren, in geval van een laag moreel gehalte rood-bruine.
24. De fenomenologie betreft een samenhangende methodiek voor ontwikkelingsmogelijkheden vanuit en via geesteswetenschap, kunst en witte magie. Steiner zei hierover dat het de bedoeling is dat dit in de 5e cultuurperiode wereldwijd een cultuurfactor wordt.
25. Helder willen (witte magie) neemt de warmtebewegingen waar die zich tot in de vorm kunnen manifesteren. Zie voor de ethermaag het artikel "Mysteriën van Pachamama" van E. Nijeboer in Bruisvat nr. 8.

 

Uit: Bruisvat No. 10.

Terug naar Archief

Terug naar Sampo home