Tijdschrift

voor transformatie

 

 

 

Uit: Bruisvat 0, voorjaar 1999


Inleiding tot het boek Openbaringen
De Apokalypse: het octaaf van de mensheidsevolutie als inspiratiebron

door Patrick Steensma

Inleiding

Apokalypse is een Grieks woord en betekent Openbaring. Zoals het woord zelf al aangeeft, is dit document te beschouwen als een onmiddelijke uit de geestelijke wereld stammende verbale openbaring, aaneengeschakeld met visioenen. De Apokalypse bevat het diepzinnigste van wat als het esoterische Christendom te karakteriseren is.(1) Het is dus ook geen wonder dat onder alle christelijke documenten juist dit document de meeste misverstanden heeft veroorzaakt en het in de meest verschillende perioden altijd verkeerd begrepen is overeenkomstig de wijze van denken en formuleren die in die perioden gangbaar was.

Zo waren in de eerste eeuwen van het Christendom de exoterici slecht toegerust om het diepe spirituele van het esoterische Christendom te begrijpen en kwam de opvatting naar voren dat dergelijke zuiver spirituele gebeurtenissen zich uiterlijk in het leven van de materiële cultuur zouden afspelen, terwijl aspecten van de wereldevolutie zich om te beginnen in het geestelijk-spirituele gebied afspelen. Zo werden de voorspellingen door de eeuwen heen steeds toepasselijk verklaard voor die tijden en werden door het niet gebeuren ervan te pas en te onpas verlengingen van tijdstippen gedaan.(2) Wat betreft die plaatsing in de tijd van de Apokalypse gaan velen alleen al door een verkeerde vertaling van de openingszin de mist in. In Openbaringen 1:1 staat : “... zoals God het hem gegeven heeft om aan zijn dienaren in het kort te tonen hetgeen geschieden moet”. Johannes wilde hiermee zeggen: als ik u alles wat zich van nu af tot aan het einde van de ontwikkeling van de wereld zal afspelen in details zou willen beschrijven, dan zou ik heel veel moeten opschrijven, daarom zal ik het u in een korte samenvatting voorleggen. De vertalers hebben hiervan gemaakt: “om te tonen wat in korte tijd gebeuren zal”. De inhoud van de Apokalypse appeleerd(e) dan ook aan een gebied waarop de mens wel ontvankelijk was(en is), maar waar hij tevens nog te weinig bewust van was (en is) en dus makkelijk op een verkeerd spoor is te brengen.

In de 19e eeuw dacht de materialistische mens: ‘geen mens kan in de toekomst kijken, want ik kan het zelf niet’. De tegenwoordige mens draait zichzelf voornamelijk een loer onder de verafgoding van zijn (veelal abstracte) verstand (3) dit soort documenten, op een welhaast nominalistische wijze, tot het rijk der fabelen te veroordelen, of gewoonweg niet serieus te nemen.
In het licht van de voor deze tijd nou niet door bepaald de eerste de beste (4), nodige gedane voorspellingen, over gebeurtenissen die een nogal ingrijpende wending kunnen gaan geven aan het voortbestaan van de mensheid en zijn evolutiegang, en gezien de huidige eenzijdige en steeds goddelozer wordende cultuur, bestaan er genoeg redenen om vanuit een de gehele mensheidsevolutie dragend document als de Apokalypse hier bij stil te staan.
Daarnaast is het een wezenlijke aangelegenheid om uit de verschillende schijnbaar eenzijdige voorspellingen (5), te pogen om er toch datgene uit te halen wat te plaatsen valt in een esoterische benadering van de Apokalypse. Zo kom je uit op een in verband met de Apokalypse ook toepasselijke en meer constructieve ‘én, én’ - benadering, in plaats van een uitsluitende ‘óf, óf’ - benadering.


Over de bron, de taak en de werkzaamheid van de Apokalypse

Datgene waarover Johannes wilde schrijven is te vinden door op de oorsprong van de Openbaring te wijzen. Waar is de oudste bron van wat in de Openbaring geschreven staat? In de mysteriën van het oude Griekenland, de mysteriën van Orfeus, van Eleusis, van de oude Egyptenaren, Chaldeeërs, Perzen en Indiërs, Germanen was zij overal aanwezig.(6) Zij was alleen niet op schrift gesteld, maar leefde verder van de ene priestergeneratie naar de volgende, doorgegeven door generaties van inwijders wier geheugen zo sterk was dat zij dergelijke omvangrijke inhouden konden vasthouden.(7) Verder duidt het feit dat in de profetieën van Ezechiël en die van de Daniël, passages van hun waarnemingen en ervaringen te vinden zijn, die te beschouwen zijn als onderdelen van de Apokalypse, erop dat de gebeurtenissen beschreven in de Apokalypse al voor Christus’ komst als de Christus Jezus al leefden onder de mensen (8) en door Christus zelf aan de profeten is verkondigd.

Het nieuwe aan de geschreven vorm is onder andere te vinden in de taak van de Apokalypse. Deze was in voor-christelijke tijden een leidraad voor degene die de leerlingen naar de inwijding voerde. Toen der tijd gebeurde dat zo dat de inwijdeling werd losgemaakt uit zijn fysieke lichaam en een schijndood onderging. Maar wanneer hij buiten zijn fysieke lichaam was, toonde de inwijder hem in zijn etherlichaam datgene wat later door toedoen van de Christus-impuls in het fysieke lichaam helderziend kon worden waargenomen. Zo waren de oude ingewijden de profeten, die konden wijzen op Christus, wat ze ook gedaan hebben. In een andere bewustzijnstoestand had zich reeds voorgedaan wat zich tijdens het Mysterie van Golgotha afspeelde. De inwijders konden dus zeggen: de mens die wij u getoond hebben gedurende de drieënhalve dag, die u door de profeten is verkondigd, die kunt u begrijpen met de middelen van de mysteriën. De Openbaring was dus op zichzelf niets nieuws, maar de toepassing ervan op het uitzonderlijke gebeuren op Golgotha dat was nieuw. Het wezenlijke ervan was dat degenen die oren hadden om te horen, nu de mogelijkheid bezaten om, met behulp van wat in de Openbaring te lezen is langzamerhand tot een werkelijk begrip te komen van het gebeuren op Golgotha. Dat was de bedoeling van Johannes.
In het verlengde hiervan is het als zeer wezenlijk te karakteriseren als de Apokalypse op een juiste manier wordt opgenomen in de “Ik”-organisatie en het astraallichaam. Tijdens de slaap dragen zij deze Openbaring in de wereld van de aarde-aura. Dit betekent dat langzamerhand door zulke mensen de inhoud van de Apokalypse ingegraven wordt in de ether van de aarde-aura. Men kan dan zeggen: de grondtoon binnenin de aarde-aura vertoont de aanwezigheid van Christus, die doorwerkt in de aarde-aura. Deze Christus-impuls beïnvloedt elke nacht het in het fysieke lichaam achterblijvende etherlichaam op een zeer diepe manier; hetgeen juist weer datgene is wat in de aarde-aura ingegraven is door de betekenisvolle impressies die Johannes zelf gekregen heeft van de goddelijk-geestelijke wezens. Dit betekent dat die mensen tijdens de slaap hun etherlichaam bloot kunnen stellen aan de inhouden van de Apokalypse. De Evangeliën zijn juist bedoeld om de mens in zijn “Ik” en astraallichaam voor te bereiden op de ontvangst van de Christus-impuls in het etherlichaam. Zo wordt het mogelijk voor de apokalyptische mens, die temidden van het zich ontwikkelende Christendom staat, datgene wat in de evolutie van het Christendom door de verschillende perioden heen tot in toekomstige tijden zich zal voordoen, in zijn etherlichaam te integreren. Daarin ligt het nieuwe van de Openbaring ten opzichte van de oude mysteriën. De zoeker naar een christelijke inwijding wil al datgene wat met het Mysterie van Golgotha en met Christus samenhangt in zijn etherlichaam opnemen. Hetgeen ook begrijpelijk is aangezien hierin de Mensenzoon-krachten huizen.(9) Daardoor wordt de Apokalypse een soort beginnende inwijding, niet alleen voor de enkeling, maar juist voor de gehele Christenheid.
Het is dan ook zaak om de Apokalypse op te vatten als een opgave. Het heeft tegenwoordig geen zin om de Apokalypse alleen te interpreteren. Het is juist noodzakelijk dat hij vooral gedaan wordt. Dat de mens zijn eigen Apokalypse gaat leven. Vandaar dat het belangrijk is dat het “Ik” zich identificeert met de inhoud van de Apokalypse. Zo wordt het “Ik” een moderne priester als de Apokalypse niet alleen in de Evangeliën staat of in de harten van mensen leeft als voltooid geschreven werk, maar als het “Ik” zich bewust wordt dat het in elk ogenblik van het leven zelfopvoedend een afdruk van de Apokalypse voortbrengt.


Over de inhoudelijke karakterisering van de Apokalypse

In eerste instantie is dit document natuurlijk een bijbelse tekst. De tegenwoordige mensheid is grosso modo gewoonweg het begrip voor gebeurtenissen vanuit mysterie-taal, in welke ook de bijbel geschreven is, vergeten. De esoterische benadering (10) zoekt juist dat wat, eventueel vanuit een symbolische taal benadering, ertoe leiden kan, de oorspronkelijke tekst in zijn werkelijke betekenis te lezen. En het zit hem er juist hierin om de Bijbel letterlijk te nemen.(11)
Aangaande de tekst van de Apokalypse is het verantwoord om de versie die vanuit het Grieks vertaald is te nemen, omdat het hierin oorspronkelijk is opgetekend. De apostelen kenden zelf ook Grieks (naast Aramees), daar het in die tijd erom ging om het Christendom in de wereld te verbreiden, waarvan een groot deel Grieks sprak.(12)
Het is derhalve pas verantwoord om de inhoud van de Apokalypse, zoals die bedoeld is, uit te kristalliseren indien men het karakter van dit document kent en het vanuit het desbetreffende
(mysterie-)taalgebruik doet. Zo zijn er verschillende passages in de Apokalypse waar Johannes aanwijzingen hierover geeft en het heeft over de toestand waarin hij verkeert.
Openbaringen 1:1 :”Deze openbaring heeft hij (Jezus Christus ) in tekenen geschreven en door zijn engel aan zijn dienaar Johannes gezonden”. Dit duid erop dat de lezer erop bedacht moet zijn dat Johannes de belangrijke, de eigenlijke mysterie-inhoud, in tekens weergeeft.
In Openbaringen 1:9 staat verder : “ Ik, Johannes,...., was op het eiland Patmos (13), om het woord Gods en het getuigenis van Jezus Christus. Ik kwam in een hoger bewustzijn op de dag des Heren ...”. Johannes is hier dus naar Patmos verplaatst, hetgeen een eenzaam eiland was dat van oudsher doortrokken was van een soort heilige atmosfeer van oude mysteriecultuur.

Daarnaast spreekt Johannes over het feit dat hij in een hoger bewustzijn kwam, zodat zijn waarnemingen (van het begin af aan) komen uit het geestgebied. Ook verderop spreekt Johannes nog over andere bewustzijnsnivo’s: Openbaringen 4:1 “...,zeide: Stijg omhoog tot mij, dan zal ik u tonen hetgeen hierna geschieden moet. Terstond gebeurde het: ik was in het geestgebied “. Ook hiermee maakt hij kenbaar dat het in de geest is waargenomen. Een dergelijke toestand kan de mens bereiken door de ontwikkeling van zijn innerlijke scheppende zielevermogens, c.q. door de inwijding. En aangezien het hier gaat over de Openbaring van Christus, dient dit document beschouwd te worden als een beschrijving van een christelijke inwijding.


De verschillende nivo’s in de Apokalypse

De Apokalypse verhaalt over de verschillende bewustzijnsnivo’s. Zij is o.a. in te delen aan de hand van de passages over de Brieven aan de gemeenten, de Zegels, de Bazuinen en de Schalen van Toorn. Dit is verder te doen door helder te krijgen in welke regionen van de geestelijke wereld deze in eerste instantie te plaatsen zijn. Mede hierdoor kan men een gevoel voor de chronologie door de tijden heen krijgen waarover de Apokalypse gaat. Men ontkomt er hierbij niet aan om de gehele mensheidsevolutie de revue te laten passeren. Dat houdt in er ook bij stil te staan dat de mensheidsevolutie en de daarbij behorende incorporaties (14) van het geestelijke, gepaard gaat met voorbereidingen (15) en herhalingen van oude fases om steeds op een hoger geestelijk nivo te komen en nieuwe incorporaties van het geestelijke in de ontwikkeling mogelijk te maken.(16) Dan gaan we nu even terug in de tijd.
Qua planetaire fase is de aarde de vierde fase van in totaal zeven fases (17) Wij leven nu in de 5e kultuurperiode in het 5e Wortelras (ook wel genaamd kultuurepoche of tijdvak) van het Na-Atlantische Wortelras. Voor het 5e Wortelras (in elk Wortelras spelen zich ook weer 7 kultuurperioden af) hebben er zich nog 4 afgespeeld, te beginnen met het Polaire (herhaling oude Saturnus-fase), dan het Hyperboreïsche (herhaling oude Zon-fase), het Lemurische (herhaling oude Maan-fase) en het Atlantische, waarin zich iets nieuws kon voordoen. In de eerste 3 Atlantische kultuurperioden werden kwaliteiten van de vier wezens(18), die van de arend ,de leeuw en het rund in het mensenwezen geïntegreerd en in de vierde was de mens aan de beurt, waardoor de vorming van het fysieke lichaam en de menselijke incarnatie daarin mogelijk was en de geslachtskrachten bewust werden. Het einde van deze periode wordt het midden van de gehele kosmische ontwikkeling genoemd en aan het begin van de volgende, vijfde, periode was het fysieke lichaam, zogezegd, af.
Het hiernavolgende 5e Na-Atlantische Wortelras bestaat uit 7 kultuurperioden die elk, in de zelfde volgorde als in de Apokalypse beschreven, slaan op één van de Brieven, te weten de Oer-Indische, de Oer-Perzische, de Egyptisch-Chaldeeuwse, de Grieks-Romeinse, de huidige Germaans-Angelsaksiche en dan komen nog de Slavisch-Iraanse en de Californische.


De Brieven aan de gemeenten

Uit de aan de eerste brief voorafgaande passage van de Apokalypse blijkt dat het Christus is die kenbaar maakt wat er aan de gemeenten geschreven moet worden. Christus richt zich dus hierin aan de diverse kultuurperioden. Hij doet dat zo dat hij de verschillende kultuurperioden bekijkt vanuit een toekomstig perspectief, in die zin dat deze kultuurperioden hun onvolkomenheden ten opzichte van het Christendom moeten overwinnen en dat ze verder door-christelijkt moeten worden. Dit moeten de mensen dus eigenlijk aan zich zelf zeggen, de brieven moeten ze dus aan zich zelf schrijven (doen!). Want ieder draagt de ervaringen opgedaan in die kultuurperioden in zijn ziel, en het draait erom die ervaringen mee te nemen naar de toekomst maar dan op een door-christelijkte wijze, waardoor zij tevens van hun onvolkomenheden af raken en op het pad van hun vervulling vanuit het Christendom kunnen geraken. Daarom zijn het ook vermaningen die Christus uitspreekt, zoals Openbaringen 2:4 (over Efeze;Oer-Indische) “Maar ik heb tegen u,...”, Openbaringen 2:14 (Over Pergamon, 3e kultuurperiode) “Maar een enkel bezwaar heb ik tegen u,...” en Openbaringen 2:20 (Thyatira, 4e kultuurperiode) “Maar ik heb tegen u,...”. Dus bepaalde kanten van het wezen van elke gemeente komen overeen met wat de zin van het Christendom is; de rest moet veranderen.
Verder kan er bij elke gemeente uitgebreid stilgestaan worden en nauwkeurig aangegeven worden wat er mee aan de hand is vanuit het christelijke standpunt. Dat gaat dit artikel echter te buiten. Wel wil ik nog bij de 3e en 5e gemeente stilstaan, omdat die te maken hebben met onze huidige 5e kultuurperiode.

Een hierbij van belang zijnde geestelijke wetmatigheid is de spiegeling die de eerste drie kultuurperioden hebben in de 5e tot en met de 7e. De 1e spiegelt zich in de 7e, de 2e in de 6e en de 3e in de 5e. Dus voor de huidige mens is het ook aan de orde en derhalve belangrijk, de opgedane ervaringen uit de Egyptische tijd en zijn onvolkomenheden, die Christus aanhaalt in zijn vermaning aan Pergamon, te doorchristelijken.
Pergamon vertegenwoordigt die periode in de geschiedenis van de mensheid waarin deze meer en meer het fysieke plan betrad, de periode waarin de mens het sterrenschrift zag wat zijn geest kon doorgronden. De mens werkt door middel van wat hij in zijn innerlijk draagt. Doordat hij een innerlijk, een ziel heeft kan hij dat wat uiterlijk is onderzoeken. Zo kon hij de loop van de sterren onderzoeken en de meetkunde uitvinden. Dit werd genoemd het onderzoek door middel van het Woord, Openbaringen 2:16 “het zwaard van mijn mond”. Hierin ligt de kracht van dit tijdperk. Het is volgens de oude priesters het Woord van Hermes, het Woord door middel waarvan men met de oude methode de natuurkrachten en de sterren bestudeerde. Als zij nog in die oude vorm tot stand wordt gebracht, is zij inderdaad in zeer sterke mate een tweesnijdend zwaard (19), en wijsheid staat dan op het scherp van het zwaard tussen witte en zwarte magie.(20) Daarom zegt Christus dat het hem bekend is dat daar de vertegenwoordigers van deze periode wonen, ook ‘de troon van Satan (21)’ staat, Openbaringen 2:13. Dat wijst op alles wat van de werkelijke grote doeleinden van de ontwikkeling kan afleiden. En de ‘leer van Bileam’, Openbaringen 2:14, is niets anders dan de leer van de zwarte tovenaars, want dat is de leer van de volksverslinders(22). De verslinders van de volkeren, de vernietigers van de volkeren, dat zijn de zwarte magiërs die alleen in dienst van hun eigen persoon werken en alle vormen van gemeenschap vernietigen.

Maar het goede in deze cultuur is te vinden in het feit, dat de mens juist kan beginnen zijn astrale lichaam te reinigen en met licht te doordringen. Dat noemt men ‘het verborgen manna’, Openbaringen 2:17. Door zijn ziel te reinigen wordt de mens tot reine drager van de ‘manas’, het geestzelf. De zonde van Pergamon veroorzaakte de verandering van het ware getal in de gebeurtenis van de ‘onthoofding’ en de ‘mechanische verbinding’ van mensen. Het ware geestelijke getal is echter die naar de ordening van de sterren geordende gemeenschap van individualiteiten met “een nieuwe naam, geschreven op een lichtend witte steen (omgevormde etherlichaam), die niemand kent dan hij die hem ontvangt”, Openbaringen 2:17; in hun “Ik” gegronde mensen.
De gemeente Sardes, 5e gemeente, behelsde de christelijke voortzetting van een oude, zeer ontwikkelde astrologische sterrendienst waar men werkelijk wist hoe de gang van de sterren met de aardse aangelegenheden samenhangt, en waar men alles wat in het aardse gebeurde uit de sterren af kon lezen. Van daar Openbaringen 3:1: “Zo spreekt hij die de zeven goddelijke geesten heeft en de zeven sterren:...”, de zeven planetaire fasen die elk staan voor de ontwikkeling van één wezensdeel (23). Deze gemeente was ontwikkeld uit een Mysteriewezen, dat in de hoogste graad behoorde bij die van het onderzoek van de levensgeheimen en levensimpulsen uit de nachtelijke sterrenhemel.
De gemeente van Sardes was in eerste instantie een christelijke gemeente, maar tevens één die het meeste vasthield aan de oude droomgelijke helderziendheidstoestand, want juist die toestand bracht het nachtelijke geheim van de makrokosmos, waardoor er weinig acht werd geslagen op wat de dag brengt. De zon van de nacht, in de oude mysteriën genaamd “de Middernachtzon”, werd als even betekenisvol beschouwd als de andere planeten. Wat verwijt Christus deze gemeente dan ? Dat zij wakker moet worden, Openbaringen 3:2, dat ze de overgang moet vinden naar de zon van overdag, waarvanuit de werking van Christus gaat. Dan zal “de overwinnaar bekleed worden met witte gewaden en nimmer zal ik zijn naam uitwissen uit het boek des levens”, Openbaringen 3:5. Hieruit blijkt dat juist Sardes veel toekomstkiemen in zich draagt, waarvanuit de mens op weg gaat naar onsterfelijkheid, om zich voor te bereiden op het geestzelf. Het is in deze tijd dus belangrijk dat de mensheid zich gaat voorbereiden om de nieuwe omgevormde gemeente van Sardes te worden. Deze omgevormde Sardes die zal er begrip voor moeten hebben dat het eigenlijk iets alledaags is de planten, dieren en stenen te kennen en dat men deze pas echt kent als men in elke steen, in elke plant de werkzaamheid van de sterren vind. Ook geestelijk moeten de sterren naar beneden vallen.

De mens zal tevens in deze tijd het bewustzijn krijgen dat “de dood naast hem loopt”(24) en dit als iets natuurlijks gaan beschouwen. De mens zal het intieme vuurproces, een soort omvormingsproces, dat met de ontwikkeling van de bewustzijnsziel samenhangt in zich waarnemen, als iets dat hem verteert, want de bewustzijnsziel is zeer geestelijk en het geestelijke verteerd altijd het materiële, i.c. het fysieke en het etherische. Dit vuur moet men zich zo voorstellen dat de mens dit naast hem staan van de dood moreel in zijn ziel geconstitueerd voelt. Men zal leren voelen, hoe een goed voornemen, voor de vervulling van welke men te zwak was, aan het leven knaagt; de mens vermindert erdoor in zijn morele gehalte, en wordt onbetekenender in de wereld. Net zo zal de mens bepaalde intellectuele bezigheden steeds weer ervaren als het aan hem knagen van een zielsmatig vuur. De krachten van eeuwige zielewakkerheid gewekt te hebben, behelst de dood als een goede vriend voor altijd als een begeleider te accepteren. Vandaar Openbaringen 3:2 “Word wakker en versterk het overige dat dreigt te sterven”.
Dit wakker worden ten opzichte van de dood dient in twee richtingen te geschieden. Ten eerste voor het ware wezen van de mens, en ten tweede voor het ware wezen van de wereld. Het eerste komt tot stand door de beschouwing van de wereld. De wakker geworden wereldbeschouwing bestaat uit de kennis van de 7 goddelijke geesten(zie noot 17). Het tweede dient te gebeuren door het wakker roepen van de herinnering. De kracht van de herinnering dient uit de diepte van haar bewustzijn het weten van de mensheidsevolutie naar boven te halen, vervat in de 7 sterren, c.q. planetaire fasen (zie noot 17). Het handelt hierbij tevens om het eerder behandelde hernieuwde bewust worden van de natuurverschijnselen als de objectieve kosmische herinnering aan de plaatsgevonden toestanden van de wereldevolutie. Hierin ligt het doel vervat van deze kultuurperiode. Dat er een Christendom ontstaat dat op bewustzijn van de kosmos gegrondvest zal zijn en die de opgaven en doelen van de kosmische ontwikkeling de zijne gemaakt heeft.


Noten

1. Voor staving van vele onderdelen in dit artikel zij hier vrijelijk verwezen naar de voordrachtenreeksen GA 104 en 346 van Rudolf Steiner. Tevens wordt hier enige bekendheid verondersteld met esoterisch christelijke begrippen en ideeën. Zie verder voor een basale uitleg van dergelijke begrippen en ideeën de “Esoterische appendix” in dit nummer.
2. Zo zijn er vele groeperingen die ervan uitgaan dat “het einde der tijden” binnenkort staat te gebeuren.
3. Dat dit hét hete hangijzer is in de hele verdere mensheidsontwikkeling komt o.m. in mijn volgend artikel in Bruisvat Nr. 1aan de orde.
4. Gedoeld wordt hier o.a. op Nostradamus, Solowjew, Rudolf Steiner, ook de aan de Apokalypse verwante profetiën uit het Oude en Nieuwe Testament en de Indianen voorspellingen zoals die van de Hopi’s, Azteken, Maya’s en Inca’s.
5. Zoals de in ‘Vision 2004 - Die nächste 10 Jahren’ van de Oostenrijker Gottfried von Werdenberg (inmiddels overleden) en 15 andere in Oostenrijk wonende ‘Visionären’ opgetekende visioenen voor 1994 t/m 2004, en de aanvankelijk moeilijk in te schatten verhalen van een Amerikaans-joodse profeet, die ik tijdens een vakantie in Israël zeer intens en uitvoerig heb meegemaakt.
6. Christus wordt door alle godsdiensten, ook die in de oudheid, beschreven als het wezen dat aan de bron van onze schepping staat. Alleen heet Hij iedere keer anders, n.l. voor de Native American Indians Masauu (o.a. voor de Hopi ) Tau of de “Grote Geest”, in Indië Vishnu, in Perzië Ahura Mazdao, in Egypte Osiris, in Griekenland Apollo, hetgeen alle benamingen zijn voor de Zonnegod, wat Hij in die tijd nog was; nu is Hij immers de grote Aardegeest aangezien Hij zich heeft verenigd met de aarde. Zie hiervoor ook Johannes 13:18 : “Wie mijn brood eet, treedt mij met voeten”. Als de aarde zich later met de zon zal verenigen dan zal Christus (weer) de Zonnegeest zijn.
7. Het geheugen was immers ook in veel later eeuwen nog aanmerkelijk sterker dan bij ons. Het is naar verhouding nog niet zo lang geleden dat het geheugen zo sterk achteruit is gegaan.
8. Een paar van de talloze voorbeelden zijn Ezechiël 1:4 “ En in het midden daarvan was wat geleek op vier wezens; en dit was hun voorkomen: zij hadden de gedaante van een mens,” en 1:10 “ En wat hun aangezichten betreft, die geleken bij alle vier ter rechterzijde op dat van een mens en dat van een leeuw; bij alle vier ter linkerzijde op dat van een rund; ook hadden alle vier het aangezicht van een arend”. Dit komt overeen met Openbaringen 4:6,7. Verder komt Ezechiël 1:26 “ Boven het uitspansel boven hun hoofden was wat er uitzag als lazuursteen, dat de vorm had van een troon; en daarboven, op hetgeen een troon geleek, een gedaante die eruit zag als een mens” overeen met Openbaringen 4:2-3. En Daniël 7:13 “..., met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon” komt overeen met Openbaringen 1:12,13.
9. De Anthroposofie biedt d.m.v. oefeningen de mogelijkheid om het zielelichaam te reinigen en te metamorfoseren, waardoor uiteindelijk de bij dat lichaam behorende “graalskelk” geopend kan worden en zodoende de geestelijke wereld in de vorm van beelden kan worden waargenomen. Hiermee is dan ook Moeder Maria verbonden; zij werd helderziend doordat zij haar zielelichaam had gereinigd door het leven, de daden en het lijden van haar zoon te dragen. In verband met de Mensenzoon-krachten staat het volgende. Door kunstzinnige methoden van klank-en vormfenomenologie, gebaseerd op de werkingen van sterren en planeten kan men de levenskrachten ervaren en er in leren doen. Hierdoor kan men de vermogens van inspiratie en intuïtie vorm geven. Deze twee vermogens kan men de Heilige Wijn/Bloed en het het Heilige Brood/Lichaam noemen, waardoor zij beschouwd kunnen worden als de ‘graals-substanties’ van de ‘graalskelk’. Deze ‘graalssubstanties’ kunnen de krachten van de Mensenzoon genoemd worden, door welke men met de engelhierarchieën medescheppend kan worden. In het boek “Wetenschap Anders” (Rune-Uitgeverij) wijdt N.M. de Jong hier uitvoerig over uit.
10. De esoterische benadering, ook wel occult genoemd, heeft altijd bestaan en vanuit deze esoterische stromingen is de mensheidsevolutie altijd geleid in de vorm van de zogeheten Mysteriën, alleen heet het sinds de komst van Christus op aarde esoterisch christelijk.
11. Steiner zegt hierover vrij treffend het volgende in GA 346, 4e voordracht: “Wie de Bijbel nog niet letterlijk nemen kan, heeft juist de passages waar hij de Bijbel niet letterlijk nemen kan, ook nog niet begrepen”.
12. De hier gebruikte versie van Het Nieuwe Testament is die uit de Griekse tekst vertaald is door H.A.P.J. Ogilvy, geestelijke in de Christengemeenschap, Uitgeverij Christofoor, Zeist. Overigens zij opgemerkt dat een Duitse vertaling (uit het Grieks) ook interessant vergelijkingsmateriaal oplevert, hetgeen ook blijkt uit de beschouwingen die V. Tomberg geschreven heeft over de Apokalypse.
13. Patmos behoort tot de eilandengroep van de Sporaden, voor de kust van Klein-Azië.
14. Het gebruik in dit verband van deze term, wordt gedoeld op de meest breed mogelijke zin van het woord voor het geestelijke dat fysieke werkelijkheid wordt.
15. De verschillende passages van de Brieven, Zegels, Bazuinen en Schalen van Toorn lopen dan ook deels door elkaar heen en de latere perioden worden nu zodoende al voorbereid.
16. De uitspraak “De geschiedenis herhaalt zich” komt dan ook niet uit de lucht vallen.
17. De 1e fase was de Saturnus-fase(aanleg fysieke lichaam;warmte/vuur-element), de 2e de Zonne-fase (aanleg etherlichaam;licht/lucht-element), de 3e de Maan-fase (aanleg astraallichaam; water-element), de 4e de Aarde-fase(aanleg van het “Ik”; aarde-element), de 3 toekomstige zijn de (5e) Jupiter-fase(ontwikkeling van Geestzelf/Manas), de 6e de Venus-fase(ontwikkeling Levensgeest/Buddhi) en de 7e de Vulcanus-fase(ontwikkeling Geestmens/Atma. Zie ook de esoterische appendix.
18. Dit zijn de 4 wezens waar de Apokalypse en de profeten het over hebben, zie ook noot 8.
19. Dit gaat tevens over het immorele van het driftleven als ook het illusionaire van de materialistische voorstellingen en begrippen.
20. Deze bedient zich van de verbinding met de onbewuste driften en de illusionaire voorstellingen en berust op deze verbinding.
21. Uit deze aanduiding is het fundament van de machtsontplooiïng van Ahriman in de mensheid bedoeld, waarbij deze troon in het bereik van het stofwisselings-/driftgebied van het menselijke organisme te zoeken is. Anderzijds zijn er ook historische situaties waar deze troon uiterlijk objectief aanwezig was en als machtscentrum werkte. De werking bestaat daarin dat de mensen die in het werkzaamheidsgebied van de troon kwamen ‘onthoofd’ werden, d.w.z. dat zij het Ik-bewustzijn in het hoofd verloren en daardoor aan de werking, c.q. driften, uit de onderbewuste diepten van het stofwisselingsgebied ontbloot werden. Daarbij komt dat tegenwoordig individuen bij bosjes worden “onthoofd”, want overal waar men als een nummer wordt behandeld, ontneemt men hem zijn waarde als Ik-individualiteit. Heden is dat centrum Washington D.C..
22. Dit bestaat volgens V. Tomberg uit een verkeerde soort mechanische karmische verbinding tussen mensen.
23. Zie noot 17.
24. Hier wordt verwezen naar één van de uitwerkingen van de het vierde zegel, die in de 4e (vorige) kultuurperiode al in de mensheidsevolutie zijn intrede heeft gedaan(zie ook noot 15). In Openbaringen 6:8 wordt gesproken over een “ ...vaal paard en die daarop gezeten was, zijn naam was de Dood,…”

 

Uit: Bruisvat No. 0.

Terug naar Archief

Terug naar Sampo home