|
Uit: Bruisvat 0, voorjaar 1999
Inleiding tot het boek Openbaringen
De Apokalypse: het octaaf van de mensheidsevolutie als inspiratiebron
door Patrick Steensma
Inleiding
Apokalypse is een Grieks woord
en betekent Openbaring. Zoals het woord zelf al aangeeft, is dit document
te beschouwen als een onmiddelijke uit de geestelijke wereld stammende
verbale openbaring, aaneengeschakeld met visioenen. De Apokalypse bevat
het diepzinnigste van wat als het esoterische Christendom te karakteriseren
is.(1) Het is dus ook geen wonder dat onder alle christelijke documenten
juist dit document de meeste misverstanden heeft veroorzaakt en het in
de meest verschillende perioden altijd verkeerd begrepen is overeenkomstig
de wijze van denken en formuleren die in die perioden gangbaar was.
Zo waren in de eerste eeuwen van het Christendom de exoterici slecht toegerust
om het diepe spirituele van het esoterische Christendom te begrijpen en
kwam de opvatting naar voren dat dergelijke zuiver spirituele gebeurtenissen
zich uiterlijk in het leven van de materiële cultuur zouden afspelen,
terwijl aspecten van de wereldevolutie zich om te beginnen in het geestelijk-spirituele
gebied afspelen. Zo werden de voorspellingen door de eeuwen heen steeds
toepasselijk verklaard voor die tijden en werden door het niet gebeuren
ervan te pas en te onpas verlengingen van tijdstippen gedaan.(2) Wat betreft
die plaatsing in de tijd van de Apokalypse gaan velen alleen al door een
verkeerde vertaling van de openingszin de mist in. In Openbaringen 1:1
staat : “... zoals God het hem gegeven heeft om aan zijn dienaren
in het kort te tonen hetgeen geschieden moet”. Johannes wilde hiermee
zeggen: als ik u alles wat zich van nu af tot aan het einde van de ontwikkeling
van de wereld zal afspelen in details zou willen beschrijven, dan zou
ik heel veel moeten opschrijven, daarom zal ik het u in een korte samenvatting
voorleggen. De vertalers hebben hiervan gemaakt: “om te tonen wat
in korte tijd gebeuren zal”. De inhoud van de Apokalypse appeleerd(e)
dan ook aan een gebied waarop de mens wel ontvankelijk was(en is), maar
waar hij tevens nog te weinig bewust van was (en is) en dus makkelijk
op een verkeerd spoor is te brengen.
In de 19e eeuw dacht de materialistische mens: ‘geen mens kan in
de toekomst kijken, want ik kan het zelf niet’. De tegenwoordige
mens draait zichzelf voornamelijk een loer onder de verafgoding van zijn
(veelal abstracte) verstand (3) dit soort documenten, op een welhaast
nominalistische wijze, tot het rijk der fabelen te veroordelen, of gewoonweg
niet serieus te nemen.
In het licht van de voor deze tijd nou niet door bepaald de eerste de
beste (4), nodige gedane voorspellingen, over gebeurtenissen die een nogal
ingrijpende wending kunnen gaan geven aan het voortbestaan van de mensheid
en zijn evolutiegang, en gezien de huidige eenzijdige en steeds goddelozer
wordende cultuur, bestaan er genoeg redenen om vanuit een de gehele mensheidsevolutie
dragend document als de Apokalypse hier bij stil te staan.
Daarnaast is het een wezenlijke aangelegenheid om uit de verschillende
schijnbaar eenzijdige voorspellingen (5), te pogen om er toch datgene
uit te halen wat te plaatsen valt in een esoterische benadering van de
Apokalypse. Zo kom je uit op een in verband met de Apokalypse ook toepasselijke
en meer constructieve ‘én, én’ - benadering,
in plaats van een uitsluitende ‘óf, óf’ - benadering.
Over de bron, de taak en de werkzaamheid van de Apokalypse
Datgene waarover Johannes
wilde schrijven is te vinden door op de oorsprong van de Openbaring te
wijzen. Waar is de oudste bron van wat in de Openbaring geschreven staat?
In de mysteriën van het oude Griekenland, de mysteriën van Orfeus,
van Eleusis, van de oude Egyptenaren, Chaldeeërs, Perzen en Indiërs,
Germanen was zij overal aanwezig.(6) Zij was alleen niet op schrift gesteld,
maar leefde verder van de ene priestergeneratie naar de volgende, doorgegeven
door generaties van inwijders wier geheugen zo sterk was dat zij dergelijke
omvangrijke inhouden konden vasthouden.(7) Verder duidt het feit dat in
de profetieën van Ezechiël en die van de Daniël, passages
van hun waarnemingen en ervaringen te vinden zijn, die te beschouwen zijn
als onderdelen van de Apokalypse, erop dat de gebeurtenissen beschreven
in de Apokalypse al voor Christus’ komst als de Christus Jezus al
leefden onder de mensen (8) en door Christus zelf aan de profeten is verkondigd.
Het nieuwe aan de geschreven vorm is onder andere te vinden in de taak
van de Apokalypse. Deze was in voor-christelijke tijden een leidraad voor
degene die de leerlingen naar de inwijding voerde. Toen der tijd gebeurde
dat zo dat de inwijdeling werd losgemaakt uit zijn fysieke lichaam en
een schijndood onderging. Maar wanneer hij buiten zijn fysieke lichaam
was, toonde de inwijder hem in zijn etherlichaam datgene wat later door
toedoen van de Christus-impuls in het fysieke lichaam helderziend kon
worden waargenomen. Zo waren de oude ingewijden de profeten, die konden
wijzen op Christus, wat ze ook gedaan hebben. In een andere bewustzijnstoestand
had zich reeds voorgedaan wat zich tijdens het Mysterie van Golgotha afspeelde.
De inwijders konden dus zeggen: de mens die wij u getoond hebben gedurende
de drieënhalve dag, die u door de profeten is verkondigd, die kunt
u begrijpen met de middelen van de mysteriën. De Openbaring was dus
op zichzelf niets nieuws, maar de toepassing ervan op het uitzonderlijke
gebeuren op Golgotha dat was nieuw. Het wezenlijke ervan was dat degenen
die oren hadden om te horen, nu de mogelijkheid bezaten om, met behulp
van wat in de Openbaring te lezen is langzamerhand tot een werkelijk begrip
te komen van het gebeuren op Golgotha. Dat was de bedoeling van Johannes.
In het verlengde hiervan is het als zeer wezenlijk te karakteriseren als
de Apokalypse op een juiste manier wordt opgenomen in de “Ik”-organisatie
en het astraallichaam. Tijdens de slaap dragen zij deze Openbaring in
de wereld van de aarde-aura. Dit betekent dat langzamerhand door zulke
mensen de inhoud van de Apokalypse ingegraven wordt in de ether van de
aarde-aura. Men kan dan zeggen: de grondtoon binnenin de aarde-aura vertoont
de aanwezigheid van Christus, die doorwerkt in de aarde-aura. Deze Christus-impuls
beïnvloedt elke nacht het in het fysieke lichaam achterblijvende
etherlichaam op een zeer diepe manier; hetgeen juist weer datgene is wat
in de aarde-aura ingegraven is door de betekenisvolle impressies die Johannes
zelf gekregen heeft van de goddelijk-geestelijke wezens. Dit betekent
dat die mensen tijdens de slaap hun etherlichaam bloot kunnen stellen
aan de inhouden van de Apokalypse. De Evangeliën zijn juist bedoeld
om de mens in zijn “Ik” en astraallichaam voor te bereiden
op de ontvangst van de Christus-impuls in het etherlichaam. Zo wordt het
mogelijk voor de apokalyptische mens, die temidden van het zich ontwikkelende
Christendom staat, datgene wat in de evolutie van het Christendom door
de verschillende perioden heen tot in toekomstige tijden zich zal voordoen,
in zijn etherlichaam te integreren. Daarin ligt het nieuwe van de Openbaring
ten opzichte van de oude mysteriën. De zoeker naar een christelijke
inwijding wil al datgene wat met het Mysterie van Golgotha en met Christus
samenhangt in zijn etherlichaam opnemen. Hetgeen ook begrijpelijk is aangezien
hierin de Mensenzoon-krachten huizen.(9) Daardoor wordt de Apokalypse
een soort beginnende inwijding, niet alleen voor de enkeling, maar juist
voor de gehele Christenheid.
Het is dan ook zaak om de Apokalypse op te vatten als een opgave. Het
heeft tegenwoordig geen zin om de Apokalypse alleen te interpreteren.
Het is juist noodzakelijk dat hij vooral gedaan wordt. Dat de mens zijn
eigen Apokalypse gaat leven. Vandaar dat het belangrijk is dat het “Ik”
zich identificeert met de inhoud van de Apokalypse. Zo wordt het “Ik”
een moderne priester als de Apokalypse niet alleen in de Evangeliën
staat of in de harten van mensen leeft als voltooid geschreven werk, maar
als het “Ik” zich bewust wordt dat het in elk ogenblik van
het leven zelfopvoedend een afdruk van de Apokalypse voortbrengt.
Over de inhoudelijke karakterisering van de Apokalypse
In eerste instantie is dit
document natuurlijk een bijbelse tekst. De tegenwoordige mensheid is grosso
modo gewoonweg het begrip voor gebeurtenissen vanuit mysterie-taal, in
welke ook de bijbel geschreven is, vergeten. De esoterische benadering
(10) zoekt juist dat wat, eventueel vanuit een symbolische taal benadering,
ertoe leiden kan, de oorspronkelijke tekst in zijn werkelijke betekenis
te lezen. En het zit hem er juist hierin om de Bijbel letterlijk te nemen.(11)
Aangaande de tekst van de Apokalypse is het verantwoord om de versie die
vanuit het Grieks vertaald is te nemen, omdat het hierin oorspronkelijk
is opgetekend. De apostelen kenden zelf ook Grieks (naast Aramees), daar
het in die tijd erom ging om het Christendom in de wereld te verbreiden,
waarvan een groot deel Grieks sprak.(12)
Het is derhalve pas verantwoord om de inhoud van de Apokalypse, zoals
die bedoeld is, uit te kristalliseren indien men het karakter van dit
document kent en het vanuit het desbetreffende
(mysterie-)taalgebruik doet. Zo zijn er verschillende passages in de Apokalypse
waar Johannes aanwijzingen hierover geeft en het heeft over de toestand
waarin hij verkeert.
Openbaringen 1:1 :”Deze openbaring heeft hij (Jezus Christus ) in
tekenen geschreven en door zijn engel aan zijn dienaar Johannes gezonden”.
Dit duid erop dat de lezer erop bedacht moet zijn dat Johannes de belangrijke,
de eigenlijke mysterie-inhoud, in tekens weergeeft.
In Openbaringen 1:9 staat verder : “ Ik, Johannes,...., was op het
eiland Patmos (13), om het woord Gods en het getuigenis van Jezus Christus.
Ik kwam in een hoger bewustzijn op de dag des Heren ...”. Johannes
is hier dus naar Patmos verplaatst, hetgeen een eenzaam eiland was dat
van oudsher doortrokken was van een soort heilige atmosfeer van oude mysteriecultuur.
Daarnaast spreekt Johannes over het feit dat hij in een hoger bewustzijn
kwam, zodat zijn waarnemingen (van het begin af aan) komen uit het geestgebied.
Ook verderop spreekt Johannes nog over andere bewustzijnsnivo’s:
Openbaringen 4:1 “...,zeide: Stijg omhoog tot mij, dan zal ik u
tonen hetgeen hierna geschieden moet. Terstond gebeurde het: ik was in
het geestgebied “. Ook hiermee maakt hij kenbaar dat het in de geest
is waargenomen. Een dergelijke toestand kan de mens bereiken door de ontwikkeling
van zijn innerlijke scheppende zielevermogens, c.q. door de inwijding.
En aangezien het hier gaat over de Openbaring van Christus, dient dit
document beschouwd te worden als een beschrijving van een christelijke
inwijding.
De verschillende nivo’s in de Apokalypse
De Apokalypse verhaalt over
de verschillende bewustzijnsnivo’s. Zij is o.a. in te delen aan
de hand van de passages over de Brieven aan de gemeenten, de Zegels, de
Bazuinen en de Schalen van Toorn. Dit is verder te doen door helder te
krijgen in welke regionen van de geestelijke wereld deze in eerste instantie
te plaatsen zijn. Mede hierdoor kan men een gevoel voor de chronologie
door de tijden heen krijgen waarover de Apokalypse gaat. Men ontkomt er
hierbij niet aan om de gehele mensheidsevolutie de revue te laten passeren.
Dat houdt in er ook bij stil te staan dat de mensheidsevolutie en de daarbij
behorende incorporaties (14) van het geestelijke, gepaard gaat met voorbereidingen
(15) en herhalingen van oude fases om steeds op een hoger geestelijk nivo
te komen en nieuwe incorporaties van het geestelijke in de ontwikkeling
mogelijk te maken.(16) Dan gaan we nu even terug in de tijd.
Qua planetaire fase is de aarde de vierde fase van in totaal zeven fases
(17) Wij leven nu in de 5e kultuurperiode in het 5e Wortelras (ook wel
genaamd kultuurepoche of tijdvak) van het Na-Atlantische Wortelras. Voor
het 5e Wortelras (in elk Wortelras spelen zich ook weer 7 kultuurperioden
af) hebben er zich nog 4 afgespeeld, te beginnen met het Polaire (herhaling
oude Saturnus-fase), dan het Hyperboreïsche (herhaling oude Zon-fase),
het Lemurische (herhaling oude Maan-fase) en het Atlantische, waarin zich
iets nieuws kon voordoen. In de eerste 3 Atlantische kultuurperioden werden
kwaliteiten van de vier wezens(18), die van de arend ,de leeuw en het
rund in het mensenwezen geïntegreerd en in de vierde was de mens
aan de beurt, waardoor de vorming van het fysieke lichaam en de menselijke
incarnatie daarin mogelijk was en de geslachtskrachten bewust werden.
Het einde van deze periode wordt het midden van de gehele kosmische ontwikkeling
genoemd en aan het begin van de volgende, vijfde, periode was het fysieke
lichaam, zogezegd, af.
Het hiernavolgende 5e Na-Atlantische Wortelras bestaat uit 7 kultuurperioden
die elk, in de zelfde volgorde als in de Apokalypse beschreven, slaan
op één van de Brieven, te weten de Oer-Indische, de Oer-Perzische,
de Egyptisch-Chaldeeuwse, de Grieks-Romeinse, de huidige Germaans-Angelsaksiche
en dan komen nog de Slavisch-Iraanse en de Californische.
De Brieven aan de gemeenten
Uit de aan de eerste brief
voorafgaande passage van de Apokalypse blijkt dat het Christus is die
kenbaar maakt wat er aan de gemeenten geschreven moet worden. Christus
richt zich dus hierin aan de diverse kultuurperioden. Hij doet dat zo
dat hij de verschillende kultuurperioden bekijkt vanuit een toekomstig
perspectief, in die zin dat deze kultuurperioden hun onvolkomenheden ten
opzichte van het Christendom moeten overwinnen en dat ze verder door-christelijkt
moeten worden. Dit moeten de mensen dus eigenlijk aan zich zelf zeggen,
de brieven moeten ze dus aan zich zelf schrijven (doen!). Want ieder draagt
de ervaringen opgedaan in die kultuurperioden in zijn ziel, en het draait
erom die ervaringen mee te nemen naar de toekomst maar dan op een door-christelijkte
wijze, waardoor zij tevens van hun onvolkomenheden af raken en op het
pad van hun vervulling vanuit het Christendom kunnen geraken. Daarom zijn
het ook vermaningen die Christus uitspreekt, zoals Openbaringen 2:4 (over
Efeze;Oer-Indische) “Maar ik heb tegen u,...”, Openbaringen
2:14 (Over Pergamon, 3e kultuurperiode) “Maar een enkel bezwaar
heb ik tegen u,...” en Openbaringen 2:20 (Thyatira, 4e kultuurperiode)
“Maar ik heb tegen u,...”. Dus bepaalde kanten van het wezen
van elke gemeente komen overeen met wat de zin van het Christendom is;
de rest moet veranderen.
Verder kan er bij elke gemeente uitgebreid stilgestaan worden en nauwkeurig
aangegeven worden wat er mee aan de hand is vanuit het christelijke standpunt.
Dat gaat dit artikel echter te buiten. Wel wil ik nog bij de 3e en 5e
gemeente stilstaan, omdat die te maken hebben met onze huidige 5e kultuurperiode.
Een hierbij van belang zijnde geestelijke wetmatigheid is de spiegeling
die de eerste drie kultuurperioden hebben in de 5e tot en met de 7e. De
1e spiegelt zich in de 7e, de 2e in de 6e en de 3e in de 5e. Dus voor
de huidige mens is het ook aan de orde en derhalve belangrijk, de opgedane
ervaringen uit de Egyptische tijd en zijn onvolkomenheden, die Christus
aanhaalt in zijn vermaning aan Pergamon, te doorchristelijken.
Pergamon vertegenwoordigt die periode in de geschiedenis van de mensheid
waarin deze meer en meer het fysieke plan betrad, de periode waarin de
mens het sterrenschrift zag wat zijn geest kon doorgronden. De mens werkt
door middel van wat hij in zijn innerlijk draagt. Doordat hij een innerlijk,
een ziel heeft kan hij dat wat uiterlijk is onderzoeken. Zo kon hij de
loop van de sterren onderzoeken en de meetkunde uitvinden. Dit werd genoemd
het onderzoek door middel van het Woord, Openbaringen 2:16 “het
zwaard van mijn mond”. Hierin ligt de kracht van dit tijdperk. Het
is volgens de oude priesters het Woord van Hermes, het Woord door middel
waarvan men met de oude methode de natuurkrachten en de sterren bestudeerde.
Als zij nog in die oude vorm tot stand wordt gebracht, is zij inderdaad
in zeer sterke mate een tweesnijdend zwaard (19), en wijsheid staat dan
op het scherp van het zwaard tussen witte en zwarte magie.(20) Daarom
zegt Christus dat het hem bekend is dat daar de vertegenwoordigers van
deze periode wonen, ook ‘de troon van Satan (21)’ staat, Openbaringen
2:13. Dat wijst op alles wat van de werkelijke grote doeleinden van de
ontwikkeling kan afleiden. En de ‘leer van Bileam’, Openbaringen
2:14, is niets anders dan de leer van de zwarte tovenaars, want dat is
de leer van de volksverslinders(22). De verslinders van de volkeren, de
vernietigers van de volkeren, dat zijn de zwarte magiërs die alleen
in dienst van hun eigen persoon werken en alle vormen van gemeenschap
vernietigen.
Maar het goede in deze cultuur is te vinden in het feit, dat de mens juist
kan beginnen zijn astrale lichaam te reinigen en met licht te doordringen.
Dat noemt men ‘het verborgen manna’, Openbaringen 2:17. Door
zijn ziel te reinigen wordt de mens tot reine drager van de ‘manas’,
het geestzelf. De zonde van Pergamon veroorzaakte de verandering van het
ware getal in de gebeurtenis van de ‘onthoofding’ en de ‘mechanische
verbinding’ van mensen. Het ware geestelijke getal is echter die
naar de ordening van de sterren geordende gemeenschap van individualiteiten
met “een nieuwe naam, geschreven op een lichtend witte steen (omgevormde
etherlichaam), die niemand kent dan hij die hem ontvangt”, Openbaringen
2:17; in hun “Ik” gegronde mensen.
De gemeente Sardes, 5e gemeente, behelsde de christelijke voortzetting
van een oude, zeer ontwikkelde astrologische sterrendienst waar men werkelijk
wist hoe de gang van de sterren met de aardse aangelegenheden samenhangt,
en waar men alles wat in het aardse gebeurde uit de sterren af kon lezen.
Van daar Openbaringen 3:1: “Zo spreekt hij die de zeven goddelijke
geesten heeft en de zeven sterren:...”, de zeven planetaire fasen
die elk staan voor de ontwikkeling van één wezensdeel (23).
Deze gemeente was ontwikkeld uit een Mysteriewezen, dat in de hoogste
graad behoorde bij die van het onderzoek van de levensgeheimen en levensimpulsen
uit de nachtelijke sterrenhemel.
De gemeente van Sardes was in eerste instantie een christelijke gemeente,
maar tevens één die het meeste vasthield aan de oude droomgelijke
helderziendheidstoestand, want juist die toestand bracht het nachtelijke
geheim van de makrokosmos, waardoor er weinig acht werd geslagen op wat
de dag brengt. De zon van de nacht, in de oude mysteriën genaamd
“de Middernachtzon”, werd als even betekenisvol beschouwd
als de andere planeten. Wat verwijt Christus deze gemeente dan ? Dat zij
wakker moet worden, Openbaringen 3:2, dat ze de overgang moet vinden naar
de zon van overdag, waarvanuit de werking van Christus gaat. Dan zal “de
overwinnaar bekleed worden met witte gewaden en nimmer zal ik zijn naam
uitwissen uit het boek des levens”, Openbaringen 3:5. Hieruit blijkt
dat juist Sardes veel toekomstkiemen in zich draagt, waarvanuit de mens
op weg gaat naar onsterfelijkheid, om zich voor te bereiden op het geestzelf.
Het is in deze tijd dus belangrijk dat de mensheid zich gaat voorbereiden
om de nieuwe omgevormde gemeente van Sardes te worden. Deze omgevormde
Sardes die zal er begrip voor moeten hebben dat het eigenlijk iets alledaags
is de planten, dieren en stenen te kennen en dat men deze pas echt kent
als men in elke steen, in elke plant de werkzaamheid van de sterren vind.
Ook geestelijk moeten de sterren naar beneden vallen.
De mens zal tevens in deze tijd het bewustzijn krijgen dat “de dood
naast hem loopt”(24) en dit als iets natuurlijks gaan beschouwen.
De mens zal het intieme vuurproces, een soort omvormingsproces, dat met
de ontwikkeling van de bewustzijnsziel samenhangt in zich waarnemen, als
iets dat hem verteert, want de bewustzijnsziel is zeer geestelijk en het
geestelijke verteerd altijd het materiële, i.c. het fysieke en het
etherische. Dit vuur moet men zich zo voorstellen dat de mens dit naast
hem staan van de dood moreel in zijn ziel geconstitueerd voelt. Men zal
leren voelen, hoe een goed voornemen, voor de vervulling van welke men
te zwak was, aan het leven knaagt; de mens vermindert erdoor in zijn morele
gehalte, en wordt onbetekenender in de wereld. Net zo zal de mens bepaalde
intellectuele bezigheden steeds weer ervaren als het aan hem knagen van
een zielsmatig vuur. De krachten van eeuwige zielewakkerheid gewekt te
hebben, behelst de dood als een goede vriend voor altijd als een begeleider
te accepteren. Vandaar Openbaringen 3:2 “Word wakker en versterk
het overige dat dreigt te sterven”.
Dit wakker worden ten opzichte van de dood dient in twee richtingen te
geschieden. Ten eerste voor het ware wezen van de mens, en ten tweede
voor het ware wezen van de wereld. Het eerste komt tot stand door de beschouwing
van de wereld. De wakker geworden wereldbeschouwing bestaat uit de kennis
van de 7 goddelijke geesten(zie noot 17). Het tweede dient te gebeuren
door het wakker roepen van de herinnering. De kracht van de herinnering
dient uit de diepte van haar bewustzijn het weten van de mensheidsevolutie
naar boven te halen, vervat in de 7 sterren, c.q. planetaire fasen (zie
noot 17). Het handelt hierbij tevens om het eerder behandelde hernieuwde
bewust worden van de natuurverschijnselen als de objectieve kosmische
herinnering aan de plaatsgevonden toestanden van de wereldevolutie. Hierin
ligt het doel vervat van deze kultuurperiode. Dat er een Christendom ontstaat
dat op bewustzijn van de kosmos gegrondvest zal zijn en die de opgaven
en doelen van de kosmische ontwikkeling de zijne gemaakt heeft.
Noten
1. Voor staving van vele onderdelen in dit artikel zij hier vrijelijk
verwezen naar de voordrachtenreeksen GA 104 en 346 van Rudolf Steiner.
Tevens wordt hier enige bekendheid verondersteld met esoterisch christelijke
begrippen en ideeën. Zie verder voor een basale uitleg van dergelijke
begrippen en ideeën de “Esoterische appendix” in dit
nummer.
2. Zo zijn er vele groeperingen die ervan uitgaan dat “het einde
der tijden” binnenkort staat te gebeuren.
3. Dat dit hét hete hangijzer is in de hele verdere mensheidsontwikkeling
komt o.m. in mijn volgend artikel in Bruisvat Nr. 1aan de orde.
4. Gedoeld wordt hier o.a. op Nostradamus, Solowjew, Rudolf Steiner, ook
de aan de Apokalypse verwante profetiën uit het Oude en Nieuwe Testament
en de Indianen voorspellingen zoals die van de Hopi’s, Azteken,
Maya’s en Inca’s.
5. Zoals de in ‘Vision 2004 - Die nächste 10 Jahren’
van de Oostenrijker Gottfried von Werdenberg (inmiddels overleden) en
15 andere in Oostenrijk wonende ‘Visionären’ opgetekende
visioenen voor 1994 t/m 2004, en de aanvankelijk moeilijk in te schatten
verhalen van een Amerikaans-joodse profeet, die ik tijdens een vakantie
in Israël zeer intens en uitvoerig heb meegemaakt.
6. Christus wordt door alle godsdiensten, ook die in de oudheid, beschreven
als het wezen dat aan de bron van onze schepping staat. Alleen heet Hij
iedere keer anders, n.l. voor de Native American Indians Masauu (o.a.
voor de Hopi ) Tau of de “Grote Geest”, in Indië Vishnu,
in Perzië Ahura Mazdao, in Egypte Osiris, in Griekenland Apollo,
hetgeen alle benamingen zijn voor de Zonnegod, wat Hij in die tijd nog
was; nu is Hij immers de grote Aardegeest aangezien Hij zich heeft verenigd
met de aarde. Zie hiervoor ook Johannes 13:18 : “Wie mijn brood
eet, treedt mij met voeten”. Als de aarde zich later met de zon
zal verenigen dan zal Christus (weer) de Zonnegeest zijn.
7. Het geheugen was immers ook in veel later eeuwen nog aanmerkelijk sterker
dan bij ons. Het is naar verhouding nog niet zo lang geleden dat het geheugen
zo sterk achteruit is gegaan.
8. Een paar van de talloze voorbeelden zijn Ezechiël 1:4 “
En in het midden daarvan was wat geleek op vier wezens; en dit was hun
voorkomen: zij hadden de gedaante van een mens,” en 1:10 “
En wat hun aangezichten betreft, die geleken bij alle vier ter rechterzijde
op dat van een mens en dat van een leeuw; bij alle vier ter linkerzijde
op dat van een rund; ook hadden alle vier het aangezicht van een arend”.
Dit komt overeen met Openbaringen 4:6,7. Verder komt Ezechiël 1:26
“ Boven het uitspansel boven hun hoofden was wat er uitzag als lazuursteen,
dat de vorm had van een troon; en daarboven, op hetgeen een troon geleek,
een gedaante die eruit zag als een mens” overeen met Openbaringen
4:2-3. En Daniël 7:13 “..., met de wolken des hemels kwam iemand
gelijk een mensenzoon” komt overeen met Openbaringen 1:12,13.
9. De Anthroposofie biedt d.m.v. oefeningen de mogelijkheid om het zielelichaam
te reinigen en te metamorfoseren, waardoor uiteindelijk de bij dat lichaam
behorende “graalskelk” geopend kan worden en zodoende de geestelijke
wereld in de vorm van beelden kan worden waargenomen. Hiermee is dan ook
Moeder Maria verbonden; zij werd helderziend doordat zij haar zielelichaam
had gereinigd door het leven, de daden en het lijden van haar zoon te
dragen. In verband met de Mensenzoon-krachten staat het volgende. Door
kunstzinnige methoden van klank-en vormfenomenologie, gebaseerd op de
werkingen van sterren en planeten kan men de levenskrachten ervaren en
er in leren doen. Hierdoor kan men de vermogens van inspiratie en intuïtie
vorm geven. Deze twee vermogens kan men de Heilige Wijn/Bloed en het het
Heilige Brood/Lichaam noemen, waardoor zij beschouwd kunnen worden als
de ‘graals-substanties’ van de ‘graalskelk’. Deze
‘graalssubstanties’ kunnen de krachten van de Mensenzoon genoemd
worden, door welke men met de engelhierarchieën medescheppend kan
worden. In het boek “Wetenschap Anders” (Rune-Uitgeverij)
wijdt N.M. de Jong hier uitvoerig over uit.
10. De esoterische benadering, ook wel occult genoemd, heeft altijd bestaan
en vanuit deze esoterische stromingen is de mensheidsevolutie altijd geleid
in de vorm van de zogeheten Mysteriën, alleen heet het sinds de komst
van Christus op aarde esoterisch christelijk.
11. Steiner zegt hierover vrij treffend het volgende in GA 346, 4e voordracht:
“Wie de Bijbel nog niet letterlijk nemen kan, heeft juist de passages
waar hij de Bijbel niet letterlijk nemen kan, ook nog niet begrepen”.
12. De hier gebruikte versie van Het Nieuwe Testament is die uit de Griekse
tekst vertaald is door H.A.P.J. Ogilvy, geestelijke in de Christengemeenschap,
Uitgeverij Christofoor, Zeist. Overigens zij opgemerkt dat een Duitse
vertaling (uit het Grieks) ook interessant vergelijkingsmateriaal oplevert,
hetgeen ook blijkt uit de beschouwingen die V. Tomberg geschreven heeft
over de Apokalypse.
13. Patmos behoort tot de eilandengroep van de Sporaden, voor de kust
van Klein-Azië.
14. Het gebruik in dit verband van deze term, wordt gedoeld op de meest
breed mogelijke zin van het woord voor het geestelijke dat fysieke werkelijkheid
wordt.
15. De verschillende passages van de Brieven, Zegels, Bazuinen en Schalen
van Toorn lopen dan ook deels door elkaar heen en de latere perioden worden
nu zodoende al voorbereid.
16. De uitspraak “De geschiedenis herhaalt zich” komt dan
ook niet uit de lucht vallen.
17. De 1e fase was de Saturnus-fase(aanleg fysieke lichaam;warmte/vuur-element),
de 2e de Zonne-fase (aanleg etherlichaam;licht/lucht-element), de 3e de
Maan-fase (aanleg astraallichaam; water-element), de 4e de Aarde-fase(aanleg
van het “Ik”; aarde-element), de 3 toekomstige zijn de (5e)
Jupiter-fase(ontwikkeling van Geestzelf/Manas), de 6e de Venus-fase(ontwikkeling
Levensgeest/Buddhi) en de 7e de Vulcanus-fase(ontwikkeling Geestmens/Atma.
Zie ook de esoterische appendix.
18. Dit zijn de 4 wezens waar de Apokalypse en de profeten het over hebben,
zie ook noot 8.
19. Dit gaat tevens over het immorele van het driftleven als ook het illusionaire
van de materialistische voorstellingen en begrippen.
20. Deze bedient zich van de verbinding met de onbewuste driften en de
illusionaire voorstellingen en berust op deze verbinding.
21. Uit deze aanduiding is het fundament van de machtsontplooiïng
van Ahriman in de mensheid bedoeld, waarbij deze troon in het bereik van
het stofwisselings-/driftgebied van het menselijke organisme te zoeken
is. Anderzijds zijn er ook historische situaties waar deze troon uiterlijk
objectief aanwezig was en als machtscentrum werkte. De werking bestaat
daarin dat de mensen die in het werkzaamheidsgebied van de troon kwamen
‘onthoofd’ werden, d.w.z. dat zij het Ik-bewustzijn in het
hoofd verloren en daardoor aan de werking, c.q. driften, uit de onderbewuste
diepten van het stofwisselingsgebied ontbloot werden. Daarbij komt dat
tegenwoordig individuen bij bosjes worden “onthoofd”, want
overal waar men als een nummer wordt behandeld, ontneemt men hem zijn
waarde als Ik-individualiteit. Heden is dat centrum Washington D.C..
22. Dit bestaat volgens V. Tomberg uit een verkeerde soort mechanische
karmische verbinding tussen mensen.
23. Zie noot 17.
24. Hier wordt verwezen naar één van de uitwerkingen van
de het vierde zegel, die in de 4e (vorige) kultuurperiode al in de mensheidsevolutie
zijn intrede heeft gedaan(zie ook noot 15). In Openbaringen 6:8 wordt
gesproken over een “ ...vaal paard en die daarop gezeten was, zijn
naam was de Dood,…”
Uit: Bruisvat No. 0.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|