|
Uit: Bruisvat 9, zomer 2003
Techniek en toekomst
Door Nicolaas
de Jong
We leven
in een tijd waarin we haast niet meer om techniek heen kunnen. Een hutje
op de hei is een van de weinige plekken waar je je eraan kunt onttrekken
(mits je je mobieltje thuis laat). Daarom is het zinvol om eens dieper
in het wezen van techniek door te dringen.
Techniek als gedachte
en wil
Kijk je naar een eenvoudig
stuk techniek zoals een bril, dan is daar al een samenstel van toegepaste
ideeën in terug te vinden. De naam komt van Beryl, een wat groenige,
transparante steen. Die werd vroeger bol geslepen, zoals een platte waterdruppel,
waardoor de eerste lens ontstond. Idee 1. Dat kon men dan op de juiste
afstand voor een oog houden, en zo voorwerpen of letters naar gelieven
vergroten. Vervolgens werd de geslepen beryl in een rand gevat (een skelet)
en met een stokje verbonden, zodat je je hand niet boven de borst hoeft
te heffen en toch de lens op de juiste plek voor het oog kunt houden.
Ideeën 2 en 3. Tegenwoordig is de lens van glas of plastic gemaakt,
gevat in een montuur dat op de neus en achter de oren rust, en die twee
scharnieren heeft voor de invouwbaarheid. Afgekeken van de gewrichten.
Idee 4. De nieuwste loot van deze ontwikkeling is de inbouw van een electronische
lichtsensor met lens in de oogkas, en verbonden aan het gezichtscentrum
achterin de grote hersenen, om blinden te kunnen laten ‘zien’.
Wat bij dit alles gedaan wordt, is een gedachte in de natuur waarnemen
door de verschijnselen heen (lens, skelet, gewricht), en deze toepassen
in een stuk techniek(1) . Een gedachte die tot wilswerking of zintuiguitbreiding
wordt. Deze toepassing is op zichzelf moreelloos, niet goed of kwaad in
zichzelf, ofwel indifferent. De morele strekking komt pas naar voren bij
de toepassing van de gebruiker die door zijn gevoel (alwaar zijn geweten
huist) heen moet leren gaan, dus zich met sympathie of weerzin van dat
stuk techniek bedienen. Met een bril vallen de toepassingsmogelijkheden
nog wel mee, want met een lens kun je hooguit gaten branden in een huid.
Bij een vliegtuig is dat een heel ander verhaal, zoals de aanslagen op
het World Trade Center in New York lieten zien.
Nu is een gedachte die leeft in de natuur en in de verschijnselen voorkomt,
niet zomaar een abstract ‘ding’. Het is een elementwezen,
die bestaat omdat een engel uit eén van de hemelse hiërarchieën
hem eens heeft uitgedacht en daarop in de natuur heeft gebannen. Het wezen
komt ook niet zomaar voor in de verschijnselen, maar brengt deze juist
teweeg, samen met andere gedachtenwezens. Zij hebben hun plaats gekregen
in de levenswerelden, dat zijn de werelden die achter de elementen staan
en deze vormen en onderhouden; en gezamenlijk, onder leiding van hogere
elementwezens en van de engelenorden, bewegen en vormen ze de vier elementen
die onze gemanifesteerde natuur bewerkstelligen. Wanneer we de natuur
in haar verschijnselen en werkingen waarnemen, nemen we die gedachten-elementwezens
via de zintuigen in ons op. Gaan we over het ontstaan van verschijnselen
in hun verloop nadenken, of over een specifiek probleem, dan komen die
wezens weer omhoog uit ons geheugen (huizend in het levenslichaam) en
dan kunnen we met ons actieve denken iets met hen doen. We kunnen hen
met elkaar associëren en ook via de actieve processen van ons denken
veranderen, vervormen, en wanneer we onze denkbeelden over verschijnselen
aan anderen doorgeven, zijn de gedachten-elementwezens veranderd, gekleurd
door onze ziel en specifieke wijze van denken. Gaan we nadenken over verschijnselen
en werkingen in verband met een specifiek probleem en deze toepassen in
een stuk techniek, dan gaan we zo’n elementwezen, of een combinatie
van hen, op nieuwe wijze bannen in het 'ding' dat we dan maken. En iedereen
kan na de uitvinding en samenstelling van het stuk techniek, deze gebruiken
naar eigen goeddunken. Legio zijn de uitvindingen die hun inspiratie ontlenen
aan de natuur. Als we het stuk natuurvervreemding, dat iedereen kan beleven
als hij dat toelaat, buiten beschouwing laten (je kunt natuurlijk het
bestaan van die wezens ontkennen, omdat je ze niet direct ziet; ze werken
echter toch), dan kom je er toch niet omheen dat hier een stuk verantwoordelijkheid
van zowel de maker als de gebruiker ligt voor de toepassingen van het
gebruik ervan. Hoe reageren bijvoorbeeld de gebannen natuurwezens hierop?
Enige ervaringen
Wanneer ik een nieuwe computer
koop, ofwel ook wanneer ik er nieuwe onderdelen in bouw, kost het vaker
veel meer tijd dan ik gepland heb om alles goed draaiende te krijgen.
Het apparaat vraagt aandacht. Ook komt het voor dat wanneer ik er lang
achtereen mee heb gewerkt, er ineens eenvoudige functies zoals opslaan
of uitdrukken niet meer goed werken. Het kost dan veel aandacht, geduld
en bewustzijn om het toch voor elkaar te krijgen. Als ik me op mijn apparaat
concentreer, merk ik dat het wezen dat erin is gebannen, eigenlijk om
aandacht vraagt. Wanneer ik een innerlijke dialoog met hem aanga, kan
ik vernemen wat er hem aan schort, en helpt hij me ook vaker naar de oplossing
ervan. Ik heb me daarom aangeleerd om door mijn intenties bij aanvang
in hem in te toetsen als tekst en zo een bewustere en op gevoel gebaseerde
verbinding te scheppen, wakker te blijven voor wat hij eigenlijk wil.
Iets dergelijks is me ook overkomen met een Italiaans strak ontworpen
grijs en zwart uitgevoerd cappucino-koffiezetapparaat. Door mijn antipathie
tegen het apparaat ging er telkens iets anders mis. Tot ik mijn antipathie
onder ogen zag, waarbij ik een aantal onheldere gevoelens in mezelf waarnam
en rechtzette. Daarna kon ik er beter mee omgaan, vanuit een meer evenwichtige
verstandhouding van wederzijds respect.
Na landschapswerk in midden Zwitserland, op een terrein dat karmisch en
ook chemisch was vervuild (karmisch omdat er in naam van de kerk in de
late Middeleeuwen mensen waren vermoord, chemisch omdat het op een voormalige
vuilstortplaats lag) en waarbij we getracht hadden om de ingeslapen landschapsdeva
weer te wekken en met het landschap te verbinden, kwam er een hoop warmte
en inzicht vrij. Dit werd teruggegeven door de elementwezens die dit landschap
bevolkten en dienden te onderhouden. Deze waren zeer blij met het metamorfoserende
werk dat we hadden verricht.
In Noorwegen werd ik eens lastiggevallen door een trol. Net na een bocht
in een bergweg voelde ik gevaar, verduistering, en gooide het stuur van
mijn auto om, de verkeerde kant van de weghelft op. Gelukkig was er geen
tegenligger op dat moment, en bij het doorrijden zag ik in mijn achteruitkijkspiegel
een dode kat liggen aan de kant van de weg. Toen ik een kwartier later
terugreed, lag die kat er niet meer. Later die dag lag ik wat te soezen
op een rots aan het water, het was een van de weinige zonnige dagen, en
zag in vaalgeel en oranje een grote er dom uitziende trol op me zitten
(dat was op etherisch niveau, niet in het fysieke). Ik vroeg hem wat hij
wilde – hij speelde in op een kaakontsteking die bezig was over
te gaan – en hij meldde simpelweg dat hij me wilde doden. Ik vroeg
hem of hij mee wilde werken ten goede, om de aarde te genezen, en dat
blijf hij gewoonweg ontkennen. Toen zij ik hem aan dat hij dan net zo
goed in de afgrond kon vallen. Waarop dit ook gebeurde. Mijn kiespijn
nam weer af. Na enige uren nam ik nogmaals waar in de levenswereld, en
zag dat hij nog aan het vallen was. Waarschijnlijk was dit een staat van
zijn (in de levenswereld zijn natuurlijk geen ruimtelijke verhoudingen
zoals in de fysieke), en werd hem in die bewustzijnstoestand voorgehouden
dat hij alsnog kon kiezen voor ontwikkeling, of anders uiteindelijk zou
oplossen in de afgrond van de levenswereld. Het werd me met de terugblik
duidelijk dat deze trol de kat had laten overrijden, en door diens dood
op een nieuwe prooi wachtte en in mij dacht te vinden. Ook werd me duidelijk
dat hij zich niet met de mens had verbonden, zijn taak had verzaakt in
de ontwikkeling, en daardoor oerdom was geworden. Zo zag hij er ook uit;
grote neus en oren, een erg domme grimas rond de mond, en foeilelijk (het
was natuurlijk mijn eigen beeld, maar dit leek veel op de plaatjes die
je van trollen ziet, zij het veel minder fysiek).
In de Verenigde Staten bezocht ik een berg waarvan me was verteld dat
het een belangrijk spiritueel centrum was. Dat is voor mij altijd het
teken dat het om een belangrijk punt in een landschapstempel gaat. Daar
aangekomen, was er een flink vervallen New Age-achtige cultuur in het
stadje aan de voet ervan. Toen we de berg op klommen, kleuren zingend
en onszelf presenterend, kwam de berggeest, zoals ik haar innerlijk waarnam,
niet recht op me af, maar heimelijk, haast kruipend, en vanachteren. Aangezien
ik gehoord had dat er vele ufo-verschijnselen rond haar waren waargenomen,
vermoedde ik al dat ze gevallen was, en niet meer rechtuit haar taken
vervulde. Dit wilde in haar geval zeggen de berg en haar bevolking en
begroeiïng zodanig beheren, dat de instroom van krachten en harmonieën
uit de kosmos ook rechtmatig hun weg zouden kunnen naar het omringende
land omdat het een belangrijk instroompunt van deze krachten was. Richting
top heb ik getracht me al zingende in haar zielegesteldheid in te leven.
Hierbij kwam veel verdiet vrij, kwam ik tot haar innerlijke wezen, en
konden enige geestelijke wezens met behulp van mijn fysiek-etherische
aanwezigheid haar helpen weer op haar ontwikkelingspad terug te keren.
Daarbij vielen als eerste de om haar heen gelegde schermen van ufowezens
af; in de levenswereld klonk dat als dof, in het onderfysieke gevallen
metaal dat als schalen ineen viel. Deze wezens waren daar niet erg blij
mee, maar waren toch bevrijd van hun gebondenheid aan de plaats. Mijn
ervaring daarbij was dat deze wezens weinig impact op je hebben wanneer
je geen angst hebt, ofwel deze uit je hart weet te houden, en je werkelijke
ziele-inhouden aanbiedt (zoals wij deden met het zingen van de kleuren).
Zij zijn ook gestuurd en ingevangen.
Eens sliep ik in het kantoor van een bevriend therapeut die met zijn verschillende
bezigheden in zijn tot werkruimte omgebouwde schuur een bedrijf wilde
beginnen. De vorige dag had er zich een sessie afgespeeld van familieconstellatiewerk
waarbij bij een van de deelnemers demonische krachten waren vrijgekomen,
welke niet goed opgelost waren en er waren blijven hangen. Deze kwamen
me ’s nachts bezoeken en trachtten me bang te maken. Nadat ik deze
uit mijn lichaam had gewerkt en enigszins tot rust had gebracht, kwam
er zoals ik dat innerlijk waarnam van achteren een op een reptiel lijkend
wezen op me af, heel voorzichtig, heel teer, die me wilde leren kennen.
Ik heb hem zijn gang laten gaan en kon hem enigszins waarnemen. Het was
een zachtaardig wezen, ondanks zijn wat vreemd en knobbelig uitziende
uiterlijk; toch was hij ijl en licht in de kleuren. Bij het terug- en
nadenken de volgende dagen over hem, wsaarbij zijn karakteristieke kenmerken
meer naar boven kwamen, werd het me duidelijk dat ik hier met een van
de engelen te maken had die lotsverbonden was met Ahriman tijdens diens
en Lucifers revolte tegen de goddelijke machten, en die daarom na het
verliezen van de strijd in de geestelijke werelden, met die tegenmachten
op aarde was gebannen. Nu was hij de leidende aartsengel van het bedrijfje
achter deze therapeut, die op deze wijze een ontwikkelingsweg kon gaan.
Hij wilde me leren kennen, omdat ik in de toekomst waarschijnlijk meerdere
dingen met die therapeut en zijn initiatief zou gaan doen. Het werd me
mede daardoor ook duidelijk dat alle aartsengelen die mensengroepen leiden,
behoren tot deze gevallen groep van ahrimanische aartsengelen, die dus
in iedere menselijke organisatie werkzaam zijn. Het is daarbij belangrijk
hoe wij ons organiseren en gedragen. Het was me al bekend, onder andere
uit onderzoekingen van het NPI binnen bedrijven, dat werknemers van een
bedrijf (in een geval was dat DSM) de hen leidende geest vaker waarnemen
als een draak of reptielachtig wezen. Ook kende ik de uitspraak van een
Shell manager dat het weinig uitmaakt wat hij doet als beleidsmaker, omdat
hij zich voelt als op de rug van een traag maar gestaag doorstappende
brontosaurus. Fossiele reptielen komen voor in de tijd dat de aardolie
werd aangemaakt, geologisch het Jura (het 6e Lemurische cultuurtijdperk);
deze is een uitwerking in het fysieke van de 2e onderaardse laag, genaamd
de water-aarde, welke de Mercuriussfeer in de aarde ompoolt en spiegelt.
Vanuit de eigenlijke Mercuriussfeer werken de aartsengelen inspirerend
op groepen van mensen; in bedrijven dus een spiegeling van deze gevallen
aartsengelen die zich in het bewustzijn voordoen als reptielachtige wezens.
Bij al deze ervaringen heb ik getracht hun zin te doorgronden. Een belangrijke
leidraad daarbij was de in christelijk-esoterische literatuur voorkomende
aanwijzingen voor de ontwikkeling van mens en wereld.
Het plan van mens-
en wereldwording
Wij mensen dienen langzaamaan
op individuele wijze onze orgaanprocessen te gaan besturen, zodat de Beschermengel
zich hieruit terug kan trekken. De ademhaling kunnen we al deels zelf
regelen, sommige mensen kunnen hun hartslag al bewust beïnvloeden,
maar veel verder komt het op dit moment nog niet. In onze vertering is
Ahriman nu nog de baas(2) ; die verlossen we door zelf de weg te leren
gaan hierin. We worden dan zoals nu de mieren, termieten of bijen zijn
georganiseerd; elke groep van aparte diertjes hierin (bv. werksters, soldaten,
darren, koningin) vormt een orgaan van het geestelijk ik-wezen dat het
bijenvolk bestuurt; de groepen van dieren vormen zo zijn onderling los
samenhangende organen. Mieren bijvoorbeeld hebben vaker ook nog bladluizen
als ‘vee’, die zij melken (zoals wij ook verschillende soorten
wezensvreemde elementalen in ons op kunnen nemen). Wij dienen ons uiteindelijk
meer van het fysieke terug te trekken en onze orgaanprocessen door andere
wezens te laten bevolken, welke wij dan in het fysiek-etherische vanuit
onze bewustgeworden orgaanprocessen kunnen sturen (ons bewustzijn leeft
in het astraal- ofwel zielelichaam). Nu al wanneer we uitademen, vormt
dat een wezen, dat nog weinig is gevormd, maar dat op een volgende wordingsronde
van onze gehele kosmos (genaamd de Vulcanus-toestand van de aarde(3) )
een ontwikkeling zal kunnen gaan zoals wij mensen nu doen. Rudolf Steiner
noemt deze in warmte uitgeademde wezenskiemen mensenfantomen. Wanneer
wij de natuur en de techniek waarnemen of ermee werkzaam zijn, nemen we
de hierin levende elementwezens in ons op en verwerken die tot onze gedachten
en voorstellingen. Wanneer we uitademen, verbinden deze zich met de mensenfantomen-in-kiem
die we nu al vormgeven: de in de verschijnselen waargenomen elementwezens
laten we dus in deze toekomstige mensen uitstromen. Het zijn nu deze wezens,
welke we door onze denkactiviteiten om kunnen vormen, die onze orgaanprocessen
kunnen gaan bevolken; wij vormen voor hen het overkoepelende ik-wezen,
de geest. Dus als we ons met natuur en techniek verbinden, kunnen we met
deze een ontwikkeling doormaken. Doet een deel dat niet, dan gaan voor
hen en voor ons de ontwikkelingsmogelijkheden voorbij, wat zich dan in
de cultuur als een soort kankergezewel zal uiten, hetgeen een laatste
verharde verschijning is, waarna de mogelijkheid niet meer terug komt.
Ver weg? Onze gehele cultuur is al doordrongen van die sclerotische gezwelachtige
tendenzen. Een voorbeeld zijn de molochs die multinationals van zichzelf
maken. Een ander voorbeeld de politieke besluitvorming die als een tank
veelal vele jaren achter de feiten aanhobbelt.
Hier ligt een grote vraag van ons naar de elementwezens, al of niet gevallen
en ingevangen, en omgekeerd. De ontwikkeling kan door ons heengaan. Zo
niet, werken de ufo-wezens zich op tot de schepping van een 8e sfeer van
ondernatuur uit onze menselijke en ook de dierlijke orgaankrachten.
Daarnaast, en er nauw mee verbonden, is het een belangrijk feit dat sinds
Christus’ ompoling in de levenswereld in 1942 Hij nieuwe warmte-elementwezens
over de aarde heeft uitgestort. Omdat Christus zonder karma in de wereld
was, hebben deze elementwezens een stuk vrijheid. Deze zijn naar willekeur
door ons mensen te vormen. De andere elementwezens kunnen deze nog niet
verteren, omzetten, en wachten tot wij iets met hen doen(4) . Wanneer
wij vanuit medelijden of offerkracht iets doen, kunnen erna zij met deze
wezens iets aanvangen. Ze zijn de basis voor bewuste warmtekrachten, ofwel
liefde, wat het 5e element, de quintessence is. Hiermee bouwen we het
Nieuwe Jeruzalem, de kiem voor de volgende wordingsronde van de aarde
vanuit de mens, ook wel genoemd de Jupiter-toestand van de aarde. Bij
landschapswerk of werk in de onderaardse sferen(5) zijn er hordes elementwezens
die ons geofferde en omgevormde werk, dus nieuwe warmtewezens, in zich
op nemen en er verder op doorborduren.
Nog een belangrijk issue is dat ufo-wezens en de menselijke dubbelganger
nauw samenhangen. Beide werken namelijk met gevallen, onderaardse krachten.
Onze dubbelganger wordt beheerd door een ahrimanisch elementwezen dat
zich bij de geboorte met ons verbindt, en dat werkt via electromagnetische
velden. Het is het wezen dat wordt gemeten in EEG- en ECG-onderzoeken.
Deze gevallen krachten verbinden onze constitutie via de zenuwbanen (die
electrische potentialen voortbrengen) met de wereld van de machines, welke
ook voornamelijk op electromagnetisme werken ofwel erdoor worden gestuurd:
de gehele informatica bestaat uit imitaties van ons zenuw-zintuigstelsel;
chips werken op basis van het aan-uit principe, de stroomdraden imiteren
de zenuwuitlopers. Typisch is ook dat er de gehele techniek op is gebaseerd
deze te veruiterlijken, uit de mens te plaatsen en dan te overheersen.
Net als de ufo-wezens die zeggen dat zij van buitenaardse oorsprong zijn
(wat zij niet zijn) en die we graag als zwarte piet-achtige monsters vormgeven
in films etc., geven zij een weggedrukte kant in onszelf weer, die met
onze eigen dubbelganger samenhangt. Deze in de ogen zien en omvormen is
een proces dat parallel kan lopen met het omvormen van de wezens in en
achter techniek. Kortom: bewust doen in en met techniek is enkel op goede
wijze mogelijk wanneer we onszelf in onze tekortkomingen ook in de ogen
durven te zien. Het werd me keer op keer duidelijk dat ik mijn eigen wensen,
aandriften tot overheersing, en mijn antipathiegevoelens in de ogen diende
te zien om er achter te komen wat ik nu eigenlijk zelf verwachtte van
het verschijnsel of het stuk techniek. Ik diende aspecten van mijn dubbelganger
onder ogen te zien en er ook actief iets mee doen, om achter de werkelijke
idealen te zullen komen van wat het bij mij teweeg bracht. Het buiten
zich plaatsen van de eigen duistere, ondoorwerkte kanten is wat met name
de Amerikaanse cultuur neigt te doen; de zwarte piet is altijd ergens
anders, zoals in enge buitenaardsen, in terroristische organisaties, en
voorheen het communisme te vinden.
Typisch is dat ufo-wezens vaker voorkomen daar waar het aardmagnetische
veld wordt versterkt, waar sterke electrische of electromagnetische stralen
zijn, zoals in Nevada en Californië in de VS(6) . Dit wijst op een
samengaan ofwel communiceren in de toekomst tussen mens en wezens die
in of achter de techniek staan. Daarnaast komen ook veel gevallen elementalen
voor in de buurt van kernreactors; kernenergie is de derde onderaardse
kracht. Deze hebben meer een sprinkhaanachtig uiterlijk.
Mogelijkheden om iets
met natuur- en techniekwezens te kunnen doen
Voor natuurwezens in landschapstempels
kunnen weer nieuwe aangrijpingspunten worden gegrondvest waarin zij zich
kunnen ankeren. Dat wil zeggen er kunnen nieuwe landschapstempels worden
gegrond met hun drie aangrijpingspunten(7) , waarbij zo mogelijk wordt
uitgegaan van resten van de oorspronkelijke landschapstempels. Hierin
kunnen zij zich spiegelen aan de nieuwe situatie, waarbij naast dat hun
oorspronkelijke landschapstempels door de menselijke cultuur zijn gehavend,
verwoest ofwel verplaatst, er ook vele nieuwe elementalen uit de onderaardse
lagen zijn vrijgekomen. Dit is het gevolg van dat Christus de onderaardse
sferen eén voor eén doorloopt en zich er meester van maakt.
Deze wezens komen daarbij vrij(8) . Een wijze van aanpak, zoals die o.a.
door mij is uitgewerkt, is het gronden van de landschapspunten door ritualen
i.v.m. de onderaardse sferen en de uitwerkingern daarvan ten goede. Dit
gebeurt door beeldvorming, het maken van kleibeeldjes waarin we iets toewensen
aan het landschap dat we missen, door beweging en gebaar en door muziek
en toegemeten woorden. Er zijn mensen nodig die dit weer op hernieuwde
wijze met eerbied onderhouden. Elementalen hebben veel aan onze bewegingen,
want die zijn door-ikt, dragen bewuste warmte in zich, door de inlevings-
en offerkrachten die we erin leggen (dat is de kiem tot de quintessence,
de 5e ethersoort).
Verder is het gronden van deze landschapstempels een wezenlijke aanpak
momenteel om de elementenwezens die ongelimiteerd zich uitleven in het
weer, een houvast te geven. Naast dat het de moraliteit van de mensen
op iets zinvols richt; deze is nl. de hoofdoorzaak van de losgeslagenheid.
Als de mensen niet meer luisteren naar wat de Beschermengel hen aan mogelijkheden
tot ontwikkeling aanbiedt, kunnen zij en de andere engelen, welke de elementenkoningen
leiding dienen te geven, geen goede verstandhouding met deze elementalen
onderhouden, waarop zij een eigen leven gaan leiden en zich dan in het
genoemde noodweer kunnen uitleven.
Wezens in technieken kunnen we trachten te begrijpen door ons met hen
en hun dienende werk te willen verbinden. Daarbij dienen we onzelf bewust
te worden wat zij in ons teweegbrengen als gevoelens, en ook welke idealen
zij in ons wakker roepen. Het uitboetseren hiervan in 7 stappen die werken
van de bewuste verbinding vanuit onze ziel naar het in ons gewekte ideaal
toe, alsook het deugdgebaar dat we dienen te ontwikkelen om dit ideaal
te kunnen realiseren, kan onze ontwikkeling van de lotusbloembladen helpen
helder krijgen en versterken, waardoor we in ons sluimerende scheppende
krachten met betrekking tot dat ideaal kunnen wekken(9) . Wij kunnen dan
intuïties ontvangen van wat het betreffende stuk techniek voor ontwikkelingskiem
in zich bergt, ofwel kunnen een eigen stuk techniek op grond van het opgewekte
ideaal hier tegenover zetten. Dit kun je dan morele techniek noemen. Zo
groeien wij samen met de in techniek ingevangen wezens, en zij met ons
mee.
Ufowezens zijn in een vroeg ontwikkelingsstadium (onder andere Atlantis)
door Sorat en Ahriman verleid tot een eigen ontwikkeling, en kwamen er
gaandeweg achter dat er voor hen geen plaats in de gehele ontwikkeling
meer was (ongeaccepteerde wilswarmte die niet meer oploste, en daardoor
donker werd); hen is de reguliere ontwikkeling ontzegd. Dit gebeurt nu
nog steeds. Dit Goddelijke is hen nu weer voor te houden, zodat zij kunnen
kiezen; of weer meewerken en in reguliere ontwikkeling met de mensen meekomen,
waarbij hun zelfverworven bewustzijn en technische inzichten (die op de
onze vooruitlopen) zich weer op zelfstandige wijze kunnen voegen in het
geheel, ofwel hun eigen planeet, maar met beëindiging van een gemeenschappelijke
ontwikkeling, waarbij hun eigen sfeer uiteindelijk na een mogelijke bloeiperiode
zal worden opgelost, alsmede hun eigen bestaan. Ze hebben geen reguliere
zieleontwikkeling meegemaakt en nemen graag onze nog ongelouterde gevoelens
als voedsel tot zich. Wanneer we oprecht en zonder wensen en begeerten
vanuit onze ziel doen, kunnen zij geen vat op ons krijgen (hiervan zijn
meerdere verslagen). Truc is dus om de ziel af te kunnen sluiten en hen
een waarachtig op de kosmos geënt plan voor de ontwikkeling voor
te houden, op grond waarvan zij kunnen besluiten zich hier al of niet
bij aan te zullen sluiten, en daarmee de hogere wezens die hen gecorrumpeerd
hebben (Ahriman en Sorat), de rug toe te keren en daarmee te verlossen.
Als alternatief is hen de weg te wijzen hoe zij wel voor zichzelf een
ziel kunnen veroveren; niet door uiterlijke technieken die op lichtkracht
en radio-activiteit werken, maar door innerlijkheid te ontwikkelen. De
kleuren, objectivaties van onze gevoelens, kunnen hen dan als innerlijke
voeding gaan dienen. Zingen van hun oorsprong, wijzend op valse en betere
beloften naar de toekomstige ontwikkelingen, verwarringen en ontwikkelingsmogelijkheden,
is een goede mogelijkheid tot herverbinden en genezen. Zo kunnen zij leren
in te leven en van hieruit meebewegen. Zang is sowieso een machtig genezingsmiddel
bij uitstek, verbindt de ziel met de wereld.
Aartsengelen achter menselijke organisaties (reptielen) kunnen we trachten
terug in de geplande ontwikkeling te krijgen door onze gemeenschapsvorming
binnen die organisaties, welke dienen te worden gebaseerd op de principes
van vrijheid in het geestelijke en culturele leven, gelijkheid in het
sociale, en broederlijkheid in het economische. Dat wil op organisatorisch
niveau zeggen vrijheid van onderzoek en richtlijnen/onderwijs, gelijkheid
van behandeling, wat op organisatorisch vlak inhoudt inzichtelijk management
en administratie, goede omgangsvormen en een besluitvorming binnen een
medezeggenschapsraad op basis van gelijkwaardigheid; en broederlijkheid
in de wijze van beheer en uitwisseling van goederen, wat kan gebeuren
door de vorming van associaties en stromen van ‘warm geld’
binnen consumptie/productie eenheden(10) . Dan kunnen zij naast hun ontwikkeling
binnen die organisatie (zij ontwikkelen de vaardigheid van inspireren)
ook de liefde/bewuste warmte als basisprincipe in zich opnemen, en zo
zich van Ahriman en Ahriman van zichzelf verlossen. Zij kunnen dan ook
weer meekomen in de reguliere stroom.
Nicolaas de Jong heeft
in het boek 'Werken met Elementwezens' de werkwijzen aangegeven om pratisch
met deze wezens aan de slag te gaan.
Noten:
1.Techniek is ieder ding dat we als verlengstuk van ons lichaam gebruiken
om gewenste dingen beter voor elkaar te zullen krijgen. Dat begint al
bij een stokje of een steen.
2.Toen Christus in de woestijn vertoefde, kon Hij Lucifer (de duivel)
die Hem de wereldrijken toonde, overwinnen. Ahriman (de satan), die de
mensen met voedsel aan het fysieke bestaan had gebonden, kon Hij nog niet
overwinnen omdat Hij nog nooit als mens geïncarneerd was geweest
en onze omstandigheden niet kende. Onder de naam van Baäl is Ahriman
ook bekend als de god die heerst over de darmen van de mensen.
3.Onze kosmische ontwikkeling bestaat uit 7 grotere wordingsronden: 1.
Oude Saturnus(louter warmte). 2. Oude Zon (warmte en licht/kleur; gastoestand).
3. Oude Maan (Warmte, kleur en chemie; watertoestand). 4. Huidige aarde
(warmte, kleur, water en fysieke vormen; vaste aarde). Valt uiteen in
Mars-helft (tot aan het jaar 33) en Mercurius-helft (vanaf 33 na Chr.).
5. Jupiter-aarde (warmte, kleur, quintessence; bewuste warmte), het Nieuwe
Jeruzalem. 6. Venus-aarde (warmte, vernieuwde kleur, d.w.z. het 6e element).
7. De Vulcanus-aarde (vernieuwde warmte; d.w.z. het 7e element).
4.Mensen zijn de enige wezens die warmte-elementalen kunnen scheppen en
ook omvormen.
5.Zie artikel over Verdun in deze Bruisvat.
6.De Rocky Mountains vormen de ruggegraat van de tegenmacht die Ahriman
of satan wordt genoemd; de electromagnetische en radio-actieve stralingen
zijn hier sterker dan elders.
7.Zie artikel ‘Mysteriën van de Heilige Geest’, Bruisvat
7, alsook het verslag van landschapswerk te Almen, Bruisvat 1.
8. Wij kennen dit als het verhaal van de draak die door Michaël (het
aangezicht van Christus) op de aarde wordt gegooid, alwaar de mens zich
met hem uiteen heeft te zetten.
9.Deze idealen zijn de krachten van de sterrenbeelden, welke we in ons
warmtehulsel met ons meenemen. Wat we op aarde tegenkomen, is ook een
uitwerking van die sterrenbeelden, welke toch de ideeën van het Goddelijke
plan vertegenwoordigen.
10 .Zie mijn artikel over zevenledigheid, Bruisvat 6.
Uit: Bruisvat No. 9
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|