|
Uit: Bruisvat 1, najaar 1999
Fenomenologisch
werk rondom de zonsverduistering, 11 augustus 1999
door Wiljan Hoes en Elbert Slikkeveer
Op 11 augustus 1999 vond een
zonsverduistering plaats. Zonsverduisteringen hebben grote kosmische invloed
op onze aarde. De Bruisvatters poogden deze invloed in goede banen te
leiden. Een verslag.
Het werk rond de zonsverduistering werd tegelijk met verschillende mensen
en groepen gedaan in de VS en in Duitsland, elk met plaatselijk aangepaste
werkmethoden. De twee schrijvers van dit artikel doen verslag van de werkbijeenkomst
in Bergen. Ze vullen elkaar goed aan en we drukken hun verhalen daarom
na elkaar af. Het tweede is meer inhoudelijk en wetenschappelijker, met
het eerste verhaal kan de lezer beter een voorstelling krijgen van hoe
het gegaan is.
Eerste verslag
Op woensdag 11 augustus waren
we met een vijftien mensen bij elkaar om rondom en tijdens de zonsverduistering
een daad te stellen. We begonnen de dag om 9.30 uur met inzingen. Daarna
hebben we ons in de stemming van de dag ingeleefd. Al voelend en tastend
zijn we naar buiten gelopen om daarna de stemming die men ervoer met de
ander te delen. Voor mij voelde de dag zwaar en versluierd hoewel het
weer heel mooi en helder was. Die nacht had ik zeer slecht geslapen en
geworsteld met nare dromen en wezens die me aanvielen. Ook werd ik midden
in de nacht innerlijk door elkaar geschud alsof er een aardbeving was.
Het was blijkbaar moeilijk zo direct de stemming algemeen te pakken van
die dag. Dit bleek uit de ervaring van anderen die de dag juist als licht
ervoeren.
Afgezien van de relatief kleine ruimte viel het mij ook op dat het aanzienlijke
moeite kostte om iedereen te-vreden mee te laten werken. We moesten duidelijk
moeite doen om harmonieus samen te werken. Op de achterzijde van het proefnummer
van Bruisvat is te lezen dat deze elementen zeker in ‘de lucht’
hingen die dag. Na het zingen heeft ieder een planeetwerking gekozen om
deze vervolgens uit te werken tot een klank en vormbeeld. Voor ieder afzonderlijk
heeft Nicolaas de Jong bijbehorende toonaard en maatsoort gespeeld zodat
ieder handvatten kreeg om voor zijn of haar planeet de stemming van die
dag te componeren tot een te zingen regel. De belangrijkste planeten voor
die dag zijn aan bod gekomen.
Ieder lied werd nu gelijktijdig met de andere liederen gezongen zodat
de stemming van de dag hoorbaar werd. Dit klankbeeld gaf veel spanning
en verwarring weer, overeenkomstig de sfeer van de dag, terwijl de planeten
die harmonischer aan de hemel stonden dit ook in de muziek lieten horen.
Na deze ervaring zijn we dezelfde planeetwerkingen van die dag gaan boetseren
met de vraag om iets positiefs bij te dragen in het gebaar wanneer dit
in je opkwam. Dit boetseren gebeurde van 12.20 tot 12.48 uur omdat om
ongeveer 13. 9 uur de zon, maan en aarde op eén lijn stonden. Dit
was het belangrijkste moment om naar toe te werken. Op dat moment was
het namelijk mogelijk voor Sorat, de zonnedemon om in te grijpen op aarde.
De beelden zijn eén voor eén geplaatst onder de aandacht
van iedereen, onder begeleiding van ritmische gedichten die door Nicolaas
waren geschreven waarop ritmisch door iedereen werd gelopen. Ook werden
de beelden geplaatst in de constellatie zoals die op dat moment ook aan
de hemel stond. Als middelpunt (aarde) nog een beeldje als aangrijpingspunt.
Toen alle beeldjes geplaatst waren heeft ieder nog iets verteld over zijn
beeldje.
Ervaringen
Op het moment vlak ervoor
en erna waren er weinig uitgesproken ervaringen. De meeste dingen werden
mij achteraf pas duidelijk. Door de meeste aanwezigen werd de bijeenkomst
en dat wat we deden als zinvol ervaren en als een serieuze handeling.
Ook was er een bepaalde mate van opluchting toen het voorbij was en een
goed gevoel alsof het gelukt was.
Zelf geloof ik zeker in de zinvolheid van deze daad. Wij hebben, vermoed
ik, hier enkele natuurrampen mee helpen voorkomen. Hoe groot onze bijdrage
daarin was, is voor mij niet van belang. Mij ging het erom dat we iets
geprobeerd hebben. Ook belangrijk vond ik dat we bij elkaar waren met
een groep mensen die dit allemaal op hun eigen manier probeerden. Dit
gaf de mogelijkheid elkaar te leren kennen in het doen, wat mijns inziens
een goede sociale basis kan vormen voor een gezonde gemeenschap. Overigens
waren we niet de enige die op aarde bewust hier mee bezig waren. Met andere
groepen in de VS en in Duitsland was afgesproken dat zij hetzelfde zouden
doen om groter onheil te voorkomen. Een catastrofale ingreep van Sorat
was wel degelijk, gezien de constellatie op dat moment, mogelijk geweest.
Hoe en wat er precies is gebeurd zal zich nog duidelijk uitwijzen in de
toekomst. Mijn gedachte de week erna was dat Sorat wel op aarde was maar
niet de macht heeft gekregen waarop hij had gehoopt. Deze gedachte ontstond
door de enorme zware luchten en de moeizame gebeurtenissen bij mensen
om mij heen. Wolken waar of heel veel of helemaal geen regen uit viel
met harde windstoten of stormen. Later vond ik de bevestiging in het boek
‘Esoterisch Christendom tot heden’ van Nicolaas de Jong waarin
hij schrijft dat Sorat inderdaad op aarde is gekomen op 11 augustus 1999
maar dat er voldoende bewustzijn was bij de mensen om zijn aangrijpen
tot in de aardkern te voorkomen. Het centrum van de handeling op de 11e
augustus was het beeldje van de zon waarover een gedicht werd voorgedragen
aan de aarde en de natuurgod Pan. Het was tijdens dit moment dat ik de
aarde als een bruisvat ervoer en er een hommel op mijn linker schouder
ging zitten. Het was de aarde en alle wezens er in en om even niet duidelijk
welke kant ze op moesten. Er was totale chaos. Wij als mensen moesten
de richting aangeven. De aarde bobbelde en bruiste van activiteit alsof
zij baren moest.
Karakteristiek vond ik ook de gemaakte beelden zoals de zon die terug
leek te deinzen alsof hij een klap in het gezicht kreeg. Voor mij is er
geen twijfel of wij goed gedaan hebben. Ik denk dat we iets gedaan hebben
wat in de toekomst meer en meer vanzelfsprekend gaat worden en nu al wordt.
Bovendien is het van groot belang dat deze dingen gedaan worden voor de
aarde en de mensen. Dit alles op kunstzinnige wijze, want door het beoefenen
van kunst raakt men vertrouwd met de levens- (en andere) wereld en leert
er mee omgaan en kan leren zien hoe de hele wereld op kunstzinnige wijze
is geschapen en hoe wij medescheppers zijn.
Elbert Slikkerveer, Almen
Tweede verslag
’s Ochtends vroeg kwamen
we in Bergen bijeen om gezamenlijk deze gebeurtenis te beleven. Er was
veel te doen in de drie uren voordat zon, maan en aarde zich maximaal
in een lijn zouden bevinden. Tevoren had Nicolaas een horoscoopduiding
voor dit moment gemaakt. (1) Het idee was nu:
1. Ons zo goed mogelijk vertrouwd te maken met de planeetstanden;
2. om op die basis tijdens de verduistering als mensen aktief een rol
te vervullen.
We richtten ons eerst op de stemming van de dag: hoe waren we opgestaan,
geluiden, kleuren, beweging, gedach-ten enzovoort., ieder met gebruikmaking
van zijn favoriete zintuigen. Dat gingen we zingen, eerst zoekend naar
klanken, ritme, ook op elkaar reagerend. Vervolgens werd meer richting
aangegeven door lierspel, uitgaande van toon- en maatsoorten, horend bij
de planeetstanden in de horoscoop.(2) In de ontstane samenzang vielen
de dalende en stijgende toonreeksen met kwart- en secunde-intervallen
op, er kon ik kwiekheid en strijdbaarheid waarnemen; en dat sloot aan
bij de vertelde ervaringen van Marsaktiviteit in de voorgaande dagen,
waarin ieder z'n best leek te doen in of goed of kwaad.
Nu werden de diverse planeten over ons verdeeld, al naar gelang dat men
was aangesproken in het eerste gedeelte. Per planeetstand werd geprobeerd
dichter bij een muzikale zin te komen,die herhaalbaar was; improviserend
binnen de door lierspel aangegeven gebieden vormden zich een melodielijn,
lettergrepen, woorden. Vervolgens werd tegelijk gezongen door maan, zon,
Mars, Saturnus en Uranus, het grote vierkant dus: een contrastrijke, wringende
en bewustmakende muziek, die uiteindelijk vanzelf stokte; in feite een
illustratie van vierkantigheid. Het driehoeksaspekt tussen Venus en Jupiter
leverde een swingende harmonische beleving, die vanzelf ‘door’
leek te bewegen en ‘licht’ klonk. De muzikale ideeën
werden genoteerd als basis voor een eventuele verder uitgewerkte compositie.
Het volgende onderdeel behelsde een verdere verdichting van de individuele
planeetbelevingen, het gebaar, in boetseerklei, maar ook een omvorming
van de muzikale zin/ beweging,’ zodat die iets ten goede toevoegde:
van idee naar ideaal, in ons opgewekte wilsimpuls.
Ondertussen werd het iets donkerder en raakte de aandacht verdeeld over
boetseren en observeren. We moesten ons haasten om de eerste fase af te
ronden : de driedimensionale beeldjes werden met elkaar in verband gebracht,
dat wil zeggen opgesteld zoals in de horoscoop aangegeven, waardoor weer
andere aspecten van de planeetwerkingen zichtbaar werden in het platte
vlak:
* Mars, sterk aanwezig in de vorm van een gebalde vuist met drakenrug.
De binnenkant hol, als hield het beest de adem in en bereidheid toonde
om zich in het andere te verliezen. Saturnus riep op tot bezinning op
wat was aangehaald en vandaaruit door te gaan. Bovendien een handvorm
gericht op schaal beneden.
* Uranus moest de werking uit de hoek van Mars en Saturnus afweren en
er mee omgaan en tegelijkertijd iets voortbrengen ter compensatie van
de zon/maan-situatie aan de overkant. Ook de muzikale zin klonk al als
een kiem van het onbekende ten opzichte van het ‘normale’
gedrag van Mars en Saturnus. Zon en maan sloten goed aan op elkaar zonder
verder een opvalllende rol te spelen. Het maanbeeld was rustig bewustmakend,
een passieve spiegel, neigde in zichzelf te wentelen, maar toonde als
wilsimpuls een onzelfzuchtig, schenkend tegenbaar. De zon een lemniscaatvorm,
maar weinig gedifferentieerd, niet verbonden.
* Mercurius en Venus leken bereid om gedeeltelijk de taak van de zon over
te nemen, Mercurius drong aan op door-ikking van de levenskrachten. Venus
bestreefde close-harmony middels accentverschuiving op de juiste plek,
zorgde voor doorstroming en doorzichtigheid. Jupiter werkte hier aan mee,
vooral samen met Venus door evenwicht en grote overzichtelijke gebaar.
* Neptunus tenslotte illustreerde mooi de mysterieplaneetwerking (evenals
Uranus), gaf een idee van de daarin spelende bewustwordingskrachten ten
aanzien van aardse verschijnselen: het iets uit de aarde willen tillen
en dat in een omarmend gebaar op te vangen (gebrande sienna?).
Even na het tijdstip van de zonsverduistering begonnen we aan deel twee.
(3) We hadden de constellatie waargenomen (stemming, gebaar, idee), maar
hoe konden we nu de gewekte idealen/wilsimpulsen direkt vruchtbaar worden
gemaakt, door nu iets te doen, voor de aarde.
Hiertoe was door Nicolaas een gedicht geschreven ("Verzoek aan de
aarde"); een oproep tot samenwerking tussen diverse hiërarchieën
van engelen en elementwezens met de mens als middelaar, om deze dag, dit
uur iets ten goede te keren in de tegennatuurrijken in de aarde.
Per planeetstand was deze oproep uitgewerkt, teken en huis gaven aan welke
specifieke engelenhiërarchie en elementwezenklasse werkzaam was en
welke laag van de ondernatuur aangesproken kon worden. De planeet zelf
leverde de ritmevoeten van de diverse strofen.
Een fragment, Saturnus :
-- v v (dactylus)
Wilsgeesten hoog op uw tronen van duur,
Gij die het lot wilt verdichten dit uur
nu de zon wordt verhuld door onwerkelijkheid;
Laat tot het rijk van de feeën ons toe
opdat zij dansen de dans der oprechtheid.
Laat hen verhullen de disharmonie van het nu,
opdat geen heersschap die huist in de vuur-aarde
luistert en het lijden vergroot van de mensen
door een vuurreus te zenden
naar het aardoppervlak.
En vulkanen en aardbevingen
ons toe te wensen dit uur......
Draaiend tegen de klok in,
over het grasveldje, onze beeldjes dragend, werd het gedicht voorgedragen;
we dansten in de diverse ritmevoeten en plaatsten de beeldjes eén
voor eén in de inmiddels bekende stand op de aarde, overeenkomstig
de windrichtingen, rondom een centraal (aarde) beeldje.
Er volgde nog een nabespreking, waarin gerefereerd werd aan de moeilijkheden
om zomaar de stemming te pakken, de muzikale zin vast te zetten, in de
praktijk, in een groepsproces, met weerstanden in en rondom ons. Ook de
beelden werden nog belicht, maar eigenlijk heerste ernst en zwijgzaamheid.
Langzaam werd het pas een gewone dag en ging ieders zijns weegs.
Bespiegelingen
Tot zover deze beschrijving, nu nog wat bespiegelingen achteraf, omdat
ik me steeds bewuster werd van van de uitgebreidheid van wat we intuitief
gedaan hadden. Allereerst was er het besef van de zinvolheid van het gebeurde,
de ernst en hartewarmte waarmee we werkten., het gevoel van broederschap.
Daarnaast verbazing over gelijktijdige eenvoud en complexiteit, verbindingen
tussen mensen, met elementen en hiërarchieën en aarde, ritme
en beeld, horizontaal en verticaal, horen en zien, etherische en astrale
gebieden; ook over de letterlijke zichtbare horoscoop in het gras.
Maar ook, direct daaraan gekoppeld de keerzijde; gebrek aan ernst, eenzijdigheid
en conflictjes etcetera. Met name ook twijfel over de geschiktheid van
deze werkwijze (per persoon verschillend), die sterk vanuit de duisternis
vertrekt. En deze keerzijde is even reëel, maar wordt gemakkelijk
weggedrukt of over het hoofd gezien. Mijn persoonlijke ervaring is dat
oefening hier kunst baart en dat snel bewustzijnslichtaanknopingspunten
onstaan.
In de diverse publicaties rondom 11 augustus trad steeds weer het zeer
bijzondere van deze constellatie naar voren: naast de kruisvorm wordt
gewezen op kometen, meteoren, ruimtevaartprojecten, reeksen van opposities.
(4) En dan luidt de conclusie, mijns inziens terecht, dat er door de kosmos
een vraag wordt gesteld aan de mensheid. Sinds Christus verblijf in de
ethersfeer van de aarde krijgen we steeds meer de kracht om in vrijheid
daden te verrichten in overeenstemming met wat de kosmos vraagt, en dat
juist voor mensen die zelf dreigen te bezwijken onder een duistere stormloop.
(5)
Welnu, welke daden?
Een goede manier is de gegevene: vertrekpunt is de waarnemingsoefening
van deze dag (waarop sowieso het geestelijke duidelijk aanwezig is.) (6)
Onze duisternis ten aanzien van het onderwerp komt in beweging, met name
door de opgewekte gevoelens en ideeën substantie te geven middels
muziek en klei. Maar pas in de tweede fase verrichten we een daad, als
we op de drempel van de zonsverduistering, iets vanuit onze binnenwereld
uitstralen, als reaktie op de via de zintuigen ervaren buitenetherwereld.
Zo’n waarnemingsoefening werkt op zich als een bevrijding. Een van
de deelnemers had tijdens het lopen en dansen de ingeving dat er talloze
elementwezens met ons meedraaiden. Maar om dit mogelijk te maken is een
grondige bestudering nodig van de aarde, en de elementaire wereld. Daarvoor
is het nodig om in de horoscoop de huizen te betrekken, om de uitwerking
van de planeten in de leefwereld van de aarde, dus op de elementwezens,
te laten mee spreken. Anders vergeet je toch de aarde. (7) Elders heb
ik ten aanzien van dit aspect werkelijk niets aangetroffen.
Wiljan Hoes, Amsterdam.
Noten
1. Zie het artikel van Nicolaas de Jong in de vorige Bruisvat.
2. Nadere uitwerking van deze muzikale methode is te vinden in Nicolaas
Marius, “Karmische Astrofie", Rune-uitgave Bergen 1996.
3. Het ‘hemelse’ kruis valt zoveel mogelijk samen met de aardse
vier windrichtingen.
4. Artikelen in:
- Motief, mei en juni ‘99 van M. Fontijn
- Motief september ‘99 van F. Molhoek
- Info3, 7 en 8 ‘99 van Johan Meeks
- Antroposophy Worldwide, juli ‘99 van Hartmut Ramm
5. In 1942 vond de tweede kruisiging van Christus, in de ethersfeer, plaats
(er is een slot van de etherwereld afgehaald) en sindsdien is erg veel
anders: zie het werk van Jesaiah Ben Aharon: ‘De spirituele betekenins
van de twintigste em’, Zeist 1996 en ‘The new Experience of
the Supersensible’, London 1995.
6. Toelichting in het boek ‘Wetenschap Anders’, Nicolaas M.
de Jong, Bergen 1999 (o.a. blz. 364 e.v.)
7.Voor koppeling van elementwezens aan de aarde huizen en kosmos, zie
noot 6, vanaf blz. .207.Over ondernatuurlagen is daarin ook veel te vinden,
evenals in het werk van Marko Pogacnik, over veranderingen van de aarde.
Minder recent o.a. bij Sigismund von Gleich, Kees Zoeteman en Walter Cloos.
Uit: Bruisvat No. 1.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|