|
Uit: Bruisvat 7, voorjaar-zomer
2002
Je moet het ijzer smeden als het heet is
Smeden en ijzer: ik-versterking
door Elbert Slikkerveer
Er is weinig bekend over
het beroep smeden. Slechts enkele boeken zijn er te vinden die vaak heel
beknopt iets zeggen over de oorsprong van het vak smeden, de werkmethoden
en het ijzer. Dit is toch vreemd omdat we in een wereld leven die vol
van ijzeren voorwerpen is. Hoe is dat eigenlijk om met ijzer ook innerlijk
een verbinding aan te gaan? Wat doet dit met ons en de omgeving? Wat heeft
dat voor zin? Je kunt je op verschillende manieren met ijzer verbinden.
Bij constructie werk, zoals lassen en klinken blijf je vaak aan de dode
kant van ijzer steken. Bij ritmisch smeden kom je tot een levendiger verbinding.
Bloed en ijzer
IJzer is een taai en tegelijk,
in verhitte toestand, makkelijk plooibaar metaal, dat gemakkelijk reageert
met andere substanties. In de natuur komt het vrijwel niet puur voor:
aan de lucht oxideert het snel tot roodbruin roest, ijzeroxide. Deze verbinding
duidt op de grote affiniteit met het leven, waarvan zuurstof de dragende
substantie vormt. Tevens duidt het aan dat het in zuur milieu, dat wil
zeggen in verbinding met astrale krachten (de naam zuur-stof duidt dit
al aan; is zuurvormend), snel oplost en desintegreert. In de mens komt
het voor als kern van haemoglobine, het eiwit in de rode bloedlichaampjes
dat het transport van zuurstof door het lichaam verzorgt. Het maakt het
tevens mogelijk dat het ik van de mens zich in het bloed kan nestelen.
Door orde in zijn leven te scheppen, vormt de mens zijn biografie op een
zinvolle wijze. Het is deze ordeningskracht die door het Marsproces wordt
bewerkstelligd middels het ijzer. Dit alleen al zou een reden kunnen zijn
je met het wezen van ijzer te verbinden. Verder is de werking van ijzer
zichtbaar in constructies van bijvoorbeeld bruggen (verbindingen leggend)
en torens, een uiting van de krachtige werking, die de oprechte ik-kracht
van de mens kan dragen. De ordenende strijdvaardigheid, die zich in woorden,
maar ook in wapenfeiten kan uiten. In de tijd dat de woordkracht nog niet
zo ver was ontwikkeld, werd Mars als de oorlogsgod bestempeld.
Ares
In verschillende verhalen
over de Graal is het ijzeren zwaard het beeld voor het ordebrengende onderscheidingsvermogen
van het denkende oordeel. De lans met bebloede punt van Golgotha die de
pijn in de hardnekkige wond van de graalskoning Amfortas kan verzachten,
is de uitdrukking van de ik-kracht die zetelt in het bloed. De metalen
vanadium, kobalt, nikkel, chroom en mangaan zijn allen een modificatie
van het ijzer door een ander planeetproces dan dat van Mars.(1) Overigens
hebben alle om ons heen verzamelde metalen een relatie met de levende
wereld en hangen samen met specifieke planeetwerkingen. (2)
De Kalewala
Over de oorsprong van ijzer
kan men iets vinden in de Kalewala , het Finse heldenepos. Waarvan hier
een samenvatting:
Terwijl de oude wijze Väinamöinen in zijn slede door bet Noordland
joeg, zag hij een wonderbaarlijk mooi schouwspel. Op de hemelboog zat
een beeldschoon meisje in een stralend kleed. Daar zat zij te weven aan
een gouden weefsel, dat met zilver versierd werd. Het werpen met het weversspoeltje
had Väinamöinen gehoord. Daardoor kijkt hij op. Hij nodigt het
meisje uit naar beneden te komen en in zijn slede plaats te nemen, om
met hem mee te gaan naar zijn land als zijn vrouw. Het meisje antwoordt.
,,Beter is het voor het meisje te blijven in het vaderhuis, vrij te leven,
door de bossen te dwalen, en bessen te plukken, dan hard te werken voor
een man." Als Väinamöinen aanhoudt, geeft zij hem moeilijke
taken op, die hij moet volbrengen, alvorens zij hem volgen zal als vrouw.
Eerst moet hij een haar splijten met een puntloos mes. Dan moet bij een
knoop leggen in een ei. Dat alles doet Väinamöinen in een ommezien.
Vervolgens moet hij een steen schillen en een staaf uit ijs houwen zonder
splinters te maken. Ook dit weet Väinamöinen onverwijld te doen.
Tenslotte komt de zwaarste taak: uit de splinter van een weefspoel een
boot te bouwen en zonder hem aan te raker in 't water te brengen. Met
bekwaamheid timmert Väinamöinen aan de boot. Op een rots gezeten
werkt hij met zijn bijl, maar de derde dag glijdt de bijl uit, stuit op
de rots en schiet vandaar in de knie van Väinamöinen. Het bloed
stroomt in beken uit de wond, bloed stroomt over de struiken, over het
gras, over het mos. Väinamöinen zingt nu zijn toverliederen
om het bloed te stuiten. Maar zij baten niet, want hij komt niet op de
oorsprong van het ijzer zelf. Daarop kan hij zich niet bezinnen en het
bloed blijft stromen.
Nu slingert Väinamöinen zich in de slede, hij rijdt weg om iemand
te zoeken die de oorsprong van bet ijzer weet en daardoor het bloed kan
stuiten in zijn stroom. Eindelijk vindt hij de oude man die deze wijsheid
bezit. Väinamöinen legt de man zijn probleem voor en begint
een lied te zingen over de oorsprong van het ijzer. Een merkwaardig lied:
Lucht is de moeder, water de oudste van de zusters, ijzer de jongste,
in het midden staat bet vuur. De hemelgod Akko scheidde het water van
de lucht, vormde uit het water de aarde. Daarna wreef hij de beide handen
tegen elkaar en over de knie waardoor drie jonkvrouwen ontstonden, Deze
drie jonkvrouwen schreden bevallig langs de rand der wolken en lieten
melk naar de aarde regenen. De oudste gaf zwarte melk, de middelste witte
en de jongste rode melk, die viel in moerassen, in de rivieren en op de
aarde. Waar de zwarte melk viel, daar ontstond het weke ijzer. Waar de
witte melk stroomde ontstond het harde staal en uit de rode melk ontstond
smeedijzer. Het ijzer wilde zijn broeder, het vuur, leren kennen. Dit
echter trachtte het ijzer op wilde wijze te verbranden. Het ijzer sloeg
op de vlucht, het moest zich verbergen voor bet vuur en kroop in de diepten
der moerassen, in het bronwater, in de bergen. En over dit roestige ijzer
in de moerassen liepen wolven en beren, die donkere sporen achter lieten.
Op de kolenberg werd Ilmarinen geboren, al dadelijk met een koperen hamer
in de ene, en een tang in de andere hand. De eerste dag bouwde hij reeds
een smidse. Die bouwde hij op een heuvel in de moerassen, waar hij in
de wolven- en berensporen het roestige ijzer had ontdekt. Nu brengt Ilmarinen
het ijzer in aanraking met het vuur, in zijn smidse. Hij laat het vuur
stevig aanblazen en smelt het ijzer. Dit vraagt hem op te houden. Dan
haalt hij het uit het vuur en smeedt het ijzer op het aambeeld. Allerlei
werktuigen maakt hij, ook zwaarden en speren; maar het ijzer is nog niet
hard genoeg. Ilmarinen zoekt een vloeistof, waarin hij het harden kan.
As en loog zijn niet voldoende, honing van het bijtje wil Ilmarinen erbij
hebben. Hij roept de bij om het hem te brengen. Maar deze roep is ook
gehoord door de horzel, die van onder de dakrand het smeden had bekeken.
Deze haalt snel een mengsel van slangengif, mierensap, paddenvloeistof
en voegt dit boosaardig mengsel bij het hardingswater van de smid. Wanneer
Ilmarinen het ijzer daarin bewerkt, wordt dit zelf boosaardig en doet
kwaad tegen alle mensen.
De oude man heeft tot zover Väinamöinen's lied over de oorsprong
en de boosheid van het ijzer gehoord. Hij begint nu zijn lied te zingen,
het toverlied waarin de boosheid van het ijzer wordt bezworen. Hij vertelt
nog eens hoe onbeduidend het ijzer was, toen het in melkvorm omlaag geregend
kwam op aarde, toen het in de moerassen lag, toen het in Ilmarinen's smidse
kwam en hoe het daar pas sterk en kwaad werd. Hij herinnert het aan zijn
oorsprong en dan roept hij het bloed toe dat het op moet houden te vloeien.
Stil moet het blijven staan. Wanneer het stromen wil, dan moet het naar
binnen stromen in Väinamöinen's vlees en beenderen. Vervolgens
wordt Akko’s kracht opgeroepen om het bloed te stuiten en zo lukt
het de oude man de stroom van 't rode bloed tot staan te brengen. Daarna
zendt hij een jongen naar de smidse om honingzalf te halen ,,opdat de
wonde zal genezen." De eik schenkt honing, die van de boom omlaag
druipt, Dit wordt gemengd met kruiden en grassen en in de smidse boven
het vuur gehouden. Als proef bestrijkt de jongen een door midden gebroken
populier met de zalf en zie - de boom groeit weer samen en krijgt een
prachtige stam, mooier dan ooit te voren.
De oude man strijkt de zalf op Väinamöinen's wond onder het
spreken van een heilige spreuk. Eerst deed het verschrikkelijk pijn, maar
na korte tijd bespeurde Väinamöinen dat hij gezond werd. De
pijnen verminderden, het vlees groeide samen en zonder litteken heelde
de wond. Weinamuinen dankt de hemelgod voor zijn genezing.
Tot zover de Kalewala; Akko schept het drievoudige ijzer uit zijn knie
en Väinamöinen verliest het ‘ijzer’ uit zijn knie.
De knie is als eerste lid, dat naar voren beweegt als men begint te lopen,
een uiting van het willen verbinden en richten op de toekomst. Dit is
een galproces; door met beleid te doen orde te scheppen in je leven. Daarvoor
zijn moed en kracht nodig die ook weer duidelijk samenhangen met Mars
en ijzer. Väinamöinen verliest, doordat hij wordt afgeleid van
zijn pad, door goud en zilver (krachtenspel van zon en maan), het contact
met zijn ik in het lichaam en daarmee zijn ordeningsvermogen. Hij kijkt
namelijk naar boven en verliest hierdoor ook het contact met de weg. Väinamöinen
kan alleen zijn onderscheidingsvermogen en zijn aangrijpingspunt voor
zijn ik terugkrijgen als hij het ijzer weet te verlossen en te verhogen.
De oude man (oude wijsheid) doet hem dit voor en helpt hem te genezen.
Dit is dus tevens een sociaal gebeuren. De kwaadaardige kant van ijzer
heeft vermoedelijk te maken met ongerichte wilskracht. Wapens en werktuigen
bieden bijvoorbeeld mogelijkheden om naar buiten toe ‘ordenend’
op te treden. Wanneer dit niet gepaard gaat met morele ontwikkeling (in
dit geval ‘innerlijk ordenen’ ) kan er veel leed mee in de
wereld komen. IJzer biedt mogelijkheden ter ondersteuning van Ik-kracht,
maar is daarmee nog niet de Ik-kracht zelf.
Smeden in de praktijk
Smeden biedt een goede mogelijkheid
om je met ijzer te verbinden. Net als bij het scheppen van ijzer in de
Kalewala door Akko, zijn de elementen lucht en water bij het smeden van
groot belang. Het vuur kan pas heet genoeg worden door het voortdurend
aan te blazen met lucht. Water is altijd bij de hand voor het afkoelen
en harden van het ijzer. Het element aarde zit hem in de kolen en het
ijzer zelf of de erts waar het uit komt.
Smeden is moeilijker dan men denkt. Dit komt ondermeer door het materiële
“gemak” waarmee de mens tegenwoordig wordt overspoeld. Ondanks
vele waarschuwingen van de begeleider blijkt het toch erg moeilijk b.v.
om het ijzer op tijd uit het vuur te halen. Ook valt het niet mee om van
te voren te “weten” wat je gaat maken zodat je het hete ijzer
de juiste klappen op de juiste plek kan geven. Je moet een aantal dingen
tegelijk doen tijdens het smeden. Dit vraagt een grote concentratie. Je
moet precies weten hoe je het werkstuk wilt hebben en waar je daarvoor
het eerste de hamer op dient te richten. Tegelijkertijd dien je niet van
je stuk te raken als het werkstuk uit je handen vliegt of wegdraait. Als
het ijzer heet is moet je het smeden. Even te lang kijken naar hoe het
moet worden gevormd, en het koelt af en je kan opnieuw beginnen.
Veel deelnemers ervaren dat ze door het smeden scherper kunnen gaan waarnemen
en makkelijker een keuze kunnen maken. Men is minder snel van zijn stuk
te brengen en voelt zich krachtiger. Dit gevoel blijft vaak dagen en soms
weken hangen. Dingen waar nog geen keuzes in zijn gemaakt, kunnen hierdoor
weer aan de orde komen.
Smeden en morele techniek
Bij mij op de smeedplaats neemt
muziek een belangrijke plaats in als onderdeel van het smeden. Bij aanvang
van een workshop vindt eerst kunstzinnige verdieping plaats in de ritmen
en (smeed)liederen door middel van samenzang en beweging, alvorens er
wordt gesmeed. Ritme vervangt kracht. Veel oude volkeren waren nog vertrouwd
met het werken met muziek om de arbeid lichter te maken. Zo zongen de
negerslaven ritmische liederen om hun werk gedaan te krijgen. Ook is dit
bekend uit de kunst. Een eurythmist weet b.v. heel goed dat je het niet
vol houdt als je niet in een ritme komt of blijft.
Een ritmisch gesmeed werkstuk is vaak levendiger en toegankelijker geworden
voor de inwerking van kosmische krachten. IJzer brengt de kosmische ritmen
op aarde, en offert zichzelf daarbij op. In ons door de stuwkracht van
het bloed (waarin onze wilsimpulsen leven) die in de lever wordt gestopt
en daardoor klankpatronen doet ontstaan. Het haem (=ijzer) in het eiwit
heamoglobine binnen de rode bloedcellen zorgt daarvoor (officieel heet
het dat dit de zuurstof ofwel levensstof bindt). Het overbrengen van die
ritmen kost ijzer zelf zijn eigenheid; het verbrokkelt aan oppervlakten
tot roest onder inwerking van zuurstof (zuurvormer) uit de lucht; dat
heet oxidatie. Door het ijzer echter te vormen met ritmen die met ons
eigen levenslichaam samenhangen (en dan te harden met loog of water (beide
reducerend in plaats van oxiderend), leg je de vormwerkingen welke uitgaan
van die ritmen, in de substantie zelf neer. (3)
IJzererts
Een voorbeeld van hoe dit
in zijn werk gaat is het zwaard Excalibur dat voor koning Arthur is gesmeed.
Het ijzer daarvoor is tien keer vermalen en aan de ganzen als voedsel
gegeven, en evenzovele keren is het herwonnen uit de uitwerpselen van
deze vogels, waarna het telkens werd gesmeed (ritmisch beslagen) en weer
vermalen. Na nog een aantal handelingen is er uiteindelijk dit beroemde
zwaard van gesmeed. Het door de darmen gaan van de ganzen bewerkstelligt
eerst een zuur (oxiderend), dan een basisch (loog, reducerend) milieu,
dus een ontritmisering (zuur milieu), verharding (basisch) en daarna weer
ritmisering (het smeden). Vooral het reduceren is sterk bij vogels (sterker
dan bij zoogdieren; vandaar geen bruine, maar groene poep). Dus geeft
deze voorgang een staal dat zo gehard is als nu geen enkele oxystaalbewerking
uit hoogovens kan bereiken. IJzer heeft dus een direct verband met onze
wil die in het ritmische leeft; dit als een uitdrukking van de Geesten
van de Beweging die werken vanuit de Mars-sfeer. Zuur (=astraliteit) en
loog (=levenskracht) hebben er sterke inwerkingen op (denk aan de in de
Kalewala geschetste drie soorten van melk die het ijzer doen ontstaan).
Het ijzer kan dusdanig bewerkt worden dat het een verlengstuk van de wil
wordt. Volgens mij is hierom ritmisch smeden een goede aanzet om te komen
tot het beleven en in de praktijk brengen van morele c.q. ethertechniek
(zie voetnoot). De door ons toegepaste ritmen hangen samen met de sterren
en de elementen aarde, water, lucht en vuur die door het innerlijk meebewegen
en laten klinken de achterliggende elementenwezens bij het werk betrekken.
Dit is dan uiteindelijk in jezelf en het werk zichtbaar. Door een bepaald
vuurritme toe te passen kan men b.v het ijzer veel sneller uitdrijven
(dunner en breder en langer maken) dan ‘normaal’. Dit geeft
ook een andere structuur dan niet ritmisch uitdrijven. Je kunt daarbij
merken dat niet elk stuk ijzer even makkelijk ‘meewerkt’.
Waarom zou men ritmisch smeden in 2002?
We leven in een tijd waar veel van ons wordt gevraagd en waar we in tamelijk
korte tijd veel en vaak ook nog grote beslissingen moeten nemen. Een manier
om je hoofd boven water te houden is door je te verbinden met ijzer. Tevens
is het een weg om te komen tot een ijzeren standvastigheid, moed, Ik-kracht
en onderscheidingsvermogen.
Elbert Slikkerveer organiseert regelmatig smeeddagen: zie hieronder de
ervaringen van een deelnemer en voor data de Bruisvat-agenda.
Groeten uit Smederij Slikkerveer!
Noten
(1) Zie het boek 'Substanzlehre' van R. Hauschka.
(2) Metalen zijn tot in het fysieke verdichte werkingen van de planeetsferen:
-Lood - Satumus
-Tin - Jupiter
-IJzer - Mars
-Goud - zon
-Koper - Venus
-Kwikzilver - Mercurius
-Zilver – Maan
(3) Door het onderzoekswerk van N. M. de Jong in de toegepaste astrosofie
zijn de ritmen uit de 12 wereldrichtingen die ons levenslichaam onderhouden
en waarin de wil leeft, toepasbaar gemaakt voor het smeden, zodat we er
ons direct mee kunnen verbinden. Zie o.a. ‘Karmische Astrosofie’
en ‘Wetenschap Anders’ plus artikelen over morele techniek
in Bruisvat 1 en 2.
Je moet
het ijzer smeden als het niet te heet is...
Impressies van een dag smeden
door Sine Fonk
Vuur, vonken, as, houtskool,
gerommel van de luchtblazer en een voortdurend gebonk. Het ijzer, dat
wat in eerste instantie nog een staafvorm heeft, wordt allengs vervormd
tot een zeer grote diversiteit aan mogelijkheden.
Het ritme van het bewerken met de hamer, de slagkracht, de gedachte waar
het naar toe moet, een aangetrokken worden door het diep donker rood gloeien
en een saamhorigheidgevoel van het als groep, in duo’s rond de aambeelden,
bezig zijn met iets wat de meeste mensen niet meer kennen. Wat is er allemaal
van ijzer? Nu zo ongeveer ons halve leven. Variërende van auto’s,
tot messen, fietsen, snaren, wasmachine, een schop, scharnieren, etc.Dagelijkse
gebruiksvoorwerpen als een blikopener waar wij eigenlijk niet eens meer
stil bij staan. Bij het zelf smeden ervaar je plotseling wat een wonder
het eigenlijk is dat wij al die dingen hebben. Netjes afgewerkt, meestal
niet (meer) roestende, gaat ons leven op rolletjes. Noeste arbeid die
er nodig is om zo’n vorm te bereiken. En natuurlijk, ijzer wordt
vaak gegoten. Maar toch, er wordt iets omgevormd van ijzererts naar een
handzaam produkt wat een relatie met ons heeft. Het moet voor ons ‘handig’
zijn.
Afkoelende zie je de verschillende kleuren ontstaan in het ijzeren werkstuk
wat zojuist nog roodgloeiend in de door jou vastgehouden tang aanwezig
was. Nu is het weer tot rust gekomen. Gestold in een nieuwe vorm. Bij
te sterk verhitten zie je sterretjes knallen van het ijzer. Letterlijk
als de sterretjes op oudejaarsavond lijkt het dan. Ook ijzer kan verbranden
en het is heel gek om je dat te realiseren. Rondom de aambeelden liggen
bergen afgeslagen slakken en snippertjes. De bodem zal hier de komende
honderd jaar (ijzer)rijk voorzien zijn.
Heb je eenmaal het ritme te pakken, dan lijkt het zware werk vanzelf te
gaan en krijg je het sterke gevoel dat alles in principe te maken valt.
Een zekere scherpte en doelgerichtheid komt bovendrijven en werkt nog
lang na. Dat is bijzonder om te merken.
Uit: Bruisvat No. 7.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|