|
Uit:Bruisvat 8, najaar-winter
2002
Landschapswerk op het Jupiter-instroompunt van
Europa
De Externsteine: het centrale Germaanse heiligdom
door Elbert Slikkerveer
(m.m.v. Nicolaas de Jong en Ezrah Bakker)
In midden-Duitsland, tussen Detmold en Paderborn, vlakbij het riviertje
de Lippe, en aan het einde van het nog altijd uitgestrekte Teutoburger
Wald, is een kleine afsluitende bergrug die bestaat uit een rotsbodem
met daaroverheen stenen en grond. Aan het eind van deze bergrug zijn grond
en steenslag verdwenen, en rijzen vier losstaande, verticale rotsen als
reuzenvingers omhoog (de grootste is 38 meter). Ze worden de Externsteine
genoemd. Ziehier het oude centrale heiligdom van de Germanen.
Een korte inleiding
Reeds op het eerste gezicht
valt op dat de hele vorm en aard van de plek zich niet laat vergelijken
met de strakke geometrie die veel oude mysterieplaatsen elders in Europa,
zoals Stonehenge, kenmerkt. Nog altijd maakt de plek een grillige, woeste
indruk.
Bij deze een korte karakterisering van de vier rotsen. Onder aan de eerste
rots ligt een grote steen. Daarin is een ruimte uitgehouwen waarin wijdingshandelingen
zijn uitgevoerd (er is bijvoorbeeld een waterbekken, en er waren ooit
voorstellingen en beelden langs de wanden). Een soort bijna-dood-ervaring
door verdrinking werd hier bewust begeleid door zingende priesters. (1)
De tweede rots heeft op de top een uitgehouwen ruimte met openingen en
nissen die precies worden beschenen wanneer de zon op komt bij de zonnewendes
(een deel van de wanden en het dak van deze ruimte is ingestort, zodat
hij nu open is). De tweede rots is heden bereikbaar met een brug, zo’n
twintig meter boven de grond, die komt vanaf de derde rots; vroeger is
deze verbinding een losbengelend touw geweest.
De derde rots heeft een uitgehouwen trap naar boven (die vroeger afgesloten
was, zodat men in het donker liep), waar een wijdeling op het verbindende
touw boven de afgrond tussen de tweede en derde rots de zogenaamde luchtproef
diende te doorstaan; hij kwam uit de afgesloten duisternis wanneer hij
de trap opliep, ineens in de wijdte van de afgrond tussen de derde en
de tweede rots waarover het touw hing, en hij diende dit op goed vertrouwen
over te lopen om in de kamer van de tweede rots te zullen komen, alwaar
de leidende priester-hiërofant hem ontving.
Tussen de tweede en derde rots in is beneden een soort preekstoel uitgehouwen,
waar vroeger het belangrijkste beeld voor de Germanen gestaan heeft, namelijk
de Irminszuil ofwel Yggdrasil (Ik-draagster), in de vorm van een grote
levensboom.
De vierde rots, gescheiden van de overige drie door een weg die naar de
bergen erachter leidt, heeft een zogenaamde wankelsteen bovenop liggen
(die heden is vastgemetseld), waardoorheen Odin, de centrale Germaanse
god, kon spreken door deze steen ‘gecodeerd’ te laten bewegen.
Een karakteristieke vorm in deze rots is een reliëf van Odin die
gekruisigd aan een boom hangt.

De Externsteine
Oergeschiedenis
Rudolf Steiner geeft aan dat
in ongeveer 700 voor Christus de persoon die in een daaropvolgend leven
Gauthama Boeddha zou worden, aan de Krim in Zuid-Rusland een mysterieplaats
had. Door de Germanen wordt deze persoon verheerlijkt onder de naam Odin
of Wodan, de hen inspirerende hoofdgod. Op de Krim waren onder andere
de latere Mani, de latere Fransiscus van Assisi, en Skythianos, ingewijde
voor de Germanen, zijn leerlingen. In de Germaanse mythologie wordt verhaald
hoe Odin na negen dagen hangend aan ‘die boom waarvan niemand weet
uit welke wortels hij groeit’, de runen bemachtigde. Skythianos
heeft vanuit de Krim dit runeschrift met zich meegenomen naar Midden-Europa.
Hij werd begeleid door de Skythen, een strijdvaardig volk dat leefde op
de Balkan, en met hen veroverde hij de Externsteine op de voornamelijk
Keltische druïdenpriesters die dit heiligdom beheerden en de eromheen
levende Germaanse stammen onderrichten. Met deze verovering en het brengen
van het runeschrift werd een intellectuele inslag gegeven in het Germaanse
volk, dat zich tot dan toe sterk onderdeel voelde uitmaken van de kosmos
en waarin de enkeling zich nog niet als zodanig beleefde, maar zich letterlijk
deel voelde uitmaken van zijn eigen stam. Door strijd en geestvervoering
in het ritmische voordragen van helden- en godendichten in beeldvorm en
op stafrijm, beleefden zij een soort van extase, werden boven hun stamverband
uitgetild, en beleefden zich als een individu. Aanvankelijk hadden zij
dan ook een sterke vorm van helderziendheid en hielden deze in vergelijking
met de volkeren van Zuid Europa veel langer vast.
Het verlies van deze vermogens komt tot uitdrukking in de dood van Baldur.
Baldur, de zoon van Wodan, door iedereen geprezen, oogverblindend mooi
en stralend om te zien, de wijste aller Asen, werd vermoord door een speer
gemaakt van de maretak, vervaardigd door Loki. Loki deed dit als reactie
op een poging van Wodan om de reeds voorspelde dood van Baldur te verhinderen.
Baldur werd onkwetsbaar gemaakt door alle natuurwezens te laten zweren
Baldur niet te laten doden, men vergat echter de maretak. Wanneer alle
goden zich vermaken door van alles en nog wat naar Baldur te gooien, die
toch onkwetsbaar is, geeft Loki deze speer aan Hoenir de blinde, die vervolgens
onbedoeld Baldur doodt. De goden zijn razend; Hoenir wordt op de brandstapel
gegooid en Loki moet uit Asgard vluchten. Met de dood van Baldur wordt
de ondergang van de Asgard in gang gezet, culminerend in de grote slag
waarbij Wodan opgeslokt wordt door de muil van de Fenriswolf, die vervolgens
gedood wordt door Widar. Thor verslaat de wereldslang, maar sterft zelf
aan haar gif. Freyr valt door Surd, de duistere, Heimdal en Loki doden
elkaar. Tyr en Garmt de hellehond hakken op elkaar in. Het is de tijd
van de Ragnarökk, de godenschemering. Voor de mensen verdwijnen de
goden uit hun belevingswereld, de natuur begint te ‘zwijgen’.
De Edda verhaalt dat echter een nieuwe wereld zal ontstaan, met een nieuw
mensen- en godengeslacht. Baldur en Hoenir komen als broeders naar buiten
vanuit de onderwereld.
De Germaanse mythologie heeft duidelijk een veel grimmiger karakter dan
bijvoorbeeld de Griekse. De Germanen beleefden de Ragnarökk als iets
wat zichtbaar werd in hun snel afnemende helderziendheid en tezelfdertijd
als iets waarop je je moest voorbereiden. Alleen de moedigen gingen na
hun dood naar het Walhalla, waarvanuit ze dan op die ene dag met hun goden
zouden aantreden in de grote slag. Hierin is de basis te vinden van de
karakteristieke eigenschap van de Germaanse inwijdingsweg: de moedsmysteriën.
Wanneer bijvoorbeeld een wijdeling vanuit het duister door de tweede rots
was geklommen en opeens buiten in het daglicht de afgrond onder zich gewaar
werd, werkte dit zó sterk, dat hij met al zijn krachten zichzelf
bijeen moest rapen om die stappen over het touw te kunnen zetten. Dit
was voor hem onvoorstelbaar veel moeilijker dan nu voor ons het geval
zou zijn. Hij leerde hierdoor tegenwoordigheid van geest te ontwikkelen,
waarmee zijn ik vat kreeg op de andere wezensdelen.
Vanaf onze jaartelling
De Externsteine bleven tot
ruim na het begin van de jaartelling het centrale heiligdom van de Germanen,
van waaruit zij hun stam- en volkstaken kregen te horen. In oude geschriften
wordt dit gebied ook het Idafeld genoemd; dit is meer dan veelzeggend.
In de Edda is dit de plaats ‘waar vroeger Asgard was’. Steiner
geeft aan dat Asgard gedurende een bepaalde tijd letterlijk boven een
bepaald gebied in Duitsland gelegen was. De antroposofische onderzoeker
Hans Gsänger is tot de conclusie gekomen dat dit dan boven de Externsteine
geweest móet zijn. (2)
Rond 100 na Christus beschreef Tacitus hoe de Germanen werden geleid door
de zieneres Weleda (‘veel wetende’), levend in een toren bij
de Lippe, dus in de Externsteine. In 9 n.C. had de Germaanse Cherusker
Arminius (Herman/Irmin)(te) dicht in de buurt van de Externsteine optrekkende
Romeinse legioenen met enkele naburige stammen vernietigend verslagen,
wat tot gevolg had dat de Romeinen uiteindelijk afzagen van uitbreiding
van hun rijk over de Rijn. (3)
In de 5e eeuw speelt zich bij Worms aan de Rijn het Nibelungendrama af.
Een belangrijk onderdeel hiervan is dat Sygfried Brunhilde wekt en daarmee
het hogere ik voor elke afzonderlijke Germaan, waarmee deze zich los van
volk- en stamverband kon maken. Hij trouwt echter niet met haar, omdat
hij verliefd werd op Kriemhilde. In het drama dat zich vervolgens ontvouwt,
is het Hagen die (aangezet door een jaloerse Brunhilde) Sygfried middels
een speer in zijn rug vermoordt. Volgens Steiner voltrekt zich hier het
drama van Baldur en Hoenir, ditmaal in de mensenwereld, op fysiek niveau.
(4) Kriemhilde stuurt vervolgens aan op wraak en gaat daartoe naar de
Hunnenkoning Attilla. In de zogenoemde ‘Nibelungenschlacht’
gaat vervolgens het gehele koningshuis van Worms te gronde. Door de daarop
verder inzettende aanvallen van de Hunnen worden de volksverhuizingen
in gang gezet en daarmee indirect ook de definitieve ondergang van het
West-Romeinse Rijk.
De Germaanse stammen verspreidden zich over Europa en de hen leidende
aartsengel van elke stam wierp zich op als de leidende volksziel voor
de verschillende volken die in West- en Midden-Europa ontstaan als gevolg
van de volksverhuizingen en de erop volgende menging van de Germaanse
stammen met de lokale bevolking. Het karmische onderzoek van Nicolaas
de Jong heeft aangegeven dat de hoofdrolspelers in dit menselijk en culturele
drama elk een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkelingen rondom
het mysterie van Golgotha. Zo is Skythianos bij een belangrijke bijeenkomst
in de 4e eeuw na Christus aanwezig waarin met Mani, Zarathoestra en Christiaan
Rozenkruis wordt besloten om de Graal naar het westen te brengen. Sygfried
is een incarnatie van Skythianos; door het hogere Ik van de Germanen te
wekken bereidde hij hen voor op de latere Parcivalsgebeurtenissen, door
het zwaard van het verstand te scherpen en te richten. Zo kon later iedere
Germaan als een soort Widar de leugenachtigheid van de Fenriswolf doden,
in zichzelf zowel als in de cultuur.
In de 8e eeuw, toen de Saksen rond de Externsteine nog steeds het heiligdom
in ere hielden, onderwierp Karel de Grote hen en verwoestte de wijdingsplaats
grotendeels, om hen zo tot het christendom te bekeren. Op de eerste rots
is (waarschijnlijk) na deze tijd een reliëf uitgehouwen waarin Christus
wordt afgebeeld die van het kruis wordt afgehaald door onder andere Jozef
van Arimathea, staande op een stoel in de vorm van een geknakte levensboom,
terwijl erboven de opgestane Christus deze scène dirigeert. Hij
wordt hier afgebeeld als kind van zon en maan, aansluitend bij het Germaanse
op de kosmos gerichte wereldbeeld. Aan de gebroken Germanen werd zo een
troostrijk beeld voorgehouden waardoor de legende van de terugkeer van
Baldur aansluiting vindt bij de wederopstanding van Christus.
De Germaanse mysteriën in hun oude vorm trokken zich stap voor stap
terug naar Scandinavië, waar ze nog lange tijd behouden bleven. Ze
kwamen opnieuw terug in Europa via de Vikingen, maar waren toen al flink
vervallen.

Dood en opstanding bovenop
de geknakte levensboom
In de erop volgende eeuwen
zijn er enige keren kloosters op en rond de Externsteine gezet. Deze zijn
weer verwoest en er resten nog maar een paar fundamenten van. Nu is het
een landschapspark. Ten tijde van de 19e eeuwse Romantiek is de in vergetelheid
geraakte plek tot een nationalistisch-Germaans symbool geworden.
Landschapswerk
Bij deze een impressie van
ons landschapswerk bij de Externsteine. We hebben hier gewerkt daar innerlijk
onderzoek erop wees dat de plaats nog steeds het centrale instroompunt
is van de Jupiterkrachten die de huidige Europese cultuur, met als centrum
West- en Midden Europa, impulseren.(5) We hebben getracht om de werkingen
van de sterren die voor onze cultuur belangrijk zijn, opnieuw met deze
centrale plek te verbinden en zodoende, met toevoeging van onze eigen
intenties, de sluimerende en enigszins verworden krachten en wezens opnieuw
te mobiliseren. Aangezien de sterrenkrachten via het lentepunt op aarde
en cultuur worden ingewerkt, en elke cultuur zijn eigen sterrenbeeldwerkingen
met zich brengt, hebben we de relevante sterrenbeelden op de plek ingewerkt
overeenkomstig de astrosofische en astrognomische werkmethoden.
In het weekeinde van 25 en 26 mei 2002, rond de tijd dat de Amerikaanse
president Bush regeringsleiders in Europa voor zijn anti-terreuracties
in de Arabische wereld trachtte te winnen, gingen we met een groep van
13 ervaren landschapswerkers aan de slag..
De beruchte tegenoverstand (oppositie) van Saturnus en Pluto die het afgelopen
jaar al veel onheil heeft gebracht, was voor het laatst weer vol: een
extra goede reden om ons sterrenkracht verdichtende werk nu bij het voor
ons bekende landschapswerk te voegen. Iets wat we eerder nog niet deden.
Zaterdagochtend 10 uur namen we waar wat er op de plek leefde en wat er
nodig was. Dit was niet eenduidig, want de plek maakte nog steeds een
geheimzinnige indruk. Er hing een zekere stevigheid en vitaliteit, naast
taaiheid en dwingendheid . Zelf ging ik bij de voet van de eerste rots
in de uitgehouwen vorm liggen en voelde hoe ik er in werd gezogen met
zoiets als: “Kom maar, ik begeleid je wel”.
Vervolgens zongen we na inleving gezamenlijk de dagstemming, om een verbinding
te leggen tussen de landschapswezens (natuur) en de kosmos (geest) vanuit
onze ziel. Zang is dé ingang om de gevoelswaarneming te openen,
en in wezen werd zo vanuit de ziel het landschapswezen in ons bewustzijn
gewekt. Aansluitend hebben we de taken verdeeld en zijn we ieder onze
eigen weg gegaan en kwamen weer bij elkaar op een ander punt. Gekozen
is om de vier windrichtingen die op dit punt samenkomen fenomenologisch
te bestuderen en uit te boetseren, om vervolgens woorden te vinden, deze
om te zetten in een gedicht én daar nog eens de passende gebaren
bij te vinden. Daarnaast hadden een aantal mensen een sterrenbeeld gekozen
waar ze zich thuis al in hadden verdiept. Deze sterrenbeelden, Passer,
Wolf, Slangendrager, Centaur, Schorpioen, Slangenkop en Hercules, die
met de huidige Europese cultuurimpuls samenhangen (technisch: deze staan
op een lijn aan noordelijke en zuidelijke sterrenhemel t.o.v. het lentepunt),
zijn ter plekke opnieuw onderzocht en ook in woord, muziek en als gebaren
‘dansend’, in het landschapspunt ingebracht. Uitgangsmateriaal
voor dit onderzoek was muziek van het sterrenbeeld die met behulp van
astrosofische (beter: astrofonische) inzichten is gecomponeerd, als ook
inzichten in het sterrenbeeld zelf. Met andere woorden; het ging hierbij
om een opnieuw (en op nieuwe wijze) verbinden van sterrenwerkingen met
het centrale landschapspunt.
De dans
Uit dit sterrenwerk kwamen
met de sterrenbeelden verbonden idealen te voorschijn, waarvan ik er hier
een uit eigen ervaring beschrijf. Ik hield mij bezig met het sterrenbeeld
Passer. De muziek bestond uit drie tonen. Zeer helder en krachtig. Het
riep in éérste instantie een eenzaam gevoel op, afgegrensd
te worden van alles en op jezelf teruggeworpen worden. Dit is ook wat
een passer doet in drie stappen, namelijk: 1 het middelpunt op het papier
zetten, 2 de omtrek bepalen en 3 de cirkel sluiten. Het hieronder beschreven
ideaal heb ik na een aantal vooroefeningen uitgewerkt in een beeldje dat
later in de kringdans geplaatst kon worden. Het beeldje gaf uitdrukking
aan een mensenwezen dat door afgrenzing in zijn eigen Ik-kracht komt te
staan en zodoende iets voor de wereld kan beteken. Mijn dans ging verder
als volgt:
Ideaal:
Grenzen stellen om tot eigen kracht te komen.
Op deze plek is ook een grens
Gewenst tussen oude en nieuw
Inwijdingsmethoden
Beweging:
Een stap op een bewust gekozen punt.
Een A gebaar open
een cirkel om je heen
Lopen op de cirkellijn. Handen gekruist op je borst.
Elkaar de handen reiken.
Tekst:
maak een keus, kies een punt.
Maak je vrij
stel je grens
ga op weg.
Naar jezelf
vrijheid in verbondenheid
Een simpele maar duidelijke
dans. Na de dans heb ik de wens uitgesproken dat deze plek mag worden
waar hij voor bestemd is en dat de mensen die er mee te maken hebben zichzelf
krachtig genoeg weten neer te zetten zonder dat ze zich verliezen in misschien
wel goed bedoelde andere wegen.
Aan het eind van de middag was iedereen klaar en hadden we een mooie verzameling
beelden waar ieder een dans met tekst bij gemaakt had. Deze werden dan
stap voor stap met z’n allen geoefend. Besloten werd het zondagochtend
in één stuk, achter elkaar, uit te voeren, als één
grote dans. Eerst werd geopend met het zingen van de stemming van de dag,
overgaand in het zingen van enkele kleuren. Vervolgens kon de dans beginnen.
Eerst waren de beelden van de windrichtingen aan de beurt. De maker plaatste
zijn beeld op de geeigende plaats en vertelde wat hij of zij de plek toewenste.
Daarna danste hij voor en sprak zijn gedicht uit. De hele groep deed deze
dans bewegend in de grote cirkel rond de geplaatste beeldjes nog eens
drie maal over waarna de volgende kwam. Na de windrichtingen volgden de
sterrenbeelden. Toen deze allen geplaatst waren werd ter afsluiting de
kleur mauve gezongen, die bij uitstek openend en verbindend werkt.
Tijdens “de uitvoering” gebeurde er enorm veel in de etherwereld.
Sommige delen werden begeleid met een enorme windvlaag, sommigen van ons
namen het ontstaan van een lichtzuil waar en weer anderen muziek en /of
kleurrijke innerlijke beelden. Het was een indrukwekkende gebeurtenis,
waarbij de verschillende ervaringen elkaar sterk aanvullen. Wat algemeen
overheerste was een sterk gevoel van zinvolheid.
Mij viel aanvankelijk vooral het ietwat gure weer op en de onprettige
bewolking die voor mij koud en zwaar aanvoelde. Tijden de dans voelde
ik een nieuw soort warmte van binnen uit ontstaan die de wolken leek te
verlichten en de omgeving prettiger maakte. Veel verwarde geluiden die
ik waarnam in de natuur om mij heen maakten plaats voor blijde klanken.
Merkbaar was voor mij ook de worsteling in mijzelf tussen geordend denken
en de driften en oerkrachten die naar boven wilden komen. Deze strijd
heeft zich ook rond deze plaats geconcentreerd in de vorm van de strijd
tussen de vanuit het denken extreem goed georganiseerde, maar voor de
dood bevreesde legers van de Romeinen en de graag in de strijd stervende
ongeorganiseerde moedige wildheid van de Germanen. Het was allemaal voelbaar.
Wellicht mede door de beruchte tegenoverstand van Saturnus en Pluto werd
ook de innerlijke strijd in mij versterkt alsof er werd gezegd: “Als
je echt iets op deze plek wilt zul je zelf uit deze worsteling moeten
komen en in vrede met jezelf moeten zijn. Eerder zul je hier niets kunnen
doen wat werkelijk vruchten afwerpt.” Wonderbaarlijk genoeg viel
nu ook nog het sterrenbeeld de Passer samen met deze worsteling die voor
mij ook samenhangt met het stellen van grenzen. Volgens mij een heel belangrijk
thema in onze cultuurperiode. De Passer geeft aan de mens de mogelijkheid
om zijn Ik te ontwikkelen en zichzelf daardoor als een vrij en bewust
mens over de aarde te bewegen.
Ter afsluiting: al met al is dit een manier werken die mij veel bevrediging
geeft Dit heeft zeker te maken met de direct voelbare interactie met de
natuur. Daarbij komt nog dat de landschapstempel nu met een kunstzinnig
proces en menselijke liefde versterkt is. Iets waar de natuur duidelijk
voelbaar om zat te springen. Levendige sociale organische kunst voedt
de ziel; er sluimeren vele kunstzinnige talenten in ieder mens die triest
genoeg nauwelijks worden aangesproken in de huidige wereld. Ik ben er
van overtuigd dat iedereen met een gezond boerenverstand gelijksoortig
werk zou kunnen doen.
In de omgeving van Zutphen wordt door Elbert Slikkerveer en Nicolaas de
Jong een serie van vier elementweekenden georganiseerd. Ieder seizoen
één, waarbij dan achtereenvolgens de elementwezens verbonden
met lucht, aarde, warmte en water centraal staan. Het weekend van 14-15
december is de eerste; voorbereiding is een vereiste. Zie voor mogelijkheden
hiertoe de agenda voorin.
Aanbevolen literatuur:
- R. Speckner en C. Stamm, Das Geheimnis Der Externsteine, Bilder einer
Mysterienstatte ( Urachhaus, 2001)
- N. de Jong, Esoterisch christendom tot heden (Rune, 1999)
- A. Wouters van Weerden, Tussen Wodan en Widar (Vrij Geestesleven, 1997)
Noten
1. Door deze inwijding kwam hun levenslichaam los van het fysieke lichaam
en kwam met ziel en geest mee (wat normaal gebeurt wanneer we slapen)
Zo kon men bewust de levens-, ziele- en geestelijke wereld betreden.
2. De waarnemingen ter plekke van Nicolaas duiden erop dat tot op vandaag
de dag hier de (na)werkingen duidelijk aanwezig zijn.
3. Het enorme Herman-monument in de buurt herdenkt deze slag, waarin drie
Romeinse legioenen het onderspit delfden. (Zie ook het artikel in IJsselaarde,
een blad ter verdieping van de relatie met de woonomgeving, nr. 1-2, september
1999, door Jonas van der Sloot en Maurits In het Veld (info: 0575-530860)
4. Gebeurtenissen in de geestelijke wereld spelen zich uiteindelijk ook
op aarde af, maar nooit als een exacte analogie; veel hangt van de menselijke
keuze af. Dit geldt steeds meer voor de toekomst. In de Nibelungensage
spelen goden- en mensenwereld echter nog sterk door elkaar heen. Zo wordt
bijvoorbeeld verhaald dat Wodan Loki ertoe aangezet heeft om er voor zorg
te dragen dat Sygfried verliefd werd op Kriemhilde.
5. Elk continent heeft zijn eigen centrale planeetproces dat zijn cultuur
impulseert. In Europa heeft dit zich vermoedelijk ooit verplaatst van
de Olympus naar de Externsteine.
Uit: Bruisvat No. 8.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|