|
Uit:
Bruisvat 0, voorjaar 1999
Landschapswerk in Almen
door Evelien Nijeboer
In maart 1999 hebben we een weekend gewerkt aan een landschapspunt in
Almen, bij Zutphen. Dit in vervolg op het werk op en aan Ameland. Het
uitgangspunt was min of meer hetzelfde, de omgeving en de behoeften van
de plek waren echter anders. Gaandeweg en al doende wees zich dit uit.
Het punt ligt op landgoed Ehzerswolde en Elbert Slikkerveer, die de tuinen
ervan beheert, nodigde ons uit om aan het punt te komen werken. Patrick
ging mee, Nicolaas, Roland, Stephan, ikzelf en ons dochtertje Obilot (1,5
jr).
Na aankomst en het verkennen van het landschap de dag erna bleek dat het
werk minder als vanzelf zou gaan dan op Ameland. Het huis waar we logeerden,
waar Elbert nog woonde maar inmiddels al niet meer, had iets vochtig-verlatens,
alsof het had leeggestaan. In de woongemeenschap waarvan het deel uitmaakte
waren er de nodige moeilijkheden in het sociale, mede veroorzaakt door
dingen die eigenlijk op organisatorisch-financiëel niveau speelden
(dit hoorden we pas later). Invloeden van deze aard merkten we doordat
de plek zo moeilijk toegankelijk was. Eerst dacht ik dat het aan mezelf
lag, dat het me in eerste instantie niet lukte contact te maken met de
plek. Later herinnerde ik me dat dit niet het geval was toen we aan kwamen
rijden (ik had het gevoel verwelkomd te worden), en kreeg ik het vermoeden
dat er de nodige grauwsluiers het zicht beperkten. Dit echter pas nadat
we gewerkt hadden.
Bij het verkennen bleek dat er vele soorten invloeden van alle kanten
de plek omspeelden. Op Ameland was rondom overal de zee; hier grensde
aan de ene kant het landgoed (oost), aan de andere kant een weg met daarna
weer boerderijen met daarachter de Berkel (zuid), een bosje met daarachter
een kanaal (noord) en richting west van alles doorelkaar, meer vrij en
onbestemd. Met name de zuidkant was in zichzelf gekeerd, geblokkeerd.
Het waarnemen van de plek, het landschapspunt zelf ging heel moeizaam.
Ik vroeg me steeds af of het wel zou lukken hier iets te doen. Later kreeg
ik het gevoel dat de plek ons vroeg onze eigen wil terbeschikking te stellen,
dat we alleen iets zouden kunnen doen door onszelf heen. Op Ameland hoefde
dat nog niet, hoefden we alleen te ondersteunen en aan te vullen wat al
aanwezig was.
Na het waarnemen van de omgeving werd er gezongen en de muziek opgetekend,
en gingen we naar huis om te kleien. Nicolaas deed de zuil, Stephan oost,
Elbert en Roland west, Patrick noord en ik zuid. Obilot viel steeds als
er op het landschapspunt gewerkt werd, op Stephans rug in slaap. Het kleien
bleek ineens wél heel vlot en goed te gaan, er bleek ook een heel
duidelijke compositie uit te komen.
De afronding op de kleitafel (rechtsboven is noord)
De noord-zuid as van de beeldjes
werd gekenmerkt door iets dat door de aarde heengaat. Het noord-beeldje
leidde de kracht vanuit het landschapspunt dóór de aarde
heen (maar wel met en vanuit het bewustzijn erbóven), naar de zuidkant
moesten de blokkades 180 graden omgewerkt worden om de kracht van het
landschapspunt uit te kunnen laten gaan, dit vanuit en door de aarde heen
- aanleiding hiertoe vormde de prachtige gitzwarte aarde in dat deel van
de omgeving, en de wens diens potentieel te laten vrijkomen, te laten
bevruchten door de lichtkracht die het landschapspunt uit de hemel aanvoert.
De west-oost as werd gekenmerkt door in het oosten heldere vormkracht,
wel op, maar toch onafhankelijk van en boven de aarde enerzijds (Stephan
maakte het vanuit de wens het landschap moed tot vrijheid mee te geven),
en naar het westen toe de wil tot verbinding met het land, als opstijgend
en gedragen op vleugels, dit in verband met een stel ganzen die er zwommen
en zich aan Roland lieten gelden. Elberts beeldje, meer gericht op het
ontvangen en dragen van de oerbeelden van de plek, was hiervan de bijstander
en tegenhanger. Nicolaas verwerkte de nodige kleuren in zijn beeldje,
om de lichtkracht een medium te geven zodat die weer echt, en op een gezonde
manier op de aarde zou kunnen in werken. Hij werkte ook de muziek uit,
die we de dag erna op de plek zelf hebben uitgevoerd. De buren keken hoogst
verwonderd toe.
Plaatsing op het landschapspunt
Pas nádat we dit gedaan
hebben, konden we bewust krijgen welke moeilijkheden we bij het werk ondervonden
hadden, en wat we eigenlijk gedaan hebben. Toen bleek ook dat het landschapspunt
zelf geblokkeerd was, alsof er een glazen stolp overheen lag, alsof de
zuil de grond niet meer inkon, dit waarschijnlijk door een voorgaand "inwijdingsritueel"
waarbij men op die plek een wensputje gemaakt had, waar mensen allerlei
eigen wensen ingestopt hadden die niets met de behoeften van de plek zelf
te maken hadden.
Wat er nu verder hierdoor al of niet veranderd is zal misschien nog blijken,
of ook niet; daar mag het niet om gaan. Wat voor ons het belangrijkst
was, was te ervaren dat een handeling als deze op zichzelf zin heeft,
zin ís, en dat dit losstaat van de vraag of die al of niet merkbaar
effect zal hebben.
Elbert gaat proberen het landschapspunt verder te verzorgen en haar ook
mooi in te richten; wie zin heeft hem daarbij te helpen is van harte welkom.
Uit: Bruisvat No. 0.
Terug naar Archief
Terug naar Sampo
home
|
|