Opiniepagina

 

Ideeën over iedere eeuw terugkerende herhalingspatronen in de golfslag van de (kunst-)geschiedenis vanaf de Renaissance

door:
Marc van Delft

Enige tijd geleden schreef ik een boekje over de tijd van het leven van Steiner (1861-1925). Een boekje over de fin de siècle, de Bel epoque en de Steiner-generatie. (mensen, geboren rond 1860 en werkzaam tussen 1880 en 1915/-25) Het was mij en anderen opgevallen dat de tijd tussen ca. 1880 – 1915/-25 een ongekende bloeiperiode was voor de kunst en de cultuur en dat dit tijdperk precies samenviel met de periode waarin Steiner leefde en werkte. Opvallend is de enorme rijkdom, creativiteit en originaliteit van dit tijdperk, en bovendien het spirituele gehalte van veel kunst- en cultuurvormen.. Het gaat om stromingen zoals de Laat~Romantiek, Impressionisme, Expressionisme, Folkiorisme, Primitivisme, Jugendstil, Symbolisme, Russische Balletmuziek, sprookjesboekillustratiekunst, verder: Pointilisme, Kubisme, etc. Ook in de wetenschap vinden we een compilatie van grote genieën, reeds in de tijd vóór de 1e wereldoorlog.
Enige tijdgenoten van Steiner: Debussy, Sibelius, Puccini, R. Strauss, Mahier, Skriabin, Schonberg, Ravel, Holst, Bartok, Strawinsky, Fauré, Freud, Rackham, Redon, Einstein, Signac, Horta, Gaudi, Mucha, Couperus, van Eeden, Munch, Klimt, eva. (rond 1860 geboren, tussen ca. 1845-1880)
In dit schrijven wilde ik dit niet alles herhalen, 1k wil volstaan met hiernaar te verwijzen. (Rudolf Steiner en de Bel epoque)

Ik heb ondertussen weer een nieuw idee of vermoeden gekregen ivm. wetmatigheden die in de geschiedenis werken die ik de lezer hier (kort) wilde voorleggen.

Het lijkt er wel op of er bepaalde zich herhalende wetmatigheden zijn per eeuw. De tijd rond 1500, 1600, 1800 en 1900 (alleen rond 1700 kan ik dat met echt evident ontdekken, hier zal ik helemaal aan het eind op in gaan . . . ) zijn perioden van grote culturele bloei, bruisende meuwe idee~n en ontwikkelingen, spirituele (en religieuze of mystieke) impulsen, progressieve ontwikkelingen etc.
-Rond 1500: De tijd van Leonardo, Rafael en Michelangelo.
-Rond 1600: Christian Rosenkreuz en de ‘Geestelijke bruiloft’; in Italië: De grote madrigalisten (Gesualdo, Marenzio, Monteverdi), de Venetiaanse school van Meerkorigheid (Gabrieli) en Gabrieli’s schitterende kopercanzona’s, de vroege opera (Monteverdi – Orfeo, 1607); in Engeland: De bloei van de tijd van Elisabeth de Grote, de Engelse Madrigalisten zoals Weelkes, Byrd eva. en de grootste toneelschrijver aller tijden: Shakespeare (!!!).
-Rond 1800 : De Franse revolutie en Napoleon die de republiek en de wetboeken voor gelijke rechten brengt. De tijd van Goethe, Schiller, Novalis, Mozart, Haydn, Beethoven, de Weense Klassieken dus, de Duitse idealisten (Fichte, Hegel, Schelling ea.) de grote Duitse romantische schilders zoals Caspar David Friedrich, Schinkel, en natuurlijk Turner, en ook ontwikkelt Hahnemann in die tijd de Klassieke Homeopathie ! Kortom, het is de spirituele impuls waar Steiner in zijn Antroposofie op aansluit. (Fichte bedacht de term Antroposofie!)
-Rond 1900, zie mijn boekje daarover: Steiner, Debussy, Horta, Jugendstil, Symbolisme, Impressionisme, Expressionisme, Laat-romantiek, Folklonsme, het ontstaan van de Theosofie en de Antroposofie, Couperus, van Eeden, de 80ers, Gaudi, Ravel, Strawinsky’s vroege balletten, het Ballet Russe, Diaghilew etc.

Ik heb toen bedacht: Men kan een eeuw in 3 delen van 3 x 33 1/3 jaar (tijdsduur van het leven van Christus) verdelen ofwel 3 generaties.
Een nieuwe eeuw begint met rond een j aar –00, maar tussen –10 en –20, en wel begon bv. de 20e eeuw na de 1e wereldoorlog, de 19e eeuw begon na het verslaan van Napoleon en het Weens congres, 1814/1815, de 18e eeuw, de eeuw van de ‘Verlichting’ begon na de dood van Lodewijk de 14e in 1715, de 17e eeuw begon wellicht met het begin van de 30-jarige oorlog in 1618 en de 16e eeuw begon in 1517, met de 95 thesen van Luther op de kerkdeur te Wittenberg. Zie het aanhangsel en mijn boekje over de kunstgeschiedenis met oa. citaten uit ‘Sesam Wereldgeschiedenis‘ die dit bevestigen.

Als men nu zegt, bv., een nieuwe eeuw begint meestal tussen –10 en –20, dan begint bet 2e deel tussen –45 en –55, en bet 3e deel van een eeuw tussen –80 en –90 (ongeveer!). Bv. 1815 – 1848 – 1882 – 1914 – 1945 – 1985 etc.. Hypothetisch zouden er dan in elke eeuw 3 fasen kunnen zijn, wat misschien niet in elke eeuw lijkt op te gaan, maar wel vaker lijkt voor te komen.

Nu heb ik dan ontdekt dat de ‘ 1e ‘ helft van een aantal eeuwen, de tijd tussen ca. –10 / -20 en –50 een tijd van rampen en stagnatie lijken te zijn, waarbij de nieuwe ontwikkelingen worden tegengehouden door oorlogen of dictaturen . Een tijd van conservatisme of terugval, een grote aanval van het boze op eventuele nieuwe en belangrijke ontwikkelingen, waarbij in een aantal gevallen een spirituele impuls, zoals die van de Rozenkruisers rond 1600 (1615) en van de Antroposofie (1900 - I914 & -25) van rond en na 1900 de kop in werd gedrukt ...
Dit was duidelijk voor de tijd van de rampzalige en alverwoestende 30-jarige oorlog, 1618-’48 die de ontluikende Rozenkruisersbeweging (1615) in de kiem smoorde, en de 1e en 2e wereldoorlog (1914- ‘45) die de ontluikende Antroposofische beweging (1900-’25) teniet deed.
Flier wees Steiner ook zeif op, op deze overeenkomst.
De jaartallen zijn frappant: 1618-’48 en 1914-’45.
Hetzelfde deed zich in een andere vorm echter voor in de 19e eeuw. De idealistische, bruisende impuls van de Franse revolutie en de wetboeken van Napoleon die hij in heel Europa wilde invoeren werden door de conservatieve Metternichperiode na het Weens congres van 1814 de kop ingedrukt, en tot de revolutie van 1848 heersten conservatieve koningen en regimes weer in Europa. Iedere vorm van republicanisme ed. werd door censuur en geheime politic onderdrukt. In de kunst reageerde men door zich in het kleine en intieme terug te trekken. In 1815 begint dan ook de klein-burgerlijke en benepen ‘Biedermeier’-tijd. In dezelfde tijd begint zich ook ‘het realisme’ (later Naturalisme) te ontwikkelen, op te vatten in dit verband als een vorm van duister Materialisme in de kunst (bv. de School van Barbizon en later de Haagse School: Roelofs, Mans ea.). De 2e helft van een eeuw tussen –45/-50 en -75/-90 lijkt vaak meer een periode van herstel, ontspanning, en voorbereiding op de bruisende periode te zijn die vaak na –75/- 85 aanbreekt .
Zo’n 2e periode begint bv. in de 17e eeuw in 1648, na de Vrede van Münster, het einde van de 30-jange oorlog, in de 19 eeuw na de revolutie en de 2e republiek van 1848. In de 20e eeuw in 1945, na het einde van de 2e wereldoorlog, of misschien ook: 1953, de dood van Stalin ...
In 2 eeuwen kan men het aanbreken van de derde periode, een hoopvolle en bruisende periode van gistende nieuwe ideeën en impulsen in hetzelfde jaar aanwijzen: In de 18e eeuw in 1789 met de Franse revolutie (ook valt rond die tijd het begin van de (Pre-)romantiek in de literatuur en de schilderkunst), in de 20e eeuw: 1989, de val van de muur, het einde van de communistische dictatuur en het einde van de angst voor een mogelijke atoombomaanval van de Russen ...
Het aantreden van Gorbatsjow met zijn hoopvolle Glasnost en Perestrojka in 1985 gaf al dadelijk een kentering aan. Ook de Franse revolutie wordt door een dergelijke gebeurtenis voorafgegaan: Door de Amerikaanse revolutie in 1783!
In de 19e eeuw begint de 3e periode ook tussen ‘80 en ‘90, denk ik. De Nieuwe Gids introduceert in 1880 een nieuw elan in de romantische literatuur met ‘de 80ers’, zoals Willem Kloos, Frederik van Eeden, Herman Gorter etc.
De late van Gogh, de Jugendstil ontstaan rond 1890. Rimsky’s ‘Sheherazade’, Fauré’s Requiem zijn ook uit de 80er jaren, en bepaalde werken van Nietzsche etc. Het Impressionisme in de schilderkunst stamt uit 1872, en in de muziek begint het in de ‘90er jaren met de prelude, ‘l’aprês midi’ van Debussy.

Het lijkt er dus op dat in een aantal gevallen deze ritmen in een aantal eeuwen te vinden zijn.

Waar ik het met kan vinden is rond 1700. Ik kan hier bij mijn weten niet evident een grote (en spirituele) bloeiperiode ontdekken . . . De grote bloeiperiode lijkt daar eerder een generatie later plaats te vinden, namelijk tussen 1715 en –50, de Laat-Barok-periode van Bach, Händel, Vivaldi en Rameau. Het lijkt wel alsof hier alles
1/3 eeuw verschoven is naar later. (zie later)

Alhoewel de Barok tot ca. 1750 voortduurt begint de nieuwe tijd toch ook hier rond 1720, met de preklassieke symfoniën van Sammartini en de Rococo / preklassieke muziek van Stamitz, de zonen van Bach en de Mannheimers ed.

Eigenlijk zouden de lezers eerst mijn boekje over de kunstgeschiedenis moeten lezen, daarom zet ik hieronder enige daarin door mij beschreven wetmatigheden:

Opvallend is het dat in bijna elke eeuw opnieuw de generatie geboren rond -60 (Steiner 1861 bv.) (dus dat kan ook tussen –40 en –80 zijn, als ze maar tussen –80 en –20 actief zijn) de generatie lijkt te zijn van ‘de grote genieën‘.
Rond 1500: Leonardo: 1452 - 1519; Rafael: 1483 – 1520 ; Michelangelo : 1475 – 1546 ; Botticelli: 1446 – 1510, Bramante: 1444 – 1514, Josquin des Prez: 1440 – 1521 , Jacob Obrecht: 1450 – 1505 , Heinrich Isaac: 1450 – 1517.
Rond 1600: Monteverdi: 1567 – 1643 , Giovanni Gabrieli: 1555 – 1612 , Gesualdo: 1560 – 1613 , El Greco: 1541 – 1614 , Elisabeth de Grote regeerde: 1558 – 1603 , William Byrd: 1543 – 1623 , Orlando Gibbons: 1583 – 1625 , Thomas Weelkes: 1575 – 1623 , John Dowland: 1562 – 1626 , dat was ook de tijd van de grootste toneelschrijver aller tijden: Shakespeare: 1564 – 1616 ! De Rozenkruisers-beweging ontstaat rond 1615.
Rond 1800: Goethe: 1749 – 1832 , Schiller: 1759 – 1805 , Novalis: 1772 – 1801 ; Duits Idealisme: Schelling: 1775 – 1854 , Hegel: 1770 – 1831 , Fichte: 1762 – 1814. De gemale uitvinder van de klassieke Homeopathie, dr. Samuel Hahneman leefde: 1755 – 1843 !! De belangrijkste Weense Kliassieken zijn: Mozart: 1756 – ‘91 en Beethoven: 1770 – 1827 . Beethoven had zelfs min of meer een soort ‘parallel-leven’ met Napoleon: 1769 – 1821 . De grote Vroeg~romantische schilders zijn bv. Schinkel: 1781 – 1841 , Caspar David Friedrich: 1774 – 1840 , Goya: 1746 – 1828 , Turner: 1775 – 1851 , H. Füsli: 1741 – 1825 en de mysticus William Blake: 1757 – 1827 , etc.

Een lijst van de genieën geboren rond de Steinertijd, rond 1860 staat in mijn boekje over de Steinertijd, maar het behelst hier figuren als: Steiner, Mahler, Debussy, Gaudi, Horta, Couperus, van Eeden, Mucha, van Gogh, Sibelius, R. Strauss, Puccini, Ravel, van der Velde, Carlos Schwabe, Klimt, Tiffany etc.

Steiner zegt dat de spirituele bewegingen van rond 1600 en 1900, de Rozenkruisers en de Antroposofie door (door de boze machten bewerkstelligde) oorlogen teniet werden gedaan, de 30-jarige oorlog en de 1e en 2e wereldoorlog. Tijdens beide oorlogen werd de cultuur en de steden van Midden-Europa, van Duitsland, waar de spirituele impuls ontstond, totaal vernietigd. Na de 30-jarige oorlog was de Duitse bevolking bv. afgenomen van 22 - naar I0-miljoen zielen!

Wellicht kan men bevroeden dat ook de spirituele impulsen van de Goethetijd en het Duits idealisme door een boze antibeweging teniet werden gedaan:
Misschien door Metternich, de grote tegenstander van Napoleon (die Napoleon natuurlijk zelf tevoorschijn had geroepen . . . ). We vinden dan de opkomst van de kleinburgerlijke mentaliteit, de ‘Philister’, de Droogstoppels, benepen conservatisme, kleinzieligheid en schijnheiligheid, de ‘Brave burgerman’, de ‘Herr Biedermeier’ . In de kunst, de kleinburgerlijke ‘Biedermeierkunst’ en dan het Realisme, en ook de conservatieve museum-, herdenkingsmonumenten en Neostijlenimpuls, evenzeer een versteende, meer ahrimanische tegenbeweging tegenover de spirituele impulsen van de Goethe~impuls.


Beethoven schrijft zijn bekendste werken tot 1815. Dan begint zijn 3e periode. Met Napoleons Waterloo in 1815 begint ook Beethovens ‘ Waterloo ‘ ...
Wellicht is het optreden en daarna de ondergang van Kaspar Hauser een symptoom van de boosaardige beweging of impuls die een einde maakt aan de spirituele impuls van de denkers en kunstenaars van rond 1800.

We zien ook dat Steiner vooral lijkt aan te sluiten bij figuren die tot deze voorgaande spirituele bloeiperioden lijken te behoren, als we bv. zien welke kunst in de Vrije School of de boeken van Veltman naar voren worden gebracht is dat duidelijk. Denk bv. aan de reïncarnatiereeks (Elia - Johannes de Doper-) Rafael en Novalis ! Dat zijn figuren van rond 1500 en rond 1800. Rond 1500 staan Rafael en Leonardo hoog in aanzien, rond 1600: Shakespeare, rond 1800: Goethe, Schiller, Novalis, Fichte, Hegel, Schelling, Turner, Mozart, Beethoven, en rond 1900 leeft Steiner zeif, met Couperus, van Eeden met zijn ‘de kleine Johannes’, Débussy, Schönberg, de symbolisten etc.

Ik zou er zelf toe neigen om veelal de figuren die na –20 nog tot grootse dingen komen wellicht te zien als een voortzetting van de impuls van rond een eeuwwisseling, zoals: Bach, (Händel, Vivaldi, Rameau), Friedrich, Turner, Goethe, Steiner, Hahnemann, want heel vaak beginnen deze al voor –20 met hun creatieve werkzaamheden, of zetten een dergelijke impuls voort, zoals in de 20e eeuw bv. met de symfonieën van Vaughan Williams het geval was. Bach en Vaughan Williams waren in hun tijd ‘conservatief’ maar maakten in de stijl van de Laat-Barok en de Laat-Romantiek de meest fantastische en ongeëvenaarde meesterwerken. ...

De kunstenaars van een –15–50 -periode zijn mijns inziens vaak wat saaier, wat minder overweldigend als de componisten van rond het begin van een eeuw. In de 17e eeuw vinden we bv. Heinrich Schütz (kent iemand iets van hem?), in de 18e eeuw de mijns inziens meer truttige en simpele pre-klassieke rococo-muziek (oa. Stamitz, de zonen van Bach, de vroege Haydn), en na 1815 tot 1850/60, de mijns inziens ietwat saaie en brave, de mij wat minder in vervoering brengende Vroeg-romantische componisten zoals Schumann (soms meer een soort ‘Biedermeiermuziek’ zoals ‘Kinderszenen’ en: ‘Fraue, Liebe und Leben’), Weber; Mendelssohn, Berlioz (deze heeft natuurlijk af en toe geniale trekken, maar persoonlijk ben ik er met zo weg van), Glinka, Rossini, Chopin, Donizetti (het summum van stompzinnige afschrikwekkende saaiheid!), Bellini, Gounod.
De compomsten van de 2e periode van de 19e eeuw, die van de Hoogromantiek, ca. 1855-‘95 worden mijns inziens al wat spannender: Bruckner, Brahms, Wagner, Tsjaikowsky, Dvorack, Moussorgsky, Borodin, Liszt, Grieg, etc.
De componisten van de Laat-romantiek, de 3e periode (1880 – 1920) van de 19e eeuw zij n mij ns inziens het spannends : -Dc late Bruckner, Mahler, Skriabin, Rimsky Korsakow, Sibelius, Puccini en andere Veristen, Richard Strauss, Zemlynsky, Schreker, Débussy, Ravel, Szymanowsky, Fauré, Holst, Vaughan Williams, Rachmaninow, de vroege Strawinsky, de vroege Bartok, Janaceck, Hugo Wolff, Busoni, Roussel, Florent Schitt, Delius, Nielsen, Reger, Ruyneman, Ives, Elgar, Schönberg, Respighi, de late Verdi, etc.

De wat saaiere compomsten van rond het midden van een eeuw, de 1e en 2e periode zijn bv. in de 17e eeuw: Lully en onbekende 17e eeuwse Italiaanse operacomponisten zoals Rossi, Cesti, Agostini, Sartorio, Steffani, Lotti, etc. (heeft er iemand wel eens wat van hen gehoord . ..?)

Opmerkelijk ook is het feit dat de Duitse filosofen waar Steiner wat minder mee op heeft, die meer een materialistische of onspirituele visie voorstaan ook nu juist de filosofen zijn die met van de rond 1800-generatie zijn!! Steiner sluit natuurlijk het meeste aan bij Fichte, die precies een eeuw (99 jr.) eerder als Steiner leefde, namelijk: 1762-1814 ! Fichte sterft ook precies op het juiste moment, namelijk in het jaar van het fatale Weense congres!
Imanuel Kant leefde een generatie eerder: 1724- 1804, de pessimist Schopenhauer in de tijd van Biedermeier en Realisme, een generatie later: 1788 – 1860!

De personen van de tijd der crisissen stammen meestal van rond –90, zoals Schütz (1585 – 1672), Schopenhauer, Rossini, Meyerbeer (19e eeuw), Hitler, Stalin, Prokofief, Orff, en bv. de filosofische nihilist: Wittgenstein (20e eeuw).

Na de onvoorstelbare bloei van het fin de siècle zien we dat in de tijd der rampen in de 20e eeuw, tussen 1918-1945 een aantal minder spirituele en de echt bezielde luisteraar of kijker in vervoering brengende kunstvormen ontstaan: Neoclassicisme (muzikale parodieën in Strawinsky’s 2e periode en de Group des Six), 12-toonsmuziek (Schönbergs, Bergs en Weberns 3e periode, veelal grauwe, gortdroge, saaie en ongeïnspireerde muzikale wangedrochten), musical, Jazz, de opkomst van de amusements-cultuur, en op het beeldende viak: Art Déco (de portiekwoningen van Berlage en Co) en de nieuwe zakelijkheid in literatuur (Bordewijk, ter Braak) en schilderkunst, een vorm van ‘Neorealisme’.
Vooral onder invloed van het Nazidom en het communisme zien we dat de Hitleriaanse kunst (Art Déco-kitch en Protserig Neoclassicisme) en de Stalinistische kunst van het ‘ Sociaal realisme zorgt voor stagnatie en conservatisme.
In de 20e eeuw zien we in de kunst dat in de 2e periode, tussen 1945/-50 1985 een totaal gedeformeerd en ziekelijk, onmenselijk soort van avantgardistisch Modernisme toonaangevend is. De Piep-kraak-knor-muziek van de Darmstadschool van Stockhausen, Boulez ed. wordt dan ook wel eens ‘Kouwe oorlogs-muziek’ genoemd. In de architectuur van dit tijdperk vinden we een ongeëvenaard dieptepunt van kille doodsheid, saaiheid en steriliteit.
De meer hoopvolle tijd in de kunst van de 20e eeuw breekt wellicht al heel voorzichtig aan in de idealistische Hippietijd (60er en 70er jaren) met de Minimalisten en in ‘de nieuwe eenvoud’ in de ‘jaren ‘70, (Gorecky’s 3e symfonie, Adams ‘Shaker Loops’, Pärts ‘Tabula Rasa’ bv.) en naar het einde van de eeuw toe komen er steeds meer weer ècht muzikale werken en ook echte meesterwerken tevoorschijn. Vooral de werken van Steve Reich, John Adams, Arvo Pärt, Kilar, Gorecky, (en al eerder: Ligeti en Penderecky), en bij de Nederlanders: Tristan Keuris, Louis Andriessen (bv. ‘De Staat’), Ed de Boer (bv. 1e symfonie), etc. verdienen bewondering.
Ook in de beeldende kunst lijkt het erop dat ‘schoonheid’ de laatste tijd weer mag en dat naast het zinledig geklieder waar de moderne musea mee vol hangen (bv. ‘De Koning’) in galeries weer echte juweeltjes van vakmanschap en schoonheid te zien zijn (door modernisten smalend als ‘kitsch’ afgedaan).

Misschien is het nog te vroeg om te oordelen dat wij nu weer in een bruisende en spirituele bloeiperiode leven, maar het aanbod en de verspreiding, de rijkdom aan cultuur, interessante concerten en –tentoonstellingen is natuurlijk ongekend.

Wanneer we echter de lijn doortrekken zou het kunnen betekenen dat tussen 2010 en 2020 weer een nieuwe duistere crisisperiode zal beginnen.

Opmerkelijk is het verder dat Steiner die rond 1900 leefde en werkte, aansloot bij Goethe en Fichte (in zijn denken), (in de schilderkunst bij Turner) (rond 1800), bij Christian Rosenkreuz (rond 1600) en wellicht grote bewondering had voor Leonardo en Rafael (rond 1500) voorspelde dat hij rond 2000 weer op aarde zou reïncarneren ! Er is dus iedere keer weer een affiniteit met een tijdperk rond –00 ...

De tijdperken rond een eeuwwisseling lijken dan ook wel meestal heel spirituele tijdperken te zijn, iedere keer weer.
Op dit moment is dat dan misschien meer de ‘New Age Beweging’, maar ook dáár is zo’n enorme pluriformiteit, dat er van alles mogelijk is, zowel in goede als in minder goede zin zodat we op dit moment er nog geen oordeel over kunnen vormen ...
Binnen de antroposofische beweging vinden we het tijdschrift ‘Bruisvat’, wat volgeschreven wordt door mensen uit de generatie geboren rond 1 960, wat erop zou kunnen wijzen dat ook hier bruisende nieuwe ideeën geboren worden. De geniale geschriften van Nicolaas de Jong (vooral ‘Wetenschap Anders’) zijn veelbelovend en wijzen erop dat in deze tijd bruisende spirituele ideeën leven!

Natuurlijk zijn dit alles maar hypothetische gedachtes en kan je misschien niet elke eeuw op deze wijze indelen . . . (deze wetmatigheid begint overigens in mijn theorie pas vanaf de 15e eeuw, het begin van het Bewustzijnszieletijdperk)

Zo ook is bv. de bloei van ‘de Hollandse meesters’, de tijd van Rembrand, gedurende vooral het midden van de 17e eeuw met vanuit deze therie te verklaren. Rembrandt Ieefde bv. van 1606-1669, in de 1e en 2e periode dus.
Toch wil ik wat dit betreft een poging wagen waarom juist deze kunststroming floreerde in een ‘duistere tijd’, de tijd van de 30-jarige oorlog oa.
Weliswaar was de 17e eeuw in Holland een bloeiperiode voor de schilderkunst (de 17e eeuw stond als geheel in het teken van de schilderkunst!), maar inhoudelijk gezien vind ik veel Hollandse meesters een duister, donker en niet bepaald een opwekkende vorm van somber realisme, ook Rembrandt niet (veel lelijke oude en gerimpelde mensen, vaak ook de tragiek van ouderdom en verval . ..). Ik persoonlijk kijk dan bv. liever naar de lichte en vrolijke, lieflijke Madonna’s van Rafael, of naar Botticelli, en Leonardo, en ook naar Turner, Caspar David Friedrich, Schinkel, de Pre-Rafaeieten, Moreau, Franz Marc, en Feininger.
De schilderkunst van het Midden van een eeuw lijkt vaak wel gebukt te gaan onder duisternis, somberheid, realisme, zo is er overeenkomst tussen de donkere kunst van de Hollandse meesters uit de Rembrandtijd, de Haagse School van Roelofs, Mans ea. uit de 19e eeuw en het Neorealisme van de schilders uit de 20er en 30er jaren van de 20e eeuw of het magisch realisme van Willink ...
Ook in de architectuur vinden we dat: In het midden van de 19e eeuw sombere Neogothiek, in het midden van de 20e eeuw, de sombere portiekwijken van Berlage en anderen in donkerbruine bakstenen, gevolgd door de zo mogelijk nóg akeliger kouwe-oorlogs-architectuur van de ‘wederopbouw’ ...

Tot nu toe heb ik het vraagstuk van de tijd rond I700 en in hoeverre hier nog sprake is van een bloeiperiode nog niet behandeld aangezien dit met zo’n evidente bloeiperiode lijkt te zijn, maar gaandeweg ben ik tot een vermoeden gekomen hoe men deze tijd zou kunnen duiden.

Kijken we wat betreft de Muziekgeschiedenis naar de tijd rond 1700, dan zien we dat de directe voorlopers van de Bach-generatie al rond 1700 het muzikale idioom van de Laat-Barok creëren, waar Bach en zijn generatie Barok-grootheden op voortborduren. De componist die het eigenlijke Laat-Barok-idioom creëert is Arcangelo Corelli, met zijn trio-sonates. Hij leefde 1653-1713, dus een echte eeuw-wisselingscomponist, evenals Guiseppe Torelli: 1658-1709, deze creëerde het Laat-barok concert-type.
Henry Purcell schreef zijn befaamde en zeer ontroerende opera ‘Dido en Aeneas‘ evenzeer in een ‘fin de siêcle-tijd‘, namelijk : 1689. Purcell leefde van 1658-1695, dus geboren rond –60!
De directe voorlopers van Bach zijn bv. Buxtehude: 1637 – 1707, Krieger, 1649 – I725, Kuhnau, 1660 – 1722, Zachow, 1663 – 1712, Pachelbel, 1653 – 1706.

Men zou dus kunnen zeggen: Rond het fin de siècle van 1700 ‘bruist’ het van een vorm van Barokmuziek die stevig op weg is naar grote hoogten te stijgen, maar de eigenlijke hoogtepunten (en eindpunten) vallen dan iets later, en we!:
Bachs ‘Toccata in D mineur’: ca. 1709; Händel, ‘Watermusic’: ca. 1717; Bach, de ‘Brandenburgse concerten‘ : 1721, ‘Das Wohltemperierte Klavier I ‘: 1722 , de ‘Johannespassion’: 1724, ‘De 4 Jaargetijden’ van Vivaldi:1725; Bach, de ‘Mattheuspassion’:1727 of 1729; In 1739: ‘Saul’ en ‘Israel in Egypt’ van Händel en ‘Dardanus’ van Rameau; Händels ‘Messiah’: 1742.
Na 1720 hadden Bach en Händel echter geregeld te kampen met de verandering van smaak en miskenning voor hun Laat-Barok-idioom. Händel moest met zijn Barok-opera’s stoppen na ‘The Beggars opera’ uit 1728, en zich toeleggen op oratoria (consessie aan de populaire smaak), Bach werd in zijn tijd (na 1720) helemaal niet serieus genomen, als ‘geleerd’ en ‘conservatief afgedaan terwijl zijn zoons die in de rococo-stijl componeerden veel meer succes hadden!
Ondanks de tegenwerking van de ‘tijdgeest’ ging Bach (en zijn Mede-Laat-Barok-collega’s) evenals Vaughan Williams met zijn Laat-romantische symfonieën (en bv. Sjostakowitsj) ongestoord door met het componeren van die muziek die zij als de enig juiste zagen omdat zij als vrucht van een spirituele en geïnspireerde bloeiperiode was ontstaan die zij wilden voortzetten. ...
Op het vraagstuk van waarin het spirituele en de bloei van de kunst, cultuur en muziek van rond 1700 zou kunnen zijn gelegen (al kwam dit in de Laat-Barok-muziek wat later pas helemaal tot zijn recht . . . ) zou men kunnen vermoeden dat de Stroming van het Piëtisme waaruit Bach voortkwam misschien de spirituele beweging van rond 1700 was die Bach inspireerde tot zijn ongekend hoogstaande, religieuze en diepzinnige werken zoals de Mattheuspassion. ...
In de encyclopedie staat over het Piëtisme: ‘Geloofsrichting in het Protestantisme, die zich in de 17e eeuw ontwikkelde als reactie op de verstarde kerkelijke orthodoxie en zich kenmerkte door een streven naar praktische ‘bevindelijke’ vroomheid en voortgaande reformatie, gepaard aan wereldverachting . ‘ (wellicht beter aan te duiden als ‘mystiek’ . ...)
Verder wordt Halle (de geboorteplaats van Händel) genoemd als het middelpunt van een extreem Piëtisme. In dezelfde streek woonde Bach! ...
Men kan dan de spirituele stroming van het Piëtisme van rond 1700 zien als de stroom die uiteindelijk leidt tot een van de hoogtepunten van de wereldmuziek-literatuur: De religieuze muziek van J. S. Bach ...
Men zou dan de nuchter~pragmatische en antispirituele en anti-reigieuze, op de ’wetenschap’ gerichte stroming van de ‘Verlichting’ als de conservatief-duistere en alle spiritualiteit en artistieke bevlogenheid tenietdoende antistroming van de tijd van 1720-50 kunnen zien, die de opkomst van de rococo, de lichtzinnigheid, de luchtigheid, de oppervlakkigheid in de nieuwe muziek van het preklassieke tijdperk bewerkstelligt. Daardoor worden de diepreligieuze en diepdoorvoelde kerkelijke meesterwerken van Bach in zijn tijd niet begrepen en een eeuw lang vergeten. Al Bachs muziek is geschreven ter meerdere glorie Gods. Soli Deo Gloria ! Deze diepdoorleefde religiositeit, die we ook bij sommige andere Laat~Barok-componisten vinden maakt plaats voor simpele, vrolijke deuntjes, en vulgaire volkse humor. We zien hier een overeenkomst met de 20e eeuw:
Vlak voor de 1e wereldoorlog vinden we het tijdperk van de mysteriedrama’s. Steiner (1910-13, de 4 mysteriedrama’s), Débussy (Le Martyre de St. Sebastien) en Bartok (Hertog Blauwbaards burcht) in 1911 bv. in het Symbolisme vinden we veel mystieke en theosofische thema’s. Skriabin probeerde in zijn ‘Poem l’Extase’ en in ‘Universe’ (postuum werk) by. de ultieme religieuze extase te bereiken. Die Religiositeit vinden we al vanaf Fauré’s Requiem en Wagners Parsifal, die het toneel tot tempel wilde omvormen. Steiners 1e Goetheanum moest de ideale omhulling van het mysteriedrama worden.
Na de 1e wereldoorlog krijgen we ‘de nieuwe zakelijkheid’, en men moet niks meer weten van ‘ mysteriedrama’s‘. In I 922/23 wordt Steiners mysterietempel, het 1e Goetheanum verbrand. Nuchterheid en zakelijkheid voeren de boventoon. Harde zakelijkheid bij Bordewijk, by. een novelle over ‘autoraces‘ , en in de muziek van de ‘Groupe des Six’ dezelfde oppervlakkige lol als in de muziek van de rococo en de Prekilssieken: ‘Musique pour tous les jours’ roept Cocteau. Weg met Débussy’s mystieke pedaaleffecten, we moeten een alledaagse muziek. We krijgen de ‘lolmuziek’ van de late Satie, Strawinsky, Milhaud, Poulenc, Ibert, Francaix, etc. We kunnen een overeenkomst zien tussen de diepe religiositeit van Debussy’s ‘Martyre’, Fauré’s Requiem, de theosofische Extases van Skriabin, en Bachs Mattheüspassion, tegenover de vrolijke en oppervlakkige luchtigheid van Poulenc en de late Satie en de rococo-muziek uit de 18e eeuw.


Ook in de Barok-architectuur worden rond 1700 en in de 1e helft van de 18e eeuw enige meesterwerken gemaakt, zoals de Trevi-fonteinen in Rome, het overweldigende Klooster Melk, de Barok-bouwwerken van Balthasar Neumann (oa. de Residentie te Würzburg), de Karlskirche te Wenen, de St. Paul’s Cathedral in Londen, de kerk van de benedictijnenabdij in Weltenburg (met de overweldigende koepel van binnen!) de ongelooflijk mooie bibliotheek in de Hofburg te Wenen, de belvedere in Wenen, de Zwinger te Dresden, de Barokgevels van de grote markt te Brussel, etc.

Wat opmerkelijk is, is het feit dat juist iedere keer in Duitsiand ofwel Midden-Europa rond een eeuwwisseling een mystieke, spirituele beweging op gang komt, die vervolgens in de erop volgende periode, tussen –10 en –20 weer teniet wordt gedaan. Rond 1600 waren dat de Rozenkruisers, rond 1700 de Piëtisten en Bachs religieuze muziek, rond 1800 de Duitse Idealisten, Fichte, Schelling, Goethe (en de homeopathie van Hahnemann), rond 1900: Steiner en de Antroposofie. Zij werden achtereenvolgens door de 30-jarige oorlog, de franse en engelse materialistische Verlichtingsbeweging, de Metternich-dictatuur en door de 1e en 2e wereldoorlog en de dictaturen van Hitler, Lenin, Stalin, Franco, ea. tegengehouden van verdere ontplooiïng ...
Men kan zich nu afvragen in hoeverre zich op dit moment in Duitsiand of Midden-Europa nog een nieuwe spirituele beweging aan het ontplooien is. Opmerkelijk is het dat in Duitsland ‘Die Grünen’ een belangrijke partij zijn!

Ik zou zeggen dat de goede, hoopvolle spirituele impulsen behalve bij de op dit moment zeer kleine antroposofische beweging te vinden is bij de milieubeweging, de Groenen, Greenpeace, milieudefensie, natuurmonumenten, het Wereld Natuur Fonds, de ecologische beweging, alle milieu-actiegroepen, de anti-globalisten, bij Amnesty International, misschien ook de groen-linkse partijen, in de Reform- en natuurvoedingsbeweging, bij de alternatieve geneeswijzen, de klassieke homeopaten, acupuncturisten, etc. en verder bij de New Age Beweging, astrologen, alternatieve therapeuten, aurareaders, reïncarnatietherapeuten, tijdschriften als ‘Onkruid’, Jonas, Driegonaal, Bruisvat, Frontier magazine ed.

Misschien komt de lezer naar aanleiding van dit artikel nog op goede ideeën en voorbeelden die ik dan gaarne zou willen vernemen!

De genoemde boekjes over de Steinertijd en de bel epoque en het boekje over Muziekgeschiedenis met citaten uit de Sesam Wereldgeschiedenis die illustreren dat een nieuwe eeuw rond de jaren –10 I –20 begint zijn op aanvraag bij de schrijver verkrijgbaar.

 

Marc van Delft, Anna Paulownastraat 115 d, 2518 BD Den Haag
tel. 070-3459306, meimvandeIft@cs.com.



Aanhangsel:


Citaten uit Sesam Wereldgeschiedenis die bevestigen hoe iedere keer tussen –10 en –20 een nieuw tijdperk begint:

-Het begin van het ‘Bewustzijnszieletijdperk’ dat volgens Steiner begon in de 15e eeuw:
‘Het leek we! of het in Florence bij de aanvang van de 15e eeuw opeens in alle takken van kunst lente werd, in de bouwkunst, in de beeldhouwkunst, de schilderkunst en het kunsthandwerk.’

De nieuwe tijd begon volgens Steiner in 1413, andere schrijvers zeggen 1417. In ieder geval was het tussen 1410 en 1420. In de 15e eeuw begon ook het ‘Vissentijdperk’, toen de Portugees Hendrik de Zeevaarder met zijn ontdekkingsreizen begon, en dat is heel typerend want het Portugese volk is astrologisch gezien een ‘Vissenvolk‘, en deze luiden ook het Vissentijdperk in, het tijdperk van het eindeloze rusteloze zoeken en zwerven over de aarde, wat begint met de impuls van de ontdekkingsreizen.

-Over 1410-20, het begin van de 15e eeuw:
‘In 1415 zeilde een Portugese oorlogsvloot naar de Moorse havenstad Ceuta, die de landtong tegenover Gibraltar aan de noordkust van Afrika beheerste. Een jonge man, prins Hendrik, deed zijn intrede op het toneel der historie.’

Het begin van de 16e eeuw kunnen we gemarkeerd denken door het begin van de regeringen van Frans I (1515 !) die Chambord begint te bouwen (1519-‘40) en het trapportaal van Blois (1515-24), en de kroning van Karel V in 1519. Hendrik VIII wordt gekroond in 1509. Het is het tijdperk van de grote koningen! Ook is het het begin van de reformatie: Luthers 95 thesen in 1517. (ontdekingsreizen: Magelhaes maakt 1518-‘22 de eerste wereldreis, in 1521 wordt het Azteekse rijk ten val gebracht)

Het eind van de 16e eeuw kunnen we markeren door de dood van Shakespeare en Cervantes (Don Quichotte) in 1616. Eventueel de dood van Gabrieli in 1612. De laatste grote Engelse madrigalist, William Byrd, sterft in 1623.
Het begin van de 30-jarige oorlog in 1618 (tot 1648) markeert wellicht van de 17e eeuw.
Ik vermoed dat de Gouden eeuw in Holland en de bloei van de Hollandse meesters rond die tijd begint.

-Het eind van de 17e eeuw, het tijdperk van het absolutisme wordt door de Vrede van Utrecht gemarkeerd (11 april 1713):
‘Bij deze verdragen kwam een einde aan een tijdperk in de geschiedenis van Europa waarin Lodewijk XIV (tevergeefs) trachtte de heerschappij over Europa te verwerven’
-De 18e eeuw, de eeuw van de Verlichting begint in 1715:
‘De dood van Lodewijk XIV in 1715 betekende met alleen het einde van een lange regering, maar tevens van een systeem en een tijdperk. Het parlement kreeg weer enige bevoegdheden’.
‘Het optimisme keerde terug’ (de eeuw van de Zon!).
De tegenstanders van het Absolutisme bewerkstelligden ‘een aardverschuiving in het Europese cultuurleven, een cultuurcrisis, die een nieuw tijdvak inluidde.’
Nu brak dus de tijd aan van de ‘Verlichte despoten’, de rococokunst, en later het Kiassisisme. Dc tijd van het ‘Rationalisme’, de ‘Aufklärungszeit’ begint.

Tussen 1810 en 1820 begint de 19e eeuw, gemarkeerd door het einde van het Napoleontisch tijdperk, en het begin van het Metternich-/restauratietijdperk. In 1812: Napoleons rampzalige Russische invasie gevolgd door de slag van Leipzig in 1813 waarbij Napoleon vernietigend wordt verslagen. In 1814 volgt het Weens congres, en het begin van de restauratieperiode, de terugkeer van het koninkrijk in Frankrijk. Napoleon doet in 1815 bij Waterloo nog een laatste wanhopige poging zijn macht terug te krijgen en wordt nu definitief verslagen. In 1815 schrijft de 18-jarige Schubert 140 liederen. (begin vh. liederentijdperk) De 1e romantische opera ‘Der Freischütz’ van Weber stamt uit 1821.
De eerste romantische symfonie, Schuberts ‘Unvollendete‘, stamt uit 1822.

De 20e eeuw begint na de 1e wereldoorlog, in 1918, maar het uitbreken van de 1e wereldoorlog in 1914 maakt al een abrupt einde aan ‘het schone tijdperk’, het ‘bel epoque’, de eeuw van Venus (romantiek), de eeuw van de ultieme schoonheid...
Andere belangrijke gebeurtenissen rond die tijd zijn: 1912, de ondergang van de Titanic, wat de ondergang van een tijdperk symboliseert, een tijdperk van schoonheid maar ook van klassenscheiding...
1913 is de première van Strawinsky‘s ‘le Sacre du printemps‘ , wat voor een enorm schandaal en opschudding zorgt, het eerste echt modernistische werk.
In 1917 mengt de VS zich in de 1e wereldoorlog en breekt de revolutie in Rusland uit, waarna in Rusland de communistische dictatuur ontstaat. Na 1918 neemt de VS de wereldmacht van Engeland over en ontstaat politiek gezien een totaal nieuwe tijd: Alle keizers waren ten vat gebracht. Wilson komt met de Volkerenbond, later de VN. Het Britse imperium stort ineen.
In de kunst verrijzen allerlei nieuwe stromingen zoals Jazz, de bioscoopfilm, de Art Déco-kunst, Neoklassisisme, 12~toonsmuziek, Neorealisme, etc.

 


Terug naar Opiniepagina

Terug naar Sampo

Terug naar Home page

 

 

Over Fjodor

Doelstellingen

Onderdelen

Publicaties

Mensen

Actueel

Scholing

Projecten

Contact

Steun

 


 

De stichting stelt zich niet verantwoordelijk voor de inhoud van de berichten.

Uw bijdrage kunt u opsturen naar info@fjodor.org.